nr. 101
mei 2001

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Recht en Arbeid - rechters over stakingen bij NS

Glazen bol

Twee keer moest in het conflict bij de Nederlandse Spoorwegen een president van een rechtbank zich buigen over de vraag van een buitenstaander of werknemers tegen hun directie mochten staken. Eerst in Zutphen, 20 maart, daarna in Utrecht, 31 maart 2001. Personeel en directie van NS hebben ruzie, een derde vindt dat maar lastig en wil dat ze stoppen.

In het Europees Sociaal Handvest is het stakingsrecht erkend. Zoals echter met ieder burgerlijk grondrecht is ook dit recht beperkt. Zo moeten partijen zich aan spelregels houden. Eerst praten, komen partijen er echt niet uit, dan pas mag gestaakt worden. Tijdens de onderhandelingen even staken om te laten zien hoe de verhoudingen zijn, is er dus niet bij. Staken om te laten zien wie eigenlijk de baas is, mag ook niet. Een solidariteitsstaking, zoals bijvoorbeeld op 25 februari 1942 of de spoorwegstaking van 1943, dat mag ook niet. Staken mag alleen als partijen er na uitvoerige onderhandelingen niet uitkomen.

Willekeur

Als tweede beperkingsgrond geldt de schade die buitenstaanders kunnen leiden vanwege de staking. De typisch burgerlijke beperking dat stakers zich aan de burgerlijke spelregels houden, valt nog te volgen, maar met de tweede beperking wordt de toets erg willekeurig. Zo is al eens beslist dat de buschauffeurs in het streekvervoer wel mochten staken, maar niet tijdens de spits. Vanwege de grote maatschappelijke, ontwrichtende werking was staken alleen toegestaan tussen 10.00 en 15.00 uur. Welke schade is te veel? In dit geval liet de president de belangen van de werkgevers, die graag willen dat hun werknemers op hun werk verschijnen, zwaar wegen. Maar de rechter had natuurlijk ook kunnen vinden dat het vooral de gehandicapten zijn die buiten de spits gebruik moeten maken van het streekvervoer en dus er belang bij hebben dat juist tussen 10.00 en 15.00 uur de bus rijdt.

Welke schade moet voor lief genomen worden? Het valt nauwelijks precies aan te geven. In ieder geval betekent dit criterium voor heel veel beroepsgroepen dat staken juridisch wel mag, maar dat het onvoorspelbaar is wat wel en niet volgens de burgerlijke rechter kan. Zo hebben we dus het belang van de ongestoorde spits, maar ook de patiënt die op de wachtlijst staat, de buurt die het vuil van de stoep wil en de scholier die mobiel wil bellen ...

Buitenstaander

In Zutphen en Utrecht hadden we te maken met de schadelijdende derde (de reiziger) die graag van A naar B wil en vindt dat de werknemers daarvoor horen te zorgen. Maar over dat reizigersbelang kan verschillend gedacht worden. Het reizigerscollectief sprong ertussen en hield het andere verhaal.

Er is eigenlijk geen juridische regel op grond waarvan de vraag beantwoord kan worden welke stakingen te ver gaan. De één zal zeggen dat reizigers belang hebben bij werknemers die het naar hun zin hebben. Een ander bedenkt dat conducteurs en machinisten de opdrachten van hun baas moeten uitvoeren en dat het hoog tijd wordt de macht van machinisten te breken.

In Zutphen ging het helemaal vreemd. Werknemers en werkgever zijn dus aan spelregels gehouden. Maar het bijzondere van spelregels is dat anderen die niet meespelen, zich er niet mee moeten bemoeien. Het spel hoeft immers niet door iedereen op dezelfde manier gespeeld te worden. Het is onzin dat een Rotterdammer tegen vier klaverjassers in Amsterdam zegt dat ze het spel verkeerd spelen. Want zolang die vier elkaar maar begrijpen, hoeven ze zich niet te houden aan de Rotterdamse regels. De Zutphense president zag dat anders en vond dat het personeel zich aan 'de' spelregels moest houden. Spelregels waarvan een buitenstaander riep dat de twee partijen (personeel en directie) zich er niet aan hielden.

De president stelde echter: "Zolang het nog zinvol is te onderhandelen, is het grijpen naar het middel van staking voorbarig." Volgens hem was er nog ruimte te onderhandelen en was het niet onaannemelijk dat de directie nog terug kon komen op het voornemen het nieuwe dienstrooster op10 juni in te voeren. Inmiddels weten we dat de president op deze punten de plank volkomen missloeg. De directie wilde helemaal niet onderhandelen en stelde dat 10 juni een absolute deadline was.

De president kon deze misser maken, omdat de ondernemer - NS - in dit geding ontbrak. Hij bedacht maar wat. De spelregels zijn bedoeld voor de spelers en hebben geen algemene waarde. Een buitenstaander kan dan ook niet bepalen of de regels gehandhaafd moeten worden.

Tip: Aan welke spelregels moeten stakende werknemers zich houden, met welke belangen van schadelijdende buitenstaanders hebben ze rekening te houden? Wie vooraf deze glazen bol kent, mag het zeggen. Het is een kwestie van gewoon doen.

Pim Fischer

Op 8 mei 2001 heeft de kantonrechter vonnis gewezen. Maar welk weten we zelfs op 14 mei nog niet. Het ligt op een stapel, maar welke? In nummer 102 zullen we verslag doen en commentaar geven. Wie zo lang niet kan wachten: http://www.solidariteit.nl