|
nr. 102 juli 2001 |
Solidariteit
Uit het leven - gesprek met machinist Dick van der Meulen"We moeten met elkaar iets doen"Dick van der Meulen was vijftien en stond onwennig in de werkplaats van de Nederlandse Spoorwegen in de Amsterdamse Zaanstraat. Een 'gestaald kaderlid' stapte op hem af en zei: "jij wordt lid van de bond". "Bonden waren toen heel krachtige clubs, weet je wel", zegt Dick met enig ontzag. Tegenwoordig woont hij in Zutphen. Dat is ook zijn standplaats als treinmachinist. Uit onvrede over de opstelling van de bond heeft hij met collega's een personeelscollectief opgericht. "We moeten met elkaar iets doen, met de vakbeweging kunnen we even niets.""Iedereen in Nederland weet nu wel waar Zutphen ligt", grijnst Dick. In de nacht van 21 december vorig jaar bezetten machinisten en conducteurs de IJsselbrug in de snijdende kou. De deelname was vrijwel volledig. Van alle kanten kwamen ideeën. Er werd een vuurkorf aangesleept. Een caravan kwam er bij. Andere leden van het collectief waren heel handig met internet. Directieleden van de NS werden thuis bestookt met kaarten waarop de eentonigheid van het rondje om de kerk verbeeld werd. Samen met collectieven uit andere standplaatsen werd het NS-kantoor in Utrecht een paar uur geblokkeerd. "Op die saamhorigheid zal ik over twintig jaar nog met emotie terugkijken. Mijn stem breekt een beetje als ik er over praat. Fantastisch dat mensen zich zo achter een standpunt kunnen opstellen." PersoneelscollectiefOok op de ledenvergaderingen in Zutphen waar het laatste akkoord ter discussie stond, was het stampvol. In andere plaatsen kwamen slechts enkele leden opdraven. Vanuit het bondskantoor kwamen dan ook vragen aan Zutphen. Hoe doen jullie dat? Het antwoord was eenvoudig: goede informatie verspreiden, mensen betrekken en gezamenlijk stappen bedenken. Dick: "De vakbonden deden al heel wat wenkbrauwen fronsen, toen ze in 1999 met de leden wilden praten over het basisakkoord, waarin een gedeeltelijke procesvereenvoudiging zat. Daar begrepen de leden niks van, omdat juist 94 procent in een enquête had laten weten tegen die procesvereenvoudiging te zijn. Maar toch valt het de leden dan te verwijten dat ze niet naar de ledenvergaderingen gaan. Als je niet komt, tel je niet mee. De bond is de aangewezen organisatie om onze belangen te behartigen. Maar de bonden hebben zich door een - laat ik het gemakshalve even een communicatiestoornis noemen - buitenspel geplaatst. Daar moeten we dus zelf wat aan gaan doen. Een personeelscollectief begin je niet door met een man of vijf van alles te gaan roepen en brieven te gaan schrijven. We hebben wel met een soort kerngroep eerst alle mensen gesproken die iets doen in de bestaande netwerken en het plaatselijk overleg, verder met de kaderleden van de bond, de roostercommissie, enzovoort. Je maakt een pamflet waarop je aankondigt dat er een groep is die iets wil gaan doen en dat je met al het personeel wilt praten. We hebben een zaal gehuurd en alle ploegen in staat gesteld daar naar toe te komen. De opkomst was massaal. Het belangrijkste is dat je de collega's heel goed informeert. Dan plannen maken om gezamenlijk stappen te ondernemen. Eigenlijk ben je bezig een vakbond op te richten. Ik heb me altijd gestoord aan de pers die ons steeds 'anoniem' en 'radicaal' noemde. Wij hebben altijd onze stukken ondertekend met 120 namen. En waarom is het radicaal als je voor de kwaliteit van je werk op de bres springt tegen een directieplan dat een radicale verslechtering inhoudt?" KritiekIn het verhaal van Dick klinkt steeds kritiek op de werkwijze van de vakbonden door. Hij vertelt van bestuurders die naar een ledenvergadering komen en te vuur en te zwaard bepleiten dat de leden moeten instemmen met een akkoord dat zij hebben afgesloten. Hun redenering daarbij is dat door in te stemmen je een positie behoudt aan de onderhandelingstafel en daar zou je dan erger kunnen voorkomen. De collectieven geloven niets van die redenering en hebben de bonden gedwongen hun handtekening in te trekken en nieuwe onderhandelingen te beginnen. Daarnaast richten de collectieven zich op de directie van NS. Met stakingen werd die onder druk gezet. Dick: "Afgelopen maart stonden we met 3-0 voor. De collectieven droegen de zaak over aan FNV Bondgenoten, VVMC en CNV Bedrijvenbond. De eerste twee gingen rollebollend over straat. Maar wat me het meest pijn heeft gedaan, is het optreden van de voorzitter van de FNV, De Waal. In Vrij Nederland liet hij lekker vet optekenen dat hij acuut zin kreeg om te staken als hij de kop van Jan Timmer zag. Maar intern heeft hij van bovenaf tegen onze bestuurder gezegd dat hij effe flink moest dimmen. Volgens mij klopt dat niet. Toen De Waal had ingegrepen, is onze sectorraad nog één keer bij elkaar gekomen en werd opeens de procesvereenvoudiging van 10 juni geaccepteerd. Weer met het argument: stem je in, blijf je gesprekspartner en kun je erger voorkomen. De sectorraad kon blijkbaar niet anders op dat moment. De leden daarvan stonden onder grote druk van de publieke opinie en van de andere bonden. Er zijn spelletjes gespeeld. Daar hou ik niet van. Maar die spelletjes moeten blijkbaar gespeeld worden. Blijkbaar? Het gebeurt!" Roosters"Daarom mijn wens om het simpel te houden. Ik zit al ongeveer twintig jaar in de roostercommissie. Daar kun je daadwerkelijk iets voor je collega's betekenen. Ik ben zelfs tijdelijk uit de bond gestapt, omdat ik gewoon mijn kritiek niet meer kwijt kon. Uiteindelijk heb ik me toch weer aangesloten, want ik voelde dat ik 'geestelijk' toch lid gebleven was. Trouwens, bij FNV Bondgenoten heb je toch ook de ruimte om tevens in het collectief te opereren. In het collectief zijn de lijnen kort. Toen ik in Amsterdam werkte, was ik betrokken bij de oprichting van het Amsterdams Machinisten Kollektief (AMK) in 1986. We waren niet tevreden over de kwaliteit van het werk. De stoelen deugden niet. De verwarming en ventilatie moesten verbeterd. Met de opvang na een ongeluk was van alles mis. We wilden samen naar een oplossing zoeken. We hebben niet overal een bond voor nodig. We kunnen dat zelf wel aan. Het AMK is een fantastische happening geworden. Er kwamen allerlei mensen bij die hun vaardigheden en kwaliteiten meebrachten. Het was niet om rebels te willen zijn of dat we niet samen wilden werken met de bonden. Het was gewoon van ons en met ons. Als je kijkt naar het AMK en dit Zutphens collectief, dan gaat het puur over de inhoud van je werk dat je morgen te wachten staat. Eerlijk gezegd is een ondernemingsraad niks voor mij. In mijn Amsterdamse tijd heb ik ook in het overleg gezeten. Daar komen nog te veel abstracte zaken in voor. Laat mij maar die roostercommissie doen. Overleggen over werktijden, roosters leuk maken, knippen en plakken." Katalysator"De directie heeft voorlopig het pleit gewonnen. Aan de andere kant moet je ook vaststellen dat we als gezamenlijke collectieven heel wat hebben opgebouwd. Wij zijn een katalysator geweest. De mensen zijn zich bewust geworden van hun mogelijkheden. Dat vind ik winst. Het onderzoek van professor Peeters is ook tot stand gekomen onder druk van de collectieven. We hebben onze bijdrage geleverd aan dat onderzoek. Natuurlijk, wij moeten vanaf 10 juni dat afgrijselijke pakket gaan uitvoeren. Voor Zutphen wordt het bar en bar slecht. We reden al niet door het hele land, zoals de media steeds oplepelen, maar wij houden nu alleen het boemeltje naar Apeldoorn over, het dieseltje naar Hengelo, het treintje naar Nijmegen. Allemaal dat korte werk om de standplaats heen. Je kunt je afvragen of je daarmee niet tevreden kan zijn. Op zich lukt dat wel. Alleen jammer dat je een stuk van je vakbekwaamheid gaat kwijtraken. Nu rijden we intercity's en stoptreinen op veel lijnen. Het werk is fatsoenlijk verdeeld. Ik ben niet aangenomen om lopende band werk te doen. Bovendien staat de aanbesteding op de rol voor 2003. Dan wordt het met de privatisering ook nog een werkgelegenheidsvraagstuk." BuurtcomitéEen collectief uit de grond stampen, gaat je niet in de kouwe kleren zitten. Dick zou het na al die inspanningen wel eens wat minder druk willen hebben. Je doet nog even dit en nog even dat. Het sluipt er in. Totdat er thuis ineens gezegd wordt "hé, dikkie-dik, wij hadden vandaag een afspraak, maar daar hou jij je niet aan". Het signaal om even te dimmen. "Maar", verzucht Dick, "dat is zo moeilijk. Directieleden doen het allemaal per definitie in de tijd van de baas, hoewel die mensen zich niet precies aan die 36 uur zullen houden. Wij doen het allemaal in onze vrije tijd. Kom je thuis, staan er 24 mensen op je antwoordapparaat. Sommigen zijn verbaasd dat je niet thuis bent. Ja, ik rijd vijf dagen in de week op de trein. Ik ben geen fulltime woordvoerder van het Zutphens Collectief." Dick komt uit een nest van Partij van de Arbeid stemmers. Zijn kritische instelling is hem niet met de paplepel ingegeven, maar komt hij nu in het personeelsverblijf en hoort hij collega's mopperen, is hij de eerste die roept: "en wat ga je nou doen?" "Je zal toch op de eerste plaats moeten melden wat je dwars zit. Ik blijf daar niet mee rondlopen, maar spreek mijn chef aan: 'Chef, we zitten hier met een probleem. Zou je eens kunnen kijken of je dat op kunt lossen. Ik heb er zelf ook al naar gekeken, misschien kunnen we het zo aanpakken.' Dan bereik je wat. En als de bond of de directie met iets komt, wil ik weten wat de achterliggende argumenten zijn. Anders krijg ik de kriebels." Ook buiten zijn werk laat Dick weinig over zijn kant gaan en is hij 'plotseling' voorzitter van een buurcomité dat vindt dat de wateroverlast aangepakt moet worden. "Ik kan er alléén iets aan doen, maar het is beter om je te verenigen. Dan krijg je een heleboel informatie, niet alleen van de gemeente maar vooral van de andere huurders." Toen Dick naar Zutphen verhuisde, was voor hem de tijd rijp om het overlegwerk vaarwel te zeggen. Hij sloot zich aan bij de lokale omroep. Na wat opleiding en inwerken, werd hij eindredacteur van het journaal. "Hartstikke leuk, veel geleerd. Op een gegeven moment had ik een eigen praatprogramma met de burgemeester, Annelies Verstand, nu staatssecretaris van Sociale Zaken. Het is leuk om door de journalistiek je stad te leren kennen en ingangen te krijgen. Ik wil daar iets mee." Frans Geraedts |