Reactie op commentaar 77 van Willem Dekker - "Chavez, jij bent zo!"

De goden faalden

Peter Waterman, 3 oktober 2007

Ik denk - wellicht ten onrechte - dat Willems leeftijd dichter bij die van mijn kleinkinderen ligt dan bij die van mij of mijn kinderen. Toch klinkt zijn jubelzang op Hugo Chavez meer als één van mijn vader dan als één van mij. Mijn vader, z'n hele leven stalinist tot hij in 1957 Stalins vernietiging van de Jiddische cultuur en de moord op Sovjetvrienden ontdekte.

Willem identificeert zich met een leider (laten we maar niet spreken van Generalissimo of Führer). Hugo Chavez is zeker de "Lider Maximo" van de Venezolaanse revolutie. "Hoogste Leider" is de titel van Fidel Castro - voor het geval iemand zich zou vergissen en hem slechts als 'de leider' zou zien. Maar Fidel was eigenlijk de primus inter pares (de eerste onder zijns gelijken). Want, diegenen van ons die zich met de Cubaanse Revolutie identificeren, herinneren zich nog andere prominente namen: Haydee Santamaria, Raul Castro, Che, Celia Hart, President Osvaldo Dorticos, Camilo Cienfuegos .. ook al heb ik het Venezolaanse proces gevolgd, ik kan me toch eerlijk gezegd geen enkele andere naam voor de geest halen.

Beloofde landen

Het gevaar van de identificatie met individuele leiders is in de geschiedenis van de socialistische beweging herhaaldelijk gebleken. Ik weet zeker dat ik de namen van alle "goden die faalden" niet hoef te herhalen. Maar ook als we dat beseffen, moeten we verder gaan en het gevaar erkennen dat schuilt in identificatie met afzonderlijke staten, revoluties, voorhoedepartijen of doctrines. Radicaal links van de twintigste eeuw identificeerde zich met "beloofde landen", om later te verklaren dat "de revolutie verraden was". Door de regelmaat van deze uitroep meen ik dat de ineenstorting, de ommekeer of het verraad een integraal onderdeel was van het negentiende eeuwse idee van revolutie, van een 'wereld op zijn kop'.

Je zou denken - zo had ik graag geloofd - dat deze archaïsche reacties op gebeurtenissen in 'verre landen met vreemde namen' waren afgestorven met de geleidelijke en vreedzame ommekeer van de Chinese Revolutie, de ineenstorting van het Sovjetblok, de massamoorden van Pol Pot, de teleurstellingen in Eritrea, Nicaragua en het conservatisme en het autoritaire karakter van de Cubaanse Revolutie.

Nationalisme

Het duidelijkste teken van de emancipatoire mislukking ligt beslist niet in de eventuele successen in het onderwijs, in de sociale zekerheid, de stiptheid van de treinen, de productie van ijzeren staven, de nucleaire centrales (oeps!), de irrigatie van ongerepte natuurgebieden (opnieuw oeps!) - maar in hetgeen gebeurt wanneer de revolutie ineenstort of is verraden of omver wordt geworpen door bendes van drie of vier of door 'kapitalistische wegbereiders'. De vraag is wat voor maatschappij, wat voor mens en wat voor binding er over blijft van wat eens 'de dictatuur van het proletariaat' of 'een staat van het hele volk' was. Hoewel we in landen als hiervoor genoemd nog resten van 'de revolutie' kunnen vinden, zijn deze overwegend in de meest geïsoleerde staten of landsdelen. En, zoals in Rusland, is er geen sprake van binding aan het socialisme maar aan het nationalisme, het chauvinisme en het autoritaire karakter.

De man op het paard

Willem vergeet in zijn lofzang de geschiedenis en de sociologie mee te nemen, laat staan de economie.
De geschiedenis, vooral die van Latijns Amerika, toont ons een serie - zelfs golven - van populistische/radicaal-nationalistische leiders die een directe band met het proletariaat of het volk claimen. Of, als er een soort intermediaire vorm werd gebruikt, tussen het volk en de man op het paard, dan gebeurde dit door middel van de partij, de vakbond, de vrouwenfederatie, of zoals in Peru begin jaren zeventig de Sistema Nacional de Apoyo a la Movilización Social (SINAMOS, nationaal systeem van steun aan sociale mobilisatie). De geschiedenis zou ons over Venezuela ook vertellen dat het een land was met de minst ontwikkelde sociale protestbewegingen van Latijns Amerika.
De sociologie zou ons (kunnen) vertellen dat een revolutie ontketend door een legerofficier of voortkomend uit een militaire opstand - of zelfs uit langdurige guerrillastrijd - zeer waarschijnlijk een militaristisch en autoritair regime zal zijn. En de politieke economie zou ons reden geven te twijfelen aan de specifieke economische hulpbronnen en conjunctuur, nationaal en internationaal, die het onmiddellijke en wijdverbreide verdelingsbeleid aan de meest behoeftigen mogelijk maken.

'De anarchisten'

Terwijl Willem, spijtig genoeg, niet alleen staat in zijn gehechtheid aan deze kleurrijke en bombastische revolutionair, drukken veel Venezolanen en buitenlandse waarnemers zich een stuk behoedzamer uit. Ik zal een paar namen noemen die recentelijk opdoken op mijn favoriete 'discussielijst' (Debate List South Africa): Steve Ellner, Edgardo Lander en Michael Lebowitz. Veel van de publicaties, zo niet alle, kunnen worden gevonden op de website van MRzine - een tijdschrift dat bij andere gelegenheden ertoe neigde de meest recente revolutie de hemel in te prijzen, waar deze zich ook voordeed.

Ten slotte heb ik een probleem met de manier waarop Willem zijn argumentatie opbouwt. Hij begint met degenen die hun twijfels uiten, zich concentrerend op 'de anarchisten'. Zij worden nauwelijks geïdentificeerd, toch omschrijft Willem ze als proletarische puristen of neoliberale sympathisanten. Als hij met 'anarchisten' de 'autonomen' bedoelt of hen eronder schaart, of de twintigste eeuwse linkse libertairen die geïnspireerd zijn door de Zapatistas, dan identificeer ik mij met plezier met deze groep. Maar, kan ik op basis van mijn ervaring zeggen, zij zijn noch proletarische puristen noch neoliberalen in vermomming (evenmin zullen de hiervoor genoemde groepen erbij horen). Zij zijn degenen die op grond van ervaring en/of reflectie hebben erkend dat de middelen de doelen bepalen. En dit zal er toe geleid hebben dat ze zich sceptisch opstellen tegenover een regime dat niet alleen op het punt staat zijn eigen partij te creëren, maar dat hieraan voorafgaand voorstelde om eerst een Disciplinair Comité te vormen.