nr. 101
mei 2001

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Congres FNV, 12 en 13 juni 2001

FNV afdelingen opheffen? - Ammenooitniet

Het zal je maar gebeuren. Je hebt een goed draaiende organisatie, werkt samen in een goede sfeer aan een gemeenschappelijke zaak en hebt een achterban die via vertegenwoordigers in die organisatie invloed heeft. Het werk is geleidelijk opgebouwd en uitgebouwd. Daarbij is een groot netwerk gevormd van contacten met pers, overheid en maatschappelijk middenveld. Je hebt invloed gekregen vanuit zorgvuldig ontwikkelde inzichten en standpunten. Elk jaar maak je een goed doortimmerd werkplan en een daarop gebaseerde begroting die minimaal is dankzij de vrijwillige inzet van velen. En dan hoor je plotseling dat je organisatie opgeheven gaat worden. En dat je dat maar moet slikken. Daarbij word je opzijgeschoven, geminacht en betutteld.

Dit is geen verhaal van honderd jaar geleden, ook niet uit het bedrijfsleven. Nee, het betreft de vakbeweging anno nu. Waarbij tientallen goed functionerende FNV afdelingen het slachtoffer worden van de politiek van de leiding van de bonden. En waar de leiding haar macht uitoefent, dreigt het gezamenlijke gedachtegoed van de bonden overboord gegooid te worden. Dat veel kaderleden er hun buik vol van hebben en weglopen, deert die leiding niet. Dat intern het imago van de bond tot het nulpunt is gedaald, ook niet.

Lichtbeelden

Zo'n twee jaar geleden werd de eerste aanval ingezet op de FNV afdelingen. "Vernieuwing kaderwerk" heette het. Zorgvuldig geïnstrueerde en voorgeprogrammeerde regiobestuurders van de FNV kwamen de sociologische boodschap van de nieuwe tijd uitdragen. Afdelingen zijn maar niets, daar wordt veel te veel vergaderd. Nee, er moesten werkgroepen komen. En liefst van korte duur. Ergens in een denktank was verzonnen dat het moderne kaderlid alleen nog maar geïnteresseerd is in snelle activiteiten. Een kortzichtige redenering vanuit een negatieve gedachtegang, zonder zicht op of zelfs maar de wil om kennis te nemen van de positieve resultaten binnen het werk. Nee, het was geen bezuiniging, zei men. Nee, je mag er niet zelf over beslissen, dat doen de bonden, zei men. Dus weg met de FNV afdelingen, weg met de ervaring, weg met de opgebouwde netwerken. Alle protesten tijdens deze bijeenkomsten werden weg gefilterd door een zorgvuldig in scène gezette enquête, waarin men al uitging van de eigen redenering. Het is dan ook niet gek dat de bezoekers van de vergaderingen na de rapportage het gevoel hadden bij een andere bijeenkomst te zijn geweest.

Gewapend met het rapport gingen de regiobestuurders in april 2000 het land in met lichtbeelden over de uitwerking van de plannen. Zoals in Delft voor de afdelingen in Zuid-Holland. Werkgroepen zouden de werkplannen van de regiobestuurders moeten gaan uitvoeren. Bezwaren over de verspilling van bestaand werk, afhaken van kaderleden, verdwijnen van de vakbondsdemocratie en de samenhang binnen het FNV werk werden weggewuifd. De vragenstellers werden door de bestuurders zelfs op een vernederende wijze behandeld. Dit was voor de aanwezige leden van de FNV Rotterdam een reden om hun bestuur voor te stellen het vertrouwen in de regiobestuurders voorlopig op te zeggen. In Solidariteit 97 (juni 2000) staat onder de kop "Opheffen? - Ammenooitniet" een verslag van een confrontatie tussen de FNV Rotterdam en de betreffende bestuurders.

Brede steun

Een bemiddelingspoging van Aad Regeer, landelijk secretaris van de FNV, op 25 januari jongstleden liep ook uit op een confrontatie. Met dit verschil dat de FNV Rotterdam, wijzend op de nog niet gewijzigde statuten van de FNV, het voor elkaar kreeg om minimaal tot het congres in juni 2001 te blijven bestaan en daarvoor gefinancierd te worden. Dit was het teken om het tegenoffensief te beginnen. De actie "FNV afdelingen opheffen AMMENOOITNIET" werd in Rotterdam gestart. Na de eerste publicaties meldde spontaan een vijftiental al dan niet opgeheven FNV afdelingen zich aan die dezelfde problemen hadden ondervonden als de FNV Rotterdam. Aangeraden werd in navolging van Rotterdam een werkplan en een begroting voor het hele jaar 2001 in te dienen bij Regeer en de regiobestuurder en om geld te eisen. Een probleem was dat de regiobestuurders weigerden de adressen van de afdelingen te verstrekken. Dat kon niet verhinderen dat in Utrecht op 21 maart het landelijk comité "FNV afdelingen opheffen AMMENOOITNIET" werd opgericht. Zie voor uitgebreide informatie op het internet: http://home.trouwweb.nl/ammenooitniet

Het comité voert zijn actie hoofdzakelijk via internet om de nog beschikbare gelden te sparen voor het gewone vakbondswerk. Onderdeel is een e-mail bombardement van de secretarissen van de bonden. Het eerste resultaat is bereikt. Op voorspraak van de tweede voorzitter van de FNV Rotterdam heeft de AbvaKabo Rotterdam het via de bondsraad voor elkaar gekregen dat het hoofdbestuur op het FNV congres een motie indient om "goed functionerende FNV afdelingen te laten voortbestaan". Ook de reactie van KIEM FNV is positief, deze bond volgt de wijsheid 'geen oude schoenen weggooien voor er nieuwe zijn'. Andere acties, zoals de benadering van de AOb, zijn in gang gezet of worden binnenkort uitgevoerd. Evenals de vergroting van het draagvlak in het land en de benadering van de bondsraden en de congresafgevaardigden. Acties naar FNV Bondgenoten worden bemoeilijkt, omdat blijkens de bezuinigingsvoorstellen van het bondsbestuur de gehele FNV tot de helft moet worden ingekrompen. Een idioot voorstel, zeker in relatie met het motto van het FNV congres "Samen doen, wat samen kan".

Congresmotie

Het comité heeft een ontwerpmotie opgesteld. Daarin staat bij de overwegingen een aantal criteria vermeld waaraan het goed functioneren van een afdeling getest kan worden. Door te voldoen aan een viertal voorwaarden kan een FNV afdeling maatschappelijk aanzien verwerven en die lokale of regionale functies vervullen die bij de belangrijkste sociale organisatie van Nederland passen. Voor de bonden wacht de taak de motie op te pakken en op het congres in te dienen. In ieder geval zal het comité tien minuten spreektijd vragen.

"De Federatie Nederlandse Vakbeweging bijeen op haar congres van 16 en 17 juni 2001, overwegende dat:

  • Goed functionerende FNV afdelingen van belang zijn voor ledenwerving en ledenbehoud van de aangesloten bonden.
  • Goed functionerende afdelingen van de FNV een interprofessionele interactie tot stand kunnen brengen, dwars door de bonden heen, via direct contact en het organiseren van bijeenkomsten met als doel inzichtelijkheid van de rol van de vakbeweging binnen de lokale en bovenlokale economie.
  • Deze afdelingen met hun aanwezig netwerk en ervaring de niet bedrijfsgebonden belangen van de leden van de bonden op gebied van werkgelegenheid, inkomen, leefbaarheid en duurzaamheid op een effectieve wijze kunnen behartigen binnen de lokale samenleving en bij de lokale overheid.
  • Dat daarbij de FNV afdeling zich kan representeren als de grootste maatschappelijke organisatie met een visie die breder is dan welke afzonderlijke politieke partij dan ook.
  • Dat een goed functionerende FNV afdeling daarbij direct zijn basis vindt in de lokale samenleving, waarvan de leden een representatieve vertegenwoordiging vormen.
  • Dat die afdeling haar eigen plannen over werk, inkomen en leefbaarheid als basis kunnen gebruiken voor beïnvloeding van de lokale politieke besluitvorming, mits die plannen via een democratische besluitvorming vanuit de leden van de bonden tot stand is gebracht.
  • En dat die afdeling de beleidsvoornemens van de lokale overheid kritisch en door de tijd heen kan volgen, op inhoud, kwaliteit en kwantiteit.
  • Dat deze afdelingen een belangrijke plaats kunnen innemen bij lokale uitkerings- en reïntegratieorganisaties voor leden van de bonden met een uitkering.
  • Dat bij een afdeling die zich geruime tijd daarmee bezighoudt ideeën ontwikkeld kunnen worden voor verbetering van de lokale en bovenlokale economische infrastructuur.
  • Dat goede afdelingen gezamenlijk een basis, een referentiekader en een kweekvijver kunnen zijn voor ideeën die de landelijke FNV kan gebruiken bij haar beïnvloeding van het beleid van de rijksoverheid.
  • Dat afdelingen het historisch fundament vormen van 131 jaar nationale vakbeweging via de oprichting van bestuurdersbonden vanaf 1870.

besluit om de goed functionerende of tot voor kort goed functionerende afdelingen van de Federatie Nederlandse Vakbeweging voort te laten bestaan onder vier voorwaarden:

  1. Met democratie van onderop, dat betekent verantwoording naar de plaatselijke afdelingen van de bonden, met name in de grotere steden en de economische regio's. Hetgeen een legitieme vertegenwoordiging naar de gemeentelijke overheid en andere lokale organisaties inhoudt.

  2. Dat de continuïteit van het afdelingswerk over meerdere jaren gewaarborgd wordt. Continuïteit in de gelegde contacten en continuïteit in externe vertegenwoordigingen. En dat daarbij de ontwikkelde ervaringen als basis voor voortdurende kwaliteitsontwikkeling worden gebruikt.

  3. Dat de afdeling lokale beleidsimpulsen ontwikkelt. Waarbij een autonoom werkplan binnen de algemene beleidskaders van de FNV uitgangspunt is. Waarbij eigen vernieuwende initiatieven, lokaal gedragen door de aangesloten leden van de bonden voor ledenbehoud en ledenwerving kunnen zorgdragen.

  4. Dat daarbij de afdeling een eigen begroting indient. En dat er tijdige afdrachten vooraf vanuit de landelijke FNV plaatsvinden. En dat er serieuze aanspreekpunten komen bij mogelijke problemen van de FNV afdeling met andere organen van de federatie.

en gaat over tot de orde van de dag."

Het kan toch niet zo zijn dat 131 jaar democratisch lokaal vakbondswerk door een sociologische dwaling verdwijnt (de FNV Rotterdam bestaat sedert 13 maart 1870). AMMENOOITNIET eist rechtvaardigheid van het FNV congres. Goed functionerende afdelingen willen hun werk voortzetten en uitbouwen. En de komende jaren verschoond blijven van reorganisaties die het werk alleen maar negatief beïnvloeden.

Hans Goosen
(voorzitter FNV afdeling Rotterdam)