nr. 104
dec 2001

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Verborgen en vergeten geschiedenis - een kleine bond bij grote schokken

Meubelmakers verbonden met wereldgeschiedenis

Nu gesproken wordt van 'de wereldcrisis' en 'de nieuwe oorlog' en ook de Nederlandse vakbeweging daarvan getuige is, laat een terugblik in de geschiedenis zien hoe de kleine vakvereniging van meubelmakers geraakt wordt door de vonken van de grote wereldbranden.

Op zondag 24 juli 1870 zouden meubelmakers van plaatselijke vakorganisaties een landelijke vakbond oprichten. De organisatoren annuleren de vergadering echter op het laatste moment. Ze zijn bang en voorzichtig geworden vanwege de oorlog die net tussen Frankrijk en Duitsland is uitgebroken. We lezen daarover: "Hoezeer verlangend naar dien dag, hoezeer verlangend naar het oogenblik, waarin we door het samenstellen en bevestigen van den bond eene schrede verder tot krachtsuiting hoopten te komen, waren wij echter genoodzaakt om, wegens de ongunstige tijdsomstandigheden, van ons voornemen af te zien. De schok, welke de eerste tijdingen der beroering in Europa op ons teweeg bragt, maakte ons ongeschikt om aan het afhandelen van geregelde zaken te denken (...)."

God beware Nederland

De oorlog tussen deze twee Europese grootmachten zou verstrekkende gevolgen hebben. Op 18 januari 1871 werd in het paleis van Versailles het Duitse keizerrijk geproclameerd. Wilhelm I werd in de beroemde Spiegelzaal tot keizer van het verenigde Duitsland uitgeroepen. De vrede werd op 10 mei 1871 getekend te Frankfurt am Main. Frankrijk verloor de Elzas en het grootste deel van Lotharingen. De kiem voor de volgende oorlog was gelegd.

Ondertussen was er het één en ander gebeurd in de Franse hoofdstad. Het zou de linkse beweging in de gehele wereld beroeren. Eind maart 1871 was het gezag in Parijs overgegaan op de gekozen Commune. Wat vervolgens gebeurde, vervulde velen met ontzetting en ongeloof. De regering Thiers sloeg de eigen burgers, de communards, met behulp van Duitse troepen op wrede wijze neer. Duizenden Parijse burgers werden afgeslacht, anderen verbannen naar de hel op het Duivelseiland in Cayenne. Angstaanjagende verhalen joegen door Europa. Een notitie van de Meubelmakersbond heeft het voor ons vastgelegd: "God beware Nederland, voor hetgeen Parijs zag gebeuren. Doch eer er gelegenheid is, om die wensch nog eens honderd keer te herhalen, kan het welligt reeds te laat wezen."

Het uitstel van de oprichtingsvergadering van de Meubelmakersbond leidde niet tot afstel. Uiteindelijk ging hij op 1 mei 1871 van start. De vakbond heeft zijn nazaat in de vorm van de Vakgroep Meubel, Hout en Industrie van FNV Bouw.

Hunne schone taak hervatten

Op 28 juni 1914 schiet de Bosnisch-Servische student Gavrilo Princip in Serajewo de Oostenrijkse troonopvolger Frans Ferdinand en zijn gemalin dood. Een maand later verklaart Oostenrijk-Hongarije de oorlog aan Servië. De rivaliserende Europese machten brengen hun troepen in paraatheid en in augustus zijn Frankrijk, Groot-Brittannië en Rusland in oorlog met Duitsland en Oostenrijk-Hongarije.

Nederland blijft neutraal, maar acht het niet uitgesloten bij de oorlog te worden betrokken. De Sociaal-Democratische Arbeiders Partij in Nederland stemt in met de mobilisatiekredieten. Troelstra heeft de nationale belangen hoger gesteld dan de internationale proletarische solidariteit. Het met de SDAP verwante Nederlands Verbond van Vakverenigingen (NVV) geeft op zondag 7 augustus 1914 een manifest uit waaruit blijkt dat men naar bevind van zaken handelt: "Onze bloeiende vakbeweging, voor enkele weken nog geheel gericht op het veroveren van betere arbeids- en bestaansvoorwaarden voor de arbeidersklasse in Nederland, ziet zich door den rampzaligen Europeeschen oorlog plotseling in een andere positie gedrongen. Zij moet er nu op bedacht zijn, de pogingen om de noodlijdende gezinnen op de doelmatigste wijze te helpen, te ondersteunen; en niet minder om eigen bestaan te verdedigen, eigen bloei te verzekeren, zoodat onze vakvereenigingen nà den oorlog dadelijk weer in staat zullen zijn hunne schoone taak met groote kracht te hervatten."

Erkende nationale functie

Tussen 1914 en 1918 sneuvelden miljoenen jonge soldaten in de loopgraven van Noord-Frankrijk en België. Eind 1918 kwam een ander Europa uit de opgetrokken dampen van de slagvelden te voorschijn. Eeuwenoude keizerstronen waren omver gegooid. Hongersnood en epidemieën - de Spaanse griep - maakten vele slachtoffers. In Rusland had in 1917 een revolutie plaatsgevonden en waren de communisten aan de macht gekomen. Voor de Duitse keizer Wilhelm II was er geen pracht en praal van de Spiegelzaal. Hij vluchtte naar Nederland, waar hem dankzij de steun van zijn nicht Wilhelmina asiel werd verleend. De laatste twintig jaar van zijn leven hakte hij hout in de bossen van Doorn.

De oorlog treft Nederland sociaal en economisch. Werknemers worden massaal ontslagen. Ook de meubelbranche wordt geteisterd door hoge werkloosheid. De oorlog leidt tot wat de historicus Frits de Jong Edz. heeft genoemd de "ingroei" van de vakbeweging in maatschappij en staat. Dat blijkt. Waar voorheen NVV-bonden en zeker ook de Meubelmakersbond regelmatig naar het stakingswapen grepen voor een verbetering van de lonen, wordt die strijd ineens stopgezet. De regering Cort van der Linden zag in dat ze de vakbonden in deze moeilijke tijden nodig had voor het behoud van de geest van nationale eenheid en voor het bewaren van de rust in de bedrijven. Daarom bood ze de vakbeweging plaatsen aan in het op initiatief van koningin Wilhelmina in het leven geroepen Koninklijk Nationaal Steuncomité. Jan Oudegeest, de voorzitter van het NVV, was de bekendste vertegenwoordiger uit vakbondskringen die zo een officieel erkende nationale functie krijgen toebedeeld bij de uitvoering van de werkloosheidsuitkeringen.

Hulp hongerlijdende bevolking

De Meubelmakersbond beschikte al eerder over een werklozensecretariaat met correspondenten in elke afdeling. Zij hadden tot taak verslag te maken van veranderingen in de stand van de plaatselijke arbeidsmarkt en dat door te geven aan het hoofdbestuur. Er waren gemeenten die een financiële toeslag gaven op uitkeringen van bonden uit de plaatselijke werklozenkassen. Op dit uitkeringensysteem sluit de "noodregeling-Treub" en vanaf 1917 het Werkloosheidsbesluit aan. In deze jaren wordt een deugdelijke grondslag gelegd voor een uitkeringenadministratie waar de Meubelmakersbond tijdens de crises van begin jaren twintig en in de jaren dertig gebruik van kan maken. Deze voorziening van de bond was buitengewoon belangrijk, aangezien er jaren zijn met meer werkloze dan werkende bondsleden. Het uitkeringsstelsel bevestigt de opvatting dat een verbetering van het lot van de arbeidende klasse niet alleen door strijd, maar eveneens door overleg en samenwerking tot stand zou moeten komen.

De oorlog had ertoe geleid dat een congres van de Internationale van Houtbewerkers half augustus 1914 te Wenen geen doorgang kon vinden. Na de oorlog moeten de plooien weer worden glad gestreken. Kees Woudenberg, de voorzitter van weliswaar een kleine vakbond, maar wel uit het neutraal gebleven Nederland, neemt de voorzittershamer van de Internationale over van zijn Duitse collega, op wie de Franse en Belgische meubelmakers en houtbewerkers veel kritiek hadden. En de voorzitter en secretaris van het Nederlands Verbond van Vakverenigingen Jan Oudegeest en Edo Fimmen krijgen in 1919 de leiding over het Internationaal Verbond van Vakverenigingen. Als IVV-secretaris neemt Fimmen direct het initiatief om de hongerlijdende bevolking in Wenen te helpen. De meubelmakers werken net als andere arbeiders rond de kerst een dag extra. Van het bijeengebrachte geld worden levensmiddelen en hulpgoederen via de Oostenrijkse bonden verdeeld. Het IVV zorgt er tevens voor dat duizenden kinderen uit Oostenrijk een tijdlang in een gastgezin in West-Europa worden ondergebracht om bij te komen. Eén van die kinderen is Miep Gies. Zij blijft in Nederland. Later zal zij het gezin van Otto Frank helpen tijdens de onderduik in het Achterhuis te Amsterdam.

Op hun post

Twee maanden nadat de Duitsers in mei 1940 Nederland hebben overweldigd, komt het NVV onder leiding te staan van de nationaal-socialist Henk Woudenberg. De leden van het dagelijks bestuur van het NVV worden de laan uitgestuurd, Joodse vakbondsbestuurders gearresteerd en afgevoerd, voorzitters en bestuurders van bonden ontslagen. Velen blijven echter op hun post, op aandringen van de vertrokken collega's. In dit stadium in het begin van de oorlog vertrekken zou dwaas zijn geweest, schrijft J.P. Windmuller in Arbeidsverhoudingen in Nederland. De andere vakcentrales - het Rooms-Katholiek Werklieden Verbond, het Christelijk Nationaal Vakverbond en de neutrale Nederlandse Vak Centrale - mogen hun werk voortzetten, omdat ze geen marxistische organisaties zijn. Wel zal een waarnemer meekijken over de schouder van de dagelijks besturen. Het revolutionaire Nationaal Arbeids Secretariaat wordt tot een verboden organisatie verklaard. Ironisch of pijnlijk genoeg was het dat voor het overheidspersoneel al sinds de muiterij op de Zeven Provinciën in 1933.

Ook bij de Meubelmakersbond werd een nationaal-socialistische waarnemer aangesteld. Jan Spaltman en Willem Hiestand, de twee aangebleven bestuursleden, probeerden zijn invloed te beperken door zo weinig mogelijk vergaderingen te houden en het bondsorgaan terug te brengen tot een soort technisch mededelingenblad.

Het is NVV-bestuurders lang nagedragen dat ze in juli 1941 meehielpen de twee confessionele vakorganisaties te liquideren ter wille van een kwalijk soort eenheid. Dat gebeurde eveneens in de sector meubel en hout. De meeste leden van de katholieke en protestants-christelijke bond hadden hun lidmaatschap opgezegd en waren vervolgens overgeleverd aan de NVV-bond die de werklozenkassen beheerde. Net als voor hun christelijke collega's had dit het moment van vertrek kunnen inluiden voor NVV-bestuurders. Met de instelling van het Nederlands Arbeids Front op 1 mei 1942 kwam er een einde aan elke vorm van zelfstandig vakbondswerk.

Na de Tweede Wereldoorlog worden al heel snel de sociaal-economische verhoudingen beheerst door samenwerking en overleg. In de meubel- en houtsector wordt de arbeidsvrede uitgewerkt door de oprichting van de Vakraad in 1950. Na ongeveer tweehonderd officiële stakingen in de periode voor 1940, zal het tot 1978 duren voordat in de sector weer gestaakt wordt.

Harry Peer

Binnenkort verschijnt Harry's boek Kunstbroeders of meubelslaven. Uit de geschiedenis van de vakbeweging in de meubel- en houtsector 416 bladzijden. Te bestellen bij: Vakbondshistorische Vereniging te Amsterdam of FNV Bouw te Woerden.