nr. 101
mei 2001

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Buitenland - Internationale Vrouwenmars 2000

Tegen geweld en armoede

Op initiatief van de Fédération des Femmes du Quebec (FFQ) vond vorig jaar de vrouwenmars tegen geweld en armoede plaats. Na drie jaar lang oproepen aan vrouwenorganisaties in de hele wereld om in eigen land te mobiliseren, zag de FFQ tussen 8 maart en 17 oktober 2000 in 161 landen vrouwen in protest komen. Zo demonstreerden ze in Mauritius, Brazilië, Ivoorkust en Japan, woonden in Mexico-stad een concert ter ere van de vrouwenmars bij en overhandigden een eisenpakket aan de 'first lady' van Libanon. Ook de Verenigde Naties waren doelwit van het protest. Op de slotmanifestatie, 17 oktober in New York, boden 10.000 vrouwen zo'n vijf miljoen kaarten uit de hele wereld aan. De ondertekenaars eisten van de VN en haar lidorganisaties een einde te maken aan het geweld tegen vrouwen en aan de armoede waarin veel vrouwen leven. Bovendien kregen het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank te horen dat hun beleid de armoede bevordert.

Inmiddels zijn we een half jaar verder en kan de vraag gesteld worden wat deze vrouwenmars opgeleverd heeft. Is er een basis gelegd voor de voortzetting van het internationale vrouwenverzet tegen geweld en armoede?

De verschillen in positie van vrouwen in continenten, regio's en landen en de daarmee samenhangende verschillende uitwerking van de algemeen geformuleerde eisen, maken het moeilijk tot algemene conclusies te komen. Deelname aan de mars in Bolivia stelt ons echter in staat de ontwikkelingen in Nederland te vergelijken met die in dat Latijns Amerikaanse land.

Nederland, eye-opener

Een Nederlandse delegatie nam april 1999 deel aan een Europese conferentie in Parijs, waar onder de coördinatie van Franse vrouwenorganisaties gezamenlijke activiteiten werden voorbereid. Voorstellen om de Wereldhandelsorganisatie in Genève lastig te vallen, haalden het niet en uiteindelijk werd besloten tot een grote afsluitende demonstratie op 14 oktober 2000 in Brussel.

In Nederland was het de bedoeling elke maand in een provincie een activiteit te organiseren. Door budgettaire problemen is dat er niet van gekomen. Toch al geplande activiteiten werden onder de grote paraplu van de mondiale vrouwenmars bij elkaar gebracht: themadagen, forumdiscussies en een ontmoeting met vrouwen uit Indonesië. Bij die gelegenheden werd tevens gemobiliseerd voor de demonstratie in Brussel. Met als resultaat dat onder de 45.000 demonstranten zich meer dan 700 vrouwen (en een beperkt aantal mannen) uit Nederland bevonden.

Volgens Cindy Maatje, 'coördinator Nederland' en werkzaam bij de Vrouwenalliantie, zijn de algemene eisen in Nederland niet goed uitgewerkt. In de richting van de regering is er vrijwel geen actie gevoerd, bovendien is de pers nauwelijks bereikt. Toch heeft de vrouwenmars in ons land haar nut bewezen. Binnen vrouwenorganisaties is meer aandacht voor armoede en geweld gekomen. Cindy: "Ik heb gemerkt dat veel mensen denken dat onder vrouwen in Nederland geen armoede bestaat en dat een uitkering volstaat. Maar als je lang in de bijstand zit, kun je niets meer opvangen en duurt de vervanging van bijvoorbeeld een wasmachine jaren. Ook over huiselijk geweld is niet veel bekend. Gedacht wordt aan een blauw oog achter een zonnebril, maar er is veel meer aan de hand. Veel vrouwen verwachten snel weg te zijn wanneer zij in een gewelddadige relatie zouden zitten, maar in de praktijk blijkt dat veel moeilijker te liggen. Dat was een eye-opener. Als ik ergens een lezing had gehouden bij een nette damesclub, keken ze me aan het eind vaak met open mond aan."

Bolivia

Volgens Catharina Rodriguez van Colectiva Rebeldia in Santa Cruz hebben vrouwen in Bolivia het de laatste jaren steeds moeilijker gekregen. "Nogal wat vrouwen sterven bij de geboorte van hun eerste kind, velen hebben slecht toegang tot onderwijs, gezondheidszorg en politieke structuren en werken vaak op de informele markt waar ze kleding, fruit en eten verkopen. Vrijwel rechteloos is het voor hen zaak elke dag opnieuw te overleven. In de meerderheid van de gezinnen staat een vrouw aan het hoofd. Zij moet het geld bij elkaar krijgen, zodat de kinderen naar school kunnen, elke dag te eten hebben, gekleed zijn, enzovoort. Daaraan gaat haar hele inkomen op."

Ze legt uit hoe de Wereldbank en het IMF een liberaliseringsbeleid opleggen. Met de lokale omstandigheden wordt totaal geen rekening gehouden, centrale diensten worden geprivatiseerd en de situatie in het onderwijs is erbarmelijk. Tegen dit beleid en tegen de regering van president Banzer wordt regelmatig op grote schaal geprotesteerd. In april 2000 werd het water in een plattelandsgebied geprivatiseerd waardoor de prijs met 200 procent verhoogd werd. Maandenlange acties van vooral boeren leidden ertoe dat de stijging tot 25 procent werd teruggebracht. In september van hetzelfde jaar blokkeerden woedende boeren, onderwijzers en studenten de belangrijkste wegen van Bolivia om te protesteren tegen de gammele infrastructuur die het vervoer van producten naar de stad vrijwel onmogelijk maakt.

Vrouwen ondervinden geen hulp van de overheid. Ze kunnen kleine leningen afsluiten die echter in dollars moeten worden afgelost, terwijl op straat in bolivianos wordt betaald. Catharina acht het uitgesloten een vrije markt zonder overheidssteun tot stand te brengen. Vrouwen die op de informele markt hun kleine handel drijven, moeten concurreren met aanzienlijk goedkopere producten uit andere landen.

Om de aandacht te vestigen op de vrouwenmars ging Colectiva Rebeldia in september en oktober vorig jaar een paar dagen per week de straat op naar plekken waar veel vrouwen komen. Bijvoorbeeld naar de markten om met muziek en megafoon duidelijk te maken dat er meer vrouwen arm en slachtoffer van geweld zijn, dat ze met velen zijn en dat nu de tijd is gekomen om gezamenlijk te protesteren tegen het neoliberalisme van president Banzer. De groep was ook aanwezig op de calle Libertad. Daar verzamelen zich elke ochtend mensen in de hoop door ronselaars voor werk te worden uitgekozen. De meerderheid van de wachtenden is vrouw, zij dringen rond de auto's van de ronselaars en bieden zich aan voor een dag wassen, strijken of koken.

Met workshops en persconferenties in heel Bolivia leidden deze activiteiten van Colectiva Rebeldia ertoe dat op 17 oktober meer dan 2.000 vrouwen, gewapend met brood en rozen, in La Paz demonstreerden. Brood als symbool tegen armoede en rozen als symbool tegen geweld. Vergeleken met Nederland zijn er veel jonge vrouwen en mannen. Vrouwen zingen het lied van de vrouwenmars dat in het Frans, Engels en Spaans verkrijgbaar is en dansen op straat. Er zijn delegaties uit Ecuador, Mexico, Colombia, Paraguay, Brazilië en Argentinië die in het kort vertellen hoe de positie van vrouwen in hun land is. Ook in andere plaatsen in Bolivia vinden op dat moment vrouwenmarsen plaats.

Geen continuïteit

Zowel Catharina Rodriquez als Cindy Maatje zijn niet optimistisch over de toekomst van de vrouwenmars. Catharina is in het algemeen somber over de situatie in Bolivia. "Bij alle andere problemen maakt op dit moment de corruptie het praktisch onmogelijk iets van de grond te krijgen. We zijn ten einde raad." Cindy is sceptisch over een vervolg op de vrouwenmars. "De Vrouwenalliantie heeft geen menskracht hier verder aan te werken. Acties tegen geweld zijn geen kernactiviteit van ons en wat betreft de armoede richten we ons vooral op de economische zelfstandigheid van vrouwen." Het lijkt erop dat de vrouwenmars een zachte dood zal sterven. De Canadese vrouwengroep FFQ wil de coördinatie overdragen aan een andere organisatie. Cindy: "Ik heb geen idee wat ze wil overdragen. Helaas krijg ik op de verstuurde mails geen antwoord."

Zonde dat er bij alle inspanningen niet is nagedacht over hoe aan de internationale vrouwenmars een vervolg gegeven kan worden. De bedoelingen waren ongetwijfeld goed en in veel landen is heel wat tegen geweld en armoede in beweging gebracht, maar een continuïteit van organisatie en actie is er niet van gekomen.

Anne van Schaik
(Naar een feministisch Europa)

Brood en rozen, tegen armoede en geweld - foto Anne van Schaik