Welkom
Ingezonden
Solidariteit "ingezonden"

Een nieuwe reis door de geschiedenis

Het jaar 11 door de eeuwen heen

Harry Peer

Wij zijn met het verleden verbonden. Bij elk van de personen, gebeurtenissen en organisaties die in dit verhaal naar voren komen, wordt dit jaar ergens in Nederland of in de wereld stil gestaan. Geschiedenis leeft. Het geeft zicht op ons bestaan en verdieping aan ons handelen.

1511

Erasmus van Rotterdam

Erasmus
Erasmus (1469?-1536)

Op 9 juni 1511 schrijft Erasmus vanuit Parijs een brief aan zijn vriend Thomas More in Engeland. Laus Stultitiae, de Lof der Zotheid, is dan net uitgegeven door een Parijse uitgever. Erasmus licht zijn vriend toe dat hij de tekst bij wijze van grap heeft geschreven. Het Griekse woord moria (dwaasheid) deed hem aan More denken. Hij dacht dat More dit spelletje van zijn geest wel zou weten te waarderen. Het ligt voor de hand dit essay over "het jaar 11 door de eeuwen heen" te beginnen met deze beroemde Nederlander, Desiderius Erasmus (1466- of 1469-1536). Hij was een knappe, innemende, beschaafde, erudiete man. Het portret van Hans Holbein de Jongere getuigt ervan. Tijdgenoten prezen hem. Erasmus had toegang tot de groten der aarde, vorsten van kerk en staat. Hij behoort tot de top drie van de internationaal beroemdste Nederlanders: Erasmus, Rembrandt en Spinoza.

Erasmus is een wegbereider van de Reformatie en een leidende figuur uit het Europese humanisme. Erasmus, Nederlander en kosmopoliet. Het is een waar genoegen om zijn uit het Latijn in het Nederlands vertaalde werk te lezen. Het verhaal gaat dat Erasmus in 1509 op een paard over de Alpen rijdend op weg van Italië naar Engeland over het gestelde heeft nagedacht en het vervolgens in een paar dagen in het huis van zijn vriend Thomas More op papier heeft gezet. In een gevoelige, humoristische voorrede draagt hij Lof der Zotheid aan More op. Het manuscript circuleerde enige tijd onder vrienden, voordat het in 1511 in Parijs in druk verscheen. Het is een veel gelezen en geprezen, geestig en satirisch werk. Erasmus hekelt de moraal en zeden van zijn tijd, neemt allerlei beroepsgroepen en geledingen van de samenleving op de hak.
Het Nationaal Onderwijsmuseum in Rotterdam heeft de 500-ste verjaardag van Lof der Zotheid aangegrepen als vertrekpunt voor een tentoonstelling (van 19 december 2010 t/m 8 januari 2012), Tegen de Barbarij. Erasmus en het onderwijs. Erasmus schrijft op een vermakelijke manier over de ongelukkige schoolmeesters, "voortdurend honger lijdend en armoedig in die scholen van hen - wat zeg ik? Scholen?! - Neen, zorgenpakhuizen, tredmolens en martelkamers, te midden van troepen kinderen, worden ze oud door de inspanningen, doof van het geschreeuw, ziek van het vuil en de winden".

Rome ergerde zich aan zijn aanval op de toestanden in de rooms-katholieke kerk, de heiligenverering, de aflatenhandel, de zelfingenomen rechtsgeleerden, de pedante filosofen, de spitsvondige theologen, het monnikenwezen ("holle hoofden onder de monnikskap"). Er was alle reden om de menselijke dwaasheden, waaronder het liederlijke leven van de pausen, te hekelen. Het vergde moed om dat te doen. Erasmus deed dat bij monde van de godin Zotheid: "En als dan de pausen, die Christus' plaats bekleden, eens zouden trachten diens leven na te volgen, met andere woorden: zijn armoede lijden, leer, kruis, doodsverachting, en als ze eens zouden denken aan hun titel 'paus', d.w.z. 'vader', of hun predikaat 'Zijne Heiligheid', dan zou dat toch wel de meest ontmoedigende conclusie opleveren!"
Het is verleidelijk om te blijven citeren: "Is er bij de Goddelijke geboorte sprake van een bepaald tijdstip? Is Christus op meer dan één manier Gods zoon? Is de hypothese mogelijk: God de Vader haat zijn zoon? Zou God de gedaante hebben kunnen aannemen van een vrouw, van de duivel, van een ezel, van een kalebas, van een steen? Maar hoe zou een kalebas dan gepreekt hebben, wonderen verricht en aan het kruis geslagen zijn?" Alleen al uit deze citaten kun je opmaken dat theologen zich beledigd voelden en anderen het boek godslasterlijk vonden. Erasmus had al eerder in 1502 met Handboek voor een christensoldaat scherpe kritiek geleverd op de uiterlijke praal van de Kerk. Het celibaat had hij als een "perversiteit" afgewezen. Met zijn stilistische gaven weet Erasmus, zelf een gelovig man, opgeleid tot Augustijner monnik, alle beschuldigingen aan zijn adres te weerleggen. Bovendien slaagt hij erin op een handige manier gebruik te maken van het nieuwe medium de boekdrukkunst om zijn publicaties onder het bereik van een groot publiek te brengen.

Erasmus

Erasmus was te bekend om op de brandstapel te gooien, maar de kerk deed wel een poging om de invloedrijke geleerde te isoleren. Het jaar daarop werd de Lof der Zotheid verboden voor de studenten van de universiteiten van Oxford, Cambridge en Leuven. Een halve eeuw later was het geestelijk klimaat beslist niet toleranter geworden. In 1559 werden alle werken van Erasmus door paus Paulus IV op de Index, de lijst van verboden boeken, geplaatst. Over deze 83-jarige paus schrijft John Julius Norwich in het recent uitgegeven standaardwerk De Pausen (2011): "met afstand de meest angstaanjagende, vanwege zijn intolerantie, zijn geborneerde kwezelarij, zijn weigering om compromissen te sluiten en zelfs maar te luisteren naar andere meningen dan de zijne. In feite betekende zijn pontificaat een terugval in de Middeleeuwen". Deze paus genoot van de inquisitie en was berucht om zijn antisemitische maatregelen. De Index heeft ruim 400 jaar bestaan. Aan het eind stonden er ongeveer 4.000 boeken op de lijst. Op talrijke befaamde geleerden en schrijvers is broodroof en erger gepleegd. Bevreesd voor de aantasting van haar dogma's en positie vond de Kerk het kennelijk gerechtvaardigd de katholieke massa dom en onwetend te houden.

Terug naar Erasmus. Hij heeft zich in tegenstelling tot Luther nooit formeel los gemaakt van de kerk. Erasmus had een samenleving voor ogen, waarin beschaafde mensen geïnspireerd door christelijke naastenliefde en klassieke idealen onder de hoede van de ongedeelde moederkerk zouden leven. Opeenvolgen pausen handelden dus bijzonder onverstandig door de toegestoken hand van een soort bijbels humanisme van Erasmus af te slaan. Daardoor isoleerde de kerk zich en versterkte ze de krachten van de reformatie.
Er zijn historici die in Erasmus' principiële verdraagzaamheid en zijn pleidooien voor goede omgangsvormen Nederlandse karaktertrekken menen te zien. In Gouda waar Erasmus is geboren, wordt de beroemde zoon herdacht met een mooie buste voor de kerk waar zijn vader priester was. Op het Grotekerkplein bij de Laurenskerk in Rotterdam staat een fraai standbeeld van Erasmus, een man in toga met een baret op die een open geslagen boek leest. Het is zelfs het oudste standbeeld uit ons land (1622).

Janus Secundus

Janus Secundus staat bekend als een erasmiaans dichter. Hij werd op 15 november 1511 als Johannes Nicolai Hagiensis geboren in Den Haag. Zijn naam Secundus kreeg hij omdat 15 november een feestdag was voor de martelaar Secundus. Secundus vader Nicolaas Everaerts was een vriend van Erasmus. Als president van het Hof van Holland had hij een belangrijke positie. Hij streefde zoals veel juristen in die tijd naar de invoering van het Romeinse Recht, dat een einde moest maken aan de privileges van de adel. Secundus studeerde in Mechelen, Brussel en Bourges. Ook woonde hij een paar jaar in Spanje. Secundus heeft veel dichtwerken op zijn naam staan. Hij dankt zijn roem aan zijn liefdesgedichten. Van Secundus poëzie noemen we: Basia ("Kusgedichten"), zijn elegieën, odes, epigrammen, brieven, Funera (herdenkingen aan geliefde overleden tijdgenoten). Vanwege een ziekte, vermoedelijk malaria, keerde Secundus weer terug naar Nederland, waar hij in Utrecht schrijver van de bisschop werd. Nadat hij de eervolle uitnodiging had gekregen om zijn broer Grudius op te volgen als schrijver van Karel V stierf hij onderweg naar hem in de abdij van Saint-Aimant bij Doornik. Hij overleed slechts 25 jaar oud in 1536, hetzelfde jaar als Erasmus. Zijn eveneens twee dichtende broers Nicolaus Grudius (1504-1570) en Hadrianus Marius (1509-1568) hebben het verzamelde werk van hun broer in 1541 uitgegeven.

Catullus 5.7-8 (vertaling J. Kal)
Geef me duizend kussen, vervolgens honderd,
dan weer duizend, en dan een tweede honderd.

Catullus 7.1-8 (vertaling J. Kal) Vraag je, Lesbia, hóeveel van je kussen
mij genoeg zijn en meer dan ruim voldoende?
Zó veel als in het Libische woestijnzand
gentiaanrijk Cyrene telt aan korrels
tussen Amons verzengende orakel
en het grafheiligdom van stichter Battus;
óf zo veel er aan sterren, als de nacht zwijgt,
op het steelse gevrij van mensen neerzien.

Secundus Basium 7.1-6 (vertaling J.P. Guépin)
Honderd kussen in honderdvoud,
honderd kussen in duizendvoud,
duizend kussen in duizendvoud
zoveel duizenden duizendvoud,
als telt druppels de grote zee,
als er sterren zijn in 't heelal...

Secundus
Janus Secundus (1511-1536)

Secundus heeft internationale faam verworven met zijn bundel Basiorum Liber, kortweg Basia genoemd ("Kussen", 1535). De bundel bevat 19 Latijnse gedichten, variërend in lengte van 6 tot 49 verzen. We hebben er enkele hieronder opgenomen. Oordeelt uzelf. Vertalingen zijn er in het Engels, Frans, Duits en Nederlands. De zestiende-eeuwse Franse schrijver Montaigne noemde Secundus in zijn Essais in één adem met Boccaccio en Rabelais. In de achttiende eeuw liep ook Goethe met hem weg.

Hadrianus Junius

Junius
Hadrianus Junius (1511-1575)

De naam van de in 1511 in Hoorn geboren Hadrianus Junius ontbreekt in de historische handboeken. Dat is opmerkelijk. Naast Erasmus was hij misschien wel Nederlands grootste geleerde in de zestiende eeuw. Net als Erasmus was ook deze humanist tot ver buiten onze grenzen bekend. Onder andere vanwege zijn Nomenclator, een achttalig woordenboek dat eeuwenlang op scholen in Europa is gebruikt. Junius' Batavia is een omvangrijk historisch werk over de geschiedenis van Holland vanaf de Romeinse tijd. De "Bataafse mythe" is er min of meer mee in het leven geroepen. Het idee dat de Nederlanders afstamden van de dappere vrijheidslievende Bataven paste later goed in de kraam van de Hollandse opstandelingen tegen Philips II van Spanje.
De historische vereniging in Hoorn heeft haar beroemde veelzijdige plaatsgenoot - doctor in de geneeskunde en filosofie, uitgever van klassieke teksten, enzovoort - vijf eeuwen later aan de vergetelheid ontrukt. Er zijn drie bijzondere publicaties uitgegeven. De titels staan voor de inhoud: Hadrianus Junius (1511-1575)- Een humanist uit Hoorn. De auteur ervan is Dirk van Miert die tevens de redacteur is van The Kaleidoscopic Scholarship of Hadrianus Junius 1511-1575 - Northern Humanism at the Dawn of the Dutch Golden Age. Van de hand van Nico de Glas is Holland is een eiland. De Batavia van Hadrianus Junius.

Met de tijd kan onze waardering voor figuren uit het verleden veranderen. Wie weet hadden Jan en Annie Romein nu de humanist Hadrianus Junius in plaats van de eveneens in Hoorn geboren Jan Pietersz. Coen (1587-1629), berucht als "de slachter van Banda", een plaats gegeven in de galerij van erflaters van onze beschaving. Er zijn de afgelopen decennia heel wat standbeelden in de wereld omver gehaald. Misschien moet het in 1893 onthulde beeld van Jan Pieterszoon Coen in Hoorn maar vervangen worden door dat van zijn plaatsgenoot Hadrianus Junius. Maar dat zal niet gauw gebeuren. Het weghalen van het prominente standbeeld in Hoorn zou te vergelijken zijn met het slopen van het Paleis (voorheen stadhuis) op de Dam in Amsterdam. Naar verluidt wordt er in de gemeenteraad gesproken over een toevoeging aan de bestaande tekst op het standbeeld van Coen. Daarmee wordt dan ook de aandacht gevestigd op de niets ontziende, gewelddadige kant van zijn optreden en daarmee van de Republiek in de Oost.

Pierre Viret

Viret Viret
Pierre Viret (1511-1571)

Met kerkhervormer Pierre Viret maken we kennis in Lausanne. Het is een hele klim naar de mooiste kathedraal van Zwitserland, gelegen in La Cité op de top van de vijfhonderd meter hoge heuvel. In de grote Gothische kathedraal uit de dertiende eeuw bezichtigen we een interessante tentoonstelling van de in 1511 geboren Pierre Viret (1511-1571). Het is één van de herdenkingsactiviteiten naar aanleiding van zijn vijfhonderdste geboortedag. Op een standaard in het kerkportaal staat een lange lijst met gegevens uit zijn leven, waarbij vooral de enorme reeks publicaties van deze vergeten reus van het reformisme opvalt. Geboren in Orle in Zwitserland studeerde hij in Parijs waar hij werd gewonnen voor de reformatorische leer. Daarna werkt hij met Guillaume Farel aan de reformatie in Genève.
Aansluitend brengt de predikant bijna 33 jaar van zijn leven door in Lausanne. Vanwege de handhaving van de kerkelijke tucht zet de gemeenteraad hem in 1559 af. Hij vertrekt naar Genève om Calvijn te helpen en wat later naar Frankrijk. Virets christelijke instructie in de Leer van de Wet en het Evangelie bevat de mooiste uiteenzetting van de Tien Geboden naar buiten gebracht door de Reformatie.

Zwitserland is een bakermat van de Reformatie met steden als Basel (waar Erasmus vanaf definitief 1521 woonde en ligt begraven), Zürich, Lausanne en Genève. Op de Muur van de Reformatie in Genève is een standbeeld opgenomen van Willem de Zwijger, onze Vader des Vaderlands, aan de bezoeker voorgesteld als Guillaume le Taciturne.

1611

Henry Hudson

Henry Hudson
Henry Hudson (1565-1611)

Met Henry Hudson hebben we twee jaar geleden al kennis gemaakt in de beschouwing over het jaar 9. In 1609 ontdekte hij met zijn Hollands-Engelse bemanning op de Halve Maen het huidige New York. Een aardige biografie over hem is van de hand van Corey Sandler, Henry Hudson. Dreams and Obsession. The Tragic Legacy of the New World's Least Understood Explorer (Citadel Press Books, New York, N.Y. 2007, 431 pagina's). Tijdens de oversteek in 1609 kon Hudson niet vermoeden dat zijn volgende reis dramatisch zou aflopen.
Hudson was een ontdekkingsreiziger bezeten door de gedachte om via de Noordoost - of Noordwest Passage aan de andere kant van de wereld - bij China en Japan uit te komen. Zijn laatste tocht op de Discovery werd hem fataal. Het is spannend beschreven in Fatal Journey. The Final Expedition of Henry Hudson. A Tale of Mutiny and Murder in the Arctic (New York, 2009, van Peter C. Mancall, 303 pagina's). De bemanning bracht van november 1610 tot juni 1611 barre maanden door op het schip en op het ijs, bijna van honger, koude en uitputting omkomend. We kunnen het enigszins vergelijken met de overwintering van Barentsz en Heemskerk op Nova Zembla. Een deel van de bemanning van de Discovery wilde onder geen enkele voorwaarde de tocht voortzetten en zette Henry Hudson met zijn zoon en nog enkele maten overboord in een sloepje.
Mancall speculeert wat over hun verdere lot en einde, vermoedelijk gestorven van de kou of aan scheurbuik in de daarop volgende winter. De muiters - zeven mannen en een jongen - slaagden erin terug te keren naar Engeland, maar zijn opmerkelijk genoeg door de High Court of Admiralty nooit veroordeeld voor wat het Hof zag als de moord op Hudson. Mancall eindigt zijn boek als volgt: "Hudson left behind few clues about his fate. He never found the Northwest Passage. Today his name marks a strait, a bay, and the river he explored. These are the principal memorials to a man whose ambition ended in the nightmare of betrayal and a lonely death in a windswept Arctic bay." Een eenzaam einde van een avontuurlijk man die zowel een plek heeft verworven in de Engelse, de Amerikaanse als de Nederlandse geschiedenis.

China

Verre reizen. Henry Hudson nam een markante plaats in bij de viering van 400 jaar Nederland-Amerika in 2009. Elk opeenvolgend jaar biedt herdenkingsactiviteiten vanwege vier eeuwen (handels)contacten met een ver weg gelegen land. Het wijst op de baanbrekende rol van de Republiek van de Zeven Verenigde Provinciën bij het openleggen van de kapitalistische wereld; in 1910 met Japan, dit jaar met China, volgend jaar met Turkije. In het Maritiem Museum in Rotterdam loopt dit jaar (tot 4 maart 2012) de tentoonstelling "Yin en Jan" 400 jaar relaties met China (1611-2011). Een begeleidende collegereeks kan de historisch, commercieel of toeristisch geïnteresseerde deelnemer warm maken voor een bezoek aan het steeds machtiger China. Navraag bij de educator van het museum leert dat 1611 eigenlijk niet een speciale gebeurtenis markeert. De contacten met de Republiek zijn al van oudere datum. Zo bezocht de Enkhuizenaar Dirk Pomp tussen 1566 en 1590 tweemaal China. Hij wordt gevolgd door de kapiteins van de VOC, die op zoek zijn naar handelsmogelijkheden.

China

Thee en porselein zijn in de achttiende eeuw de belangrijkste producten die door de VOC in China worden gekocht. In het wrak van de in 1985 gevonden "Geldermalsen" (vergaan in 1752) lag maar liefst 150.000 stuks porselein opgeborgen. De belangstelling is ook van wetenschappelijke aard. In 1853 wordt aan de Universiteit van Leiden de eerste opleiding Chinees opgericht. Begonnen met vier studenten is dat aantal bij sinologie nu toegenomen tot circa vierhonderd.

Een Chinese kroniekschrijver uit het midden van de zeventiende eeuw had weinig vleiends over de Nederlanders te melden: "Het volk dat wij de Roodharen of de Rode Barbaren noemen, is identiek met de Hollanders, en zij leven in de Westelijke Oceaan. Ze zijn hebzuchtig en geslepen, weten heel veel af van waardevolle koopwaren en zijn zeer doortrapt in het najagen van winst. Bij het zoeken naar voordeel zijn ze bereid hun leven te wagen, en geen plaats is voor hen te ver om er vaak heen te gaan. Hun schepen zijn heel groot, sterk en goed gebouwd en worden in China dubbelplankschepen genoemd. Deze lieden zijn ook zeer vindingrijk en vernuftig. Zij maken zeilen als spinnenwebben, die naar alle kanten schuin kunnen worden gezet om de wind op te vangen. Als men hen op zee tegenkomt, is men er zeker van hen door hen te worden beroofd.
Warempel. Het zal toch niet zo zijn dat de Nederlandse zeelieden uit de zeventiende eeuw als voorbeeld dienen voor de Somalische piraten in de 21ste eeuw? Nederlanders ontvoerden op grote schaal Chinezen om Batavia opnieuw te bevolken na de verovering door J.P. Coen van de stad, waarbij talloze mensen om het leven waren gebracht. Toen de Nederlanders in 1740 ten onrechte de indruk kregen dat Chinezen tegen hen in opstand wilden komen, werd het grootste deel van de 10.000 personen tellende Chinese gemeenschap in Batavia op een verschrikkelijke manier uitgemoord.
We hebben nog wel wat goed te maken. Mogelijk iets voor de economische commissie die het kabinet-Rutte binnenkort naar China stuurt om kansen te ontdekken voor Nederlandse bedrijven. Ik verlaat het museum met een boek dat ik thuis met veel belangstelling heb gelezen China en de Nederlanders. Geschiedenis van de Nederlands-Chinese betrekkingen 1600-2007, geschreven door Leonard Blussé & Floris-Jan van Luyn.

De Amsterdamse Beurs

Amsterdamse Beurs

Amsterdam was in het begin van de zeventiende eeuw het middelpunt van de commerciële wereld. Schepen voeren af en aan. In 1609 werd de wisselbank als stedelijke kredietinstelling opgericht. De eerste steen van de beurs was toen al gelegd, op 29 mei 1608.
De Amsterdamse Beurs wordt over het algemeen gezien als de oudste financiële handelsbeurs ter wereld. In zijn Geschiedenis van Amsterdam (deel 2) noteert H. Brugmans dat de beurs op 1 augustus 1611 in gebruik werd genomen. Brugmans beschrijft vervolgens dat de beurs zo'n indruk maakte dat hij is bezongen, er fraaie gedichten over zijn gemaakt, er met lof over werd geschreven en de levendige taferelen object zijn van veel schilderijen.
Een tijdgenoot noemde de beurs "een wandelpark waar Moor met Noorman handel drijft, een kerk waar Joden, Turk en Christen vergaren". Het gebouw stond aan het begin van het Rokin bij de Dam en werd gebouwd naar de plannen van Hendrick de Keyser in de Hollandse renaissancestijl van die dagen. In 1838 is het gesloopt, vervolgens bouwde eerst Zocher (1845) en daarna Berlage zijn naar hem genoemde Beurs (geopend door koningin Wilhelmina in 1903).

De beurs heeft een sterk internationaal karakter gekregen. Vanaf 1978 worden de eerste opties verkocht. De Amsterdamse Vereniging voor de Effectenhandel en de European Options Exchange fuseerden later tot Amsterdam Exchanges, waar zowel aandelen als opties verhandeld konden worden. In 2000 is de Amsterdamse beurs gefuseerd met de Brusselse en Parijse effectenbeurs tot Euronext NV, de eerste grensoverschrijdende effectenbeurs. Later nam deze organisatie ook de Portugese en Engelse effectenbeurs over. Het hoofdkantoor van deze organisatie Euronext is gevestigd in Amsterdam.
Vierhonderd jaar beursgeschiedenis is vierhonderd jaar kapitalisme optima forma.

Om die reden zal het Beursplein in Amsterdam op zaterdag 15 oktober 2011 zijn gekozen als ontmoetingsplaats van boze burgers die deel uitmaken van de wereldwijde Occupy-beweging die zich keert tegen de hebzucht van graaiers, speculanten, grootverdieners en bankiers. De mensen zijn het zat te moeten opdraaien voor de catastrofes die de financiële wereld aanricht. Op een enorm spandoek dat tussen twee bomen hangt valt te lezen: "Breek de macht van het kapitaal". De beursbewoners worden op omhoog gestoken borden aangeklaagd, een tekst van Loesje: "Onthulling. Ze worden op de beurs al anderhalve eeuw rijk over de rug van de werknemers", "Kijk uit voor de zakkenrollers van Beursplein 5", "De samenleving is geen casino", "De mensen op de beurs vinden delen de moeilijkste berekening". Aan de beursactiviteiten zitten duidelijk twee kanten.

Amsterdamse Beurs

1711

Johan Willem Friso - Een nare dood en pril geluk

In 1711 was Nederland een republiek. Voor de latere Nederlandse monarchie is het evenwel een belangrijk jaar. In 1711 overlijdt Johan Willem Friso (1687-1711) uit Friesland op onfortuinlijke wijze. Hij was de erfgenaam van alle bezittingen, titels en waardigheden van koning-stadhouder Willem III die zelf in 1702 door een val van zijn paard om het leven was gekomen. Met het ongelukkige einde van Willem III stierf de Oranjetak van de Nassau's uit.

Friso Willem IV
Johan Willem Friso (1687-1711) Stadhouder Willem IV (1711-1751)

De machtige internationaal in hoog aanzien staande Willem III had gelukkig op tijd aan zijn achterneef uit Friesland gedacht. De Friese stadhouders waren vanaf 1584 afkomstig uit de familie van Jan de Oude, broer van Willem van Oranje. Als zodanig meenden ze rechten te kunnen ontlenen aan het stadhouderschap voor alle provincies.
Het wordt vaak over het hoofd gezien. Maar de Friese stadhouder JWF Nassau is toch een rechtstreekse "Oranje" - voorouder van koningin Beatrix. Doordat Hendrik Casimir II de vader van JWF (overleden in 1696) huwde met Henriette Amalia van Anhalt-Dessau die een kleindochter was van Frederik Hendrik (de jongste zoon van Willem de Zwijger), stamt ons staatshoofd via de vrouwelijke lijn toch af van de in 1584 vermoorde Vader des Vaderlands. Symbolisch van zeer grote betekenis. De ontzetting bij de Oranje - aanhang was groot toen JWF op 14 juli 1711 bij de oversteek van het Hollands Diep bij Moerdijk (onderweg naar Den Haag om zijn kandidatuur voor het stadhouderschap kracht bij te zetten) schipbreuk leed en verdronk. Het ontbrak hem kennelijk aan kundig watermanagement.
Zijn echtgenote Maria-Louise van Hessel-Kassel (1688-1765) overleefde hem ruim een halve eeuw. We kennen haar tevens onder de bijnaam "Marijke Meu". Ze was erg populair in Friesland. De liefde voor haar overleden man kon ze kwijt in Willem Carel Hendrik Friso die korte tijd later op 1 september 1711 wordt geboren. Hij huwde in 1734 met Anna van Hannover, een dochter van de Engelse koning. Willem Carel slaagde er in 1747 in stadhouder van alle gewesten te worden en gaat als Willem IV de geschiedenis in. Hij liet daarmee bij zijn overlijden in 1751 een fraaie erfenis achter voor zijn driejarige zoon die onze laatste stadhouder Willem V (1748-1806) is geworden.

Willem V trof het evenmin. Hij moest in 1795 met zijn vrouw Wilhelmina van Pruisen (1751-1820) door de komst van de Fransen uitwijken naar Engeland. De eerste helft van de achttiende eeuw konden de Nassaus slechts in nostalgie terug denken aan een glorieuzer verleden en wat tandeloos hopen op een betere toekomst. We kennen deze periode als het Tweede Stadhouderloos Tijdperk (1702-1747). In 1702, 1711 en 1751 heeft het voortbestaan van de Nederlandse tak van de Oranjes, c.q. Nassau's, aan een zijden draadje gehangen. De in 1711 overleden Johan Willem Friso had zes zusters, maar opvolging was destijds alleen in mannelijke lijn mogelijk. De koning van Pruisen die in de vrouwelijke lijn eveneens van Frederik Hendrik afstamde, claimde om die reden óók het stadhouderschap. De Nederlandse geschiedenis had heel anders kunnen lopen, indien zijn claim zou zijn gehonoreerd. Wist u dat de latere (de laatste) keizer Wilhelm II koningin Wilhelmina om die reden spottend zijn nicht noemde? Het is een gedetailleerd verhaal. De belangstellende wordt verder verwezen naar het informatieve boek van Marijke Bruggeman, Nassau en de macht van Oranje. De strijd van de Friese Nassaus voor erkenning van hun rechten, 1702-1747.
De vorstin en de kroonprins mogen hun Friese voorouders dankbaar zijn voor hun onophoudelijk en uiteindelijk succesvol streven naar een formele machtspositie met recht op erfopvolging.

De pest

In de Duitse landen hadden de mensen wel iets anders aan hun hoofd - mogelijk afgezien van de Pruisische koning die gekweld werd door de erfeniskwestie van de Nassau's - dan het welbevinden van de stadhouderlijke familie hier. Nederland bleef in 1711 gespaard van de Zwarte Pest die oostelijk in het Heilige Roomse Rijk rondwaarde. Het herinnerde op een afschuwelijke manier aan vroegere Middeleeuwse taferelen. Er zijn schattingen dat in de jaren 1348-1350 een derde van de bevolking in Europa, twintig miljoen mensen, er aan ten offer is gevallen. Barbara Tuchman heeft er een aangrijpend hoofdstuk over geschreven in De waanzinnige 14de eeuw.

Pest

De pest ontziet niemand. Op 17 april 1711 overlijdt Jozef I, keizer van Duitsland en aartshertog van Oostenrijk, op 33-jarige leeftijd aan de zwarte pokken. Ongeveer 500.000 mensen sterven in 1711 aan de pest.

Pest

Op 1 mei wordt in Szatman de vrede getekend tussen de Hongaarse opstandelingen en vertegenwoordigers van Karel van Oostenrijk. Op 12 oktober 1711 volgt hij als Karel VI zijn broer op. In omringende landen maakt men zich extra ongerust over het Europese machtsevenwicht wanneer Karel VI korte tijd later op 22 mei 1712 ook nog tot koning van Hongarije wordt gekroond.

1811

Napoleon

In 1811 waren de Oranjes ver te zoeken. Nederland was sinds een jaar bij Frankrijk ingelijfd, nadat het vier jaar een koninkrijk was geweest onder leiding van Lodewijk Bonaparte, de broer van de keizer. De Oranjes zullen het hele spektakel tandenknarsend vanuit hun politiek asiel in den vreemde hebben gadegeslagen. Keizer Napoleon had het hier voor het zeggen. Vergezeld door zijn echtgenote Marie-Louise maakte hij een tour van ruim vijf weken door ons land, van 23 september tot 31 oktober. Mogelijk had hij wat afleiding nodig vanwege de nederlaag in Portugal. Op 16 mei van dat jaar waren de Fransen in een bloedige slag bij Albuera, waar Lissabon werd verdedigd, verslagen.

Napoleon in Nederland, 1811
Napoleon in Nederland, 1811

Niets leek aan Napoleons aandacht te ontsnappen tijdens zijn reis in de noordelijke departementen van het keizerrijk. De "kleine korporaal" was natuurlijk vooral geïnteresseerd in militaire zaken. Af en toe rustte hij uit onder een boom, nu zovele jaren in de provincie als toeristische attractie gekoesterd. Maar Napoleons belangstelling was breed. Hij bezocht ook het Teylersmuseum in Haarlem. Aanleiding voor het museum om in 2011 in een expositie terug te blikken op de culturele en wetenschappelijke verworvenheden van Napoleons expeditie naar Egypte. Militair was dat overigens op een debacle uitgelopen.
Ik heb met plezier rondgewandeld op de tentoonstelling en enige tijd later op een zondagmiddag nog een lezing bijgewoond. Egypte staat vanwege de opstand dit jaar en de vlucht en berechting van Mubarak volop in de belangstelling. Ik herinner me niet meer of in de tentoonstelling ook aandacht is besteed aan de massale slachting van de Mammelukken in Egypte op 1 maart 1811. Mammelukken zijn blanke, mannelijke slaven die in de legers dienden van het Ottomaanse Rijk. Door de eeuwen heen hadden ze controle op het leger en het bestuur van islamitisch Egypte verworven. Pasja Mohammed Ali dreef de eerste groep van vijfhonderd Mammelukkers bijeen in de Citadel van Cairo waar ze werden vermoord. De overige werden gezocht en onthoofd.

De keizer bezocht Nederland om eens met eigen ogen te zien wat hier zowel financieel als militair te halen viel. De keizerin voelde zich hier niet erg op haar gemak. Maar vermoedelijk miste ze haar kort daarvoor op 20 maart geboren zoontje (overleden in 1832). De grootste aandacht van Napoleon ging uit naar de verdediging van het land en een mogelijk Franse aanval op Groot-Brittannië. De Engelsen waren eerder al Noord-Holland en Zeeland binnengevallen. Het moet Napoleon opgevallen zijn dat toch heel wat mensen het vertrek van zijn broer als koning betreurden. De lezer kan zich over de komst en het verblijf van de keizer in de departementen aan de Noordzee verdiepen in Napoleon in Nederland 1811-2011, een mooi geïllustreerd thematijdschrift van zes afleveringen.
Napoleons bezoek aan Nederland viel samen met besluiten en maatregelen waar we nu nog mee te maken hebben. In 2011 herdenken we tweehonderd jaar rechtspraak en Openbaar Ministerie. De persoon die Napoleon hierover adviseerde was de jurist Cornelis Felix van Maanen (1769-1849). Het is de aanleiding voor allerlei gebeurtenissen: de uitgifte van gedenkboeken en een speciale postzegel, de organisatie van allerlei evenementen, enzovoort. In 1811 werd bovendien de burgerlijke stand ingevoerd. Iedereen moest een familienaam nemen. Registratie maakte natuurlijk een soepele overgang tot de invoering van de dienstplicht mogelijk. Dit laatste op te vatten als een vorm van gedwongen arbeid in de krijgsmacht van enige jaren voor jonge mannen. Het is een maatregel die tot het eind van de 20e eeuw heeft gegolden. Sinds 22 augustus 1996 worden er geen nieuwe dienstplichtigen meer opgeroepen. Formeel is de dienstplicht overigens nog steeds niet afgeschaft, wel is de opkomstplicht opgeschort. Indien de veiligheidssituatie het vereist moeten we weer klaar staan.

Opheffing universiteiten

Franeker
Universiteit van Franeker (1585-1811)

Het was al erg genoeg dat de universiteiten van Leiden en Groningen per decreet tot afdelingen van Parijs werden gemaakt. Maar opzienbarend was het besluit om de bekende universiteiten van Franeker en Harlingen te sluiten. Het was een slag voor deze plaatsen. De Universiteit van Franeker (Fries: Universiteit fan Frjentsjer; Latijn: Academia Franekerensis) werd in 1585 opgericht door de Staten van Friesland (tot 1604 tevens het curatorium). De Friese stadhouder Willem Lodewijk was een groot voorstander van de oprichting, waartoe in 1584 besloten werd. Rombertus van Uylenburgh, de burgemeester van Leeuwarden, zou op 10 juli 1584, de dag van de aanslag in Delft op Willem van Oranje, hebben onderhandeld over de oprichting. Er zijn destijds vier redenen aangevoerd voor het oprichten van de universiteit: het was goedkoper dan studeren in Leiden; de ouders konden beter op het gedrag van hun kinderen letten; het was goed voor de ontwikkeling van de bevolking; het geld dat de studenten zouden uitgeven, bleef binnen de provincie.
De Universiteit van Franeker kende vier faculteiten en had in totaal 170 hoogleraren, al is er ook een schatting van 198. Het lijstje geeft een weergave van het aantal hoogleraren per faculteit.

  • 43 hoogleraren in de godgeleerdheid,
  • 39 hoogleraren in de rechten,
  • 27 hoogleraren in de geneeskunde,
  • 30 hoogleraren in de letteren,
  • 31 hoogleraren in de wijsbegeerte.

In de 226 jaar van haar bestaan hebben bijna 15.000 studenten ingeschreven gestaan. Een derde daarvan was afkomstig uit het buitenland, waaronder veel Polen en Hongaren, een kwart uit andere provincies van de republiek. Er zijn 2.072 studenten gepromoveerd in Franeker. Ook al was de toestroom van studenten de laatste decennia minder, de cijfers geven een indruk van de betekenis van de universiteit tot ver buiten de provincie- en landsgrenzen.

De Universiteit van Harderwijk was in 1648 door de Staten van Gelre opgericht. De minder gefortuneerden kozen in het algemeen eerder voor een studie in Harderwijk dan in Leiden, omdat promoveren er minder kostte en sneller verliep. Een ondeugend rijmpje wat men natuurlijk vooral in Leiden zong was: Harderwijk is een stad van negotie. Men verkoopt er bokking, blauwbessen en bullen van promotie.

Harderwijk
Universiteit van Harderwijk (1648-1811)

Niettemin promoveerden er bekende wetenschappers waaronder de internationaal vermaarde Linnaeus. We noemen verder:

  • de ontdekkingsreiziger Jacob Roggeveen (1690),
  • de medicus Herman Boerhaave (1693),
  • de natuurkundige en historicus Lodewijk Palm (1709),
  • de Zweedse plantkundige Carolus Linnaeus (1735),
  • de staatsman Herman Willem Daendels (1783),
  • de waterbouwkundig en militair ingenieur Cornelis Rudolphus Theodorus Krayenhoff (1784),
  • de dichter A.C.W. Staring (1787).
Na het verdwijnen van het Franse bewind zijn er wat schuchtere pogingen ondernomen om de universiteiten her op te richten. Daar is het bij gebleven. De befaamde bibliotheek van Franeker heeft elders onderdak gekregen.

Coalitieverbod

Voorts werd in 1811 in de Code Pénal, het Wetboek van Strafrecht, een gevangenisstraf tot drie maanden in het vooruitzicht gesteld voor deelnemers aan een staking en twee tot vijf jaren voor de leiders daarvan. Het zogeheten coalitieverbod werd opgeheven in 1872.
Er was meer reden om bang te zijn voor de autocratische keizer dan voor gewone arbeiders. Europa was een groot slagveld. In 1812 begon Napoleon aan een onbezonnen veldtocht naar Rusland. Er sneuvelden ruim 500.000 soldaten waaronder circa 20.000 Nederlanders (waarvan veel dienstplichtigen).

Stormen

We verlaten even Nederland en Europa. Elk jaar worden de Verenigde Staten wel aangedaan door een flinke storm. Dat was vroeger ook al zo.
Op 10 september 1811 raast een tornado over Charleston in South Carolina. Van de stad blijft weinig over. Zeker vijfhonderd doden. Het dodental is nog veel hoger bij twee Britse oorlogsschepen die komend vanuit de Baltische Zee bij de kust van Engeland in een reeks stormen terechtkomen. De Saint George en Defence zinken en tweeduizend man verdrinken.

Harriet Beecher Stowe

Harriet Beecher Stowe
Harriet Beecher Stowe (1811-1896)

Op 14 juni 1811 wordt Harriet Elizabeth Beecher Stowe geboren in Litchfield in de Amerikaanse staat Connecticut. Ze trouwde in 1836 met Calvin Ellis Stowe, een overtuigd tegenstander van de slavernij. Hij was professor op Lane Theological Seminary in Cincinatty, waar Harriets vader in 1832 tot president was benoemd. Het echtpaar kreeg zeven kinderen. Het huwelijk duurde vijftig jaar. In Cincinatty werd Harriet geconfronteerd met het vraagstuk van de slavernij. Gevluchte slaven kregen onderdak in deze plaats. De dood van Harriets kind in 1849 maakte haar extra gevoelig voor het lijden van de zwarte slavin. Het inspireerde haar tot het schrijven Uncle Tom's Cabin.

De hut van Oom Tom kwam eerst als een wekelijkse feuilleton uit in The National Era, een antislavernij tijdschrift. Als boek gepubliceerd in 1852 werd het een sensatie. Er werden er alleen in dat jaar al 300.000 exemplaren van verkocht. De publicatie ervan had een enorme invloed op het abolitionisme en op de Burgeroorlog (1861-1865). Het boek behoort tot de klassieken uit de wereldliteratuur. In korte tijd kwam het in meer dan twintig talen uit. Harriet Beecher Stowe publiceerde nog veel meer. Ze leeft voort als schrijver en abolitionist. Ze overleefde haar man met tien jaar (+1896).

Oom Tom

Franz Liszt

Lezen is een genot, luisteren kan nog meer voldoening opleveren. Dat kan naar de muziek van Franz Liszt, geboren in Raiding op 22 oktober 1811. Zijn vader was rentmeester van vorst Esterhazy. Franz' vader die een groot liefhebber van muziek was, bevorderde het talent van zijn zoon. Drie landen geven dit jaar herdenkingszegels uit, suggererend dat Liszt hun nationaliteit heeft. Alle drie hebben ze gelijk. Liszt is in Hongarij geboren, later is zijn geboortegrond Oostenrijks geworden. Liszt ouders waren Duitsers. Liszt studeerde in Wenen en Parijs, gaf pianoconcerten door heel Europa heen. Ook Nederland deed hij aan. Zo woonde hij op 29 april 1866 de uitvoering bij van zijn Graner Messe in de Mozes en Aaronkerk in Amsterdam. Liszt dirigeerde in de al weer lang geleden afgebroken Parkzaal - beroemd vanwege de uitstekende akoestiek - gelegen op het terrein van het Wertheimpark.
Emotioneel werd Liszt geraakt door twee bijzondere vrouwen. Als eerste, gravin d'Agoult die haar man en kinderen om hem verliet, later haatte ze hem (ze kregen wel drie kinderen met elkaar). In 1847 leerde Liszt tijdens een concertreis in Rusland vorstin Carolyne Sayn-Wittgenstein kennen. Liszt vestigde zich in 1848 in Weimar als muziekdirecteur aan het hof van de groothertog. Zijn symfonische gedichten zijn geliefd, Les Préludes, Orpheus en Hamlet. De Faust-symfonie wordt geprezen als een meesterwerk. Beroemd zijn ook Liszt Hongaarse Rapsodieën.

Frans Liszt
Frans Liszt (1811-1886)

Liszt verliet Weimar in 1861 voor een langdurig verblijf In Rome. Vanaf 1875 verbleef de componist elk jaar beurtelings in Boedapest (waar hij president van de Landelijke Muziek-Akademie was geworden), in Weimar en in Rome. Op verzoek van zijn dochter Cosima die was gehuwd met Richard Wagner, reisde Liszt in juli 1886 naar Bayreuth waar hij op de laatste dag van die maand overleed.
Lezer, laat de kans niet voorbijgaan om in dit Liszt-jaar een concert van zijn muziek te bezoeken.

1911

Spectaculaire gebeurtenissen

Philipp Blom schrijft met De duizelingwekkende jaren. Europa 1900-1914 van jaar tot jaar een beeldende geschiedenis. Hij voert ons mee langs spraakmakende voorvallen en gebeurtenissen, uitvindingen, de opkomst van een massacultuur en -vermaak. Een boeiend boek. Het wordt helder dat de moderne samenleving gestalte krijgt. Een nieuw elan raakt de mensen. Het hoofdstuk over 1911 eindigt met de vermelding van de opening van de eerste filmstudio op Sunset Boulevard in Hollywood. Veel ontbreekt echter. We voegen er voor 1911 wat namen, feiten en wetenswaardigheden aan toe. De wereld wordt open gelegd. 1911 was een avontuurlijk jaar.
De Noor Roald Amundsen bereikte na een barre tocht van meer dan 3.200 kilometer over sneeuw en ijs de Zuidpool. Robert Scott die hem op de hielen zat, overleefde het niet. De Amerikaan Hiram Bingham ondekte de hoog in de Andes gelegen Incastad Machu Picchu. Ray Harrou won de eerste 500 mijl races in Indianapolis, het eerste (Fokker) vliegtuig in Nederland vliegt boven een stad, Haarlem heeft de eer. In Londen demonstreren 50.000 vrouwen voor het vrouwenkiesrecht. In Nederland organiseert de Sociaal-Democratische Arbeiders Partij (SDAP) met medewerking van de vakcentrale NVV een groot petionnement en massademonstraties voor het algemeen kiesrecht op de derde dinsdag in september, de zogeheten "rode dinsdagen".
Naast de herdenking van deze spectaculaire gebeurtenissen vieren allerlei organisaties in 2011 hun 100-jarig bestaan: de erfgoedvereniging Heemschut, het Genootschap van Nederlandse Componisten, enzovoort.

Van het arbeidsfront kunnen we melden dat er in 1911 een omvangrijke internationale staking van zeelieden en havenarbeiders was, waarbij de zeelieden en bootwerkers in Amsterdam en Rotterdam eveneens partij zijn. Ik zit te wachten op een gezamenlijke tentoonstelling hierover van het Maritiem Museum in Rotterdam en het net heropende Scheepvaartmuseum in Amsterdam.

Op zaterdagmiddag 9 juli 2011 dansten precies honderd leeuwen op de Dam ter viering van honderd jaar verblijf van Chinezen in Nederland. Zelf heb ik het spektakel ook gadegeslagen. We moesten zo lang in de zon staan wachten dat burgemeester Eberhard van der Laan gezeten op een tribune te midden van een gezelschap Chinezen geleidelijk aan zelf op een Chinees ging lijken. Hierna trokken we in een optocht met de leeuwen op naar Chinatown richting Nieuwmarkt. Er wonen momenteel ongeveer 100.000 Chinezen in Nederland. Het is de vijfde niet-westerse immigrantengroep in Nederland. In mooie filmpjes in het Maritiem Museum vertellen nakomelingen van de eerste Chinese immigranten in ons land over hun "dubbele nationaliteit", herinneringen en gevoelens die indruk maken. 1911 Luidt bovendien het einde in van het 2000 jaar oude keizerrijk in China. Op 10 oktober 2011 vierde zowel de communistische Volksrepubliek China als de democratische Republiek China op Taiwan de revolutie onder leiding van dr. Sun Yat-sen van de Guomindang (de Nationale Partij). De revolutie die begon in de Zuid-Chinese stad Wuhan verjoeg tenslotte de keizer in 1912. We kennen de lotgevallen van de laatste Chinese keizer uit de beroemde film.

Joseph Luns

Op 28 augustus 1911 ziet Joseph Luns het levenslicht in Rotterdam. Als dienstplichtig matroos bij de marine helpt hij de commandant van het schip met zijn kennis van het Frans. Hierna studeert Luns rechten in Amsterdam en Leiden. Tijdens de oorlog werkt Luns voor Buitenlandse Zaken in Bern, Lissabon en Londen.

Joseph Luns
Joseph Luns (1911-2002)

Vanaf begin jaren vijftig leert heel Nederland via de televisie de lange humoristische Luns kennen als de 'eeuwige' minister van Buitenlandse Zaken. Met zijn lengte is Luns de enige die de Franse minister-president De Gaulle recht in de ogen kan kijken. Luns was ultraconservatief en traditioneel rooms-katholiek. Zijn goedkeuring van het militaire optreden van de Verenigde Staten in Vietnam en zijn rare grapjes vielen slecht bij links. De twintigjarige matroos brengt het veertig jaar later tot secretaris-generaal van de NAVO (1971-1984). Luns zegt dan ook meteen zijn lidmaatschap van de Katholieke Volkspartij op, omdat hij de indruk had dat die hem weg probeerde te promoveren. Eigenaardig.
In 1979 komen we er door onderzoek van historicus Lou de Jong achter dat Joseph Luns van 1933 tot 1936 lid was van de NSB. Luns is bang dat hem dit zijn baan als chef van de NAVO gaat kosten, maar hij weet zich vrij te pleiten door zijn broer Huib in de schoenen te schuiven dat deze hem zonder zijn medeweten lid maakte. Joseph Luns overlijdt in Brussel op 17 juli 2002. Albert Kersten heeft een dikke pil over hem geschreven: Luns. Een politieke biografie (704 pagina's, 2010).

De 8-uren werkdag

Verontrustend zijn de zeer lange werkdagen in de beginfase van de industrialisatie. Arbeid(st)ers, ook kinderen werken 14, 15, 16 uur per dag, vaak ook 's nachts, in fabrieken, werkplaatsen, winkels, aan boord van schepen en op het land. Met zulke werktijden word je niet oud, wel snel versleten. Wanneer je dan bovendien nog dicht op elkaar gepakt in kelders en eenkamerwoningen in achterbuurten moet verblijven, is je geen lang leven beschoren. Onhygiënische omstandigheden, gebrek aan sanitaire voorzieningen, bedreigen de gezondheid in ernstige mate, leiden tot epidemieën als cholera en tuberculose.
Auke van der Woud laat ons in Koninkrijk vol sloppen kennismaken met een Nederland van overbevolkte krotten en mensenpakhuizen. De arbeiders die zich vanaf circa 1860 organiseren in vakbonden zetten zich in voor allerlei met elkaar samenhangende zaken: het terugbrengen van die slopende werktijden, een rechtvaardig loon voldoende om de eerste levensbehoeften van te kunnen betalen, gezond en veilig werk, betere woonomstandigheden, politieke invloed via het algemeen kiesrecht. Met de Kinderwet-Van Houten uit 1874 wordt kinderarbeid onder de 12 jaar in fabrieken en werkplaatsen verboden. In 1889 volgt er een beschermende bepaling over nachtarbeid voor vrouwen.

Na het besluit van de Tweede Internationale in 1889 in Parijs demonsteren arbeiders vanaf de eerste mei 1890 jaarlijks wereldwijd voor het bereiken van de 8-uren-werkdag. De vakorganisaties en de met de arbeidersbeweging verbonden politieke partijen proberen zowel op nationaal, bedrijfstak als bedrijfsniveau tot een verlichting te komen van de werktijden.

De Burcht van de Diamantbewerkersbond
De Burcht van de Diamantbewerkersbond

De sterkste vakbond in Nederland is die van de diamantbewerkers. De moderne Diamantbewerkersbond slaagt er als eerste in Nederland in om de werkgevers zo ver te krijgen akkoord te gaan met een 8-uren- werkdag. In een betrekkelijk korte tijd worden de werktijden in de diamantsector teruggebracht van 10 tot 9 uur en vervolgens met ingang van 1 oktober 1911 tot 8 uur per dag. En dat óók nog met een loonsverhoging van 10 procent. Dat wordt op zondag 1 oktober 1911 op en om De Burcht - het door de architect Berlage ontworpen gebouw van de Diamantbewerkersbond - groots gevierd. Weken lang verkeren bestuur en leden van de bond in een euforische stemming. Men vermaakt zich met muziek en dans in het nabijgelegen Artis, in het nog niet afgebrande Paleis voor Volksvlijt en in het deftige Concertgebouw. Aan het slot van elk concert zingt het publiek spontaan uit volle borst de Internationale.
De arbeiders zijn bovendien opgetogen over de eerste vakantiedagen in hun leven, door de bond in een cao voor elkaar gekregen. Ze bedanken het bondsbestuur met prentbriefkaarten verzonden vanaf hun vakantieadres. Jonge bondsleden houden een inzameling voor een bestuurskamer met de opdracht voor de architect Richard Roland Holst tableaus te maken om de 8-uren-dag te verbeelden. Het is een ruimte geworden die de bezoeker met ontzag betreedt.

De Burcht is een kleine twintig jaar in gebruik geweest als vakbondsmuseum. In 2007 is het in handen gekomen/gegeven van Vereniging Hendrick de Keyser die het op voortreffelijke wijze heeft gerestaureerd. De officiële heropening van De Burcht op zaterdag 1 oktober 2011 valt samen met de viering van de invoering van de 8-uren werkdag.
De eerste cao met de 8-uren werkdag is een opmaat voor andere bedrijfstakken. Bang geworden voor de revolutiedreiging aan het eind van de Eerste Wereldoorlog gaat de rechterzijde in de politiek overstag. Het wetsontwerp voor de 8-uren werkdag komt op 11 juli 1919 in stemming. De aanvaarding van de Arbeidswet is een historisch moment. Door ontroering gegrepen zingen de sociaal-democraten in de Tweede Kamer de 8-uren-mars. Even is de rechterzijde van de Kamer overdonderd, dan neemt ze ook deel aan de feestvreugde en probeert met het Wilhelmus de socialisten te overstemmen. Verantwoordelijk minister Piet Aalberse van de Roomsch-Katholieke Staatspartij tekent in zijn dagboek aan: "Een krachtig agitatie-middel is zóo de roode broeders uit handen geslagen" en "Ik voelde me gelukkig en dankbaar! Onze Lieve Heer had me zichtbaar gesteund; nooit had ik gedacht, dat ik een zoo groote en moeilijke wet zoo goed verdedigen zou."

Een vermaarde componist

Het leven is een zaak van komen en gaan. We verwijlen even bij personen die in 1911 zijn overleden en kijken bovendien naar beroemde mensen, publieke figuren, die in dat jaar zijn geboren. We hebben immers als het ware een tijd lang met hen opgetrokken. Ze zijn in ons geheugen gegrift en we hebben het gevoel dat ze nog in ons midden verkeren.

Gustav Mahler
Gustav Mahler (1860-1911)

Gustav Mahler wordt op 7 juli 1860 als tweede kind van Joodse ouders geboren te Kalischt in Bohemen. Het gezin groeit uit tot veertien kinderen waarvan er acht op jonge leeftijd overlijden. Gustav blijkt al snel intellectueel en muzikaal zeer begaafd. In 1875 doet hij in Wenen zowel eindexamen conservatorium als gymnasium. Daarna volgt hij colleges in wijsbegeerte en geschiedenis aan de universiteit en gaat hij een lange loopbaan als dirigent en componist tegemoet. In 1897 wordt hij aangesteld als directeur van de Weense Hofopera.
Mahlers negen symfonieën beroeren de mens. Velen beschouwen Mahlers Zesde Symfonie, met name het langzame Andante, als zijn hoogtepunt. We ontmoeten Mahler in het romandebuut van Erik Menkveld Het grote zwijgen (2011). Eén van de hoofdpersonen in het boek is de componist Diepenbrock, die in gedachten is verzonken na een brief waaruit hij opmaakt dat Mahler ernstig ziek is. Diepenbrock herinnert zich de bleke en uitgeputte Mahler meteen, nadat hij in München de Achtste had gedirigeerd, een reusachtig werk van drie koren, acht solisten en een enorm grote orkestbezetting. Ze raakten met elkaar bevriend in 1903 meteen nadat Mahler voor het eerst in Nederland had opgetreden met de Amsterdamse première van de Derde symfonie.

Belangrijker dan Diepenbrock was natuurlijk Mahlers jonge vrouw Alma. Ze trouwden op 9 maart 1902 in de Karlskirche in Wenen. Ze krijgen twee dochters, van wie er één op vijfjarige leeftijd sterft. Alma schrijft in Mijn leven over haar gecompliceerde tijd met Gustav. Mahler sprak met Sigmund Freud in Leiden op 26 augustus 1910 over zijn slechte huwelijk. Over de première van de Achtste symfonie op 12 september 1910 in München noteerde Alma: "Het publiek voelde dat er iets historisch gebeurde en begreep Gustav Mahler plotseling. Toen hij verscheen stond iedereen op - een door niemand verstoord zwijgen. Het was een aangrijpende huldiging, iets wat hem nog nooit eerder was overkomen. Ik zat bijna bezwijmd van opwinding in mijn loge." Gustav Mahler overlijdt op 18 mei 1911. Mahlers aantekeningen voor de Tiende symfonie treffen haar als een openbaring, indrukwekkende woorden van liefde van de andere kant. Alma overleeft hem met meer dan een halve eeuw. Ze heeft een stormachtig leven. Geboren in Wenen in 1879 verkrijgt ze na de Tweede Wereldoorlog de Amerikaanse nationaliteit, waar ze in New York sterft op 11 december 1964.

Nobelprijzen

Op 1 maart 1911 overlijdt Jacobus Henricus 't Hoff, 58 jaar oud. Onze landgenoot kreeg in 1901 als eerste wetenschapper de Nobelprijs voor scheikunde, en wel voor zijn werk over de osmotische druk in oplossingen en over chemische dynamica. Tien jaar later op 31 december 1911 ontvangt de Pools-Franse scheikundige Marie Curie voor de tweede maal een Nobelprijs, deze keer voor scheikunde. Eerder in 1903 was aan haar samen met haar echtgenoot Pierre en Henri Becquerel de Nobelprijs voor natuurkunde uitgereikt. Voorbeeld doet volgen. Dochter Irène Curie krijgt samen met Frédéric Joliot de Nobelprijs voor scheikunde in 1935.

We zijn eraan gewend geraakt dat westerse landen aan onbezonnen buitenlandse militaire avonturen beginnen en hun imperialistisch karakter tonen. Op 2 juli 1911 sturen de Duitsers de kanonneerboot de Panther naar de Marokkaanse havenstad Agadir. Op 30 september valt Italië de Libische stad Tripoli aan. De Verenigde Staten helpen in Nicaragua de conservatieve Adolfo Diaz als president in het zadel. In China stort het eeuwenoude Mantsjoe-rijk in. In Mexico breekt een revolutie uit. Tegen de achtergrond van al dat geweld krijgt de uitreiking van de Nobelprijs voor de Vrede dat jaar extra reliëf. De Nederlander Tobias Asser, onvermoeibaar strijder voor een internationale rechtsorde, en de Oostenrijks-Duitse pacifist Alfred Fried worden gelauwerd.
In 1911 zijn het twee mannen, in 2011 drie vrouwen die de Nobelprijs voor de Vrede wordt toegekend. Het zijn de Liberiaanse president Ellen Johnson Sirleaf, de Liberiaanse activist Leymah Gbowee en Tawakul Karman uit Jemen. Zij wijzen erop dat vrouwen extra worden getroffen door oorlogsgeweld. Het Nobelprijscomité: "zij zetten zich op een geweldloze manier in voor de veiligheid van vrouwen en het recht van vrouwen op een volwaardige rol in het vredeswerk."
1911 is ook de opmaat voor de hoogste eer voor een andere Nederlander. Heike Kamerlingh Onnes was sinds 1882 als hoogleraar in de experimentele natuurkunde verbonden aan de Universiteit van Leiden. In 1911 ontdekte hij dat zuivere metalen zoals kwik, tin en lood, bij extreem lagere temperaturen supergeleidend worden. Ook hem valt de hoogste eer op zijn vakgebied te beurt: de Nobelprijs voor natuurkunde in 1913.

Het recht op luiheid

Het befaamde politieke echtpaar Paul Lafargue en Laura Marx (de dochter van Karl Marx en Jenny von Westphalen) was zijn tijd ver vooruit. Op 26 november 1911 nemen Paul en Laura (gehuwd in 1868) weloverwogen afscheid van het leven. Het blijkt uit het testament van Paul Lafargue, van beroep arts (geboren in 1844): "Gezond van lichaam en geest pleeg ik zelfmoord voordat de meedogenloze ouderdom, die me één voor één de genoegens en vreugden van het bestaan ontnam en die mij beroofde van mijn lichamelijke en geestelijke krachten, mijn energie verlamt, mijn wil breekt en van mij een last voor mezelf en voor anderen maakt. Sinds jaren heb ik mezelf beloofd niet ouder te worden dan zeventig jaar - ik heb het jaargetijde voor mijn vertrek uit het leven vastgesteld, alsook een middel om mijn besluit ten uitvoer te brengen: door een onderhuidse injectie met blauwzuur."

Lafargue is beroemd geworden door zijn pamflet Het recht op luiheid, waarbij hij de draak steekt met de werklust van de arbeidersklasse en een gouden toekomst verwacht van de heilige machine die de mensheid zal redden van het betaalde werk. Paul Lafargue begint zijn betoog magistraal: "Een zonderlinge waanzin heeft de arbeidersklasse bevangen van de landen waarin de kapitalistische beschaving overheerst. Deze verdwazing sleept in haar gevolg de individuele en sociale ellenden mee die sinds twee eeuwen het droeve mensdom martelen. Deze waanzin is de liefde voor de arbeid, de woedende hartstocht om te werken, voortgezet tot aan de uitputting van de levenskrachten van de enkeling en zijn nakomelingschap. In plaats van tegen deze geestelijke afwijking in te gaan hebben de priesters, de economen, de moralisten de arbeid allerheiligst verklaard."

Lafargue
Paul Lafargue (1842-1911 en Laura Marx (1845-1911)

De kracht van deze passage herinnert aan de openingszin van Het communistisch manifest: "Een spook waart door Europa - het spook van het communisme." Lafargue heeft een oplossing voor de obsessie voor de arbeid. De laatste zin uit zijn geschrift: "O Luiheid, moeder der kunsten en der edele deugden, wees balsem voor de menselijke kwellingen!" Lafargue's schoonvader Karl Marx dichtte het proletariaat een meer revolutionaire rol toe.

Beroemde schrijvers

De Argentijnse schrijver Ernesto Sabato verbindt het jaar 1911 met 2011. Hij wordt op 24 juni 1911 geboren in Rojas in de provincie Buenos Aires, als tiende van elf zoons van een Italiaans immigrantenpaar. Hij overlijdt in 2011, kort voor zijn honderdste verjaardag. Hij heeft drie wereldberoemde romans geschreven: De tunnel, Over helden en graven en Abaddón de verdelger. In 1984 kreeg hij de Cervantes-prijs, de hoogste literaire onderscheiding in de Spaanstalige wereld. Zijn rapport Nunca más (Nooit meer) over de mensenrechtenschendingen ten tijde van de Argentijnse dictatuur leidde tot vervolging en veroordeling van een aantal militairen uit het wrede Videla-regime.
De Japanse Toyo Shibato is twee dagen jonger dan Sabato. Op 92-jarige leeftijd stopt ze vanwege rugklachten met klassieke dans en gaat ze gedichten schrijven. In 2010 staat haar poëziedebuut Geef de moed niet op op de bestsellerlijst in Japan. Binnen een jaar worden er anderhalf miljoen exemplaren van verkocht. Op 26 juni 2011 vierde ze haar honderdste verjaardag.

De op 11 december 1911 in Cairo geboren Nagieb Mahfoez heeft de honderd jaar niet gehaald. Na een studie filosofie combineerde hij een baan als ambtenaar met het schrijverschap. Hij is beroemd geworden met De Cairo-trilogie: Tussen Twee Paleizen, Paleis van Verlangen en De Suikersteeg. Aan het begin van zijn loopbaan beschreef hij de misstanden tijdens de Britse bezetting, later in zijn leven gaat hij in op de godsdienstfanaten. Moslimextremisten proberen hem te vermoorden op 14 oktober 1994. Hij houdt er letsel aan over die hem ook in zijn productiviteit als schrijver belemmert. Mahfoez wordt beschouwd als de vader van de huidige Arabische literatuur en het geweten van Egypte. Hij zou de opstand dit jaar warm hebben toegejuicht. Voor zijn meer dan dertig romans en verhalenbundels heeft Mahfoez diverse prijzen gekregen, waaronder in 1988 de Nobelprijs voor literatuur. Mahfoez sterft in zijn geboortestad op 30 augustus 2006.
Essayist Rudy Kousbroek noemt de in 1911 geboren Tjalie Robinson (1911-1974) één van Nederlands grootste schrijvers. Weliswaar geboren (Nijmegen) en overleden in Nederland (Den Haag) is Robinson toch vooral Kind van Batavia, naar een titel van zijn boek. Er is nu een bundel met verhalen van hem uitgegeven onder de titel Een land met gesloten deuren. Lees vooral ook de levensbeschrijving van Wim Willemsen Tjalie Robinson - Biografie van een Indo-schrijver (2008).

Annie M.G. Schmidt

Gewaardeerd door alle Nederlanders is de op 20 mei 1911 in Kapelle geboren Anna Maria Geertruida (Annie M.G.) Schmidt. Ze overlijdt een dag na haar 84-ste verjaardag in Amsterdam, op 21 mei 1995. Jong en oud in ons land loopt weg met deze aardige, prikkelende vrouw, dichteres, schrijfster van verzen, liedjes, boeken, toneelstukken, musicals en radio- en televisiedrama's. We zingen haar liedjes. Ter ere van haar honderdste geboortedag zijn er allerlei publicaties en vijf CD's met de beste honderd liedjes van Annie uitgekomen.

Annie M.G. Schmidt
Annie M.G. Schmidt (1911-1995)

We kenden al de mooie biografie Anna. Het leven van Annie M.G. Schmidt van Annejet van der Zijl uit 2002. Later een tv-serie. Er wordt eveneens reclame gemaakt voor een jubileumboekje waarin de eerste hoofdstukken van de populaire boeken Abeltje, Minoes en Plu van de Petteflet zijn opgenomen. Voorts zijn vier bekende films op dvd toegevoegd. Tot slot zijn er drie liedjes te horen van Ja Zuster, Nee Zuster.

Robert Michels

Robert Michels
Robert Michels (1876-1936)

Iedere student sociale en politieke wetenschappen is bekend met "de ijzeren wet van de oligarchie" van de Duits-Italiaanse econoom en socioloog Robert Michels (1876-1936). In 1911 komt Michels uit met Zur Soziologie des Parteiwesens in der modernen Demokratie. Untersuchungen über die oligarchischen Tendenzen der Gruppenlebens. Een latere Nederlandse vertaling Democratie en organisatie maakt de studie toegankelijk voor een groter publiek. Gebaseerd op omvangrijk empirisch onderzoek, principiële beschouwingen en gevoed door zijn eigen ervaringen in de Duitse, Franse en Italiaanse socialistische beweging stelt Michels dat er evenzeer in organisaties die democratie nastreven, grenzen zijn aan de toepassing van de democratische beginselen. De vakbonden en socialistische partijen zijn daarvan voorbeelden. De kern van Michels betoog is dat het onvermijdelijk is, een ijzeren wet, dat de leden van een organisatie zich op een gegeven moment moeten onderschikken aan de leiders.
Michels aan het slot van zijn boek: "Zodra de democratie een zeker stadium in haar ontwikkeling heeft bereikt, zet een ontaardingsproces in; zij neemt daarmee een zekere aristocratische allure, soms ook aristocratische vormen aan en gaat lijken op dat waartegen zij eens ter strijde trok. Vervolgens ontstaan uit haar eigen schoot nieuwe aanklagers, die haar van oligarchie betichten."
Dit proces zet zich dan als een golfslag in de geschiedenis voort. Michels' boek sloeg als een bom in. Michels beseft dat zijn theorie voor de idealist gevoelens van teleurstelling opleveren en ontmoedigend werkt.

Mona Lisa

Mona Lisa

De meest sensationele gebeurtenis uit het jaar 1911 was de roof van de Mona Lisa uit het Louvre. Leonarda da Vinci heeft de Mona Lisa tussen 1503 en 1507 geschilderd. Op 22 augustus werd het beroemdste portretschilderij ter wereld op klaarlichte dag gestolen. Het schilderij trekt mensen aan vanwege de mysterieuze glimlach van de Mona Lisa, het geheel roept een eigenaardige psychische spanning en dynamiek op. Jarenlang is erover gespeculeerd wie de geportretteerde kon zijn en of er een aanleiding was voor de merkwaardige, geheimzinnige glimlach. Er is nu met zekerheid vastgesteld dat het Lisa di Anton Maria is, echtgenote van Francesco del Giocondo van Florence. In je verbeelding is het schilderij groter dan in werkelijkheid. Wanneer je erin slaagt je in het gedrang naar voren te wurmen ben je verrast door de bescheiden afmetingen, het doek zit op een houten paneel van 77 bij 53 cm.
Leonardo (1452-1519) da Vinci leefde de laatste periode van zijn leven in slot Cloux bij Amboise. Na zijn dood kwam de Mona Lisa in handen van de Franse koning Francois I, het schilderij heeft zelfs nog in de slaapkamer gehangen van Napoleon Bonaparte, uiteindelijk kwam het terecht in het Louvre. De speurtochten naar het verdwenen schilderij liepen steeds dood. De raadselachtige verdwijning beheerste de media volkomen, slechts onderbroken door de ondergang van de Titanic in 1912. Twee jaar later liep de dader tegen de lamp. Het bleek de Italiaan Vincenzo Peruggia te zijn. Als medewerker van het Louvre had hij zich in een bezemkast verstopt en was op het moment van sluiting van het Louvre met het doek onder zijn jas het museum uitgelopen. De snoodaard had het twee jaar in zijn appartement verborgen gehouden. Ongeduldig geworden, liep hij tegen de lamp toen hij het de directie van de Uffizi in Florence in november 1913 aanbood. Peruggia was een Italiaanse patriot die van mening was dat dit beroemde schilderij in een Italiaans museum behoorde te hangen.
De Italianen beschouwden hem dan ook als een held die voor zijn diefstal slechts een jaar gevangenisstraf kreeg. Op 4 januari 1914 hing het schilderij weer op zaal in het Louvre. Vijftig jaar later was het kunstwerk opnieuw enige tijd weg uit het Louvre, maar deze keer met toestemming van de museumdirectie. In 1963 trok de Mona Lisa een onvoorstelbare massa bezoekers in het Metropolitan Museum of Art in New York.

Schilder en fotograaf

Jozef Israëls wordt op 27 januari 1824 geboren in Groningen en overlijdt op 12 augustus 1911 in Scheveningen. Hij was van Joodse afkomst en één van de belangrijkste schilders uit de Haagse School. Voorts maakte hij etsen en lithografieën en schreef. Israëls verwierf de meeste roem met zijn voorstellingen van eenvoudige mensen, uit het vissersleven van Zandvoort en Katwijk.

Jozef Israëls

Met enige fantasie beschouwen we Boris Kowaldo (1911-1959) als zijn moderne opvolger. Hij fotografeerde al vanaf jonge leeftijd en hield een dagboek bij. De meeste indruk maken zijn ervaringen en observaties uit de onderduikperiode. Kowaldo legde in de jaren veertig en vijftig een uniek beeldschrift aan van het Joodse leven in Nederland en Israël.

Kowaldo

Hij maakte foto's van de vervallen en verlaten Amsterdamse jodenbuurt en volgde tegelijkertijd als fotojournalist de opbouw van de Nederlands-Joodse gemeenschap na 1945. Kowaldo's reportages van de jonge staat Israël getuigen behalve van zijn grote fotografisch talent en vakmanschap ook van geloof in een nieuwe toekomst. In Israël bestaat er een grote belangstelling voor deze twee Nederlandse kunstenaars.

Ronald Reagan

Ronald Reagan
Ronald Reagan (1911-2004)

Op 6 februari 1911 wordt Ronald Reagan geboren in Tampico, Illinois. De zoon van een aan alcohol verslaafde schoenverkoper wordt op zijn zeventigste de machtigste man van de wereld, president van de Verenigde Staten van 1981 tot 1989. Reagan heeft dan al een lange loopbaan achter de rug als filmacteur, vakbondsbestuurder, promotor van producten van General Electric en gouverneur van Californië (1967-1975).
Historici beweren dat the Great Communicator met zijn krachtige conservatieve optreden en sprankelende anekdotes na de weifelende Carter het zelfvertrouwen heeft teruggegeven aan het Amerikaanse volk. In de verkiezingscampagne van 1980 werd Carter weggezet met fabelachtige uitspraken als "Een recessie is als je buurman zijn baan verliest. Een depressie is als jij de jouwe verliest. En herstel als Jimmy Carter zijn baan verliest." Eenmaal president werkte Reagan zelf een groot aantal werknemers uit hun baan. Hij ontsloeg de stakende luchtverkeersleiders, van wie het werk werd overgenomen door militairen. Veel burgers zijn bovendien het slachtoffer geworden van Reagans economische politiek. Zijn naam is eraan verbonden, Reagonomics. Reagan: "De overheid is niet de oplossing van onze problemen, maar de overheid is zelf het probleem."
Het heilige geloof in de markt en de gevolgen van de neoliberale politiek van belastingverlaging om de economie te stimuleren hebben op de lange termijn dramatisch uitgewerkt. Ruim één op de zeven Amerikanen, dat zijn ruim 46 miljoen mensen, leeft nu onder de armoedegrens. Met zijn argeloze grapjes wuifde Reagan problemen weg: "Ik maak me geen zorgen over het begrotingstekort. Dat is inmiddels zo groot dat het voor zichzelf kan zorgen." Reagan kwam weg met de Irangate-affaire. Het was een belangrijk gespreksonderwerp tijdens mijn reis in de Verenigde Staten 25 jaar geleden. In de media was Reagan destijds beeldbepalend, maar de Verenigde Staten zijn een veelkleurig land. Vandaar de titel die ik toen aan mijn publicatie heb gegeven: De Verenigde Staten meer dan alleen Reagan.

Reagans naam blijft met die van Gorbatsjov verbonden aan het einde van de koude oorlog. Door het opschroeven van de bewapeningsuitgaven heeft Reagan de Sovjet-Unie, "het Rijk van het Kwaad", op de knieën gedwongen. Reagans defensie- en buitenlandse politiek strekte zich uit tot Afghanistan, waarmee de Sowjet-Unie van 1979 tot 1989 in een uitzichtloze oorlog betrokken was. Reagan steunde het Afghaanse verzet in zijn strijd tegen de Russen; het zijn de Taliban waar de Verenigde Staten nu zelf al tien jaar mee in gevecht zijn. Reagan: "Elk land en elk volk heeft een belang in het Afghaanse verzet, want de vrijheidsstrijders verdedigen de principes van onafhankelijkheid en vrijheid die de basis vormen van wereldwijde veiligheid en stabiliteit." Daar wordt nu anders over gedacht. In 1990 kwam Reagan met zijn memoires uit An American Life. Enkele jaren daarna kon hij zich vanwege de ziekte van Alzheimer die zich steeds sterker manifesteerde niet meer in het openbaar vertonen. In een brief nam hij afscheid van het publiek. Een ontroerende passage blijft hangen: "Ik begin nu de reis naar de zonsondergang van mijn bestaan." Ronald Reagan overleed op 5 juni 2004 in Bel-Air, Californië.

De Verenigde Staten meer dan alleen Reagan

Edmund Morris heeft een aardige biografie over hem geschreven: Dutch: A Memoir of Ronald Reagan. Met wat meer afstand in de tijd, grondiger en politieker is de monografie van Steve F. Haywood The Age of Reagan. The Conservative Counterrevolution 1980-1989 (2009). De cirkel van een eeuw is rond met My Father at 100 van Ron, de zoon van de president en First Lady Nancy. Ronald Reagan had een gecompliceerde, maar liefdevolle relatie met zijn gezin. De conservatieve vader had wel regelmatig ruzie met zijn zoon Ron over uiteenlopende zaken als de oorlog in Vietnam en het milieu.

Prins Bernhard

In deze opsomming van in 1911 geboren figuren mogen we natuurlijk Bernhard zur Lippe-Biesterfeld niet vergeten.

Prins Bernhard
Prins Bernhard (1911-2004)

Annejet van der Zijl laat ons kennis maken met de typisch Duitse, verarmde feodale omgeving waarin Bernhard opgroeit. Een milieu worstelend om de aristocratische levenswijze te behouden en mateloos ambitieus om hoger op te komen. Juliana gaf haar echtelijke charmeur de kans de wereld te veroveren. Zij heeft heel wat met hem te stellen gehad.
Door de oorlog heeft Bernhards geboortedag 29 juni - Anjerdag - bijzondere trekken gekregen. In De wereld van gisteren van Stefan Zweig las ik dat na het verschijnen van de rode roos als partijsymbool van de Oostenrijkse socialisten plotseling de witte anjer in het knoopsgat van hun politieke tegenstanders opdook. De witte anjer was het teken van verbondenheid met de uitgesproken kleinburgerlijke, christelijk-sociale partij en bedoeld als een tegenbeweging voor de proletarische. Je weet het bij prins Bernhard maar nooit. Heeft hij dit opgepikt? Was dat zijn stille, geheime verzet tegen de sociaal-democraten in Nederland die weinig van het koningshuis moesten hebben? In ieder geval heeft de bloem onbedoeld een andere betekenis gekregen.

Prins Bernhards verdiensten zijn lange tijd geprezen, zeker onder militairen en verzetsstrijders, maar met de Lockheed-affaire en zijn buitenechtelijke avonturen is daar een omslag in gekomen. Over de in 2004 gestorven "schavuit van Oranje" zijn we nog lang niet uitgepraat. Prins Bernhards eerste kritische, te jong overleden biograaf Wim Klinkenberg zou van al die latere publicaties - Geert Aalders, Cees Fasseur, enzovoort - gesmuld hebben. Klinkenberg is verguisd, maar krijgt met terugwerkende kracht zijn gelijk bevestigd. Alden Hatch had al begin jaren zestig een onderhoudende levensbeschrijving gegeven van Bernhard, maar als vriend van de prins heeft hij zich veel te veel door hem laten imponeren. De ondertitel Zijn plaats en functie in de moderne monarchie vullen we nu meesmuilend anders in dan vijftig jaar geleden.

Kolonel Moammar Khadafi

In 2011 komen de mensen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten in opstand tegen hun despotische heersers. Decennialang zijn de volken van Tunesië, Egypte, Libië, Jemen, Syrië, Saoedie-Arabië, enzovoort onderdrukt door corrupte leiders. In de wetenschap dat hij zal worden berecht, indien hij terugtreedt, heeft Assad van Syrië ervoor gekozen om het verzet tegen zijn regime keihard te onderdrukken, duizenden van zijn opstandige landgenoten zijn vermoord.
Moammar Khadafi van Libië verbindt 1911 en 2011 op een bizarre manier. De wrede dictator probeerde zich dit jaar te verdedigen en zijn bewind te legitimeren door te verwijzen naar zijn grootvader die volgens zijn zeggen in 1911 als martelaar voor het volk was gestorven. Het Libische volk heeft er weinig boodschap aan en gesteund door de NAVO luchtaanvallen maken de rebellen een eind aan 42 jaar dictatuur. Daarmee komt ook een eind aan de vrees van velen dat het wrede Khadafi-regime zou kunnen worden voortgezet (net zoals in Syrië met Assad die zijn vader opvolgde) door zijn zeven zonen en de ene dochter.

Khadafi

De Arabische Lente is inmiddels overgewaaid naar andere landen. Met als slogan Occupy Wall Street protesteert een steeds groter wordende groep boze burgers in het hart van de kapitalistische wereld in Wall Street in New York tegen de zich verrijkende bankiers, de graaiers, de speculanten, tegen de groeiende sociale ongelijkheid.

Afghanistan

Na 9/11 met de aanval op de Twin Towers stormen de Amerikanen Afghanistan binnen om de terroristen van Al Qaida gevangen te nemen of uit te schakelen. In een bijzonder militaire missie is de belangrijkste terroristenleider Osama Bin Laden onlangs in Pakistan ter dood gebracht. In 2011 staat Afghanistan nog steeds volop in de belangstelling. De fundamentalistische Taliban lijkt na die tien jaar aanwezigheid van buitenlandse militairen alleen maar sterker geworden.
Uruzghan was een rustige provincie toen de Nederlanders er kwamen. De buitenlanders trokken de Taliban aan, voor wie die vreemdelingen en met hen samenwerkende Afghanen een gewillig doelwit vormden. Na vier jaar 'opbouw van het land' met begeleidende militaire patrouilles was de regio een brandhaard geworden. De 'bevrijders' werden steeds meer als bezetters gezien. De Taliban staat tegenover de meer op het westen georiënteerde vernieuwers.

Afghanistan

De roep voor modernisering in dit land is niet nieuw. Het werd in 1911 al gepropageerd in Seraj-al-Ahkbar, de Fakkel van het Nieuws. Het Perzisch-talige blad werd uitgegeven door Mahmud Tarir. Hij zette zich onder meer in voor verplicht lager onderwijs, ook voor meisjes. Na veel geweld, bloedige jaren en een immens aantal slachtoffers moesten de Engelsen en de Russen zich in de vorige eeuw smadelijk terug trekken uit Afghanistan. Dat zullen de Amerikanen en hun bondgenoten binnenkort na een oorlog van ruim tien jaar eveneens doen.

Afghanistan

De reborn christian George W. Bush en de rooms-katholiek geworden Tony Blair hebben met hun besluit tot militaire interventie in Irak en Afghanistan de verantwoordelijkheid op zich geladen van honderdduizenden slachtoffers, doden en gewonden, ernstig getraumatiseerde burgers en soldaten, miljoenen vluchtelingen, ellende en verdriet.
De massavernietigingswapens zijn niet gevonden in Irak. Bush en Blair hebben duidelijk voor een verkeerde strategie gekozen. Er is een hoge prijs betaald voor het hoofd van Saddam Hoessein.
Een berekening (de Volkskrant, 12 september 2011) toont aan dat voor elke dollar die Al Qaida uitgaf aan het plannen en uitvoeren van de aanslagen de Verenigde Staten 7 miljoen dollar aan kosten hebben gemaakt. Deels voor herstel, maar het leeuwendeel aan oorlogen. Totaal voor een bedrag van ruim 3.000 miljard dollar (waarvan 803 miljard voor de troepen in Irak en 402 miljard voor de troepen in Afghanistan). Het is overduidelijk dat dit een belangrijke oorzaak is van het enorme begrotingstekort van de Verenigde Staten en de hiermee samenhangende wereldwijde economische en financiële crisis. De parallel met de oorlog in Vietnam met de grote waardedaling van de dollar begin jaren zeventig van de vorige eeuw dringt zich op.

Het kabinet Rutte wil Nederland met een zogeheten civiele missie op de valreep nog even laten meezingen in het internationale militaire koor. GroenLinks verloochent haar pacifistische traditie en gevoel voor reële verhoudingen door in te stemmen met een hernieuwde missie in Afghanistan. Het vorige kabinet was nota bene gevallen op een door het CDA en de Christen Unie gewenste en door de PvdA afgewezen verlenging van de militaire aanwezigheid in Afghanistan/Uruzghan.
Door Nederlanders geïnstrueerde politieagenten moeten bijdragen aan orde en rust in het verkeer in Kunduz. Vanwege de oorlogsomstandigheden in Afghanistan en gebrek aan cursisten hebben de meeste Nederlandse trainers niets te doen. Enkele politietrainers zijn teruggeroepen. De overige militairen en marechaussees en zeker ook de verantwoordelijke politici worden bij deze toch al omstreden missie ernstig in verlegenheid gebracht door de berichten over mishandeling, zelfs martelingen van verdachten door Afghaanse agenten. Dat dit een wespennest zou worden, viel te voorzien. In deze tijd van bezuinigingen hadden onze belastingcenten toch wel beter kunnen worden besteed.

Immanuel Kant

De geschiedenis houdt ervaringen en herinneringen vast. We horen en zien het om ons heen. Het is waar dat mensen de geschiedenis maken. Maar soms wijkt de uitkomst van hun inzet en handelingen af van wat zij nastreefden of bedoelden. Het loopt soms anders dan gehoopt of voorzien. De filosoof van de Verlichting, Immanuel Kant (1724-1804), noteerde het ruim tweehonderd jaar geleden al: "Van hout zo krom als dat waarvan de mens is gemaakt, kan niet iets rechts worden getimmerd."