Boekbespreking - Sjaak van der Velden, Werknemers in actie

Spannende sociale geschiedenis

Sinds zijn proefschrift in 2000 over stakingen merkte Sjaak van der Velden dat hij als 'stakingsdeskundige' werd gezien. Maar ja, dat proefschrift was een dikke pil met voetnoten en statistieken; meer naslagwerk dan leesboek. Dat leesboek is er inmiddels. Lekker snel geschreven, prettig om te lezen en boordevol informatie. Een sociale geschiedenis van twee eeuwen aan de hand van stakingen en andere arbeidersacties. Warm aanbevolen!

Hoewel in de titel over "werknemers" wordt gesproken, schrijft Sjaak vanuit de positie van arbeiders en arbeidsters. Niet als afstandelijke deskundige of licht cynische buitenstaander, maar als solidaire medeactivist die de tijd heeft genomen de archieven te raadplegen om een spannend en bewogen verhaal te vertellen. Hij heeft het over de eerste stakingen in de late Middeleeuwen. Over de polderjongens in de negentiende eeuw die niet begripsvol voor hun bazen waren. Over de Groningse staaksters in 1890 met wat nu een offensief en breed eisenpakket heet. Over de internationale transportstaking in 1911 en de vele uitsluitingen in de periode 1920-1923. Over de stakingen in 1960 en 1963 die een einde maakten aan de geleide loonpolitiek ... en over de Personeelscollectieven begin deze eeuw bij de spoorwegen. En dat alles in nuchtere bewoordingen zonder heldenverering, met af en toe een uitstapje naar de verschillende soorten stakingen, naar bedrijfsbezettingen, wetgeving en het verband tussen stakingsduur en resultaat (hoe langer, hoe minder kans op succes) en tussen stakingsfrequentie en economische conjunctuur (vaker bij voorspoed).

Feiten en feiten

Deze lof verdient ook kritisch commentaar. Sjaak heeft met alle recht niet gekozen voor doorwrochte analyses en beschouwingen, maar af en toe spreken de vermelde feiten onvoldoende. Een voorbeeld. Hij bespreekt de staking in de bouw van 1995 en toont aan dat, in tegenstelling tot de ook besproken havenstaking van 1979, een beweging aan de basis ontbrak. De bondsleiding volgde een strak gepland draaiboek. "De mannen zaten het grootste deel van de tijd thuis of klusten wat bij zoals ik zelf heb ondervonden. In die tijd was ik nog zelfstandig timmerman en tijdens de staking werkte ik met een stakende metselaar" (p. 160). Een leuke persoonlijke noot, maar geheel buiten beeld blijft de misschien wel problematische verhouding tussen de 'nieuwe werknemer' en het stakingswapen. Zijn ZZP'ers een rem op de beweging, staken ze mee en hoe zit het met de stakingsuitkering? Of wat algemener: vormen onderaanneming, uitbesteding, inleen en dergelijke een stakingsbarrière?

Een andere kwestie. Sjaakt spaart de moderne (en confessionele) vakorganisaties niet. Hij laat zien dat de leiding van het NVV loonmatiging als een kapitalistische deugd beschouwde en bestuurders van FNV Bondgenoten bij de spoorwegen het vertrouwen van de leden totaal verspeeld hadden. Toch is het jammer dat hij geen oog heeft voor de mogelijkheden van antikapitalistische vakbondsstrijd en alle voorrang geeft aan het behalen van directe resultaten op het terrein van de arbeidsvoorwaarden. Het Nationaal Arbeids-Secretariaat (NAS, 1893-1940) en de Eenheids Vak Centrale (EVC, 1945-1964) komen er dan ook er bekaaid af. Over die twee zijn heel wat kritische noten te kraken, maar als we ons tot het NAS beperken bevestigt Sjaak de moderne (voor)oordelen van "hoogdravende", "idealistische", "langzaam zelfmoord" plegende stakingsgymnasten. En zo'n geschiedschrijving heeft gevolgen. Twee illustraties.

  • Over Troelstra's 'revolutionaire vergissing' in het roerige jaar 1918 zegt Sjaak dat het NAS zich daar "met hart en ziel" aan verbond, terwijl het NVV zich niet liet meeslepen (p. 90). Maar zo was de wijsheid niet verdeeld. Een dag voor zijn toespraak had Troelstra bezoek gekregen van twee prominente bestuurders van de transportbond van het NVV (Heijkoop en Brautigam). Zij deden hem verslag van een gesprek met de voorzitter van de Scheepvaartvereniging (ondernemersorganisatie) en de Rotterdamse burgemeester. De laatste twee verwachtten een machtsovername en wilden snel met de NVV'ers zaken doen om de gevreesde 'bolsjewieken' voor te zijn. Het sociaal-democratische drietal liep dus met het hoofd in de wolken en het NAS was 'gewoon' op zijn revolutionaire standpunt blijven staan.°)

  • Tien bladzijden verder komt de matrozenopstand op de Zeven Provinciën van 1933 aan bod; een bloedig voorbeeld van een bedrijfsbezetting. Onvermeld blijft dat de voorzitter van het NAS, Henk Sneevliet, bij een voorzichtig opererend NVV, vanwege zijn solidariteit vijf maanden gevangenisstraf kreeg en vanuit de cel in de Tweede Kamer gekozen werd. Misschien een anekdote, maar dan wel één die het NAS een reële plaats in de arbeidersbeweging geeft.
Deze kanttekeningen doen niets af aan het boeiende en bemoedigend boek dat Sjaak geschreven heeft. Bemoedigend, omdat in een land met een - internationaal gezien - magere stakingstraditie gedurende afgelopen twee eeuwen regelmatig strijd is geleverd.

Hans Boot
(25 december 2004)

Sjaak van der Velden, Werknemers in actie. Twee eeuwen stakingen, bedrijfsbezettingen en andere acties in Nederland, Amsterdam 2004 (uitgever: Aksant).

°) P.J. Troelstra, Gedenkschriften, vierde deel, p. 192, Amsterdam 1931. J.E. Burger, Linkse frontvorming. Samenwerking van revolutionaire socialisten 1914-1918, p. 115, Amsterdam 1983.