nr. 104
dec 2001

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Brussel - de Europese Unie en de 'oude' beweging

"Het EVV drentelt te veel achter de Europese Commissie aan"

Op 29 september jongstleden schreef Robert Went in de Groene Amsterdammer: "De VS balanceerden vóór 11 september al op de rand van een recessie en de groei in Europa liep toen ook al verder terug. De huidige economische problemen zijn niet het resultaat van de aanslagen." Sindsdien ratelt het berichten over wereldwijde dalende economische groei en massaontslagen. Ook in Nederland gaat het hard. Een recessie lijkt onvermijdelijk. Kok komt hoogstpersoonlijk naar het najaarsoverleg en zegt "zeer waakzaam" te zijn. NRC Handelsblad (16 november 2001) schrijft in een redactioneel nogal opruiend: "Het besef dat er iets ernstigs aan de hand is, begint maar langzaam te dagen. Dat is zorgwekkend, omdat economische achteruitgang velen raakt en politici en beleidsmakers keuzes afdwingt."

Loonmatiging en de euro

Topmanagers van een aantal multinationale ondernemingen hebben al een keuze gemaakt. Op verzoek van VNO-NCW komen ze met een provocerend cynisme. Na de exorbitante stijgingen van hun inkomen - gemiddeld 41 procent alleen al in de periode 1997-2000 - zijn ze bereid hun basissalaris te bevriezen. FNV en CNV hebben daar tijden op aangedrongen, volgen dit voorbeeld en proclameren een hernieuwde loonmatiging. De FNV had een paar weken de poot verrassend stijf gehouden op 4 procent, maar ging half november, niet verrassend, door de knieën.

Met de euro in zicht, maakt Kok in de Europese Unie en bij Blair deze keer kans op het voorgerecht. Samen met de vakbeweging is hij erin geslaagd de Nederlandse economie keurig in het gareel van de neoliberale loonnorm te houden. Er zijn wat aannames, maar wordt de inflatie teruggedrongen tot bijvoorbeeld 2,5 procent en vallen de internationale cijfers niet tegen, dan is behoud van koopkracht mogelijk. Laten we dit wel verstaan, volgens deze loonnorm gaat elk spoortje groei van de arbeidsproductiviteit naar de ondernemers. Hun woordvoerder toont zich dan ook tevreden: "Alle partijen zijn nu wel overtuigd dat er echt een ombuiging van de loonkosten moet komen." (NRC Handelsblad, 14 november 2001)

Zo komen 'alle partijen' tot een vredige voorbereiding op het tijdperk van de euro. Bij de invoering van deze gemeenschappelijke munt is het immers niet meer mogelijk met koersaanpassingen van de nationale munt de inflatie en de economische conjunctuur te beïnvloeden. De bedoeling is dat vanaf 2002 de euro binnen de Europese Unie deze corrigerende functie overneemt. De eenheidsmunt zal elke keer dat een lidstaat economisch in de fout dreigt te gaan - hoge inflatie - als een strenge meester het concurrentievermogen aantasten. Hoe is deze straf te voorkomen? Inderdaad, door loonmatiging.

Volgens de logica van de concurrentie zal elke lidstaat een dergelijke koers nastreven en zal een algemeen drukkend effect op de lonen - en uitkeringen - uitgeoefend worden. Of dit gebeurt en of de Europese autoriteiten, de nationale regeringen en de ondernemers dit risico zullen nemen, is voor een belangrijk deel afhankelijk van de Europese vakbeweging. Aangenomen mag worden dat de FNV in het verzet tegen deze loonmatiging op Europese schaal geen koploper is. Maar als we Kitty Roozemond horen zeggen dat het EVV "te veel achter de Europese Commissie aantrippelt", hebben we tijdens de demonstraties in Brussel en vooral daarna heel wat werk te doen.

Van lastpost tot vriend

Zelfs als we de voorzichtige beoordeling van een "economische terugslag" volgen, worden aardig wat geloofsartikelen van de 'nieuwe economie' opgeruimd. Een eerder dood verklaarde wetmatigheid van het kapitalisme wordt weer actueel: scherp calculerende concurrentie op concernniveau leidt tot onberekenbare effecten op maatschappelijk niveau. Oftewel een ongecontroleerde investeringsgolf leidt tot overinvestering en overproductie, stuit op de beperkingen van de koopkracht en doet de winsten en vervolgens de investeringen en werkgelegenheid krimpen.

Een ander voorbeeld. De 'nieuwe werknemer' blijkt toch geen nomade te zijn, geen vlinder die dan weer hier en dan weer daar neerdwarrelt om van een aantrekkelijk, zelfontplooiende 'job' te genieten. De vaste baan had al de voorkeur van velen en werd bij wijze van spreken de dag na de eerste berichten over een tegenvallende economie ouderwets populair. En daarmee wordt bevestigd dat vrijwel alle flexibele arbeid geen vrije keuze is, maar een structureel kenmerk van de neoliberale arbeidsverhoudingen.

Een derde voorbeeld betreft de overheid. De stoelen in de wachtkamers van de departementen zijn de laatste maanden niet aan te slepen. Ondernemers lopen de deur plat om bijvoorbeeld werktijdverkorting en bemiddeling naar nieuw werk bij massaontslagen te regelen. De staat die als lastpost afgezworen leek, wordt als vriend te hulp geroepen. Hier zien we de 'oude' stelling dat hoe Europees en globaal ondernemers ook mogen denken en handelen, zeker in tijden van nood, vallen ze terug op de nationale overheid. Tenslotte zijn ook zij gebaat bij een politieke vertaling van hun belangen, te meer daar het alternatief van een Europese staat ontbreekt. Uiteraard beschikken ondernemers over vele en uiterst effectieve beïnvloedingskanalen, denk maar aan de European Round Table. Bovendien is met de invoering van de euro en de Europese Centrale Bank een deel van de nationale soevereiniteit van de lidstaten overgedragen aan wat het begin van een 'bovennationale' staat genoemd kan worden. Maar eenduidig is de ontwikkeling naar een politieke pendant van de monetaire en economische eenwording bepaald niet; laat staan van een militaire en politionele compagnon. Er zijn aanzetten en nog los van de democratische en sociale eisen die aan een staat gesteld kunnen worden, voorlopig staan nationale en daaraan verbonden kapitaalsbelangen de komst van een Europese staat in de weg. En er zijn mensen die menen dat dit "voorlopig" lang kan duren.

Neoliberale plattegrond

Toch is dit 'gebrek' geen belemmering om op Europees niveau een politiek op sociaal terrein te voeren. Daarvoor is geen Europees Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid nodig. Dat geschiedt langs andere - namelijk economische en financiële - wegen, zij het wel deel uitmakend van een neoliberale plattegrond. Drie voorbeelden. De aantasting van de arbeidsvoorwaarden van ambtenaren na privatisering. De opheffing van beschermende regels in arbeidscontracten, bij ontslag, in de sociale zekerheid, bij arbeidsongeschiktheid, enzovoort. Of, zoals in de havens aan de orde is, waar onder leiding van een Europese Commissaris een totale liberalisering wordt nagestreefd die als in een vrijhandelszone arbeidsrechten overbodig verklaart.

Het EVV beoordeelt deze aanval op arbeidsrechten, waarover een niet onaanzienlijk deel van de Europese arbeidersklasse niet eens beschikt, in termen als 'onevenwichtig veel nadruk op het economische en monetaire en te weinig op het sociale beleid'. Veel wijzer worden we daar niet van. Dat mensen, na ook nog eens over de dialoog met de Europese ondernemers en Commissie gehoord te hebben, dan vertwijfeld zeggen, 'dan moet het maar buiten het EVV en de FNV om', kunnen we zeer goed begrijpen. Na de demonstraties in Brussel moeten we eens kijken hoe we met dit begrip verder komen.

Hans Boot


De FNV zet zich op afstand van het brede protest tegen het Europa van markt, macht en misère.
De euro zal lidstaten met een hoge inflatie als een strenge meester straffen.