Welkom
Ingezonden
Solidariteit "ingezonden"

Reactie op commentaar 269 "Leve de vakbeweging!" en weerwoord van Marten Buschman

Arbeidersraad, vakbond, politieke partij

Maurice Ferares

In zijn artikel Leve de vakbeweging! in Solidariteit van 8 februari jongstleden herhaalt Marten Buschman een tweetal vragen die hem door "literaire Gorterliefhebbers" gesteld worden. Te weten: "Wat is toch dat radencommunisme" en "Zou Gorter ook tevreden zijn met de huidige maatschappij". Buschman noemt het niet eenvoudig die vragen te beantwoorden. Dat is jammer en hij doet dan ook geen poging.

Wanneer we de politieke geschriften van Gorter lezen en niet alleen een zin uit Mei, dan is duidelijk dat Gorter helemaal niet tevreden was met het kapitalisme. Hij was een revolutionaire marxist. Hij schreef een uitstekend werk over Het historisch materialisme. Voor arbeiders verklaard (1908) en een hele rij brochures over fundamentele politieke problemen. Om te laten zien wat zijn standpunt was, hier enkele citaten.

Opheffing kapitalisme

De citaten laten zien dat geen twijfel mogelijk is omtrent de mening van Gorter over de noodzaak om het kapitalisme door een andere, rechtvaardige maatschappij te vervangen.

De kapitaalmacht onzer moderne kapitalisten is enorm. De hoeveelheid onbetaalde arbeid die zij zich toe-eigenen komt enigszins uit de toename van de zogenaamde nationale rijkdom in ieder kapitalistisch land aan de dag (....) de ongelijkheid groeit steeds verder door (). Geen wonder dat de zogenaamde nationale rijkdom wast. Geen wonder dat de millionairs van vroeger tijd milliardairs zijn geworden, maar in dezelfde mate wordt de tegenstelling tussen proletarische armoede en kapitalistische rijkdom groter.1

De strijd wordt groter, de strijd breidt zich uit, in aldoor groter vormen gaat Arbeid staan tegenover Kapitaal. De eindstrijd nadert. Hij is wellicht dichterbij dan wij lang vermoedden.2

Wanneer sociale kwakzalvers hen (de arbeiders, MF) willen wijsmaken dat alleen de misstanden van het kapitalisme opgeheven behoeven te worden, dan moeten wij hen kunnen bewijzen, zo dat zij het zelf goed inzien, dat het kapitalisme alleen hoogst schamelen verzachting van misstanden toelaat, maar geen opheffing van het kapitalisme; het kapitalisme is zelf de enige misstand die opgeheven moet worden.3

Vakorganisatie en arbeiderspartij

Arbeiders hebben in de loop der tijd drie strijdvormen ontwikkeld: de vakorganisatie, de arbeidersraden en de politieke organisatie.
In Nederland was de eerste vorm van arbeidersorganisatie: de vakorganisatie. De eerste landelijke vakbond was de Algemene Nederlandse Typografen Bond, in 1866 opgericht na een staking voor meer loon. Het doel van de actie was dus directe loonstrijd, hoewel de reactie van de werkgevers op de staking - ontslag van alle typografen - een uiterst politieke daad was, namelijk verdediging van de absolute zeggenschap in de drukkerijen. Een aantal leden van het Nederlandse Werklieden Verbond dat drie jaar later werd opgericht, vond de organisatie een socialistenclub en vormde om die reden in 1871 het Algemeen Nederlands Werklieden Verbond.
De oprichting van de vakorganisaties had in die jaren niet het ontstaan van politieke arbeiderspartijen tot gevolg. Pas in 1892 kwam de Sociaal Democratische Bond en in een jaar later richtte een aantal leden het NAS op. Leden van de SDAP, 1894, stelden daar ruim tien jaar later, 1906, het NVV tegenover. Met uitzondering van de totstandkoming van het NVV ontstonden politieke organisaties pas nadat vakbondsmensen daartoe het initiatief namen. Ze waren tot de slotsom gekomen dat vakbondsstrijd niet zou leiden tot belangrijke concessies van de ondernemers en zeker niet de vervanging van het kapitalisme door een betere maatschappij tot gevolg zou hebben.

Arbeidersraden

Arbeidersraden (sowjets) werden voor het eerst spontaan gevormd door arbeiders in grote Russische bedrijven. Dat was in de periode die voorafging aan de revolutie van 1905. Ze ontstonden op volkomen natuurlijke wijze uit het klassebewustzijn van arbeiders die voor hongerlonen en in erbarmelijke arbeidsomstandigheden moesten werken.
Dat in die jaren niet alleen bij de arbeiders in de grote bedrijven het verzet ontstond tegen de onderdrukkling en uitbuiting, bewijst de muiterij op de kruiser Potemkin van de Zwarte Zee vloot in 1905. De invloed van de bolsjewiki was in de arbeidersraden miniem of geheel afwezig. Pas aan de vooravond van de Oktoberrevolutie in 1917 groeide die en werden de arbeidersraden belangrijke politieke organisaties. "Alle macht aan de sowjets" was de belangrijkste politieke leus van de bolsjewiki in die nieuwe prerevolutionaire periode die uitmondde in de verovering van de macht van de arbeiders en boeren.

Conclusies

Arbeiders- en/of soldatenraden, zoals in Rusland in 1905 en in 1917, in Hongarije en Duitsland (soldaten- en matrozenraden) na de Eerste Wereldoorlog, ontstonden in prerevolutionaire situaties, waarin het kapitalisme ernstig verzwakt was. Voor Rusland was nog kenmerkend dat er geen traditie van vakorganisatie en/of arbeiderspartij bestond.
In Duitsland was wel een sterke vakbeweging en een grote sociaaldemocratische partij. De soldatenraden bleven een plaatselijke aangelegenheid in het noorden van het land en verdwenen vrij snel.

Wie nu oproept tot de vorming van raden zoals de radencommunisten doen, ziet voorbij aan de vakbondstradities en het bestaan van sociaaldemocratische massapartijen, zeker in West-Europa (Duitsland, Engeland, Frankrijk, Nederland en België). De huidige massavakbonden zijn echter onbruikbaar voor de strijd en volkomen verbureaucratiseerd. Maar doen alsof ze niet bestaan, betekent de arbeiders in de kou laten staan.
Arbeidersraden ontstaan als de arbeiders dat willen, als ze er politiek rijp voor zijn. Hetzelfde geldt voor de vakbeweging en de arbeiderspartijen. Dat is een les van de geschiedenis. De aftakeling van de PvdA, neoliberaal aanhangsel van de VVD, zal ongetwijfeld aanleiding zijn voor werkelijke socialisten om een nieuw politiek voertuig te bouwen dat de strijd tegen het kapitalisme zal voeren.


Weerwoord

Marten Buschman

Waar de reactie van Maurice Ferares precies mijn tekst raakt, is mij niet geheel duidelijk. Als net-niet-bezorger van de politieke geschriften van Herman Gorter deed het mij deugd Gorters uiteenzettingen weer eens te lezen. Daar ging mijn bijdrage niet over. Ook niet over de verhouding politiek en vakbeweging.

Ferares vergist zich wel enkele malen in zijn beschrijving. Zo was de Sociaal Democratische Bond (SDB) in 1881 opgericht, nadat de Amsterdamse Sociaaldemocratische Vereniging (SDV) al in 1878 bestond. En het NAS was het gevolg van de wens van vele vakbondsleden alle - ongelovige en gelovige - arbeiders te organiseren. Zo'n samenwerking is niet echt gelukt tot op de dag van vandaag. Die verstrengeling van vakbeweging en politiek is niet gelukkig geweest in ons land.

Wat Ferares nu eigenlijk voorstelt? Arbeidersraden? Ondanks Gorter wel erg gedateerd en ik hoop niet dat Ferares de arbeidersraden als alternatief ziet voor de huidige vakbeweging.


1 Herman Gorter, De grondslagen der sociaaldemocratie, Amsterdam, 1905, pp. 9, 10 (1912, tweede vermeerderde druk). (terug)
2 Idem, p. 79. (terug)
3 Herman Gorter, Anton Pannekoek, Marxisme en revisionisme, Amsterdam 1906, p. 1 (overdruk uit De Nieuwe Tijd, Sociaaldemocratische Maandschrift). (terug)