Albert Einstein, geniaal natuurkundige en socialist

Rob Gerretsen, 10 juli 2005

Dit jaar is het vijftig jaar geleden dat de beroemdste geleerde van de vorige eeuw, Albert Einstein, overleed. En het is honderd jaar geleden dat Einstein binnen een jaar vijf artikelen publiceerde die de wereld van de natuurkunde op z'n kop zouden zetten. Hij had toen nog geen baan op een universiteit, maar werkte op een patentbureau in het Zwitsers Bern. Pas in 1908 zou hij een academische betrekking krijgen.

Twee van de artikelen van Einstein uit 1905 gingen over het atomaire karakter van de materie, twee andere gingen over de 'speciale relativiteitstheorie' en het vijfde ging over de kwantumtheorie.
De artikelen van Einstein leidden onder meer tot een ander begrip van ruimte, materie en tijd, waarde laatste een 'vierde dimensie' werd. Een ander aspect van de stellingen van Einstein was de relatie die werd gelegd tussen energie en massa en tot uitdrukking kwam in de beroemde formule E=mc2. De speciale relativiteitstheorie zou later experimenteel bevestigd worden.
In 1921 kreeg Einstein de Nobelprijs. Zijn artikelen uit 1905 zouden gevolgd worden door veel meer wetenschappelijk werk, waarvan de algemene relativiteitstheorie waarschijnlijk het belangrijkst is.
Maar Albert Einstein was niet alleen een beroemd natuurkundige. Hij was ook humanist, pacifist en socialist en niet bang om in repressieve omstandigheden zijn naam en faam te gebruiken om daadwerkelijk steun te verlenen aan progressieve acties. Hij geloofde in de noodzaak van een wereldregering en internationale, democratische, socialistische planning in de strijd tegen oorlog en armoede. Hij verzette zich tegen het gebruik van atoomwapens en tegen racisme. Einsteins radicale opvattingen en activiteiten worden in zijn biografieën meestal zwaar onderbelicht of verzwegen.

Dienst weigeren

Einstein werd op 14 maart 1879 geboren in een liberale, burgerlijke, Duitse, joodse familie. Op zijn zestiende gaf hij zijn Duitse burgerschap op en vertrok naar Zwitserland. Zo kon hij de militaire dienst ontlopen en in Zürich studeren. Daar kon hij niet alleen zijn studie voltooien aan een universiteit die minder antisemitisch was dan de meeste universiteiten in Duitsland en Oostenrijk, maar bracht ook veel tijd door in het Odeon Café. Dat was een geliefde ontmoetingsplaats voor Russische revolutionairen als Alexandra Kollontai, Trotsky en later Lenin. Omdat hij geen universitaire baan kon krijgen, ging Einstein in 1902 bij het patentbureau in Bern werken.
In 1914 kreeg hij een professoraat in Berlijn. Daar verzette hij zich tegen de oorlog, samen met de minderheid in de Duitse sociaal-democratie. Dat betekende bovendien een conflict met de overgrote meerderheid van zijn universitaire collega's. Op de dag dat de Duitse keizer opstapte, hing Einstein een briefje op zijn leslokaal: "Vandaag geen les - revolutie." Na de oorlog werd Einstein slachtoffer van antisemitisme. Zelf steunde hij organisaties die joden probeerden te beschermen tegen antisemitisch geweld en gaf gratis les aan arme studenten. Daarnaast maakte hij propaganda om dienst te weigeren. Het politieke klimaat verslechterde snel in Duitsland en toen in 1933 de nazi's aan de macht kwamen, werd beslag gelegd op het huis van Einstein in Berlijn. Zijn boeken werden slachtoffer van Goebbels' boekverbrandingen. Omdat de nazi's hem wilden vermoorden, werd Einstein tijdens lezingen in Nederland bewaakt door bodyguards. Hij besloot niet naar Berlijn terug te keren en kreeg een vaste aanstelling in de Verenigde Staten aan het Institute for Advanced Studies in Princeton, New Jersey.
Einstein zette zich niet alleen in voor vluchtelingen uit nazi-Duitsland, maar steunde ook openlijk het republikeinse verzet tegen Franco in de Spaanse burgeroorlog, waaraan een drieduizend Amerikaanse vrijwilligers actief deelnamen in de Abraham Lincoln Brigade. Hij waarschuwde voor het Duitse onderzoek naar een atoombom, maar protesteerde na de oorlog tegen de bombardementen op Hiroshima en Nagasaki en tegen de wapenwedloop van de Koude Oorlog.
In de Verenigde Staten voerde Einstein actie in tegen racisme en lynchpartijen. Hij juichte ook de oprichting van het socialistische blad Monthly Review toe en schreef voor het eerste nummer in 1949 het artikel "Why Socialism?". Dat is vaak herdrukt en nog te vinden op http://www.monthlyreview.org/598einst.htm.

Einsteins houding ten opzichte van het zionisme en Israël is niet geheel eenduidig. Hij steunde het idee van een tweenatiestaat van Palestijnen en joden in Palestina en waarschuwde tegen overheersing van de Palestijnen door een joodse staat en tegen zionistische terreur. Einstein maakte zich grote zorgen over de McCarthy-vervolgingen in de jaren vijftig en zette zich (tevergeefs) in voor Julius en Ethel Rosenberg.
Enkele dagen voor zijn dood op 18 april 1955 tekende Einstein nog een verklaring van Bertrand Russell die waarschuwde voor het risico van totale vernietiging van de mensheid.

Ook geplaatst in de Socialist van juli 2005.