nr. 101
mei 2001

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Forumdebatten, 17 maart 2001, "Globalisering - kan het van onderop en hoe dan?"

Samen of voor elk wat wils

Naast het dubbeldikke nummer waren de forumdebatten in de Balie in Amsterdam van 17 maart het hoogtepunt van de activiteiten rond de verschijning van het honderdste nummer van Solidariteit. Een integrale weergave staat op band. Daaraan hebben we in dit artikel de passages ontleend die aan de ene kant verschillende visies op 'globalisering' laten zien en aan de andere kant een antwoord pogen te geven op de centrale vraag over het hoe en wat van 'globalisering van onderop'.

Ongeveer 130 mensen woonden de debatten bij. Hun commentaren waren, zoals te verwachten, divers. 'Jullie kunnen trots zijn dat je geheel op eigen kracht zo veel mensen bij elkaar brengt.' 'Twee forums achter elkaar was een lange zit.' 'Ik heb me geen moment verveeld.' 'Een verademing om nu een keer niet via de zaal de discussie alle kanten op te laten schieten.' 'Schande dat we onze mening niet konden geven.' 'Het eerste debat vond ik boeiend, het tweede te oppervlakkig.' 'Gelukkig was het tweede forum niet academisch en abstract.'

Dit verslag is selectief en probeert tegemoet aan deze uiteenlopende impressies.

Nieuwe dimensie

Het eerste debat werd gevoerd door Marianne Marchand, docent Internationale Betrekkingen Universiteit van Amsterdam; Servaas Storm, wetenschappelijk onderzoeker Economische Faculteit Erasmus Universiteit in Rotterdam; Paul Verbraeken, socioloog in Antwerpen; Robert Went, gastonderzoeker Economische Faculteit Universiteit van Amsterdam.

Paul gaf te kennen met het begrip 'globalisering' niet uit de voeten te kunnen. "De term is geconstrueerd door de rechterzijde. Met de beste wil van de wereld zie ik niet waarom de linkerzijde zich op het symbolisch veld van de tegenstander moet begeven. We kunnen met de klassieke begrippen van Marx, zoals internationalisering, centralisering en concentratie van kapitaal ook de concrete ontwikkelingen van de afgelopen twintig, dertig jaar concreet analyseren. Akkoord, we hebben niet eerder een periode gekend waarin onze maatschappij zo doordrongen is geweest van de kapitalistische productiewijze. Verticaal in alle sferen van het leven, horizontaal over de hele wereld. Moet ik dan over globalisering spreken of over internationale krachtsverhoudingen die voor links buitengewoon ongunstig zijn en het socialisme als alternatief voor het kapitalisme buiten de historische agenda plaatsen?"

Als auteur van "Grenzen aan de globalisering?" heeft Robert zich vaak bezondigd aan de door Paul genoemde 'overtredingen'. In zijn weerwoord gaf hij aan "er niet omheen te kunnen dat het kapitalisme, zoals dat zich sinds de jaren zeventig op wereldschaal ontplooit, een nieuwe dimensie kent. Namelijk de internationalisering van het productiekapitaal, dit als aanvulling op de 'oude' internationalisering van het handelskapitaal en het financieel kapitaal. Het blijft kapitalisme, maar de vorm die het aanneemt en de instituties die deze internationalisering faciliteren, betekenen veel voor je verzet tegen het kapitalisme en voor wat je daar tegenover wilt stellen. Bovendien is het heel goed zo'n begrip als globalisering kritisch te gebruiken, omdat de propagandisten zich bijvoorbeeld na Seattle en Praag grote zorgen maken over de kans dat de publieke opinie zich er tegen keert."

Met zijn omschrijving van globalisering als "internationalisering van handel en kapitaalstromen dat een marktgeleid proces is", trok Servaas zich niet veel aan van de stelling van Paul. Hij wees er op dat de technologische ontwikkeling van transport en communicatie de internationale verplaatsing van productie mogelijk heeft gemaakt en "dat de terugtredende overheid, die dus niet de leiding van het proces heeft, geen economische wetmatigheid inhoudt, zoals zo vaak gezegd wordt, maar een politieke beslissing. De redenering daarbij is dat de beslissingsbevoegdheid overgedragen moeten worden aan onafhankelijke organen van experts die zich alleen door kennis laten leiden. Maar het 'liberaliseer maar, globaliseer maar, dat is goed voor groei en welvaart' van bijvoorbeeld de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds, berust op een geloof en niet op degelijk onderzoek."

Marianne vindt de benadering van de andere forumleden te beperkt economisch. "Globalisering is een nieuw fenomeen dat naast en in wisselwerking met economische, ook sociale, politieke en culturele dimensies kent. Dat betekent dat lokaal, regionaal en mondiaal de ruimtelijke ordening gewijzigd is. In die zin dat wat op lokaal niveau gebeurt - bijvoorbeeld milieuvervuiling of acties van Nederlandse arbeiders - voortdurend gekoppeld is aan ontwikkelingen elders. En andersom. Zie het spandoek dat hier hangt: 'Boonstra pakt 16 miljoen en laat in Mexico het vuile werk doen'. Deze interacties hebben gevolgen voor de nationale staat die zeggenschap kwijtraakt, zowel naar boven, bijvoorbeeld Europa, als naar beneden door decentralisatie en verlies aan autoriteit. Ik zie de opkomst van een netwerkstaat die als een spin in een web tussen de verschillende niveaus probeert te coördineren."

Ruimte overheid

Het is, volgens Robert, juist de beoordeling van de positie van de staat die de laatste jaren in het debat over globalisering veranderd is. Aan het beeld van de 'verdampte' staat die geen enkele beleidsruimte meer zou hebben, is een einde gekomen. "Ik haal daarbij graag het bewijs van de andere kant. Bij de grote internationale organen zijn ze als de dood dat staten onder invloed van het verzet tegen globalisering zich niet meer volgzaam opstellen. Daar zien ze dus wel degelijk dat staten een eigen beleidsruimte hebben. Dit is bevestigd door landen als Chili en Maleisië die tijdelijk het kapitaalverkeer hebben gereguleerd, zelfs het IMF moest erkennen dat deze ingreep positief uitpakte. Dat op nationaal niveau een andere politiek mogelijk is, mag echter geen pleidooi inhouden voor een almachtige staat. Aan de ene kant moeten we veel meer nadenken over europeanisering of mondialisering, aan de andere kant zal het alternatief van een radicale democratisering uitgewerkt moeten worden."

Servaas sluit daarop aan door zich af te vragen waar de passieve overgave van de regering en grote groepen kiezers vandaan komt. "We moeten ons niet defaitistisch overgeven aan de wereldmarkt en alles opofferen aan de komst van buitenlandse investeerders. Dezen zijn geïnteresseerd in infrastructuur en opleidingsniveau en laten zich niet afschrikken door belastingen aan de grenzen. Maar dat is niet de enige vrijheidsgraad voor de Nederlandse overheid. Ze kan zich ook onttrekken aan de spiraal van scherpe internationale concurrentie die zou dwingen tot lagere prijzen die op hun beurt loonmatiging vereisen. Dat kan door prioriteit te geven aan technologische vernieuwingen die de arbeidsproductiviteit en de kwaliteit van de producten verbeteren. Dan integreer je op een eigenzinnige manier in de wereldeconomie."

Gemeenschappelijkheid

Zonder expliciet op Robert en Servaas in te gaan, brengt Paul het failliet van de keynesiaanse poging van de jaren zeventig in herinnering om de kapitalistische maatschappij te reguleren. "Ik zou gek zijn aan regressie in denken te doen door dat instrumentarium terug in het leven te roepen. Hoe schematisch het ook moge klinken, mijn opvatting is dat de staat het instrument is van de heersende klasse, namelijk de burgerij. Ze regeert niet permanent, delegeert deels aan politiek personeel en in situaties van crisis aan hervormers. Maar ook ik kan niet om de vaststelling heen dat van onderop nieuwe initiatieven genomen moeten worden. Alleen, als we op termijn willen komen tot een opgaande fase in de klassenstrijd, zullen de bewegingen van de laatste 25 jaar elkaar in een gemeenschappelijke grond moeten vinden rond een centrale as, namelijk de arbeidersklasse en haar organisaties."

"Ik denk toch dat ik een iets andere visie heb", laat Marianne verderop in het debat weten. "Nog meer dan vroeger hebben we te maken met een diverse en complexe maatschappij, waarin mensen zich niet alleen met de arbeidersklasse kunnen identificeren. Er zijn vele identiteiten. Hoe betrek je in die centrale as mensen die zich meer associëren met de milieubeweging, vrouwenbeweging, mensenrechtenbeweging, enzovoort? Hoe zie je daarin de diversiteit van de multiculturele samenleving? Juist in Seattle, maar ook al eerder, zagen we die bewegingen met behoud van identiteit bij elkaar komen, gericht op vraagstukken van sociale uitsluiting, gelijkheid, mensenrechten, democratisering, duurzaamheid en dergelijke. Ze formuleerden een brede agenda, dat is hun gemeenschappelijkheid."

Arbeidsmigratie

Het tweede forum bestond uit: Paul Andela, internationaal secretaris FNV Bondgenoten; Ida Dequeecker, actief in de vrouwenbeweging in België; Ewout Irrgang, fractiemedewerker Socialistische Partij in de Tweede Kamer; Kees Vendrik, lid Tweede Kamer voor GroenLinks.

In dit debat speelden de positie en toegang van migranten en vluchtelingen in Europa een belangrijke rol. Wat is het vraagstuk voor 'links'? Een ruimer toelatingsbeleid voor politieke vluchtelingen, of volstaat dat niet en gaat het om arbeidsmigratie? Kees is van mening dat het laatste het geval is. "Het is volstrekt duidelijk dat er in Europa op het gebied van culturele openheid naar de wereld om ons heen, sprake is van regressie. Dat klemt des te meer, omdat de migratiestromen aanzwellen. Mensen ontvluchten niet alleen het oorlogsgeweld, maar ook armoede en een bestaan zonder toekomst. Dat is een fundamenteel menselijk proces dat niet wegvalt met een reguleringsbeleid en ook niet gestopt wordt door hogere hekken aan de grenzen van Europa. De arbeidsmigratie is een realiteit en mensen hebben recht op werk en welvaart. Aan de ene kant vereist dat een ruimhartig toelatingsbeleid, aan de andere kant afspraken op Europees niveau. Hoeveel mensen kunnen toegelaten worden, in welk land en wie is daar verantwoordelijk voor?"

Ewout - daartoe uitgedaagd omdat de fractievoorzitter van zijn partij, Jan Marijnissen, volgens Kees geen behoefte zou hebben aan een debat in de Tweede Kamer over economische migratie - ziet niets in "een politiek van arbeidsmigratie. In de eerste plaats is dat voor de derde wereld geen oplossing voor de armoede, het zullen juist de mensen zijn met de meeste capaciteiten die naar ons toekomen. In de tweede plaats moeten we vaststellen dat we er na dertig jaar nog steeds niet in geslaagd zijn de integratie van eerdere migratiestromen goed te laten verlopen, met name uit Marokko en Turkije. Er is een verkeerde integratiepolitiek gevoerd, we hebben een enorme segregatie gekregen in werk, wonen en onderwijs. We moeten heel voorzichtig zijn om niet opnieuw dergelijke problemen te creëren. Het draagvlak onder de Nederlandse bevolking bestaat nog voor een groot deel, maar we moeten geen Belgische toestanden krijgen."

Voor de hand ligt dan de vraag aan Ida of in België sprake is van een ruimhartig toelatingsbeleid. "Het probleem is niet de open grenzen of dat er te veel migranten België zijn binnengekomen. Mensen zijn aan hun lot overgelaten, het enige dat van hen verwacht werd, was werken. Nu is er voor asielzoekers een zeer hard terugkeerbeleid, hetgeen illegaliteit en mensensmokkel oproept. Dat is het deeltje van het Fort Europa in Vlaanderen. Het debat van het Vlaams Blok is het algemene debat geworden. Vrijwel alle politieke partijen hebben zich daaraan bij de gemeenteraadsverkiezingen schuldig gemaakt. Vreemdelingen, veiligheid en vuiligheid zijn op één hoop gesmeten. Het alternatief is dat de hekken om Europa omlaag moeten en de grenzen open. Dat veronderstelt een radicale ommekeer in de maatschappij. Je kan zeggen die ommekeer 'zit op de maan', maar ik vind wel dat we dit moeten blijven bedenken. Daarbij is op de korte termijn genoeg te doen, bijvoorbeeld de strijd voor kiesrecht van migranten."

Paul spreekt in dit verband van een drieslag; activiteiten in eigen land, in Europa en op wereldschaal. "Mensen komen niet omdat ze het hier zo leuk vinden. Ze hebben in eigen land problemen van allerlei aard. Maar ook al verbeteren we onze immigratiepolitiek aanzienlijk, en dat is nodig, noch Nederland, noch de Europese Unie kan de hele wereld laten komen. Voor mij betekent dat drie dingen. In Nederland fatsoenlijk opvangen, rechten garanderen, enzovoort. In Europa tot gemeenschappelijke, minimale arbeidsvoorwaarden komen en sociale dumping tegengaan. Wereldwijd de verworvenheden van Europa, zoals de erkende positie van de vakbeweging en de medezeggenschap, als breekijzer gebruiken. Multinationals als Philips, Akzo Nobel en Unilever voeren een mondiaal beleid en dat zullen wij dus ook moeten doen. Bijvoorbeeld de coördinatie van de cao over de grenzen heen, steun aan 'fair trade' met keurmerken, solidariteitsacties, enzovoort."

Internationaal

Het laatste uur van het debat brak aan en het werd tijd meer zicht te krijgen op wat we 'globalisering van onderop' genoemd hebben. De acties in Seattle en Praag werden ook in dit tweede forumdebat als lichtende voorbeelden genoemd. Ewout maakte echter een kanttekening. "Kijk je naar de wereldwijde mobilisatie van deze acties, dan zijn aantallen van 30.000 niet hoog. Niet iedereen is in staat dat soort reizen te maken. De strijd moet dus ook op het nationaal vlak plaatsvinden, bovendien is het potentieel dan veel groter. En laten we wel bedenken dat het de nationale overheden zijn die over het beleid van de Wereldhandelsorganisatie enzovoort beslissen."

Voor Ida is globalisering van onderop gelijk aan internationale solidariteit die uiteraard georganiseerd dient te worden. De vrouwenbeweging beschouwt zij als een bij uitstek internationale beweging. "Het probleem van dit moment is echter dat vrouweneisen op zichzelf staande eisen zijn geworden. Ze zijn losgemaakt van een visie die een grondige transformatie van de maatschappij voorstaat. In België, maar waarschijnlijk ook in andere landen, hebben we dat gezien bij de wereldvrouwenmars tegen armoede en geweld. Een verschrikkelijke mikmak van eisen, voor elk wat wils. De aard van het feminisme is veranderd, in plaats van een collectief is het een individueel proces geworden."

"Misschien is de tijd van de grote, collectieve verhalen voorbij", is de reactie van Kees, "en gaat het nu over kleine verhalen. Over eerlijke handel, over lokale initiatieven, over maatschappelijk verantwoord ondernemen van afzonderlijke bedrijven. En is Seattle in werkelijkheid een verzameling van kleine verhalen, zonder een alles dekkende slogan. Er is een groeiende groep bedrijven die naar meer kijkt dan alleen het rendement. Daar spelen vragen als: hoe wordt omgegaan met de werknemers, met zeggenschap, met kinderarbeid, met milieu, kortom de hele linkse agenda. Zonder het neoliberalisme te vergeten, liggen hier aangrijpingspunten voor links."

De voorbeelden die Kees noemt, leven ook in de (internationale) vakbeweging. Paul vindt het voor een strategie van globalisering van onderop wel noodzakelijk twee voorwaarden te stellen. "Wanneer je in India of Pakistan met de eis tegen kinderarbeid komt en je doet vervolgens niets aan de positie van de gezinnen, is dat een loze eis. We kunnen de mooiste bedrijfscodes afsluiten, maar de arbeiders in het bedrijf zullen er rechten aan moeten ontlenen, anders blijft het papier. Waar het mij om gaat, is dat de basis voor het internationaal vakbondswerk in de bedrijven ligt. Bij elke onderhandeling met Europese werkgevers vraag ik me af hoe die de mensen zelf druk uit kunnen oefenen."

Na het monnikenwerk van Frans Geraedts, Roland Siebe en Jan Willem Stutje nog eens dankbaar doorgelezen te hebben, is minimaal één onderwerp geheel buiten beschouwing gebleven, de Tobin-tax. Andere onderwerpen, zoals het maatschappelijk ondernemen, zijn slechts aangeroerd. In de volgende nummers van Solidariteit zullen we daar apart aandacht aan besteden.

Hans Boot

Teksten bij foto's (nog niet op de webstek)
Het eerste forum, van links naar rechts: Servaas Storm, Robert Went, de voorzitter, Paul Verbraeken en Marianne Marchand - foto Francis Hutjens
Boonstra pakt 16 miljoen en laat in Mexico het vuile werk doen - foto Francis Hutjens
Het tweede forum, van links naar rechts Paul Andela, Kees Vendrik, de voorzitter, Ida Dequeecker en Ewout Irrgang - foto Francis Hutjens