|
nr. 103 sep 2001 |
Solidariteit
Maatschappelijk verantwoord ondernemen - een commentaarBevlogenheid tegenover schijnheiligheidMaatschappelijk verantwoord ondernemen kan geen successtory genoemd worden. Met name wanneer daarmee bedoeld wordt het sociaal beleid van multinationale ondernemingen in ontwikkelingslanden dat de fundamentele arbeidsrechten respecteert. Gegeven de sociale geschiedenis van bijvoorbeeld Nederland hoeft ons dat niet te verbazen. Tot op de dag van vandaag worden ook in ons land rechten - bijvoorbeeld over arbeidstijden of gezondheid - bedreigd en vinden overtredingen plaats. Dientengevolge moeten ze steeds verdedigd worden. Hoe essentieel de verschillen ook zijn, ondernemers, waar dan ook, worden uiteindelijk door dezelfde mechanismen voortgedreven. Alleen al daarom verdienen de pogingen om bedrijven te dwingen de menselijke maat te volgen alle steun.De gedragscodes van grote bedrijven maken op ons niet veel indruk. Overigens zijn dergelijke codes en de gesprekken over de urgente behoefte aan 'huisregels' zeer populair. Kennelijk creëert de marktconforme staat zo'n chaos dat wat wetgeving had moeten zijn, privaat geregeld wordt. Bijvoorbeeld bij de financiële analisten die steeds meer in de knoop komen met aan de ene kant hun adviezen ('verkoop A') en aan de andere kant hun eigen beleggingen ('leuk dat A verkocht is, pik in'). De wereld van het grote geld doet alsof het naar onkreukbaarheid verlangt. Daar is ook wel reden voor. De OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) schat dat wereldwijd jaarlijks 100 miljard dollar aan smeergeld wordt betaald. Magere gedragscodesIn het overzicht dat NRC Handelsblad (16 juni 2001) heeft gemaakt van de onderwerpen die de 25 grootste beursgenoteerde (en een paar andere) bedrijven in Nederland in een gedragscode hebben opgenomen, melden acht een passage over smeergeld. Dat aantal is vertekend, omdat vijftien (nog) niet over zo'n gedragscode beschikken, bijvoorbeeld Aegon, Elsevier, Getronics en UPC. Het onderwerp 'milieu' komt er beter van af, negen maal. Om een indruk te krijgen van wat dat betekent, hier de omschrijving van de Rabobank: de bank hecht aan "een zorgvuldige omgang met natuur en leefmilieu en aan het welzijn van dieren". Ondanks deze vage algemeenheid is er een stevig conflict met Milieudefensie over de medeplichtigheid bij de vernietiging van tropische regenwouden. Het thema 'mensenrechten' scoort aanzienlijk lager, vijf maal. Bij Randstad, alleen thema's als 'veiligheid/gezondheid' en 'discriminatie', spreekt een woordvoerder zijn twijfels uit over een gedragscode. "De politiek heeft het idee dat, als er maar codes zijn, het allemaal geregeld is. Dat vind ik gevaarlijk." Van de 25 kent alleen Shell een bepaling over het afdwingen van de gedragscode bij 'zakenpartners'. Deze ontbreekt dus bij de grote banken. Over de grote boskap in Indonesië door één van zijn kredietnemers wordt bij de Rabobank gezegd: "Wij vragen partijen of ze dezelfde opvattingen hebben, maar we laten de gedragscode niet mede ondertekenen. Je kunt niet elke vierkante meter bos zèlf controleren." Het kledingconcern Vendex KBB heeft voor fabrikanten en toeleveranciers een gedragscode opgesteld over onder andere lonen, veiligheid/gezondheid en lidmaatschap van een vakbond. Een recent onderzoek door de Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (Somo), in opdracht van de Schone Kleren Kampagne, toont aan dat de controle op die gedragsregels volledig faalt. In veertien fabrieken in India en Sri Lanka, waar kleding wordt gemaakt voor de Bijenkorf, Vroom & Dreesmann, Hema, Prénatal, Hunkemöller en M&S Mode, was sprake van hongerlonen, verplicht overwerk en werkweken van tachtig tot honderd uur. Vendex KBB gaf aan het onderzoek geen enkele medewerking en beriep zich op een eigen controlesysteem; uit een interview met één van de arbeidsters: "Als ze verschijnen, liggen er kleedjes en zeepjes op de toiletten, die wij op zo'n dag niet mogen bezoeken." Somo: "We doen dit onderzoek al heel lang, en merken nu uiterlijke verbeteringen, zoals bordjes voor nooduitgangen en verlichting in de fabrieken. Maar als iemand lid wil worden van een vakbond, wordt hij ontslagen omdat zijn werk niet goed zou zijn." (de Volkskrant, 29 augustus 2001). Moeizame controleBehalve dat gedragscodes nogal eens beperkt worden tot de Nederlandse situatie, bevatten ze vaak niets anders dan een verwijzing naar sociale, bijvoorbeeld waar het gaat om arbeidsomstandigheden of discriminatie, of economische wetgeving, bijvoorbeeld omkoping van ambtenaren. Een onderzoekje van het ministerie van Economische Zaken bij veertig ondernemingen, waaronder 23 multinationals, leverde eind vorig jaar de uitslag op dat 80 procent geen probleem had met 'kleine corruptie'. Dat omkoping strafbaar is, zeiden de meeste ondervraagden niet te weten. Gaan gedragscodes verder dan de wetgeving, dan hebben ze vaak het karakter èn de functie van een 'ethisch logo' - verdienstelijk naar buiten, armzalig naar binnen. Verstrekkend of niet, de betekenis van de normen in de gedragscodes wordt bepaald door de navolging. En die wordt op haar beurt bepaald door de uitoefening van de controle. De mensen in de toeleverende landen hebben daar meestal de macht niet voor. Dat geldt ook voor hun bonden, als die er zijn en openlijk kunnen optreden. Gegeven het feit dat onderdrukking en uitbuiting tot het reguliere gedrag van ondernemers behoren, ligt in die organisatiezwakte de kern van het probleem. In het concept van maatschappelijk verantwoord ondernemen zijn daarop verschillende reacties. In de eerste plaats, ondernemers trachten te overtuigen van hun 'onmenselijkheid'. Wie daar wat van verwacht, moet dat doen; hier laten we deze benadering verder rusten. In de tweede plaats, een bijdrage leveren aan de versterking van de controle ter plaatse. Dat kan directe steun aan de bonden zijn. Maar ook via groepen die aan de kant van de arbeiders staan, de controle verrichten en de positie van de bonden proberen te versterken. Bijvoorbeeld in New Delhi: Save - Social Awareness and Voluntary Education. Vanuit Nederland wordt dan samenwerking met een dergelijke lokale groep georganiseerd. Wanneer dit allemaal onmogelijk is, bepleit bijvoorbeeld Somo in het geval van Vendex KBB de invoering van een internationaal erkende code (SA 8000), waarvan een onafhankelijke controle door accountants deel uitmaakt, bijvoorbeeld KPMG of PriceWaterhouseCoopers. Het lijkt ons een noodgreep, die overigens door de genoemde groep Save afgewezen wordt. Wat natuurlijk ook zou kunnen, is de opzet van vliegende brigades door het IVVV of EVV die als een stofkam met veel publiciteit en volstrekt onaangekondigd controles verrichten. We dachten daaraan toen we lazen van een internationale actie tegen de sweatshops, waarvan de voorzitter van de Amerikaanse vakcentrale AFL-CIO zei: "Wij zetten de schijnwerpers op de winkels en houden hen verantwoordelijk voor de wedloop naar de laagste lonen en de plaag van slechte werkomstandigheden in de kledingindustrie." (FNV e-Magazine, 29 augustus 2001) In de derde plaats, een beroep doen op de Nederlandse overheid om te zorgen voor wet- en regelgeving en gunstige voorwaarden en om als marktpartij en consument een voorbeeld te zijn. Deze benadering leeft sterk bij actiegroepen en non-gouvernementele organisaties (zie artikel Gerard Oonk). In de vierde plaats, consumenten stimuleren bepaalde producten wel of niet te kopen. Een type actie met een lange traditie ("Koop Nederlandse waar"), waarbij koffie, fruit, kleding en tropische hout tot de bekendste voorbeelden behoren. Eenduidige informatie en publiciteit over de betreffende producten zijn daarbij van belang. Hoewel het er langzamerhand van wemelt, kunnen keurmerken hierbij van dienst zijn. Tot nu toe is het beeld erg tegenstrijdig. Onderzoek wijst uit dat de overgrote meerderheid van consumenten bezwaren heeft tegen kinderarbeid, milieuvervuiling en dierenleed, maar in de winkel deze niet omzet in selectief koopgedrag (NRC Handelsblad, 4 augustus 2001). Ideaal zou zijn dat de beoogde, bewuste en selectieve consument tegelijkertijd een bewuste en actieve werknemer of werkneemster is. Deze hereniging van de in consument en producent gesplitste mens zou Albert Heijn voortdurend met acties en stakingen voor de voeten lopen en de sweatshops uitbannen. WereldverbeteraarsHet verhaal van het maatschappelijk verantwoord ondernemen is nog lang niet geschreven. Er is heel wat humbug en hypocrisie bij de ondernemers. Bij de actiegerichte groepen is sprake van een bewonderenswaardig idealisme en uithoudingsvermogen. Vaak nemen ze het kapitalisme zoals het is en werken ze op een inspirerende manier aan een internationale humanisering. Bij de FNV en bonden wordt nadrukkelijk gepleit voor wereldwijde richtlijnen uitgaande van de fundamentele arbeidsnormen, zij het met een merkwaardig vertrouwen in de werking van de gedragscodes. Eind 1999 besloot de federatieraad van de FNV bij de cao-onderhandelingen 0,1 procent van de loonsom voor internationale solidariteitsfondsen op te eisen. Helaas bevindt het 'internationale werk' van de FNV en de bonden zich in een vervelend isolement. Het vakbondslid dat getraind is in de genietingen van de zaakwaarnemer en de consumentenkortingen lijkt het internationaal vakbondswerk vooral te zien als een op zichzelf staande bezigheid van goedwillende en bevlogen wereldverbeteraars. Deze opstelling is zeer te betreuren, want maatschappelijk verantwoord ondernemen kent verschillende, verrassende en onontgonnen kanten, bijvoorbeeld: * solidair optreden van consumenten en gedragscodes staan lijnrecht tegenover de liberaliseringspolitiek van de Europese Unie en Wereldhandelsorganisatie, * stel dat westerse consumenten bereid zijn voor onbevuilde producten of een ethisch logo meer te betalen en daarom een looneis stellen, * van een halve euro extra voor bepaalde producten zullen velen niet wakker liggen - bij Nike in Indonesië kan dat tot verdubbeling van de lonen leiden - wat zal de reactie zijn van de Indonesische arbeiders, komen ze samen sterker te staan, willen ze minder uren werken, gaan ze een onafhankelijke vakbond oprichten? Redactie
Je kunt niet elke vierkante meter bos zèlf controleren. Vliegende, internationale vakbondsbrigades die met veel publiciteit en onaangekondigd controle uitoefenen. |