nr. 101
mei 2001

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Verborgen en vergeten geschiedenis - lijst- en spiegelmakers

Vaklieden met een verguld randje

In een tweeluik geven we aandacht aan een bijzondere beroepsgroep: de lijst- en spiegelmakers. Ze vormden een kleine vakgroep in de Algemene Bond van Meubelmakers, Behangers en aanverwante vakgenoten. In dit nummer zien we ze optreden voor verbetering van hun arbeidsvoorwaarden en wordt het familiebedrijf Gonkel geïntroduceerd. Deze bijzondere lijstenfabriek, die gevestigd was in de Nieuwe Kerkstraat te Amsterdam, volgen we in het volgende nummer.

Kijk eens naar een oude meester uit de zeventiende eeuw, een Rembrandt of een Vermeer. We genieten van de afbeelding op het schilderij. Maar het doek krijgt reliëf door de omlijsting. En dan beseffen we dat het kunnen maken van een mooie, passende lijst een buitengewoon vak is. Het is in ons land een eeuwenoud ambacht. De lijstenmaker kon zich ontwikkelen tot een restaurateur van schilderijen en was soms zelf een verdienstelijk schilder. Zijn werkplaats werd ook wel atelier genoemd. Het maken van lijsten en spiegels ging in veel bedrijven samen. Het was een vak dat vaak van vader op zoon overging. Een bedrijf bleef soms generaties lang in dezelfde familie. Vanwege de fotografie en de sterk toegenomen vraag is het vervaardigen van lijsten tegenwoordig een massaproductie geworden. Lijsten zijn in de meest conventionele of creatieve vormen, materialen en kleuren te verkrijgen.

Stakingen

Met de industrialisering vanaf het eind van de negentiende eeuw veranderden de omstandigheden waaronder en de wijze waarop arbeiders dit vak uitoefenden. Er werkten meer mensen in een bepaalde ruimte en er ontstond een arbeidsdeling om de productie van lijsten en het tempo van het werk op te voeren. Deze veranderingen leidden tot arbeidsverhoudingen waarbij patroon en gezellen, meer dan voorheen ten tijde van bijvoorbeeld de gilden, tegenover elkaar kwamen te staan. De patroon wilde de kosten drukken. De arbeiders wensten een rechtvaardig loon voor de geleverde arbeidsprestatie, een redelijke behandeling en niet al te lange arbeidsdagen.

De eerste ons bekende staking van lijst- en spiegelmakers was bij het bedrijf De Atlas te Amsterdam in 1893. Deze onderneming was veruit de grootste in de branche. Uit onvrede over het loon legden de arbeiders het werk een korte tijd neer. Veel strijdervaring hadden ze nog niet. Na hervatting van het werk, werd hun woordvoerder Kuntz ontslagen. Vervolgens brak er een soort solidariteitsstaking uit. Daaraan namen veertien lijstenmakers deel. De overige 120 arbeiders keken toe. Na een dag was de staking voorbij.

Er zijn in totaal 25 stakingen bekend van deze beroepsgroep, waarvan 24 tussen 1893 en 1932, voornamelijk in Amsterdam. Daarnaast bij Munk te Arnhem in 1908. In Den Haag in 1919. In Leeuwarden in 1920 en 1929, beide keren bij A. van Hulzen. En bij de spiegelmakerij Ruis te Oosterhout in 1932. Na de Tweede Wereldoorlog is er slechts één keer gestaakt en wel te Gouda in 1947.

Wat opvalt, is dat er in jaren van economische crisis naar verhouding veel gestaakt werd. Lijst- en spiegelbedrijven zijn sterk conjunctuurgevoelig. Het gaat immers om een luxeproduct, waar consumenten en opdrachtgevers als op eerste op bezuinigen. Bij H. Nanninga te Amsterdam leggen negen arbeiders in 1921 het werk neer. Na 26 dagen wordt hun hoofdeis, de afsluiting van een cao, ingewilligd. Bij I. Mendels in de hoofdstad staken in 1926 veertien arbeiders 212 (!) dagen voor een loonsverhoging. Het resultaat wordt als geschikt beoordeeld. In 1929 moeten bij Van Hulsen te Leeuwarden vijftien stakers het na 117 dagen opgeven; de gewenste loonsverhoging blijft uit. Bij A.J. Heydenrijk te Amsterdam staken in 1931 dertig arbeiders 107 dagen tegen een loonsverlaging. In het verwante bedrijf Globe staken achttien arbeiders mee uit solidariteit. Het resultaat wordt als geschikt beschouwd. Bij de firma Ruis staken een jaar later twaalf arbeiders bijna een maand tegen het ontslag van een collega. Met succes.

Hard tegen hard

De lijst- en spiegelmakers vormden een kleine vakgroep van een paar honderd leden in de Algemene Nederlandse Bond van Meubelmakers, Behangers en aanverwante vakgenoten. Uit de jaarverslagen van de bond rijst het beeld van een bedrijfstak die zowel op de binnenlandse als de buitenlandse markt gericht is. De op de export georiënteerde bedrijven waren afhankelijk van de internationale toestand, hadden te kampen met buitenlandse concurrentie en met de gevolgen van de beide wereldoorlogen. Het was moeilijk om voor de daar werkzame vakgenoten de verhoging van de lonen in overeenstemming te houden met de stijging van de kosten van levensonderhoud. Bij de doorvoering van loonregelingen gold die van het meubelbedrijf als voorbeeld.

Bij het overleg dat vakbondsbestuurders met de werkgevers in de jaren twintig en dertig voerden, treft een aantal zaken. Begin jaren twintig waren er conflicten met firma's, zoals Heydenrijk te Amsterdam, die de verlenging van de arbeidsweek van 45 naar 48 uur doorvoerden zonder de drie uur extra loon uit te betalen. Soms ging het hard tegen hard. De hiervoor genoemde stakingen getuigen daarvan. NV De Standaard wist in 1921 van de minister toestemming te verkrijgen voor zelfs een 50-urige werkweek. Het weekloon ging echter niet omhoog. Het verzet van de bond baatte niet. De werkgever dreigde de fabriek stop te zetten. Het personeel moest het hoofd buigen. Ook waren er werkgevers, zoals Docters van Leeuwen en Van de Ende in Den Haag, die personeel ontsloegen, de normale werktijd verkortten en de lonen evenredig verlaagden. Afhankelijk van de krachtsverhoudingen slaagden de arbeiders en bonden erin bij deze patroons wat te bereiken. In crisistijd was dat veelal het terugdraaien van een deel van de voorgestelde of al ingevoerde verslechtering.

Het familiebedrijf Gonkel

Op zoek naar materiaal over de lijstenmakers beland ik afgelopen maart op een zondagmiddag bij Elisabeth Gonkel in de Watergraafsmeer. Zij is 88 jaar, schudt me de hand en fluistert me toe dat ze links is. Behalve van het lijstenmakersvak, waar ze van huis uit mee vertrouwd is, weet mevrouw Gonkel veel van het onderwijs. Begin jaren dertig begon ze haar loopbaan als kleuterleidster. "Het eerste jaar heb ik voor niks gewerkt. Iedereen moest dat." Ze is altijd lid geweest van de rooie onderwijsbond. Ze laat me haar speldjes van de Abop zien die ze kreeg toen ze 25 en 50 jaar lid was en het diamanten speldje van de AOb bij het 60-jarig lidmaatschap. Ze kijkt uit naar het robijnen speldje.

Midden jaren dertig is ze ooit vanuit Amsterdam naar de onderwijsvernieuwer Kees Boeke in Bilthoven gefietst voor een baan bij hem. Hij wilde haar wel in dienst nemen voor twintig gulden in de maand. Maar daar viel niet van te leven. Periodes voor de klas wisselde ze destijds af met werk in de lijstenfabriek van haar vader. Ze heeft nog bekende leerlingen op De Blauwe Reiger aan de Stadionkade onder haar hoede gehad, zoals als Xander den Uyl, Paul Römer en Johnny Kraaikamp jr.; en nog wel in dezelfde klas.

Elisabeth Gonkel vertelt en met haar nemen we een kijkje in de lijstenfabriek van haar familie. Dit bedrijf heeft bestaan tussen 1884 en 1967. In feite was het nog van veel oudere datum, maar dan onder de naam van Seegers. De werkplaats lag aanvankelijk in het woonhuis op de Lindengracht 125 in de Jordaan en later in de Nieuwe Kerkstraat 217 in Amsterdam. In de familie leeft de slogan: "Gonkel en Zonen. Hard werken, lage lonen". Mocht het al waar zijn, dan betreft het in ieder geval ook de kinderen van de eigenaar zelf. Al naar gelang de bedrijvigheid werkten er twee, drie personen, maar soms ook wel tien. Voorts waren er één of meer thuisarbeiders, de vergulders van de lijsten, verbonden aan deze fabriek.

Palingoproer

Voor zover we hebben kunnen vaststellen, is er nooit gestaakt. De geschiedenis van dit bedrijf is begonnen met Hillebrand Gonkel. Hij werkte eind jaren zeventig van de negentiende eeuw als hoefsmid. Op een ongelukkig moment kreeg Gonkel een trap van een paard en raakte zodanig aan zijn hand verminkt dat hij ander werk moest gaan zoeken. Hij werd lijstenmaker.

Hillebrand woonde aan de Lindengracht met de even nummers. Op een dag leerde hij de dochter van lijstenmakerspatroon Bram Seegers aan de overzijde van de Lindengracht kennen. Hij trouwde met Elisabeth Seegers en nam na verloop van tijd het bedrijf van zijn schoonvader over. In 1884 werd zoon Hillebrand jr. geboren. Hij is de vader van mijn gesprekspartner. Op zondag 25 juli 1886 werd vanuit de bovenste verdieping vanaf de gevel van de woning/annex bedrijf van Seegers een touw gespannen naar de overkant. In het midden werd een paling gehangen. De persoon die vanuit de boot de vis het eerst van zijn kop wist te trekken, had gewonnen. Aan dit eeuwenoude vermaak werd door de politie die dag een einde gemaakt. Er brak een opstand uit die als het Palingoproer bekend is geworden. Politieagenten en hele detachementen infanteristen en huzaren schoten de Jordaanbewoners van de door hen in de smalle stegen en straten opgeworpen barricades. Er vielen 26 doden en vele gewonden te betreuren. De beelden van dit oproer herinneren aan die van de zo wreed onderdrukte Commune te Parijs vijftien jaar daarvoor.

Omdat het Gonkel wat meer voor de wind ging, verhuisde hij van de Jordaan naar de Nieuwe Kerkstraat, ook in de binnenstad van Amsterdam. Daarover in nummer 102.

Harry Peer

Bronnen:
- S. van der Velden, Stakingen in Nederland. Arbeidersstrijd 1830-1995. CD-Rom. Amsterdam 2000.
- Jaarverslagen Algemeene Bond van Meubelmakers, Behangers en aanverwante vakgenoten, 1920-1924.
Foto: Lijstenfabriek familie Gonkel in de Nieuwe Kerkstraat 217 in Amsterdam (encadreurs zijn lijstenmakers)