nr. 104
dec 2001

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Miljoenennota 2002 - Amsterdams vakbondscafé

Aannames en voorspellingen

Het Amsterdamse vakbondscafé van Solidariteit kent één traditie. Na de derde dinsdag van september (Prinsjesdag), nodigen we enkele economen uit om samen met ons de overheidsbegroting (miljoenennota) door te nemen. Voor elke begroting geldt dat het onzeker is of de cijfers waarop ze gebaseerd is, waarheid zullen worden. Deze keer is die onzekerheid vergroot door '11 september'.

Dit jaar zijn op 28 september Fieke van der Lecq en Geert Reuten onze gast. Fieke is hoofdredacteur van ESB (Economisch Statistische Berichten) en Geert is hoofddocent aan de Universiteit van Amsterdam.

Begrotingsruimte

Fieke begint met een toelichting op het begrip begrotingsruimte. Dat is de ruimte in de overheidsbegroting om meer uit te geven dan in het lopende jaar, gebaseerd op de verwachte groei van de economie. Het Centraal Plan Bureau stelt (binnen de logica van het kapitalisme) de trend vast en gaat er van uit dat op lange termijn de groei wordt bepaald door de structuur van de economie en op korte termijn door de vraag van consumenten, overheid en bedrijven naar producten en diensten (de conjunctuur). Elementen die van belang zijn voor de structuur van de economie zijn het arbeidsaanbod, de evenwichtswerkloosheid en de arbeidsproductiviteit. Aan de evenwichtswerkloosheid is alleen op langere termijn iets te doen. Het CPB denkt dan aan de vergroting van de kloof tussen loon en uitkering (de wig) door verlaging van de uitkeringen en aan verlaging van de reële rente waardoor investeren goedkoper wordt.

Voor het komend jaar neemt het CPB aan dat een groei van 23/4 procent mogelijk is en trekt daar vervolgens vanwege de neergaande conjunctuur een 1/4 procent af. De regering haalt daar dan veiligheidshalve ook nog weer een 1/4 procent af en dus gaat de begroting voor het jaar 2002 uit van 21/4 procent groei. Dat is dus de begrotingsruimte.

Vergrijzing

De vaststelling van de genoemde trend bepaalt, aldus Geert, wat straks een meevaller is. Daarvan is sprake als de groei boven de voorspelde trend uitkomt. In het regeerakkoord van Paars is al afgesproken hoe die meevaller verdeeld moet worden: 50 procent voor verlaging van de staatsschuld en 50 procent voor verlaging van de belastingen.

Voor de begrotingsruimte (2,25 procent) geldt de zogenaamde Zalmnorm: 1 procent gaat sowieso naar de verlaging van de staatsschuld en de rest, in dit geval 1,25 procent, kan gebruikt worden voor (nieuw) beleid. Kortom, hoe lager de trend wordt ingeschat, hoe minder geld beschikbaar is voor nieuw beleid.

Al met al wordt er veel geld gereserveerd voor de verlaging van de staatsschuld. Eén van de argumenten die worden gegeven is de vergrijzing en de daarmee samenhangende demografische druk (verhouding productieven/niet productieven). Geert is het daarmee niet eens. De vergrijzing is geen financieringsprobleem, maar een productieprobleem. De productie in Nederland zal hoog genoeg moeten zijn om iedereen van voldoende goederen en diensten te voorzien. Als er minder mensen kunnen werken, zal de arbeidsproductiviteit omhoog moeten.

Geert is geen tegenstander van een trendmatig begrotingsbeleid (een begroting gebaseerd op de groei van de economie), maar het probleem is dat er te weinig in arbeidsproductiviteit wordt geïnvesteerd. Terwijl er veel gepraat wordt over "Nederland Kennisland" ziet hij hier weinig van terug. De groeiende winsten resulteren niet in meer investeringen. In Nederland, en in mindere mate in andere landen, groeit de kloof tussen aan de ene kant het alsmaar groter wordende deel van het nationaal inkomen dat naar aandeel- en obligatiehouders gaat en aan de andere kant het deel van het nationaal inkomen dat geïnvesteerd wordt.

Fieke legt uit dat de regering deze ontwikkeling bestendigt door van de drie aanbevelingen van het CPB: innovatie, verkleining van de wig en verhoging van de arbeidsparticipatie, alleen de laatste over te nemen. Dit is problematisch, gezien de beperkte toegevoegde waarde van veel soorten arbeid voor de economie.

Wat de gevolgen van '11 september' betreft, merkt Geert op dat er een relatie valt te leggen tussen de onbelemmerde groei van de marktkrachten enerzijds en de daaruit voortvloeiende wanverhouding tussen rijk en arm in de wereld, en de groei van het terrorisme anderzijds. Beide krachten zijn immers even irrationeel ...

Ailko van der Veen

Het Amsterdamse vakbondscafé is elke laatste vrijdag van de maand. Iedereen is welkom. Wil je per maand geïnformeerd over het onderwerp, stuur dan een e-mail naar redactie@solidariteit.nl of een briefje naar Solidariteit, Van Swindendwarsstraat 99, 1093 XC Amsterdam.