nr. 106
maart 2002

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Buitenland - Niet geregistreerde arbeid in New York

Anonieme, illegale slachtoffers van '11 september'

Vroeger trokken migranten vooral naar de grensgebieden tussen de Verenigde Staten en Mexico. De laatste jaren is deze situatie veranderd. Grote steden in het Noorden zoals Chicago en New York zijn nu hun einddoel. Dit komt omdat in de drukbezette grensgebieden nauwelijks werk te vinden is. Nieuwelingen kiezen plaatsen waar meer kansen op werk zijn. Hoewel de regering van de VS steen en been klaagt over de grote aantallen illegalen, heeft het land er veel baat bij. Dankzij de goedkope arbeidskracht van migranten, die vaak illegaal in de VS verblijven, heeft de economie een enorme groei doorgemaakt.

De aanwezigheid van migranten is van grote economische betekenis voor de VS. In de grensstreek werken ze vooral in de landbouw en de 'maquiladores' (buitenlandse fabrieken in vrijhandelszones). In de grote steden ploeteren ze in hotels, restaurants en de sectoren bouw, textiel, transport en communicatie. Duizenden kleine en middelgrote winkels hebben tienduizenden migranten in dienst, die vaak minder dan het minimumloon betaald krijgen en onder onmenselijke voorwaarden werken.

Honderdduizenden illegale Mexicanen

New York heeft honderdduizenden migranten opgenomen. Tot voor een paar jaar waren Dominicanen en Colombianen de snelst groeiende groep, nu komen ze uit allerlei landen. Bijvoorbeeld uit El Salvador, Peru en Oost-Europese landen.

Tien jaar geleden werd het aantal Mexicanen in New York op 50.000 geschat, nu komen de ramingen uit op 700.000. In de VS verblijft 95 procent van de Mexicanen illegaal.

Bij een aantal kledingfabrieken in New York zijn de arbeid(st)ers aangesloten bij UNITE (Union of Needletrades, Industrial and Textile Employees). Dit betekent echter niet dat de arbeidsomstandigheden in die fabrieken perfect zijn. Regelmatig worden de arbeidswetten overtreden. In Chinatown in New York werken meer dan 20.000 Chinese vrouwen in kledingfabrieken. De dagen zijn zwaar: twaalf tot zestien uur per dag, zes tot zeven dagen per week, zonder toeslagen voor overwerk. Vaak wordt niet eens het minimumloon betaald. In Brooklyn werken meer dan 10.000 vrouwen in vergelijkbare situaties. Er zijn restaurants waar mensen zes dagen per week werken, twaalf tot veertien uur per dag voor vijftig dollar.

Illegalen hebben geen recht op extra geld voor overwerk, op vakantie, of op tenminste één vrije dag per week. Ze hebben geen sociale verzekering, zelfs geen papier dat bewijst dat ze ergens werken. Als ze een ongeluk zouden krijgen, zijn ze rechteloos. Voor de vakbonden is het moeilijk voor illegalen op te komen, ze bestaan immers formeel niet. Bovendien dreigen ondernemers de productie naar het buitenland te verplaatsen, wanneer de bonden eisen dat de arbeidswetten nageleefd worden. De keuze lijkt te gaan tussen geen werk of slecht werk. Tegenwoordig zijn mensen al blij als ze een baan hebben, over de arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden wordt verder niet gesproken.

Geen cijfers

Voor de aanslagen van 11 september vorig jaar was er sprake van economische expansie en kon de industrie gemakkelijk duizenden migranten opnemen. Bij de grote hotel- en restaurantketens, vliegvelden en fabrieken nam jarenlang de vraag naar arbeidskracht toe. Toen de torens vielen, viel ook dit systeem.

Inmiddels zijn sinds de aanslagen op het WTC zes maanden verstreken. Toch zijn er nog steeds geen cijfers over de aantallen omgekomen illegalen. Werkgevers willen eenvoudigweg niet erkennen dat ze illegalen in dienst hadden, ze zetten hen niet op de loonlijst om geen risico te lopen gestraft te worden. Omdat illegalen alleen met valse papieren aan het werk konden komen, kunnen hun nabestaanden op geen enkele manier aantonen waar ze werkten. Op het tijdstip van de ramp waren er in de gebouwen vooral mensen werkzaam als schoonmaker, bewaker, restaurantpersoneel, secretaresse, administratief personeel. Velen van hen waren illegaal. Naar verhouding waren er weinig mensen van het hoger kader aanwezig. Illegalen staan nergens ingeschreven en hun bestaan wordt door werkgevers ontkend. Daarom zal het nooit duidelijk worden hoeveel mensen er zijn omgekomen en wie zij waren. De nabestaanden zijn ondertussen wanhopig, omdat het niet lukt informatie te krijgen over hun geliefden. Zo is een Mexicaanse vrouw illegaal de grens overgestoken om op zoek te gaan naar haar man die in het WTC werkte. Ze was vier maanden zwanger. Het lichaam van haar man wilde ze ophalen om hem in Mexico te begraven. Nu zit ze zonder geld in New York en krijgt alleen hulp van Tepeyac, een organisatie die de belangen behartigt van Mexicaanse en Latijns Amerikaanse illegalen in de Verenigde Staten. Na 11 september heeft Tepeyac veel steun verleend aan familieleden die wilden weten waar ze hun mannen, vrouwen, zusters, enzovoort konden vinden en of dezen waren omgekomen bij de ramp. Tepeyac heeft ook mensen bijgestaan die als gevolg van de ramp hun baan verloren.

Werken na '11 september'

Na de aanslagen is de toestand van de economie in de VS onzeker, vooral ook omdat onduidelijk is hoe de oorlog zich verder zal ontwikkelen. Duizenden illegalen in New York hebben hun werk verloren als direct of indirect gevolg van '11 september', omdat er minder werk is, minder spullen worden verkocht en de toeristen wegblijven. In de toeristische sector zijn de meeste illegalen werkzaam. Velen zijn ontslagen en de kans op een nieuwe baan is klein, omdat eerst legale Amerikanen werk krijgen. De 'werkbeurzen' die zijn georganiseerd om werklozen aan een baan te helpen, zijn niet toegankelijk voor illegalen.

Het Marriott hotel stond precies tussen de Twin Towers in en is verwoest. Sommige werknemers hebben hun leven gewaagd om gasten te redden. Een aantal is daarbij omgekomen. Bij Marriott werkten veel illegalen uit Mexico, de Dominicaanse republiek, Haïti, Vietnam en Ghana. Ondanks de beloften van het management dat alle werknemers in andere hotels zouden worden geplaatst, is iedereen begin oktober ontslagen. Sommigen werkten er al twintig jaar. Ze kwamen niet in aanmerking voor hulp van de regering of liefdadigheidsorganisaties, omdat de directie bekend had gemaakt zelf voor haar personeel te zullen zorgen. Het Marriott hotel is geen uitzondering. Bedrijven in het hele land gebruiken '11 september' als een excuus om mensen te ontslaan of de lonen te verlagen.

Joel Magallan van Tepeyac ziet het minder somber in voor de positie van illegalen. "Dankzij de oorlog is de recessie niet zo hard ingetreden als eerdere verwachtingen voorspelden. Bij een snel stijgende werkloosheid bestaat er een grote kans dat illegalen gedeporteerd worden. Nu zijn ze nodig. Niet alleen als werknemers, maar ook als consumenten. De staten Texas en Pennsylvania hebben vorige maand al gevraagd om 500.000 Mexicanen toe te laten om te komen werken. Zij worden uit het Noorden van Mexico gehaald en hebben in de praktijk de status van een soort legale slaven."

Poorten gesloten

De federale regering, het Rode Kruis en het Leger des Heils zouden duizenden dollars uittrekken om de families van de vermisten te helpen. Ook degenen die hun baan hadden verloren als gevolg van de aanslagen, zouden voor hulp in aanmerking komen. In het begin waren alle ogen gericht op hulp van het Rode Kruis en de federale overheid, maar met het verstrijken van de tijd is duidelijk geworden dat van deze instanties weinig te verwachten is. Zo verklaarde het Rode Kruis enige tijd geleden dat aan iedereen hulp was verleend die het nodig had. Vervolgens zou het overige geld dat via donaties voor de slachtoffers was binnengekomen, besteed worden aan de eigen organisatie. Maar na een storm van protest, kwam het Rode Kruis met de mededeling dat iedereen die daarom vroeg de donatie terug kon krijgen. Van de federale overheid is evenmin weinig steun te verwachten. De families van de slachtoffers klaagden dat de hulp eerst werd gegeven aan nabestaanden van de 'helden' - politie en brandweer - en anderen nog steeds niets hebben ontvangen.

Maar niet alleen de achtergeblevenen ondervinden problemen. Veel mensen die zich dichtbij de torens bevonden en niet binnen 24 uur na de ramp naar een ziekenhuis zijn gegaan, ontvangen geen hulp. Het gaat hier nota bene om legale inwoners van de Verenigde Staten. Als zij al totaal in de steek worden gelaten, wat gebeurt er dan met de illegalen die niet kunnen bewijzen dat ze in of rond het WTC werkten? Ze hebben geen rechten en voldoen niet aan de zogenaamde hulpcriteria.

Betrouwbare schattingen meldden dat van de honderdduizend mensen die direct na de aanslagen hun werk verloren, bijna de helft uit illegale werknemers bestond. Het beeld is dat in New York veel solidariteit bestaat met de slachtoffers, illegalen vallen daar echter geheel buiten. De laatste maanden is het voor werkgevers nog gemakkelijker illegalen weinig te betalen en te koeioneren. Veiligheidsmaatregelen beheersen het dagelijks leven en treffen illegalen snel en hard. De poorten worden gesloten voor terroristen, maar ook voor de immigranten.

Vóór '11 september' werd gesproken over een generaal pardon, de kans daarop lijkt inmiddels uitgesloten en daarmee is de positie van de negen miljoen illegalen die in de VS werken zeer verslechterd.

Lourdes Parra Marin
(Journaliste, woont vier jaar illegaal in New York en werkt in pizzeria's om in haar inkomen te voorzien en haar familie in Mexico Stad financieel bij te staan.)

Met dank aan Anne van Schaik

Steun aan Tepeyac kan via het Solidariteitsfonds XminY. Giro: 609060, XminY Amsterdam, onder vermelding van "New York/11 september".