Welkom
Ingezonden
Solidariteit "ingezonden"

Andere tijden - min of meer vergelijkbare ideeën

Basisinkomen - onwerkelijk en inspirerend

Hans Boot 1

Zo'n dertig jaar geleden vond onder de leuze "basisinkomen als maatschappelijke vernieuwing" een debat plaats dat, zij het in andere tijden, zich in 2013/2014 lijkt te herhalen. De geregistreerde werkloosheid schommelde ook toen rond de acht procent en in een moedeloze somberheid of een utopisch verlangen viel de term 'baanloos inkomen'. Historische vergelijkingen zijn altijd link, maar even stilstaan bij de drie stromingen die zich aftekenden, kan geen kwaad.

De eerste stroming sprak van een breekijzer in de arbeidsverhoudingen, een doorbraak in de tweedeling tussen werkenden en werklozen; uitgesproken voorstanders waren onder meer de progressieve Voedingsbond FNV en de Politieke Partij Radikalen (twee zetels in de Tweede Kamer). De tweede bepleitte een alternatief voor het sociale zekerheidsstelsel dat louter en alleen bestond uit een 'biologische minimum'; ene Bolkestein (staatssecretaris Buitenlandse Handel) bleek een spraakmakend voorvechter. De derde stroming ('radicaal links') zag het basisinkomen als glijmiddel dat werkloosheid rechtvaardigde, bestaande sociaal-economische ongelijkheden bevestigde en vakbondsstrijd tandeloos maakte.

Terugkeer

Na een mislukte poging in 1985 door de Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid om tot een gedeeltelijk basisinkomen te komen, volgde een Werkplaats die in 1991 uitmondde in de Vereniging Basisinkomen die een onvoorwaardelijk basisinkomen voor iedereen bepleitte. Tijdens de economische 'boom' van de jaren negentig verstomde het debat over deze verbreking van arbeid en inkomen om sinds kort weer op te leven met zelfs vanaf 2013 de Basis Inkomen Partij. Hoewel de nieuwe economische crisis verleidt tot redeneringen die een basisinkomen als redmiddel zien - 'ondernemers zullen door mechanisering en digitalisering steeds minder mensen nodig hebben' - keren globaal genomen de drie stromingen terug.
Om met de tweede te beginnen. Het voorheen beschermende arbeidsbestel (uitkeringen, voorzieningen en rechten) is in de afgelopen decennia grotendeels onderuitgehaald. De verregaande flexibilisering van de arbeid die bijvoorbeeld de Voedingsbond FNV hoopte te kunnen tegenhouden met een basisinkomen als grondrecht, is inmiddels een vrijwel vanzelfsprekend fundament van de arbeidsverhoudingen. Bovendien is zelfs het recht op overleven dat een biologisch minimum nog suggereerde, achterhaald door de huidige dwangarbeid en de daaraan verbonden straffen.
Deze ontwikkeling van afbraak is het breekijzer van de eerste stroming niet bepaald gunstig gezind. Ook al zijn er heel wat vragen te stellen, een gegarandeerd en algemeen geldend basisinkomen veronderstelt ingrijpende maatschappelijke veranderingen die vandaag, gezien de krachtsverhoudingen tussen arbeid/inkomen en kapitaal/winst, onwerkelijk lijken. Zelfs zo dat van de radicale kritiek van de derde stroming enige bescheidenheid verwacht mag worden.

Onbetaalde arbeid

De beoogde maatschappelijke veranderingen liegen er niet om. Zo wil de Basis Inkomen Partij ("radicaal sociaal") de macht van de banken breken, het kredietstelsel aan banden leggen, multinationale en andere grote ondernemingen aan een scherp regiem van winstbelasting onderwerpen en de overheid zeggenschap verlenen over energiereuzen en ziektekostenverzekeraars. Een logische machtsgreep om allen, achttien jaar en ouder, een inkomen en bestaan te bieden "vrij van armoede en honger" met het grondrecht op zelfstandige bewoning (aan die leeftijdsgrens zit overigens tussen de regels door de problematische voorwaarde van achttien jaar in Nederland wonen). Wie bereid is de vraag te laten rusten hoe de private macht om te vormen in een collectieve, stuit op een andere kwestie. Ondernemers behouden namelijk de vrijheid te ondernemen en mogen onder bepaalde belastingvoorwaarden zo veel of zo weinig "verdienen als zij zelf wensen".
Maar ja dat 'verdienen' is geen aangelegenheid van harder en/of slimmer/langer je best doen, of zo humaan mogelijk met anderen omgaan. Die anderen, dus degenen die niet ondernemen en in dienst zijn van de ondernemers, zullen zo gestuurd moeten worden dat 'de koek' snel en goedkoop gebakken wordt. In ieder geval met minder kosten dan in het loon uit te betalen. Hoe ingenieus en gerobotiseerd welke koek dan ook de markt betreedt, 'ergens' hoe kort ook zullen menselijke handen en hersenen hun - groeiend aandeel - onbetaalde arbeid moeten leveren. Alleen dan is de ondernemer vrij om veel of weinig van die onbetaalde arbeid te incasseren. En dat onder de druk van de opgelegde belastingen die het basisinkomen financieren, een druk die ook de modernste ondernemers zullen moeten doorgeven aan al die koekenbakkers die zij boven het basisinkomen betalen. Het eigen basisinkomen is dan een leuk zakcentje.

Onwerkelijk of niet, zeker tegen de achtergrond van een staat die veiligheid boven recht stelt en dwang boven zelfbeschikking, het streven naar een basisinkomen staat aangenaam haaks op het politieke gemeengoed dat ons dagelijks lastigvalt in plaats van inspireert. Nog eens dertig jaar is me te lang.


1 Eerder, 22 februari 2014, verschenen bij Konfrontatie www.konfrontatie.nl (terug)