De maakbare maatschappij

Fleur

Ik heb twee weken vrij genomen om mijn administratie te regelen. Er is nu anderhalve week voorbij en het lijkt werkelijk alsof de stapel - die vooral sinds begin dit jaar is gegroeid - is weggewerkt. Ik weet dat ik over een paar maanden weer zo'n stapel heb liggen en weer vrij moet nemen om hem weg te werken, maar er zijn een aantal stappen gezet bij de diverse instanties.

De liberalisering van allerhande, nuttige bedrijven is ons steeds verkocht als een enorme vooruitgang, omdat we daarmee kunnen kiezen. Inmiddels weten we beter, maar de regering gaat door met liberalisering en verkoopt het ons nog steeds als keuzevrijheid. Mijn systeem - en in mijn omgeving hoor ik iedereen datzelfde zeggen - is, dat ik probeer zoveel mogelijk alles gelijk te houden. Iedere verandering in het geliberaliseerde, keuzevrije Nederland leidt tot chaos, procedurefouten, afsluiting en uitsluiting, spookrekeningen, onbeantwoorde brieven, eindeloze wachttijden aan telefoons en tot slot juridische procedures met hoge advocatenkosten.

Geen keuze

De liberalisering van de basisbehoeften van de Nederlander heeft geleid tot een blijf-zitten-waar-je-zit-en-verroer-je-niet houding bij de bevolking. Helaas werkt deze opstelling slechts zeer matig, want de bedrijven waar je verzekeringen lopen, internetverbinding, telefoon, gas en licht en de overheid zitten helemaal niet stil. Die blijven liberaliseren en kopen en fuseren zodat je - zelfs als je héél stil blijft zitten - plotseling een brief kan krijgen dat het bedrijf A, waar je na lang procederen redelijk tevreden over was - is overgenomen door bedrijf B dat het allemaal nog véél leuker voor je gaat maken en de eerste spookrekeningen komen weer binnen. Daarnaast zijn er bepaalde zaken in het leven die je niet van tevoren kunt weten en waar je helemaal geen controle over hebt, zoals het behoud van je baan of het orgaan dat jou moet uitbetalen in geval van ziekte of werkloosheid.

Sinds kort is door het compromis inzake de huurliberalisering ook verhuizen volstrekt onmogelijk geworden. Het was al schreeuwend moeilijk aan een huis te komen, maar binnenkort gaat een verhuizing ook betekenen dat het huurcontract een geliberaliseerd huurcontract is. Voor wie de weg kwijt is geraakt; dit plan is bedacht door een minister om de doorstroming te bevorderen.
Nederland wordt dankzij de liberalisering een land zonder beweging, zonder vrijheid en vooral zonder keuze en zonder vrije tijd.

Rust

Ik heb dus anderhalve week in mijn werkkamer doorgebracht met schrijven van brieven, dreigen met advocaten, eisen van schadevergoedingen voor niet of gebrekkig geleverde zaken, verzamelen van bewijsmateriaal betreffende betaling en meen ongeveer klaar te zijn als de bel gaat. Er staat een jongeman voor de deur die mij vraagt: "Heeft u een vaste telefoon?".
Ik bevestig. "Belt u met KPN?". Ik bevestig opnieuw en vraag me af waar het gesprek naar toe gaat. "Hoeveel bent u per maand kwijt met bellen via KPN?", vraagt de jongeman en ik begrijp: Ah, hier is de concurrentie. Nu heb ik eigenlijk geen idee wat ik per maand kwijt ben aan de telefoonrekening, omdat dit één van de problemen is die ik heb moeten aanpakken in mijn vrije weken. KPN heeft een abonnement aangeboden dat ze niet heeft geleverd door interne chaos, waardoor ik iedere dag alleen maar kan hopen dat mijn telefoon het nog doet en al helemaal niet weet wat het telefoneren me kost. Maar ik zeg tegen de jongeman: "Het gaat u niks aan hoeveel ik betaal." En ik trek me terug van de deur om deze te sluiten de jongeman doet een stap naar voren om dat te voorkomen en stelt agressief: "Dus u wilt niet goedkoper bellen?!".
Ik weet niet van welk bedrijf deze jongeman is, maar ik denk alleen maar: "Ik wil rust! Ik wil terug naar de oude tijd, waarin ik maandelijks een rekening betaalde die duidelijk en overzichtelijk was, de tijd waarin ik een bedrijf kon bellen als iets niet in orde was en dat bedrijf dan gewoon de verantwoordelijkheid voor het probleem op zich nam en het oploste. Ik wil terug naar de maatschappij waarin ik me thuis voelde!".
Dus ik doe nog een stap terug en sluit met een vriendelijke glimlach, doch met grote kracht, de deur waardoor de jongeman zich genoodzaakt voelt zijn voet terug te trekken.

Redelijk willen

Mijn zoon komt thuis en ik mopper over de gang van zaken. Oh, het ergert me zo! Hij zit op de bank en zegt nadat ik uitgeraasd ben: "Je moet je niet zo druk maken. Je kan er toch niks aan veranderen."
Ik kijk woedend op van de strijkplank om tegen die gelaten en passieve houding van mijn eigen zoon in verzet te komen en realiseer me opeens het verschil. Ik ben een kind van de jaren zeventig. Mijn jeugd was optimistisch. De wereld was maakbaar. Zo heb ik dat geleerd. Alles in de wereld is maakbaar. Iedereen van hoog tot laag geloofde in die maakbaarheid. De oplossing voor de honger lag in de maakbaarheid, de oplossing voor een ziekte lag in de maakbaarheid. Iedereen geloofde heilig in de maakbaarheid van de wereld.
Als kind van de jaren zeventig, opgroeiend in een politiek actief milieu, was er voor ieder probleem een oplossing. Die oplossing was niet het compromis of de schadevergoeding, maar de actie en de samenwerking. Toen ik de leeftijd van mijn zoon had, wist ik met ieder probleem waar ik heen moest om de actie voor te bereiden. Er was een netwerk van mensen die bereid waren, net als ik, in verzet te komen, tijd en energie te steken in de strijd voor gerechtigheid, veiligheid en solidariteit. En belangrijk daarbij was dat wij geloofden in de uiteindelijke goede afloop. Als er maar genoeg mensen op de been konden worden gebracht, zouden wij winnen, omdat we gelijk hadden en omdat gerechtigheid in combinatie met strijdbaarheid moest overwinnen. Geen makkelijke of snelle overwinning, maar wel een overwinning op termijn, omdat de wereld overstroomde van redelijk willen en wij de massa op de been moest brengen om de weg te wijzen naar de solidaire, betere maatschappij.

Nee zeggen

Het definitieve einde van dat tijdperk - die hoopvolle tijd, waarin iedereen geloofde in de maakbaarheid van deze wereld - is in Nederland op de dag nauwkeurig vast te stellen. Nadat 3,7 miljoen Nederlanders via een handtekening, via massademonstraties en tal van andere acties hadden laten weten tegen de plaatsing van kruisraketten te zijn, werd op 1 november 1985 definitief afscheid genomen van de maakbare samenleving door het definitieve plaatsingsbesluit in de Tweede Kamer.

De jongeman die toen, op 1 november in diezelfde Tweede Kamer, naar voren sprong en met emotioneel oplaaiende stem riep: "En die kruisraketten komen er toch niet!", was de vertegenwoordiger van de generatie die nog geloofde dat de massa het verschil kan maken en de wereld bestaat uit redelijke mensen. Hij heeft wel gelijk gekregen overigens; die kruisraketten zijn er niet gekomen. Maar op 1 november 1985 heeft 'de Politiek' aan de bevolking laten weten dat er nieuwe tijden waren aangebroken en verzet zinloos was. De linkse partijen in de Tweede Kamer hebben op die dag niet opgeroepen tot massale actie van 3,7 miljoen mensen die het niet wilden, maar hebben zich neergelegd bij het ondemocratische besluit van de Tweede Kamer de raketten toch te plaatsen. Op die dag hebben de linkse politieke partijen hun eigen achterban laten weten dat naar hun overtuiging verzet zinloos was en de wereld niet maakbaar.

Mijn zoon is van na 1 november 1985 en daarom is hij opgegroeid in die wetenschap. Hij gelooft in de tactiek van: 'Zit stil en verroer je niet, zorg goed voor jezelf en probeer de wereld niet te veranderen, want dat lukt je toch niet.' Hij kan het niet helpen. Hij is van na 1985.
Ik ben een kind van de jaren zeventig en ik weet dat als iedereen de moeite en de energie zou kunnen opbrengen om zich te verzetten - daadwerkelijk te verzetten - er wel degelijk mogelijkheden zijn om de wereld te veranderen. Er is wel keus. Er is wel een mogelijkheid het anders te doen. Economie is geen natuurwetenschap; de economie is maakbaar. Bureaucratie is ook geen natuurwetenschap; bureaucratie is maakbaar. Politici doen voorkomen alsof er geen andere keuze is dan liberalisering en privatisering. En helaas doen alle politieke partijen die in de Tweede Kamer zitten in meerdere of mindere mate mee met die fatalistische houding. Maar je kan ook 'nee' zeggen. Dat kan en dat zou ook moeten.

Belazerd

De Partij van de Arbeid riep op tot ondersteuning van de Europese Grondwet, omdat er anders wel eens werkgelegenheid naar India zou kunnen gaan. Alsof dat de keuze is waar de wereld voor staat! Alsof er geen solidariteit meer mogelijk is tussen mensen over de hele wereld. Alsof het internationale karakter van het socialisme helemaal niet meer bestaat. Alsof het productieproces, zoals dat nu bestaat, de enige keuze is en de bewegingen van grote multinationals een natuurwet zijn waartegen geen verzet mogelijk is.
Oktober 2004 stonden meer dan 500.000 mensen op het Museumplein (ja echt wel vakbonden!; een politieagent vertelde me dat er meer dan een miljoen demonstranten op de been waren in Amsterdam zelf en dat er nog van alles onderweg was in treinen). Die mensen zijn door vakbonden en de politieke partijen, die hen zeiden te steunen, belazerd. Om te beginnen zijn ze belazerd op de dag zelf door de mededeling dat ze met veel minder waren en dat het eigenlijk alleen een dagje uit was. En vervolgens door het besluit van de vakbonden akkoord te gaan met het overgrote deel van de maatregelen waartegen geprotesteerd was, met de mededeling dat dit later geregeld kon worden in de CAO-onderhandelingen per bedrijf. Nee, vakbond. Jouw taak is mensen te verenigen en niet uit elkaar te spelen! Er hadden nieuwe acties moeten komen en nieuwe demonstraties met nog meer mensen en nog meer verzet en dat hadden jullie kunnen aansturen en initiëren als jullie dat daadwerkelijk hadden gewild. De tijd was er rijp voor en de mensen naast het podium op het Museumplein waren dat zeker ook!

Solidariteit en samenwerking

De maatschappij dat zijn wij en daarmee is de maatschappij maakbaar, wanneer wij dat willen. En wij willen anders! Wij willen geen liberalisering, geen uitholling van de sociale voorzieningen, geen voedselbanken maar recht op een menswaardig bestaan, geen kernenergiecentrales en geen wij/zij maatschappij. Wij willen weer solidariteit die leidt tot veiligheid en menswaardigheid. Wij willen een maatschappij die niet vervreemdt, maar stimuleert en creëert. En wij willen politici, organisaties en vakbonden die daarin het voortouw nemen!

Het geloof in de maakbaarheid van de maatschappij is geen achterhaald ideaal - zoals bijvoorbeeld GroenLinks eind jaren tachtig heeft geconcludeerd en de vakbonden al jaren uitdragen - maar een sterk en strijdbaar uitgangspunt dat nieuw leven moet worden ingeblazen voordat het te laat is. Te laat voor onze kinderen die menen dat de wereld alleen maakbaar is, als je een paar miljoen op de bank hebt staan en zich daarom alleen nog druk durven maken over hun eigen bankrekening, hun eigen netwerk en hun eigen carrière.
Het poldermodel, de keuze voor het compromis door 'Links Nederland', is geen compromis. Maar is het besluit de economische en sociale orde, zoals die door rechts wordt verdedigd, niet alleen te tolereren maar zelfs te stimuleren. Dat is misdadig voor een groot deel van de mensheid op aarde die niet voldoende heeft zich te verweren tegen de economische orde en het is misdadig ten opzichte van de generaties die na ons komen. Zij moeten weten dat de wereld maakbaar is en dat zijzelf het lot in eigen hand kunnen nemen en zich kunnen verzetten tegen de egocentrische orde die over de wereld raast.

Solidariteit en socialisme zijn geen achterhaalde idealen, maar mogelijkheden de wereld beter te maken en daarom hebben wij - met name de kinderen van de jaren zeventig - de verplichting de generaties na ons te leren dat de wereld maakbaar is. Niet makkelijk, niet eventjes, niet nu meteen, maar wel maakbaar! Door verzet tegen datgene wat wij niet willen, door solidariteit en samenwerking, door strijdbaarheid en actie voor behoud van de idealen waarvoor de generaties voor ons hebben gestreden, en voor een andere orde, een andere maatschappij en een andere wereld. Wij zijn dat verplicht aan onze kinderen, opdat ze zich weer verbonden kunnen voelen met de maatschappij waarin ze leven. En we zijn dat verplicht aan onze ouders en grootouders die ervoor gezorgd hebben dat wij toen we jong waren, mochten en konden geloven in en werken aan een betere toekomst.