nr. 104
dec 2001

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Strijd om recht en werk in de Amsterdamse haven

Wees welkom, daar is het gat van de deur

"Vergeet u niet, meneer de president, dat deze werkgever bestaat uit vakbondsbestuurders die normaal gesproken aan de andere kant van de streep staan. De beschuldiging oneerlijk en rancuneus te zijn, is alleen al om die reden onzin. Zo zijn zij niet." Dit ongeveer zei de advocaat van SPANO tijdens het kort geding op 6 november 2001. Ook al heb je vakbondsbestuurders onder je beste vrienden, zo'n compliment van de koude grond gaat wel erg ver.

De werkgever himself was er ook. Hij voelde zich zichtbaar ongemakkelijk en riep bij mij een jeugdherinnering op.

Ik loog een keer tegen mijn moeder. Ze had me helemaal door en zei 'je jokt zo erg dat het op je voorhoofd geschreven staat'. In mijn schrik en schaamte schoot mijn hand naar mijn hoofd. Deze bekentenis was voor mijn moeder genoeg.

De zaal liet de werkgever merken dat hij loog en hij wist dat. De uitnodiging aan de 25 procederende arbeiders om te solliciteren was een 'fake'. Hij zei dat ze welkom waren en wees ze de deur.

Recht praten

Ook bij de advocaat was de nood hoog. Hij staat te boek als bondspleiter met een goede naam bij werknemers. In die hoedanigheid stond hij de ondernemingsraad van de havenpool bij in de periode 1995-1997 tijdens de strijd om het behoud van de werkgelegenheid. Toen de bond bij de nieuwe pool (eerst SPAN, nu SPANO) werkgever werd, ging hij mee als advocaat. Een onhandige beslissing, maar hij deed en doet het. Inmiddels al zo'n tweeënhalf jaar.

Aan de ene kant groeit hij in de rol van werkgeversadvocaat: we doen ons uiterste best, de economische wind zit tegen, de pool staat op de rand van het faillissement, we maken administratieve fouten door een minimale kantoorbezetting. Hij lijkt zich in de tempel van het burgerlijk recht steeds meer thuis te voelen, leest minder van papier, maakt grapjes en schenkt voor de president en voor de advocaat van de tegenpartij een glas water in.

Aan de andere kant laat hij merken de zaak zat te zijn. Zijn glansrol is al 'schmierend' gericht op effectbejag, maar imponeert de zaal allerminst. In de wandelgangen bekent hij een opportunistisch verhaal te houden en naar het einde van de zaak te snakken. De daden van de cliënt die hij bedient, zijn nauwelijks meer recht te praten. Hij begint er last van te krijgen dat de ongeloofwaardigheid van de werkgever op hem overslaat.

De advocaat noch de werkgever is zielig. Wel is de positie die ze hebben ingenomen en verdedigen langzamerhand in en in triest te noemen. De fruitmand van FNV Bondgenoten is al niet zo fleurig, maar de geur van deze poolvrucht is niet meer te harden. Werd tijdens het kort geding geklaagd over een dreigend bankroet en gehoopt op een overbruggingskrediet van de gemeente, een paar dagen later komt de werkgever tot een tragische bekentenis: "Spano heeft in 1998 een valse start gehad. De tarieven waren te laag. De afspraak was dat die langzaam zouden worden opgeschroefd. Dat is ook wel gebeurd, maar te voorzichtig." (Het Parool, 10 november 2001)

Niet ideaal

Waarom tragisch? Eind 1997 sloot de toenmalige Vervoersbond FNV met een aantal havenwerkgevers een hoofdlijnenakkoord. Daaruit zijn SPAN en SPANO voortgekomen. Hoofdrolspelers waren de twee bondsbestuurders die nu werkgever zijn. Tot op zekere hoogte sloten ze dat akkoord dus met zichzelf af. Dat lukte pas nadat de onderhandelingsdelegatie uit elkaar was gevallen en de functionerende bondsbestuurder Koningh enige tijd aan de kant was gezet. Eén van de punten van kritiek op het akkoord was dat van de oorspronkelijk beoogde tien tot vijftien miljoen gulden steun van de gemeente slechts een achterstallige lening van één miljoen was binnengehaald. En dat in een situatie, waarin een snikkende wethouder - nu burgemeester van Arnhem - smeekte met de acties (tunnelblokkades, stakingen) te stoppen. Tragisch ook, omdat SPANO zich niet druk lijkt te maken over het werk dat, in strijd met de CAO, aan de havenpool onttrokken wordt.

En of al deze treurnis niet genoeg is, deelt de werkgever mee dat hij binnen enkele maanden zal vertrekken. Over de bestaande situatie zegt hij: "Dit is niet ideaal". Mogelijk wordt hij opgevolgd door het personeel van SPANO dat wel wat verwacht van één of andere vorm van aandelenparticipatie.

Of de president van de Amsterdamse rechtbank al deze omtrekkende - zinkend schip - bewegingen kan volgen, is pas een week nadat dit artikel geschreven is bekend (24 november). Maar er wacht een nieuwe klus. Het gemeentelijk bedrijf NV Werk zegt zestig langdurig werklozen op te leiden die in maart volgend jaar bij Ceres aan het werk zouden kunnen. Uiteraard misgunnen 'de 25' geen enkele werkloze een reguliere baan, maar volgens door de bond internationaal verdedigde verdragen komen zij als eersten in aanmerking voor havenwerk. Een mooie kans voor FNV Bondgenoten zich te rehabiliteren.

Hans Boot