nr. 104
dec 2001

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Een zoektocht naar verklaring en oplossing - deel I

Een door Marx geïnspireerde benadering van '11 september'

'11 September' verbinden aan Marx zal de patriotten in de Verenigde Staten een doorn in het oog zijn. Maar zo'n geïnspireerde diagnose is ook in hun belang. Ze levert inzichten op die nodig zijn voor een verstandige aanpak van de geschokte internationale verhoudingen. Verstandig in de betekenis van het voorkomen van wereldrampen. Hier een poging in twee delen tot een marxistische interpretatie van '11 september'. Dat wil zeggen een mengsel van een historische, dialectische en materialistische benadering. In dit deel, een zoektocht naar een verklaring. In het volgende nummer van Solidariteit, de contouren van een 'oplossing'.

In de Verenigde Staten zijn velen verbaasd over de haat die grote delen van de wereldbevolking tegen hen koesteren. Zij zijn immers een godsvruchtig, ijverig volk dat het goed meent met de wereld en dat dus tot de 'good guys' behoort. In diverse media is gepoogd dit te verklaren uit de latente haat van de arme ten opzichte van de rijke. De rijke heeft deze haat niet in de gaten, omdat ze zich doorgaans niet manifesteert. Maar ze bestaat. Gedeeltelijk gevoed door een incompleet beeld bij de arme (ook de rijke kent angst, verdriet, zorg, ziekte en stress), voor een ander deel gevoed door feitelijk gedrag van de rijke (vanzelfsprekende arrogantie, herkomst van de rijkdom, patserige omgang met geld, bevoorrechting, klassenjustitie, enzovoort). Zo'n 'gevoel' laat zich inderdaad vertalen naar de relatie tussen arme en rijke landen of volken.

Koude oorlog

Vóór 'de val van de Muur' moesten de Verenigde Staten omzichtig met hun rijkdom omgaan. Zij hadden, net als nu, een hun kapitalisme bedreigende vijand: het communisme zoals vormgegeven in de Sovjet Unie. Ze vormden ook toen een wereld omspannende coalitie met als oogmerk de Sovjet Unie te omsingelen door 'front line' partners. De NATO-landen in Europa en de ANSUS-landen in de Pacific. Ze vonden, op grond van een 'dominotheorie', dat ze moesten ingrijpen in Korea en Vietnam en ex-koloniën voor zich winnen door economische hulp. En dat alles kostte dollars. Derhalve een omzichtige omgang met hun rijkdom, om de 'koude oorlog' te financieren en de derdewereldlanden buiten de invloedsfeer van de Sovjet Unie te houden.

De geschiedenis schreed echter voort. Het succes van de Verenigde Staten in de koude oorlog manifesteerde zich in de val van de Muur in 1989 en vervolgens in de ineenstorting van de Sovjet Unie en daarmee van het Russisch Imperium. Amerika kwam als enige supermogendheid te voorschijn en peperde dat de wereld goed in met patserig gedrag. De grootste mond in de Verenigde Naties en de Veiligheidsraad, maar geen contributie betalen. Verdragen (antiraket schild) openbreken, hooghartig de neus ophalen voor de poging van de rest van de wereld de verloedering van de natuur een halt toe te roepen op de klimaatconferenties in Den Haag en Bonn. De eigenwaan van de Verenigde Staten had blindheid veroorzaakt voor de tegenstrijdige processen die zij na hun overwinning op de vijand in de koude oorlog hadden ontketend.

Ineenstorting

Naast de twee partijen van de koude oorlog was er sinds de conferentie van Bandung (1955) een 'derde wereld' ontstaan van ongebonden landen (ook wel Bandung- of oud koloniale landen genoemd). De toenmalige jonge generatie in die landen ontleende aan het socialisme hoop op de toekomst. Exponenten daarvan waren onder anderen Nasser van Egypte, N'kruma van Ghana, Nyrere van Tanzania, Kaunda van Zambia, Sukarno van Indonesië en Nehru van India. De hoop van de generatie van eind jaren tachtig/begin negentig die door deze voormannen op een weg naar het socialisme was gezet, werd met de ineenstorting van de Sovjet Unie weggevaagd.

De koude oorlog was een strijd tussen twee uitvloeisels van de Verlichting die in de Franse Revolutie verwoord waren in de slogan Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap. Te weten: tussen het op de absolute vrijheid geënte kapitalisme enerzijds en het op de gelijkheid en solidariteit (broederschap) geënte socialisme anderzijds. Toen de eerste zegevierde, wendde de jongste generatie van de derdewereldlanden zich af van het gehele westerse (Europese, Amerikaanse) verlichtingsdenken en ging voor haar economische, sociale en politieke vraagstukken te biecht bij haar etnische en/of religieuze geschiedenis. En altijd nog in de onderliggende positie van de arme die in de jaren negentig een dramatische gedaante aannam in de vorm van de verspreiding van aids, groeiende armoede, onderlinge oorlogen en gevechten om de macht (Congo, Sierra Leone, Angola, Sri Lanka, Cambodja, Ethiopië, Somalië, Ruanda). Dit werden de sloppenwijken van het wereldkapitalisme.

Noord-Zuid

Maar er was nog iets gaande. In de tien jaren vóór en ná 'de Muur' was de economische onderbouw van het kapitalisme grondig veranderd. Aan het einde van de vorige eeuw kon men spreken van een overgang van het op nationale economieën gebaseerde industriële kapitalisme naar een globaliserend informatie- en communicatiekapitalisme. Om het in termen van Marx te zeggen: de productiekrachten hadden de productieverhoudingen grondig omgewoeld. Dit speelde zich af in een wereld waar de grenzen tussen nationale volkshuishoudingen vervaagd waren en - door invloed op de politieke bovenbouw - de macht en het gezag van de nationale staat hadden doen krimpen. En daarmee was er geen autoriteit meer die de blinde gang van de wetten van het kapitaal kon corrigeren. Ja, wellicht de Amerikaanse overheid, maar die had daar geen behoefte aan. Gevolg: een kapitalisme dat door de vrije werking van de markt het grootste deel van de wereld, en daarmee ook de derdewereldlanden, binnen de werking van zijn wetmatigheden zoog. Dat liep via internationale investeringen, de bemoeienis van het IMF en de Wereldbank en regels van de WTO. En omdat die wetmatigheden ongelijkheid genereren (dat was vroeger al aangetoond binnen regionale en later nationale volkshuishoudingen), was dit proces rampzalig voor de economieën in deze landen. Zonder de nodige correcties op nationale schaal werd het globaliserende kapitalisme een internationale sociaal-economische jungle met de derdewereldlanden als slachtoffer. Het kreeg een naam: 'de tegenstelling Noord-Zuid'. Vriend en vijand zijn het er momenteel over eens dat deze tegenstelling sinds het begin van de jaren negentig is verdiept.

World wide web

En dan was er nog een proces gaande. Om ook in de derdewereldlanden internationaal te kunnen opereren, moest er een autochtone bourgeoisie in het leven geroepen worden, dan wel kunnen ontstaan en zich ontwikkelen. Een belangrijk instrument daarbij was het onderwijs. Ontwikkelingsgelden vloeiden dan ook voor een deel naar het onderwijs daar ter plaatse. En voorts werden studenten uit de derde wereld aan universiteiten of andere academische instellingen (bijvoorbeeld het Institute for Social Studies in Den Haag) of binnen westerse ondernemingen opgeleid. Dit alles droeg bij aan de opkomst van een middenklasse met een 'fall out' die de leiders herbergt van linkse organisaties, bewegingen en partijen, journalisten, leraren en kunstenaars. Kortom, intellectuelen die zich vaak solidariseren met het uitgebuite of onderdrukte deel van de bevolking.

En dan is er nog wat. De productiekrachten die de productieverhoudingen sedert de jaren tachtig jaren zo grondig hadden veranderd, kenden iets specifieks dat gunstig uitpakte voor de middenklasse èn haar fall out in de derdewereldlanden. De kern ervan wordt gevormd door de 'geminiaturiseerde' elektronica die de informatie- en communicatiemaatschappij heeft opgeleverd. De toegankelijkheid was gekoppeld aan de verstandelijke vermogens in plaats van aan het bezit van kapitaal. Dat stelde de derdewereldlanden in staat sneller aan te haken bij de technologische ontwikkelingen dan ten tijde van het industriële kapitalisme. En behoudens de meer prominente positie van verstandelijke vermogens, bieden deze productiekrachten een grote en ingrijpende actieradius aan een kleine groep of zelfs een enkeling. Denk aan hackers die kunnen inbreken in de kernactiviteit van ministeries, bedrijven, energieleveranciers en dergelijke.

Daarnaast heeft de geminiaturiseerde elektronica de infrastructuur van de communicatie omgeschoffeld. Kon deze in het verleden nog altijd op één of andere wijze gecontroleerd worden, met de komst van het internet is dat verleden tijd. Zoals door de verdamping van de macht van de nationale staat de globaliserende economie een internationale jungle kon worden, zo kan het 'world wide web' door het ontbreken van een gezagsdrager een prettige maar ook een gevaarlijke anarchie opleveren. Ook misdaad en terreur hebben er vrij spel. Beide aspecten, de macht van de kleine groep of individuen alsook de mogelijkheden die het internet verschaft, geven extremisten, fanatici, terroristen, misdadigers, en zelfs geestelijk gestoorden een ongekende macht.

Verklaring

Samenvattend maakt de volgende mix van factoren de aanslagen in New York en Washington verklaarbaar.

* De teleurstelling in de uitvloeisels van de westerse Verlichting: kapitalisme en socialisme.

* Het zoeken van het heil in de etnische en religieuze bronnen voor hoop op de toekomst.

* De verdieping van de tegenstelling Noord-Zuid in de vorm van een catastrofale ongelijkheid in welvaart, om maar niet te spreken van welzijn.

* De groei van een autochtone bourgeoisie in de derde wereld en haar fall out die zich het lot van de onderdrukten aantrekt.

* De stuitende zelfgenoegzaamheid en arrogantie van de Verenigde Staten (ook ten opzichte van vrienden en bondgenoten), met name de laatste jaren.

* De toegang tot de geminiaturiseerde elektronica van kleine groepjes of enkelingen.

Door al deze processen heeft de laatste halve eeuw als een rode draad de relatie tussen Israël en de Palestijnen gelopen. Een relatie die via goede en slechte tijden sedert het provocatieve bezoek van Sharon aan de Tempelberg extreem slecht is geworden en als een katalysator heeft gewerkt.

Verklaarbaar dus, in de zin van 'inzichtelijk maken' en niet in de zin van 'begrip opbrengen vóór'. Met alle begrip, wellicht sympathie, voor de afwijzing ván en zelfs strijd tégen het patserige Amerikaanse imperialisme, blijft het onacceptabel dat onschuldige moslims, kinderen, Amerikanen enzovoort de inzet worden van deze strijd.

Wim Boerboom