Welkom
Ingezonden
Solidariteit "ingezonden"

Gesprek met Lot van Baaren lid ledenparlement en algemeen bestuur FNV

"De vakbond terug aan de leden"

Redactie Grenzeloos 1

Als laatste in de korte serie interviews met actieve vakbondsleden over de vernieuwing in de FNV hier een gesprek met Lot van Baaren. Lot werkt in een zorginstelling en is een kleine dertig jaar actief in de AbvaKabo.

Foto Lot van Baaren
In 2010 nam ze het initiatief tot de lijst van kritische kandidaten voor het bestuur van de Abvakabo om daarna als één van de 'kloofdichters' in dat bestuur gekozen te worden. In 2013 kwam ze namens de sector zorg in het ledenparlement, vervolgens werd ze door dat parlement in het algemeen bestuur van de FNV gekozen.

Verantwoordelijkheid

De afgelopen jaren heb je je heel intensief bezig gehouden met de vernieuwing van de vakbeweging, zowel in je eigen bond als in de hele FNV. Hoe kijk je daarop terug, wat is er bereikt?

Lot: Het vreet energie en kan soms ook behoorlijk frustrerend zijn. Maar als je terugkijkt, is er zeker wel wat bereikt. Vijf jaar geleden schoot de vakbeweging en zeker mijn Abvakabo helemaal door in de richting van een sociale ANWB, ook mijn vakbond werd 'vermarkt', een club die bezig was met 'vakbondsproducten' voor individuele leden. Het collectief, de vereniging raakte steeds meer uit beeld. Er werd namens, maar zonder de leden 'door gepolderd' en ook in FNV verband werden steeds slechtere resultaten geboekt. Nu liggen we op koers naar een activerende vakbeweging, een vakbeweging die zijn leden bij het vakbondswerk betrekt, die de interne discussie stimuleert, die gezamenlijk en solidair opereert en in toenemende mate weer strijdbaar voor de dag komt.

We zijn er natuurlijk nog lang niet; zo'n traditie van twintig jaar polderen en amper luisteren naar of discussiëren met je leden, laat je niet zo maar achter je. Maar ik zie weer meer mensen actief worden in de bond en de FNV wordt steeds meer gezien als een bond van strijdende schoonmakers en zorgwerkers, van acties in de metaal en van belastingmedewerkers en anderen in de publieke dienstverlening die aan de kaak stellen dat ze hun werk niet goed kunnen doen. Het is niet meer een club die in Den Haag achter de rug van de leden om meewerkt aan de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd. We hebben als vakbeweging weer een duidelijker en strijdbaarder profiel en dat trekt ook nieuwe mensen aan.

Hoe komt het dat jij daarin zo'n rol hebt gespeeld, in de Abvakabo en nu ook in de FNV als geheel?

Lot: Tja, ik ben al lang vakbondslid en als je iets zo de verkeerde kant op ziet gaan, gaat dat je aan het hart. Bovendien ben ik iemand die vindt dat je je niet moet beperken tot het leveren van kritiek, maar dat je ook zelf inzet moet tonen, verantwoordelijkheid moet nemen en kansen moet pakken. Het ging om mijn bond, onze bond, de bond van de leden en niet van een beperkte groep mensen die van onze contributie betaald wordt En verder, ach, je rolt van het één in het ander, zo gaat het toch in het leven? Misschien ben ik wel naïef geweest op sommige punten en momenten, heb ik onderschat wat het allemaal zou betekenen, op hoeveel weerstand je stuit als je iets wil veranderen, hoeveel energie het kost, maar toch: het is de moeite waard.

Polderen

Hoe begon het?

Lot: Het echte begin? Na een paar jaar losse baantjes ging ik in 1985 werken bij een psychiatrisch ziekenhuis in Rotterdam en werd ik actief vakbondslid. Ik werkte mee aan de opbouw van de vakbond in het bedrijf, aan de vorming van een actieve bedrijfsledengroep. Omdat ik in de zorg werkte, hield ik me ook bezig met alles wat zich in die sector afspeelde. Ik was actief tijdens de Witte Woede, de opstand van zorgwerkers, eind jaren tachtig/begin negentig, die voor hun bijdrage ook eindelijk eens behoorlijk betaald wilden worden.
Foto actie in Rotterdamse zorg
Ik ergerde me toen wel al enorm aan Adriaan Wirtz die als Abvakabo bestuurder destijds slecht luisterde naar signalen uit zijn achterban. En ik erger me nu minstens zo aan diezelfde Wirtz die inmiddels de zorgwerkgevers vertegenwoordigt aan de andere kant van de onderhandelingstafel. Maar dat terzijde.
Vanaf het begin was ik ook actief in de vrouwengroep van de bond. Het was toen niet zo gewoon dat er overal kinderopvang was en ik ben blij dat dankzij de strijd van de vakbond en de vrouwengroep mijn kinderen op de bedrijfscrèche gezeten hebben. Het is triest om te zien dat die voorzieningen nu weer afgebroken worden en veel vrouwen weer gedwongen worden te kiezen tussen door blijven werken of stoppen en kinderen krijgen.
Ik werd ook actief in de plaatselijke afdeling van de Abvakabo. Het ziekenhuis was toen nog een gemeenteziekenhuis, dus je had sowieso met de gemeente te maken. We hebben toen het hele proces van privatisering gehad, maar daar zal ik het nu maar niet over hebben. In de afdeling Rotterdam werd ik steeds meer actief op sector overstijgende thema's en later ook woordvoerder van de afdeling Rotterdam in de bondsraad van de Abvakabo. In die jaren kreeg het polderen wel steeds meer de overhand: praten over ons, zonder ons. En langzaam werd ook met het polderen steeds minder resultaat geboekt, verleerden we hoe je druk op de ketel moest zetten, verloren we kaderleden en werd de kloof tussen rijk en arm groter.

We hadden in 2004 nog laten zien dat we als vakbeweging wel een vuist konden maken met 50.000 mensen op de Coolsingel en daarna 300.000 op het Museumplein. De actie in Rotterdam was een stakingsactie, wij stonden daar als stakers op de maandag voor Prinsjesdag. Dat straalde kracht uit en had een eigen dynamiek, waardoor de actie op zaterdag 2 oktober in Amsterdam zo groot kon worden. Maar goed, bij die acties ging het over het prepensioen en vut regeling. Wat daar uiteindelijk uit kwam, was ook niet om over naar huis te schrijven. En dat had er alles mee te maken dat de leden daarin niet echt een stem hadden.
De regering en de werkgevers stonden sterk, als je dan blijft polderen zonder sterke vakbeweging, dan is het voor hen lekker polderen, want dan halen ze alles binnen en dan kom je als vakbeweging steeds verder op achterstand te staan.

Kloofdichters

Hoe kwam het tot dat initiatief van de 'kloofdichters', waaruit kwam dat voort?

Lot: Al vanaf 2006 was er in de Abvakabo discussie over de vraag wat voor bond willen we zijn: gaan we nog meer de kant op van de bond als uw zaakwaarnemer die voor de mensen allerlei leuke dingen regelt, met slimme marketingproducten voor verschillende klantgroepen. Of moesten we juist een andere kant op? Moest een vereniging van werknemers niet juist gezamenlijk optreden en een vuist maken daar waar hun belangen aangetast werden.
Die laatste opvatting had binnen de bond en ook binnen de bondsraad een behoorlijke aanhang, maar voorstellen in de richting van een meer activerende opstelling werden steeds door het bestuur afgewezen. Of als ze door de bondsraad via moties toch aangenomen werden, door het bestuur in de praktijk niet uitgevoerd. Wij constateerden een kloof tussen de leden op de werkvloer en de beleidsmakers aan de top. De top van de FNV was in de Haagse achterkamertjes bezig met polderen en kwam dan terug met een resultaat dat niet met de leden was besproken en dan was het slikken of stikken.

In 2009 werd dat heel manifest. Er was door de FNV fors ingezet op het behoud van de pensioengerechtigde leeftijd op 65 jaar. Agnes Jongerius had over de verhoging van de pensioenleeftijd nog gezegd: 'over mijn lijk'. Ik herinner me dat we in de bondsraad zaten te praten over moties, waarin stond dat 65 65 moest blijven en waarin we nogmaals aandrongen op acties. We kregen via de telefoon van bondssecretaris Xander den Uyl te horen dat er op dat moment een persconferentie was waar de FNV met de twee andere vakcentrales aankondigden dat ze een flexibele AOW introduceerden, wat uiteindelijk leidde tot het beruchte pensioenakkoord. Daar zat je dan in bondsraad te discussiëren, voor Piet Snot.

Een alternatief

In dat jaar 2009 werden de tegenstellingen steeds duidelijker. Die in de bondsraad hadden alles te maken met de vraag of je naar de leden luisterde, of je de leden wilde organiseren om samen een vuist te maken als het er om ging. Op de één of andere manier was het vertrouwen dat je die vuist kon maken er bij een deel van de bondsraad en het bestuur niet meer en wilden ze er ook niet aan werken om het terug te krijgen.
De discussie in de bondsraad leek ook steeds vruchtelozer en uiteindelijk hebben we voor het congres in 2010 met een aantal kaderleden de handen ineen geslagen en zijn met de 'kloofdichters' begonnen. Het idee was om niet alleen onze kritiek neer te schrijven, maar ook alternatieven aan te dragen, een andere koers aan te geven en ons als groep te verenigen en duidelijk te maken dat we verantwoordelijkheid wilden nemen voor de uitvoering van dat programma. Dat was nieuw en leidde tot een heleboel discussie en herkenning. Zelf vind ik het nog steeds een cruciaal punt. Het is één ding om te roepen dat het anders moet, dat is altijd makkelijk vanaf de zijlijn, maar het is moeilijker als je verantwoordelijkheid wil dragen voor een andere koers en je dat ook waar moet maken.

Maar ik ben blij dat we eraan zijn gaan staan. En ik moet ook eerlijk zeggen dat toen we er in 2009 mee begonnen, dat was vanuit het gevoel dat als de koers niet veranderde, dat ook het einde van de vakbeweging zou zijn, want je kan gewoon niet volhouden dat je als vakbond voor de mensen opkomt als je de mensen niet bewust maakt van hun eigen kracht.
Maar ik ben ook blij dat ik toen niet wist wat er allemaal op me af zou komen, want het heeft ook geleid tot vervelende dingen. Natuurlijk was er weerstand tegen de veranderingen, dat kan je verwachten, maar dat de strijd soms ook zo op de persoon gespeeld zou worden, met verdachtmakingen en verhalen die geen enkele grond hebben, dat had ik niet verwacht. Vooral de eerste drie jaar verschenen er telkens vuile en persoonsgerichte artikelen in De Telegraaf en andere kranten. Je bleef aan de gang om mensen uit te leggen dat er niets van waar was. Flink wat frustratie dus.

En daarnaast kost het al je vrije tijd. Ik ben kaderlid, heb een fulltime baan, dus overdag heb ik gewoon mijn werk en al het werk voor de bond komt daar als vrijwilligerswerk bij. Dat betekent ook dat je je op allerlei onderwerpen moet inlezen en je je allerlei zaken eigen moet maken. Zo ben je als bestuur ook verantwoordelijk voor de financiën, maar begrotingen en jaarrekeningen lezen is niet mijn sterkste punt, toch is het natuurlijk ontzettend belangrijk te weten waar het geld naar toe gaat.

Overwinning

In mei 2010 vond het Abvakabo congres plaats, waar wij als kloofdichters kandidaat waren voor het bestuur. Het bondsbestuur bestond toen uit negentien leden, waarvan vier bezoldigden - vakbondsbestuurders in dienst van de bond - die het dagelijks bestuur vormden en vijftien onbezoldigde kaderleden. Overigens ben ik er nog steeds trots op dat er in mijn bond kaderleden in het bestuur zitten en dat het ook een kaderbond is. Dat is ook één van de redenen dat die beweging daar plaats heeft kunnen vinden. Het kwam van onderop, van mensen die zeiden: ik herken me niet meer in wat daar van boven komt en ik heb er geen invloed op. Door middel van verkiezingen voor het bestuur was die invloed terug te winnen.

Wij hadden als kloofdichters een lijst van vijftien kaderleden weten samen te stellen. Uit het hele land, uit verschillende sectoren en afdelingen, jong en oud, mannen en vrouwen, verschillende achtergronden. Een heel goede mix van mensen waarvan sommigen al tientallen jaren actief waren vanuit hun sector of afdeling en anderen pas net kwamen kijken.
Het congres besloot dat er een kleiner bestuur zou komen, bestaande uit vijftien leden waarvan vier bezoldigden voor het dagelijks bestuur en elf onbezoldigde kaderleden. Ook voor het dagelijks bestuur was er een alternatieve lijst ingediend met kandidaten, waarvan de uitgangspunten overeenstemden met die van de kloofdichters. Daarvan werden op het congres twee kandidaten gekozen: Corrie van Brenk en Meindert van den Berg. Plus zeven kandidaten van de lijst van de kloofdichters, samen dus negen van de vijftien zetels en een meerderheid in het bestuur voor de kritische stroming. Een gezichtsbepalende figuur als bondssecretaris Xander den Uyl uit het oude bestuur, werd niet herkozen. Voorzitster Edith Snoey wel.

Pensioenakkoord

Op 20 mei 2010 werden wij gekozen en op 4 juni kregen we een enorme stapel papier, de eerste versie van het pensioenakkoord. Voor ons was het nauwelijks mogelijk daarover een goed oordeel te vormen en de consequenties ervan te overzien. Persoonlijk was ik tegen het akkoord. Ik herinner me nog een onduidelijke passage over de invloed van de financiële markt die me de kriebels bezorgde. Maar ook het proces bepaalde mijn standpunt. Van bovenaf werd een enorm pak papier met complexe materie gedropt, waarover wij in een uur voorafgaand aan een door ons nog wel bijeengeroepen extra bondsraad (op een zaterdag) een standpunt hadden te formuleren.
We werden overdonderd. Onmogelijk te doen naar mijn mening, maar een meerderheid van het bestuur was er voor en ook de bondsraad zei, gesteund door die meerderheid: oké, ga dat maar verder uitwerken. Toen een jaar later de uitwerking van het akkoord kwam, bleek dat er wel erg veel addertjes onder het gras zaten, dat het slecht uitpakte met name voor de leden aan de onderkant. Mensen met een lager inkomen hadden weinig keus, zij moesten wel langer blijven werken als ze een beetje normaal inkomen wilden houden.

Dat jaar hebben we heel veel gediscussieerd over het akkoord. We hebben in het hele land bijeenkomsten georganiseerd waar leden informatie kregen en er gediscussieerd kon worden. Ik denk nog steeds dat we dat als bestuur goed aangepakt hebben. Het was geen voorgekookt verhaal. We hebben geprobeerd de minnen en de plussen eerlijk aan de orde te laten komen. Het resultaat van al die discussies was dat de Abvakabo 'nee tenzij' zei tegen de uitwerking van het akkoord. Voor Edith Snoey die zich al eerder in de Federatieraad aan het akkoord had gecommitteerd, was dat reden om uit het bestuur te stappen. En toen ook FNV Bondgenoten zich tegen het akkoord uitsprak, bracht dat de federatieraad van de FNV, waarin alle voorzitters van de bonden zaten, aan het wankelen. Samen hebben deze twee bonden de meeste leden. Toen toch besloten werd het akkoord te tekenen, was de crisis van de FNV een feit.

Met het vertrek van Edith Snoey, de tijdelijke invulling van de voorzittersrol door toen vicevoorzitter Corrie van Brenk en de openlijke crisis in de FNV, ontstond er een hele andere situatie. Aan de ene kant was er de discussie over de nieuwe vakbeweging zoals het toen nog genoemd werd. Daar moesten we zorgen dat de democratiseringstendens doorgezet werd, dat een nieuwe vakbeweging niet weer voor de individualisering, de vermarkting en het gepolder ging, maar voor collectiviteit, solidariteit en strijdbaarheid. Aan de andere kant moesten wij als Abvakabo bestuur gewoon doen waarvoor we gekozen waren en ons eigen Tien Punten Plan uitvoeren, ook al zagen mensen met de crisis in de FNV nieuwe mogelijkheden om aan onze stoelpoten te zagen.

Wat betekende dat voor de Abvakabo?

Lot: Vooral nog meer inzet, nog meer discussie en nog meer betrokkenheid organiseren. Je richten op de interne perikelen en het voortbestaan van de FNV, maar vooral ook het gevecht met de boze buitenwereld daarvan niet de dupe laten worden. Dat is ons maar ten dele gelukt, maar meer zat er in de beperkte tijd, met een beperkte groep mensen en veel tegenwerking intern en extern niet in.
Ik denk wel dat we in zijn totaliteit vooruitgang hebben geboekt. Op het vlak van het organiseren van mensen zijn behoorlijke stappen vooruit gezet, bijvoorbeeld in de zorg. Activering is een gevleugelde term geworden in de hele FNV. Maar we hebben ook fouten gemaakt en kansen laten liggen. De strijd van de postbodes stond er bij ons aantreden al niet florissant voor, maar die hebben we te laat alsnog opgepakt en zo geldt dat voor meer situaties, we waren en zijn nog steeds verzwakt.

Publieke sector

Maar waar we volgens mij wel in geslaagd zijn, is om het hele punt van de publieke dienstverlening op de agenda te zetten. Duidelijk te maken dat mensen die in de publieke sector werken, of dat nu het openbaar vervoer of de belastingdienst is, gewoon goed werk willen afleveren. En dat geldt ook voor de zorg en allerlei andere sectoren. Mensen hebben gewoon het recht hun werk goed te kunnen doen en het publiek heeft gewoon recht op een goede publieke sector en dienstverlening.
Onze leden bij de belastingdienst hebben bijvoorbeeld aangekaart dat door de bezuinigingen miljarden aan belastinggeld blijven liggen, met name bij grote bedrijven. Onze leden bij de Voedsel- en warenautoriteit hebben duidelijk gemaakt dat door de bezuinigingen de voedselveiligheid in gevaar komt. En onze leden bij het stadsvervoer toonden aan dat privatisering en marktwerking leiden tot verslechtering van het vervoer. Bij al die gevallen gaat het dus niet alleen om de belangen van onze leden in die sector, hun lonen en werkgelegenheid, hoe belangrijk die voor ons als vakbond ook zijn, maar ook om de maatschappelijke dienstverlening, ook om het algemeen belang of althans het belang van de 'gewone' mensen die van publieke diensten afhankelijk zijn.
Als er ergens een auto- of sigarettenfabriek gesloten dreigt te worden, dan strijd je als vakbond voor de werkgelegenheid van de mensen die daar werken, ook al kun je je afvragen of er behoefte is aan meer auto's of meer sigaretten. Maar in de publieke sector is het duidelijk dat er behoefte is aan dat werk, terwijl het de regering is - en dus politieke keuzes zijn - die het mensen onmogelijk maakt om dat werk te doen of goed te doen. Uit onderzoek blijkt dat driekwart van de Nederlanders vindt dat het niet goed gaat in de zorg. Als Abvakabo moeten we een rol spelen in die discussie en ik geloof dat we dat doen, dat we dat zelfs goed doen.

We zijn een actievere bond geworden, dat zie je bij de acties in de zorg, maar ook bij de WSW [Wet Sociale Werkvoorziening] of lokaal bij de gemeentepolitiek. We betrekken onze leden er meer bij. Je ziet ook dat de daling van het ledental van de bond tot staan is gebracht of in ieder geval achter blijft bij de prognoses en dat in de sectoren waar we het meest actief en zichtbaar zijn, zoals in de zorg, het aantal leden stijgt. Mensen hebben behoefte aan een actieve bond, een bond waarin ze zich herkennen en die hen erbij betrekt. Het is ook gewoon een illusie dat je als vakbond in deze tijden kan volstaan met constructief overleg met de overheid en de werkgevers. Zij hebben een keiharde agenda van bezuinigingen en afbraak van publieke voorzieningen, dat kan je niet met een beetje polderen stoppen. Dan moet je mensen informeren, organiseren, activeren en mobiliseren. Zoals we als kloofdichters ook in ons programma naar voren brachten.

Activerend

De Abvakabo heeft zo'n 350 à 400 mensen in dienst, daarmee kun je natuurlijk niet alles doen en dat moet je ook niet willen. We hebben zo'n 340.000 leden, waarvan ongeveer 8 procent, dus 27.000 mensen, in de kaartenbak als kaderlid staat geregistreerd. De mate van hun activiteit in de bond varieert heel sterk, er zijn ook veel mensen bij die alleen of hoofdzakelijk actief zijn in ondernemingsraden en dergelijke medezeggenschapsorganen. Maar de kaderleden moeten de bond dragen. We hebben er veel aan gedaan om het kaderbestand weer op orde te brengen, kaderleden weer meer bij de bond te betrekken, nieuw kader aan te trekken, toch er is op dat vlak nog veel te doen.

Een vakbond is een vereniging van werknemers die voor hun belangen opkomen en als dat nodig is een vuist kunnen maken. Dat er ook betaalde functionarissen zijn, een werkorganisatie die voor die vereniging werk verzet, is mooi en noodzakelijk, maar het primaat moet bij de vereniging liggen, bij de leden. Zij bepalen het beleid, de koers. Daarom moeten we ook weg bij dat idee van de bond als je zaakwaarnemer, die hele cultuur, waarbij de leden contributie betalen en in ruil daarvoor diensten ontvangen. Je kunt nooit met 400 medewerkers, al zijn het hardwerkende mensen, de belangen van 340.000 mensen dienen, zeker niet als die overal geschonden worden. Waar we naar toe moeten, is activerend vakbondswerk.

Was en is er veel weerstand tegen die koers van een activerende vakbeweging?

Lot: Ja, vooral vanuit de werkorganisatie, daar waren naast de vakbondsbestuurders steeds meer mensen op kantoor bezig die amper een lid zagen. Vooral binnengehaald op de afdeling marketing en communicatie. Vanuit die kant, mensen die voor de bond werkten, was de weerstand groot. Achteraf gezien, is dat ook niet verwonderlijk. De bond heeft twintig jaar op een koers gelegen van 'de bond uw zaakwaarnemer', mensen hebben een bepaalde manier van werken en dat verander je niet zo maar. Ze voelen de roep om verandering als kritiek op hun persoonlijk functioneren, of zien in bemoeienis van leden hun autonomie aangetast. Daarnaast zijn er natuurlijk ook mensen die vanuit een heel specifieke politieke agenda werken, die gewoon een andere opvatting hebben over wat een vakbeweging moet doen, die vinden dat ze er zijn om 'arbeidsrust' te bewerkstelligen.

Wij hebben daarbij zeker ook fouten gemaakt en mensen niet altijd genoeg meegenomen in het waarom van die verandering. De noodzaak niet genoeg duidelijk gemaakt. Maar je moet je wel realiseren dat we meteen in het diepe werden gegooid en dat we te maken hadden met crisispolitiek en een regering van VVD en CDA met gedoogsteun van de PVV die de publieke sector ongekend hard aanpakte. De urgentie was dus ook heel hoog en we hadden niet altijd tijd om alles goed uit te werken en in alle nuances uit te leggen.
Bij de leden viel die weerstand trouwens erg mee. Natuurlijk is niet iedereen het overal mee eens en dat hoeft ook niet, maar de activerende aanpak wordt over het algemeen gesteund. Ook in de bondsraad is de steun voor het huidige bestuur en voor de nieuwe aanpak de afgelopen jaren eigenlijk alleen maar gegroeid. Ook wel logisch, want de mensen zien de eerste resultaten ervan.
Al met al geloof ik dat we toch goed op weg zijn. De dynamiek is nu anders, er waait een andere wind. Ook het beeld naar buiten toe is denk ik aan het veranderen. Vroeger was de Abvakabo voor de meeste mensen een wat grijze ambtenarenbond. Nu is het de bond van de actievoerende zorgwerkers, of in ieder geval is het dat ook.

Ongedeelde FNV

Behalve in de Abvakabo was er ook binnen de FNV van grote veranderingen sprake. Hoe kijk je daar tegen aan?

Lot: Ja, de crisis in de FNV en wat daar op volgde, waren erg belangrijk. Ik heb zelf het idee dat coryfeeën uit de PvdA en voorstanders van de overlegeconomie hun best hebben gedaan om te zorgen dat de ingezette lijn van democratisering en activering bij de Abvakabo niet zou overslaan naar de hele FNV. In eerste instantie was het plan van de 'verkenners' Noten en Wijffels zelfs dat de hele FNV zou verdwijnen, er moest een nieuwe vakbeweging komen en Jetta Klijnsma werd aangesteld als kwartiermaakster. Wie Klijnsma nu als staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ziet functioneren, begrijpt wel dat we niets moesten hebben van de plannen die zij voorhad met de vakbeweging. Die leidden vooral tot versnippering en verzwakking.
Als AbvaKabo waren we al langer voor een ongedeelde FNV. We kenden de problemen bij bijvoorbeeld de post, waar het geprivatiseerde PostNL onder de AbvaKabo valt en een ander commercieel postbedrijf als Sandd onder FNV Bondgenoten. Of bij het stadsvervoer waar de Rotterdamse RET en het Amsterdamse GVB als oorspronkelijke gemeentebedrijven onder de Abvakabo vallen, maar de Haagse HTM weer onder FNV Bondgenoten. In dezelfde soort bedrijven heb je dan met een andere cao te maken.
Voor ons was het altijd duidelijk dat een ongedeelde vakbeweging tot meer eenheid en meer kracht zou kunnen leiden. In 2009 was het punt van de ongedeelde FNV door de Abvakabo ook op de agenda van het FNV congres gezet en sindsdien waren er al verschillende studies naar verdergaande samenwerking gedaan.

Maar een ongedeelde FNV moet wel sterke herkenbare sectoren hebben, maar vooral ook een democratische structuur. Op dat vlak hebben we het één en ander bereikt. De voorzitter wordt nu direct door de leden gekozen en daarnaast is er als hoogste orgaan een door de leden gekozen Ledenparlement. Dat zijn belangrijke zaken. Het bestuur moet nu verantwoording afleggen aan het Ledenparlement en kan ook door dat parlement naar huis gestuurd worden. Dat is een geweldige stap vooruit ten opzichte van de oude situatie, waarin het FNV bestuur alleen verantwoording schuldig was aan de voorzitters van de aangesloten bonden.

Het hele fusieproces, waarin we nu zitten, is een moeizaam proces. Intern is er veel gebakkelei over geld en over posities van mensen, beeldvorming en emoties voeren regelmatig de boventoon. Dat is misschien begrijpelijk bij een dergelijk majeure operatie, maar het is wel frustrerend, want het gaat ten koste van de inhoudelijke discussie en kost enorm veel tijd en energie. En die ben je kwijt voor het echte gevecht buiten .....
Het is ook erg ingewikkeld, omdat een groot deel van de bonden: FNV Bondgenoten, Abvakabo, FNV Bouw, FNV Sport en op termijn ook FNV Kiem opgeheven wordt die met hun sectoren opgaan in de nieuwe FNV, terwijl een aantal kleinere bonden als bond blijven bestaan. Met het Ledenparlement hebben we wel een gemeenschappelijke basis en door de samenwerking daar ontstaat er ook meer begrip voor de situatie in verschillende sectoren.

Stappen vooruit

Als ik de balans opmaak, is die uiteindelijk positief. We hebben als kader meer mogelijkheden om invloed op het FNV beleid te hebben, kunnen directer ingrijpen en hebben meer ruimte om met elkaar in debat te gaan, van elkaar te leren en we kunnen dus ook minder makkelijk tegen elkaar uitgespeeld worden. Dat laatste vind ik belangrijk, zeker tegen het licht van eerdere grote gevechten, waarin nogal eens geprobeerd werd de publieke en marktsector tegen elkaar op te zetten. En de FNV staat weer op de kaart, we doen weer mee. Ik was tegen het sociaal akkoord, maar we moeten zien hoe we de positieve punten daaruit alsnog verzilveren. Hoewel de houding van de nieuwe werkgeversvoorzitter Hans de Boer, doet voorkomen dat hij het sociaal akkoord wil opblazen. Dat schept ook weer kansen.
We zien dat de strakkere coördinatie van het arbeidsvoorwaardenbeleid ertoe leidt dat meer binnen wordt gehaald. Er zijn verschillende cao's, waarin niet alleen op het vlak van meer koopkracht, maar ook op het vlak van de echte banen maatregelen worden genomen tegen de flexarbeid. In het najaar gaan we de campagne voor echte banen intensiever voeren, met nadruk op werkgelegenheid, een banenplan enzovoort. En dat doen we als hele FNV.

Het is ook interessant om te zien dat de FNV nu actie voert, terwijl de PvdA in de regering zit. En die acties richten zich noodzakelijkerwijs heel vaak op het regeringsbeleid, zoals de acties in de zorg. Het is ook opvallend dat er meer ruimte is voor discussies over onderwerpen die er echt toe doen. De discussie over Europa die leidde tot de Europavisie van de FNV, is daarvan een goed voorbeeld. In de commissie Visie en Strategie van het Ledenparlement wordt nu ook gediscussieerd over zaken als de arbeidsinkomensquote en het feit dat we als vakbeweging niet alleen bezig moeten zijn met het verdelen van ons stuk van de koek - de beschikbare loonruimte - maar het moeten hebben over de hele koek, dus ook over de verhouding tussen arbeid en kapitaal, over inkomen en over vermogen. En daarmee kom je ook op de hele discussie over verrijking, zoals die door Piketty en de erkenning door de WRR [Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid] is losgemaakt. Dat is een goede zaak.
Maar ook de recente reis van een officiële delegatie van de FNV en Abvakabo, met de voorzitters, naar Palestina, vind ik een positieve ontwikkeling. Als lid van de Abvakabo werkgroep Palestina heb ik me jaren ingezet voor solidariteit vanuit de vakbeweging voor de Palestijnen. Heel lang werd daar heel moeilijk over gedaan en kon er geen officiële delegatie heen, deze reis is werkelijk een stap vooruit.
Toch staan we nog steeds maar aan het begin van de vernieuwing en versterking. Er is nog zoveel te doen. Het activerend vakbondswerk is ook door andere bonden overgenomen en vastgelegd in de grondslagen van de nieuwe FNV. Maar daarmee zijn we er natuurlijk niet. Het moet ook echt van de grond komen. Want de vakbond, dat zijn de leden zelf. In het Ledenparlement zijn nu ruim honderd kaderleden actief. Maar al die leden zouden constant de hete adem van een actieve achterban in hun nek moeten voelen. We moeten nog veel meer de leden inschakelen en werken aan een actieve achterban. En veel meer gaan doen aan scholing van leden en kaderleden, hen wapenen met argumenten en overtuigingskracht.

Red de zorg

De FNV werkt nu met een petitie over de zorg. Dat is een eerste stap van een brede campagne van de hele FNV tegen de afbraak van de zorg. 2 Daar kan iedereen aan meedoen, alle sectoren, want in alle sectoren worden de mensen getroffen door de afbraak van de zorg. Als het goed is, gaan lokale netwerken daarin een belangrijke rol spelen.
Het is belangrijk dat er stevige plaatselijke FNV netwerken komen. Er worden heel veel taken overgedragen naar de gemeenten en dus is het belangrijk dat de vakbeweging ook op plaatselijk vlak de ontwikkelingen volgt, zich er mee bemoeit en haar kracht laat zien. Want de vakbeweging is er niet alleen voor op de werkvloer en voor de cao. De vakbeweging moet veel politieker worden, een sociale beweging die op een breed terrein opkomt voor de belangen van haar leden en potentiële leden. En daar hebben die leden zelf een belangrijke rol in.

We staan nog steeds maar aan het begin van de vernieuwing en versterking. Maar de leden van het parlement zouden stuk voor stuk constant de hete adem van een actieve achterban in hun nek moeten voelen. We moeten nog veel meer de leden inschakelen en werken aan die actieve achterban. En veel meer gaan doen aan scholing van leden en kaderleden, hen wapenen met argumenten en overtuigingskracht. Die sterke sectoren moeten nog opgebouwd worden en dat is vooral veel werk aan de basis, op de werkvloer.


1 Eerder, 22 september 2014, verschenen bij Grenzeloos - www.grenzeloos.org (terug)
2 Zie: Gaat de FNV de zorg redden?, Willem Bos, 14 september 2014. (terug)