Welkom
Ingezonden
Solidariteit "ingezonden"

Geen "gelijk loon voor gelijk werk" voor uitzendkrachten

De ongeloofwaardigheid van FNV Bondgenoten

John van Zutphen

Het is triest gesteld met de geloofwaardigheid van (rechts)personen die geacht worden de belangen te behartigen van degenen die hen daarvoor bezoldigd vrijgesteld hebben. Dat concludeer ik uit een nieuwsbericht van FNV Bondgenoten: "Geen loonsverhoging uitzendkrachten dit jaar" 1.

Al vele jaren geldt voor de uitzendbranche het principe "gelijk loon voor gelijk werk". Het is in de wet verankerd en met ingang van mei 1998 ondergebracht in de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi), artikel 8 2. Al vele jaren wordt dit gelijkheidsprincipe ten koste van de uitzendkrachten opzij gezet. In de CAO voor Uitzendkrachten (ABU CAO) zijn loonbepalingen overeengekomen die ten nadele afwijken van de loonverhoudingsnorm van artikel 8 van de Waadi 3. FNV Bondgenoten gaf de volgende toelichting: " (…) 50 % van de [9.000] leden verkiest vaste lonen in de ABU CAO boven wisselende lonen die bij elke inlener weer anders zijn. Er zit namelijk nogal wat verschil tussen een uitzendkracht die 4 à 5 inleners per jaar verslijt of een uitzendkracht die een jaar en langer bij dezelfde inlener zit." 4

De CAO

Uitzendkrachten dienen beloond te worden volgens het loon en de overige vergoedingen die worden toegekend aan de werknemers van de inlener (loonverhoudingsnorm). In de ABU CAO is deze norm gedurende de eerste 26 weken die een uitzendkracht werkt, ingeperkt tot betaling van een basisuurloon, een overwerktoeslag of een toeslag onregelmatige werktijden, loonsverhoging, een jaarlijkse periodiek en een onkostenvergoeding. Mits de uitzendonderneming de onkostenvergoeding vrij van loonheffing kan betalen. 5
Betaalt de inlener zijn eigen werknemers hogere lonen, meerdere en/of hogere toeslagen en onkostenvergoedingen die met loonheffing belast zijn, dan heeft de uitzendkracht hier geen recht meer op. 6 Nadat de uitzendkracht 26 weken bij dezelfde inlener werkzaam is, wordt de beperking van de loonverhoudingsnorm iets versoepeld. Het basisuurloon, de overwerktoeslag of de toeslag onregelmatige werktijden van de ABU CAO worden verruild voor het bij de inlener geldende basisuurloon, de overwerktoeslag of de toeslag onregelmatige werktijden, de loonsverhoging, de periodieken, en uitgebreid met een eventueel geldende ploegentoeslag en van toepassing zijnde arbeidsduurverkorting (artikel 1, lid 1 CAO) 7.

Ingeleverd

Het in opdracht van de ABU uitgevoerd onderzoek meldt dat in 2008 734.000 mensen ingestroomd zijn en als uitzendkracht zijn gaan werken 8. Let wel nieuwe mensen. Niettemin geeft FNV Bondgenoten aan dat 65 procent van alle uitzendkrachten de inlenersbeloning ontvangt 9. Dit houdt tevens in dat 65 procent langer dan 26 weken werkzaam is bij dezelfde inlener en waarschijnlijk niet wisselt van inlener. Het argument dat 50 procent van de 9.000 leden kiest voor de afwijking van het gelijk-loonprincipe rechtvaardigt de benadeling niet van de andere 50 procent en de 734000 mensen die in 2008 als uitzendkracht begonnen zijn. De eerste 26 gewerkte weken is deze groep betaald op grond van de loontabellen in de ABU CAO; tenminste voor zover die tabellen werden nageleefd. Er is dus flink ingeleverd, zonder dat de benadeelde uitzendkrachten compensatie hebben gekregen.

Rechtvaardigingsgrond

Volgens de statuten verzet FNV Bondgenoten zich tegen discriminatie op welke oneigenlijke grond dan ook. Maar voor wat betreft de uitzendkrachten blijft van dat verzet niets over, het is omgezet in medewerking aan en totstandbrenging van discriminatie. Het beginsel "gelijk loon voor gelijk werk" en het wettelijke instrument dat uitzendondernemingen gebiedt dit te borgen, is bij de afsluiting van iedere CAO voor Uitzendkrachten buiten werking gesteld. De bond rechtvaardigt deze discriminatie, omdat 50 procent van de 9.000 leden een 'vast' loon wil.

De vraag is of dit mag binnen ons rechtsysteem. Dat het kan, dat blijkt.
Gelijke behandeling is 'dwingend recht'. Dit houdt in dat er niet van mag worden afgeweken, tenzij daar een objectieve rechtvaardigingsgrond voor bestaat. Een voorbeeld. Een persoon met een handicap solliciteert op de functie van vrachtwagenchauffeur en is in het bezit van alle voor de uitvoering van de functie benodigde papieren. Andere kandidaten hebben geen handicap, maar zijn niet volledig gediplomeerd. De gehandicapte sollicitant wordt afgewezen, de reden is de handicap, namelijk blindheid. Deze afwijzing betekent niet dat in strijd met het discriminatieverbod is gehandeld. De blindheid is een objectieve rechtvaardigingsgrond om niet in aanmerking te komen voor de functie van vrachtwagenchauffeur.
Maar hoe zit dat dan met de loondiscriminatie van uitzendkrachten? Een CAO is geen objectieve rechtvaardigingsgrond, maar een afspraak tussen een organisatie van werknemers en één of meer werkgevers. Maar een afspraak die discriminatie beoogt, is in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Tenzij er een objectieve rechtvaardigingsgrond bestaat.

De benodigde objectieve rechtvaardigingsgrond om ten nadele af te wijken van het gelijke loonbeginsel voor uitzendkrachten ben ik tot op heden niet tegengekomen.


1 M. Nuyten (CAO-onderhandelaar FNV Bondgenoten), 13 november 2009 - (www.fnvbondgenoten.nl/./geen_loonsverhoging_uitzendkrach). (terug)
2 Artikel 8, lid 1: "Degene die arbeidskrachten ter beschikking stelt is aan deze arbeidskrachten loon en overige vergoedingen verschuldigd overeenkomstig het loon en de overige vergoedingen die worden toegekend aan werknemers, werkzaam in gelijke of gelijkwaardige functies in dienst van de onderneming bij welke de terbeschikkingstelling plaatsvindt." Lid 2 en 3 artikel 8 stellen lid 1 buiten werking, indien er loonbepalingen zijn overeengekomen in de van toepassing zijnde CAO. (terug)
3 Looptijd CAO Algemene Bond voor Uitzendondernemingen: 2009-2014. Afgesloten tussen de vakbonden LBV; FNV Bondgenoten; De Unie; CNV Dienstenbond en werkgeversorganisatie ABU. Algemeen verbindend verklaard op 25 juni 2009. (terug)
4 M. Nuyten, Nog geen loonsverhoging voor uitzendkrachten, 7 juli 2009. Op 9 juli 2009 reageerde ik op dit bericht. Nuyten antwoordde 3 augustus 2009 - www.fnvbondgenoten.nl/./uitzendkrachten/nog_geen_loonsverhoging_voor). (terug)
5 M. Nuyten, Nog geen loonsverhoging voor uitzendkrachten, 7 juli 2009. Op 9 juli 2009 reageerde ik op dit bericht. Nuyten antwoordde 3 augustus 2009 - www.fnvbondgenoten.nl/./uitzendkrachten/nog_geen_loonsverhoging_voor). (terug)
6 Artikel 8, lid 2, Waadi. (terug)
7 Artikel 19, lid 5, sub b, CAO voor Uitzendkrachten 2009-2014. (terug)
8 Ecorys, Instroomonderzoek uitzendkrachten 2008, p. 7 - (pdf, 320 kb) www.ecorys.nl/rapporten/sociaal-beleid-en-bestuur/instroomonderzoek-abu-2008/download.html. (terug)
9 Zie noot 4. (terug)