nr. 102
juli 2001

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Redactioneel

Gissen en missen

Actuele ontwikkelingen beoordelen, heeft iets van een onderzoek naar een onbekend dopingmiddel. Er is wat aan de hand, maar er zijn meer vragen dan antwoorden en het risico van gissen en missen ligt steeds op de loer.

Zo zaten we medio mei bij elkaar. Bij de Hema en de ECT werd gestaakt, verpleegkundigen gingen de straat op en in het onderwijs en bij de spoorwegen was het al tijden onrustig. Acties met verschillende achtergronden, maar gelijktijdig en bovendien in een periode dat de tucht van de markt aan glans verliest.

We maakten een beknopte inventarisatie. De opgewektheid en opwinding over de 'nieuwe economie' zijn vrijwel verdwenen. De sector van de ICT worstelt nationaal en internationaal met fiasco's en ontslagen. Het geloof in de privatisering kent afvalligen. De Amerikaanse 'boom' is toch geen godswonder. De beurzen beginnen wat te merken van de reële economie. In Nederland stagneert de economische groei bij een snel oplopende inflatie. De zorgen over de geringe stijging van de arbeidsproductiviteit nemen toe.

Daarna terug naar de acties. De vragen waarmee we zaten, buitelden over elkaar heen. Proberen bestuurders nog wat van de bond te maken? Wordt een economische teruggang verwacht en op de valreep nog wat binnengehaald? Zijn leden de loonmatiging zat en drijven ze hun bestuurders op? Doen werknemers en werkneemsters wat de bonden nalaten?

Vinden ondernemers het tijd worden grenzen aan te geven? Zoeken ze misschien een confrontatie? Anticiperen ze op een economische recessie? Heeft voor hen het polderoverleg zijn werk gedaan?

Tot een alles omvattende conclusie kwamen we niet. In elk van deze vragen school wel iets van een antwoord. Het meest voelden we voor de veronderstelling dat waar nog sprake is van vakbondsmacht binnen bedrijf of instelling, ondernemers meer willen dan de pacificatie van het poldermodel en de krachtsverhoudingen uittesten voor tot onderhandelingen wordt overgegaan. Die resterende vakbondsmacht moet aangetast worden, want het zou de komende tijd wel eens nodig kunnen zijn met de 'sociale partner' tot overeenstemming te komen over kwade zaken.

Een dag of veertien later kwamen we opnieuw bij elkaar. Bij de spoorwegen rommelde het nog stevig, verder hadden de cao's en ministeriële toezeggingen hun rustgevende werk gedaan. De acties waren los van elkaar en met veel voorzichtigheid gevoerd, over de behaalde resultaten bestond niet veel enthousiasme. Was er eigenlijk wel wat aan de hand? Had de coördinator arbeidsvoorwaarden van de FNV, Van der Kolk, gelijk? Voor de radio had hij geruststellende woorden gesproken. "Een hete zomer? Voor die vraag moet je bij het KNMI zijn. Het is niet anders dan in andere jaren." Hij toonde zich tevreden: "we hebben gekregen wat we hebben gevraagd." Toch bleek hij minder onschuldig dan hij voorwendde, want hij verdedigde zich met: "dat het nog niet tot een loon-prijsspiraal is gekomen, hebben ze [de ondernemers] aan ons te danken". (NRC Handelsblad, 2 juni 2001) Wat viel er te verdedigen? Moest aan ondernemers getoond worden wie het best zorgde voor stabiele sociaal-economische verhoudingen? Moet in dat licht de als 'onzedelijk' betitelde verrijking van ondernemers en hun managers gezien worden? Als jullie niet een beetje dimmen, kunnen wij geen verantwoorde loonontwikkeling garanderen. Achten bestuurders van de FNV, zo'n twintig jaar na het akkoord van Wassenaar, de tijd rijp voor een nieuw sociaal pact? En vinden ondernemers dat nog te vroeg en willen ze in navolging van de directie van de Nederlandse Spoorwegen eerst het nog lastige deel van het personeel een kopje kleiner maken?

Voor veel mensen breekt de vakantie aan en ons volgend nummer komt in september. Dat kan een mooie periode zijn om na te denken over antwoorden op de vele vragen die we ons gesteld hebben.

Redactie