|
nr. 103 sep 2001 |
Solidariteit
Participatief management in de havenindustrieOpen oog voor het verledenIn januari 1990, nummer 37, startte Solidariteit met een serie artikelen over 'managementstrategieën'. De eerste zin luidde: "Management is in." Augustus 2001 besteedde het weekblad HP/De Tijd acht pagina's aan "Weg met de manager. Ze maken ons gek, ziek en arm." De draak werd gestoken met de gras-, interim-, trein- en watermanager. Is de glorietijd van het management voorbij?Zoals in het dossier van onze website (http://www.solidariteit.nl) te zien is, schrijven we de laatste tijd wat minder over de ontwikkelingen in het land der managers. Misschien is er niet veel nieuws gebeurd achter het scherm van de florerende economie. Misschien leidde de ruime aandacht in week- en dagbladen ons af. Bijvoorbeeld meer dan een pagina in NRC Handelsblad, 25 augustus 2001, gewijd aan de zachte zakelijkheid van de 'personal coach' die managers steeds meer inschakelen om hun, volgens HP/De Tijd gedeukte, zelfvertrouwen op te krikken. Misschien zaten we gewoon te slapen. Als dat laatste het geval is, zijn we wakker geschrokken door een inleiding van Kees Marges, secretaris 'sectie havens' van de International Transport Workers' Federation, uitgesproken in juni 2001 en te vinden op de zeer aan te bevelen website: http://www.havenwerker.nl Co-managementDe tekst gaat over Human Resource Management in een veranderende havenindustrie en heeft als ondertitel de vraag: 'wat verwachten arbeiders'. Hoewel het altijd link is een vraag namens anderen te beantwoorden, zat daar onze schrik niet. Die kwam pas toen we in de gaten kregen dat we een samenvattende reader zaten te lezen van al die hoofdstukken uit de handboeken voor het moderne management die we in de voorgaande elf jaren van kritiek hebben voorzien. Toegegeven, dat is gemakkelijk gezegd. Maar laten we Marges citeren in een toelichtende brief: "... kreeg ik er op een bepaald moment de balen van dat altijd alleen de werknemers de schuld kregen van wat er allemaal fout was gegaan in de havenindustrie. (...) Als managers hun werk beter, professioneler, zouden doen, zou het met de efficiency, de productiviteit en de beschikbaarheid van diensten voor de gebruikers ervan veel beter zijn gesteld en zouden de gebruikers van de havens veel minder te klagen hebben." Anders gezegd: het management is er niet in geslaagd havenarbeiders zo aan het werk te zetten dat ondernemers tevreden zijn. Als dat de vraagstelling is, mogen we niet verbaasd zijn kennis te nemen van 'een recht toe recht aan' pleidooi voor participatief management. En dat niet zo maar met in het managementbeleid opgenomen werknemers - teams, permanente verbetering, leercultuur, loyaliteit, enzovoort - nee, met een vakbeweging en haar leiders die deelnemen aan de nieuwe stijl van bedrijfsvoering. We hebben dat eerder co-management genoemd. Een term die pas te begrijpen is door het management op te vatten zoals de ondernemer dat doet, namelijk als een uitbestede ondernemerstaak. Welk deel? De sturing van en de controle op het arbeidsgedrag. De co-manager is daarbij de vriend van de assistent van de ondernemer. EmpowermentHoeft er dus niks te veranderen, gaat het goed in de havens? Twee maal 'nee'. Er zijn ingrijpende wijzigingen aan de gang in de organisatie van de arbeid. Marges geeft daarvan een informatief overzicht: mechanisering van de fysieke arbeid, digitalisering van vervoer- en productietechnieken, privatisering, verscherpte concurrentie (op tarieven bijvoorbeeld), liberalisering van de arbeidsvoorwaarden, enzovoort. Deze wijzigingen hebben twee typen gevolgen. In de eerste plaats stellen ze nieuwe eisen aan de kwalificaties van de havenarbeiders. Daarin moet voorzien worden. Het 'kernbelang' van werknemers is immers: behoud en ontwikkeling van arbeidskracht, dat is de zekerstelling (veiligheid, scholing) van de positie op de arbeidsmarkt voor nu en in de toekomst. In de tweede plaats zijn de wijzigingen in de havenindustrie een reële bedreiging, zo al niet een aantasting van heel wat verworvenheden van havenwerkers. Bijvoorbeeld op het gebied van werkzekerheid, beschikbaarheid en flexibiliteit. Deze dienen bestreden te worden. Niet met de rug naar de toekomst, maar met een open oog voor het verleden. Op de 'oude' havenarbeid, met name de arbeidsomstandigheden, was heel wat aan te merken. De grote kracht voor de havenwerkers school echter in de onafhankelijkheid (autonomie) en de onderlinge afhankelijkheid (coöperatie) die in de vakbond tot uitdrukking kwam in strijdbaarheid en solidariteit. Het participatief management is zowel een aanval op de verworven positie van de havenwerker als op de (potentiële) macht van zijn organisatie. Een jaar of tien tot vijftien geleden waren we misschien nog onder de indruk van de 'newspeak' als: delegatie van verantwoordelijkheden, decentralisatie van beslissingen, zelfsturing van teams, deelname aan beleidsvoorbereiding, enzovoort. Inmiddels weten we dat de kern van de machtsverhoudingen onaangetast is gebleven en dat het participatief management de controle op het arbeidsgedrag uitbesteedt aan de werknemers zelf. Ook de door Marges toegejuichte 'empowerment' verandert daar niets aan. Hans Boot |