nr. 1
mei 1983

welkom
edities
inhoud

Solidariteit

Redaktioneel

Inleveren kan niet meer.

In de winter van 1981/82 stierven in Engeland (vooral oude) mensen van kou of van honger. Ze hadden de keus gehad tussen brood kopen of brandstof. Zich beide verschaffen konden zij niet met het inkomen dat zij hadden. De absurde waanzin van het kapitalisme. Er waren immers wel miljarden om een zinloze oorlog te voeren om de Falkland-eilanden. En de rijken leefden even zelfzuchtig voort als voordien. Het is mogelijk dat zulke berichten aan deze kant van Het Kanaal toen weinig indruk maakten. In Engeland was het immers altijd al een rotzooitje, met al dat gestaak en zo. Hier hadden we natuurhijk ook toen al werkloosheid en 'moest er bezuinigd worden', maar èchte armoede... nee, dat bestond toch eigenlijk niet. Of liever, daarover geen woord op de voorpagina's of in de aktualiteitenrubrieken.

Verpaupering

Intussen is ook hier de verarming zo ver doorgewoekerd dat er ook in de pers aandacht aan wordt besteed. Eerst kregen we de verhalen over mensen die tot aan of over hun nek in de schulden zitten. Nou ja, dat was toch in de meeste gevallen hun eigen schuld. Hadden ze maar geen leren bankstellen of videorecorders moeten kopen of huizén met een onbetaalbare hypotheek. Hoewel, als al die mensen nou 'ns niet op de lat gekocht hadden was de markt al veel eerder ingestort. Ja, maar dat is een héél andere zaak...

Wat nu, zij het aarzelend, naar boven komt is dé 'echte armoede', die in een aantal gevallen omslaat in verpaupering. NRC/Handelsblad van 19 februari jl. wijdt een hele pagina van het zaterdags bijvoegsel aan 'Het verkillend effect van de hoge energietarieven'. Nu zullen de meeste slachtoffers van dat effekt die kwaliteitskrant wel niet lezen, de ellende die je eruit tegemoet slaat is er niet minder om.

Het aantal zogeheten regelingen dat het Rotterdamse GEB met klanten treft, is opgelopen van een kleine 10.000 in 1981 tot 16.000 in 1982 en de stijging lijkt dit jaar krachtig door te zetten. In Amsterdam vinden jaarlijks 5.000 afsluitingen plaats, in Rotterdam een kleine 4.000. De vereniging van gasbedrijven in Nederland, VEGIN, schat het aantal afsluitingen op 15.000 per jaar met een gemiddelde tijdsduur van twee dagen per geval. Nu zijn die cijfers enigszins bedrieglijk. Een niet gering aantal mensen komt meerdere malen in deze statistiek. Nadat het energiebedrijf een 'regeling' met hen getroffen heeft, komen ze al spoedig weer in dezelfde problemen. Hun inkomen is immers niet toereikend om en voedsel, kleding en dergelijke te kopen en de gas- en elektrarekening te betalen. Die keus volt in een groot aantal gevallen in het nadeel van de laatste uit. Dat is begrijpelijk.

Sommigen zullen zeggen: 'Eigen schuld, dikke bult', moet je maar beter met je geld omgaan. Meestal zijn dat degenen met een komfortabel inkomen - die er 'warmpjes bij zitten' zou je kunnen zeggen. Aan de onderkant van de maatschappelijke ladder kijk je daar anders tegenaan.

De aardgasprijs bedraagt sinds 1 januari jl. 58,6 cent per kubieke meter. Dat is al een heleboel, maar er zijn nog andere faktoren in het spel. Wie weinig verdient of een minimumuitkering krijgt, vaak van oudsher tot de 'sociaal zwakken' behoort, woont meestal ook in oude, tochtige rothuizen die slecht geïsoleerd zijn. Ze betalen daardoor niet alleen een (veel te) hoge m3-prijs, ze moeten ook veel meer verstoken dan zij die in een goed geïsoleerde woning huizen. Een ongeluk komt zelden alleen.

Weloverwogen strategie

Waarom is het aardgas zo duur? De kostprijs is - en dan nog geflatteerd - hooguit 20 cent per m3. De rest is verkapte belasting. Die drukt oneindig veel zwaarder op de lagere inkomens dan op de hoge. Uit die verkapte belasting worden onder meer de miljarden gehaald die de regering ongekontroleerd in het bedrijfsleven pompt. Ook zo gezien betalen de armen de gouden handdruk van meneer Stikker.

Dat alles is een schreeuwende illustratie van het feit dat de regering - in innige samenwerking met de ondernemers - er alles aan doet om de mensen met de laagste inkomens het hardst aan te pakken. Dat versterkt het vermoeden dat we hier niet te maken hebben met een 'bijverschijnsel' van de krisisaanpak, maar met een weloverwogen strategie. In ieder geval maakt zo'n strategie het mogelijk de rijken zonder al te veel schade door de krisis te loodsen. De hoogste inkomens gaan er bij de regeringsmaatregelen zelfs op vooruit. Maar tevens is de verarming aan de onderkant van de maatschappij een middel om de (nog) werkenden af te houden van de strijd voor de verdediging van hun levenspeil en hun arbeidsplaatsen. Dat middel blijkt ook steeds doeltreffender. Er is een groeiende opvatting dat je maar beter je mond kunt houden en een feitelijke loonsverlaging stikken dan na verloop van tijd in de bijstand terecht te komen. De vraag is of je met die opvatting zoveel verder komt. Maar at te vaak (steeds vaker) gaan bedrijven toch op de fles of krimpen drastisch in, juist ná een inlever-operatie. Maar dat bij velen de angst er diep in zit is duidelijk.

Financieringstekort als rookgordijn

De bezuinigingsoperaties, die voor een groot deel oorzaak zijn van het huidige verval van de verzorgingsstaat, worden gerechtvaardigd door met veel ophef te verwijzen naar het voortdurend oplopen van het begrotingstekort van de overheid. Daarbij hoort gekibbel over de vraag of de hoogte van het financieringstekort al dan niet 'verantwoord' is. Dat gekibbel is echter volstrekt akademisch. Dat wordt onder andere aangetoond door het recente rapport van de Organisatie voor Ekonomische Samenwerking en Ontwikkeling, OESO. Volgens dat rapport heeft Nederland, de verborgen werkloosheid meegerekend, het hoogste werkloosheidspercentage van de geïndustrialiseerde landen. In het rapport wordt ook toegegeven dat het afnemen van de binnenlandse bestedingen - een direkt gevolg van de loon- en uitkeringspolitiek - tot verergering van de ekonomische problemen leidt. Niettemin voelt men ook bij de OESO niets voor het stimuleren van de ekonomie, bijvoorbeeld door het opvoeren van de overheidsuitgaven. Daardoor zou, zegt men, het financieringstekort toenemen. Zo draait men in een kringetje rond - een neerwaartse spiraal waar geen van die knappe bollen iets aan schijnt te kunnen doen. De zaak wordt echter regelrecht ongeloofwaardig als gezegd wordt dat verschillende Nederlandse regeringen at geruime tijd de politieke doelstellingen gevolgd hebben, zoals die nu weer door de OESO warden aanbevolen, maar dat de resultaten toch niet bevredigend zijn. Met andere woorden, het medicijn werkt niet, heeft zelfs dodelijke bijwerkingen en dus doorgaan met de toediening ervan. Zou een arts zo handelen op zijn terrein dan liep hij ernstig risiko voor de medische tuchtraad gesleept te worden.

Volgens ons is at dat gekibbel over de hoogte van het financieringstekort niets anders dan een rookgordijn. De heren 'deskundigen' geloven er immers zelf niet in! Waar dat rookgordijn toe moet dienen is niet moeilijk te raden. Ook uit allerlei andere overheids- en ondernemerseisen valt duidelijk op te maken dat de arbeidersklasse en haar organisaties het voornaamste doelwit zijn. Die hebben in de jaren zestig en de éérste jaren zeventig veel te veel babbels gekregen - dat wit zeggen in de ogen van de ondernemers en hun politieke en professorale stippendragers. De looneisen der arbeiders knabbelden teveel af van de meerwaarde die de ondernemers zich uit hun arbeid konden toeëigenen. Dat moet nou maar 'ns uit wezen. De krisis is een uitgelezen middel om dat voor elkaar te krijgen. Dat is des poedels kern en alle diskussies over de vraag of het regeringsbeleid de inkomens en daarmee de bestedingen en betastingopbrengsten zozeer terugbrengt dat het financieringstekort nog verder oploopt in plaats van te dalen is Spielerei voor financieelekonomische techneuten. De heren en dames aan het roer laat het ijskoud.

Nieuwe aanval op uitkeringen

Wat hen wèl interesseert, zien we uit de plannen van staatssekretaris De Graaf - net als zijn illustere ambtsvoorganger Roolvink een ex-CNV-bestuurder. Volgens die plannen moeten de uitkeringen, in ieder geval die boven het minimumnivo, 5 procent omlaag. Die verlaging zou per 1 januari moeten ingaan, maar 1 juli is óók een mogelijkheid. De minister van financiën wil dat de overheidsdienaren er met 3 procent op achteruit gaan, ook per 1 juli.

De bewindsman van 'sociale' zaken stuurt de WAO-ers na zes jaar naar de AAW. Die geeft namelijk, bij volledige arbeidsongeschiktheid, zeventig procent van het minimumloon. En verder moet ook dat minimumloon zelf omlaag en wordt er gedacht over maatregelen om over de hele linie een loonsverlaging af te dwingen, ontwikkelt men plannen die het ziekenfonds en de medische verzorging voor de laagstbetaalden onbereikbaar dreigen te maken en moeten de minimumjeugdlonen met 10% omlaag. Wat dat alles aan verarming en verpaupering gaat betekenen, valt slechts bij benadering te schatten.

FNV en CNV hebben intussen aangekondigd dat zij zich fel tegen deze kabinetsplannen zullen verzetten. Dat is ook wel de hoogste tijd. In de eerste plaats wordt geleidelijk aan (overigens steeds minder geleidelijk!) ons alles afgenomen wat we sinds 1945 met zware offers verworven hebben. Het voortbestaan van de vakbeweging als zodanig komt steeds meer op het spel te staan. Toch is het nog allerminst duidelijk hoe de leidingen van die vakcentrales hun aanhang massaal denken te mobiliseren. De tijd van de grote demonstraties met aan het slot een gloedvolle rede van een voorzitter en dan braaf naar huis is definitief voorbij. De onderkin van Van Aardenne bibbert daar niet eens van.

Intussen zijn er in de grote steden stadswijken waar de meerderheid van de mensen van een bijstandsuitkering leeft. Op dit moment leven, volgens een voorzichtige raming, in Nederland 70.000 vrouwen van een bijstandsuitkering - en dat cijfer heeft de neiging snel te stijgen. Dat komt onder meer door de toeneming van het aantal echtscheidingen. Die toeneming vloeit niet voort uit een 'verval van de moraal', waar sommigen graag zalvend over oreren. Eén van de werkelijke oorzaken is dat de krisis in vele huwelijken dusdanige spanningen oproept - of aan de oppervlakte brengt - dat een echtscheiding meestal de enige mogelijkheid blijkt. Vandaar dat, zoals Ina Brouwer (CPN) signaleerde, een grote groep vrouwen met hun kinderen aan het verpauperen is. Ze halen kleren bij het Leger des Heils, fruit uit het afval en meubels van de straat. Met de thans op stapel staande regeringsplannen wordt hun situatie alleen maar nog uitzichtlozer. Wie, die alles in aanmerking nemend, de eis van 400 gulden per maand erbij voor bijstandsvrouwen 'overtrokken' of zelfs belachelijk vindt, wordt kennelijk niet gestoord door enige kennis van zaken. Die doe je, wat dat betreft, ook niet op in een villadorp.

Maar staatssekretaris De Graaf wordt er niet koud of warm van. Vanuit de hoogte van zijn goedbetaalde funktie zei hij dat sommige minimumloners er, bij gebrek aan een bijverdienstenregeling zoals bijstandsvrouwen hebben, nog slechter af zijn dan zij. Je moetwel een roetzwarte ziel hebben om zoiets zonder blozen te zeggen. Niet omdat het op zichzelf niet waar zou zijn. Maar omdat het door De Graaf gesignaleerde feit zonneklaar laat zien waar het beleid van zijn regering toe leidt.

Offensief vakbeweging nodig

Het reeds genoemde OESO-rapport laat zien dat al die maatregelen in ieder geval niet tot gevolg hebben dat de kapitalistische ekonomie weer in het rechte spoor raakt. En omdat het allemaal toch niet helpt - en de winst van onder andere Philips tòch wel omhoog gaat - moeten de minima er volgens minister en ex-bankdirekteur Ruding minstens twee procent in koopkracht op achteruit. Minstens, want bij dat cijfer is er nog geen rekening gehouden met nieuwe inleveroperaties. Daarentegen gaan de mensen met een inkomen van 125.000 bruto er slechts 1,5% op achteruit - en dat nog alleen maar als ze zich daar al niet tegen hebben ingedekt: een gouden handdruk, wat aandeeltjes Shell of Philips, dan wel belastingtrucs of zwart geld op de bank...

De armen worden snel armer, de rijken rijker. Aan de onderkant vreet de verpaupering door en in de bovenlagen wrijft men zich in de handen. Dat verdomde werkvolk - brutaal als de beul de laatste jaren, amice - zingt een toontje lager en als het een beetje meezit zijn we binnenkort ook van die vervloekte ontslagbescherming af.

Voor de vakbeweging is het de hoogste tijd voor een uiterste krachtsinspanning om de verarming en verpaupering terug te dringen. Ze is dat verplicht aan de slachtoffers, maar ook aan zichzelf. De verpaupering vreet aan de fundamenten van de vakbeweging zelf. Als het zo doorgaat - als de vakbeweging het zo door laat gaan - verliest ze iedere greep op het maatschappelijk proces en daarmee haar bestaansrecht. Dat zou niets meer of minder dan een ramp zijn.

Redaktie (mei 1983)