Israëlische vakcentrale Histadrut

Een monopolist in verval

In mei 2004 deed Dani Ben Simhon van het Workers Advice Center (WAC) onderzoek naar het ontstaan en de ontwikkeling van de Israëlische vakcentrale Histadrut. Hij koos daarbij de invalshoek van de verhouding tot verschillende bevolkingsgroepen: Palestijnse arbeiders, Israëlische Arabieren en gastarbeiders uit andere gebieden. Hier een samenvatting. Op www.workersadvicecenter.org/Delegation-document2.htm is het volledige rapport in het Engels te vinden.

Histadrut is in 1920 opgericht als Joodse organisatie met het doel werk over te nemen van de Palestijnse Arabieren. De focus was dus sterk gericht op de Joodse gemeenschap en op Joodse economische autonomie met eigen coöperaties en bedrijven: landbouw, industrie en distributie. Lidmaatschap van Histadrut was een voorwaarde om een baan te krijgen in deze bedrijven en was voorbehouden aan Joden. Pas in 1959 konden Arabische arbeiders toetreden, overigens zonder dat zij daarmee ook automatisch profiteerden van dezelfde rechten.

Palestijnse arbeidskracht

Door de bezetting in 1967 van de Westbank en Gazastrook werd Histadrut voor de vraag gesteld hoe met Palestijnse arbeiders en arbeidsters om te gaan. Het Israëlische beleid was gericht op economische controle over de bezette gebieden. De afhankelijkheid van deze gebieden leverde Israël zowel economisch als politiek voordelen op. De economie kon rekenen op extra arbeidskracht waardoor de druk op de arbeidsmarkt wat afnam. Na jarenlange groei van de economie van ongeveer 10 procent dreigde de lonen uit de hand te lopen. Dankzij het grote reservoir van goedkope Palestijnse arbeiders werden de lonen gedrukt. En dankzij een op militaire precisie geschoeid systeem van werkvergunningen, kon Israël ook een politieke greep houden op de bezette gebieden. Histadrut bleek een betrouwbare partner bij de uitvoering van dit beleid. In plaats van te strijden voor gelijke rechten, steunde de vakcentrale de regering en het bedrijfsleven om de arbeidskosten zo laag mogelijk te houden. Op papier hebben Palestijnse arbeiders dezelfde rechten als hun Israëlische collega's, ze betalen ook dezelfde verzekeringspremies, maar het gebruik van uitkeringen en voorzieningen gaat uiterst moeizaam. Waar Histadrut vroeger gericht was op economische onafhankelijkheid van de Joodse gemeenschap, steunde ze daarna de overheid om de Palestijnen die onafhankelijkheid te onthouden.

Palestijnse vakbonden

De vakbonden die de Palestijnen in de late jaren zeventig in de bezette gebieden oprichtten, waren vaak verbonden met de Palestijnse onafhankelijkheidsstrijd. De Israëlische regering zag deze bonden als verzetsbewegingen en bestreed ze met harde hand. Histadrut keek toe. De Israëlische veiligheidsdienst Shin Beth werd zelfs ingezet om Palestijnse arbeiders tot samenwerking over te halen. Daarop ingaan betekende een werkvergunning en deelname aan de Israëlische economie, weigeren leidde tot een plaats op de zwarte lijst. Ook hier greep Histadrut niet in.

Pas na de Oslo-akkoorden in 1993 veranderde Histadrut haar houding. Ze had de Palestijnse bonden nodig had om toegang te krijgen tot de Arabische wereld. In de context van de Olso-akkoorden stemde Histadrut ermee in dat de Palestijnse bonden 1 procent lidmaatschapsgeld inden; de helft daarvan was bedoeld voor de opbouw van het vakbondswerk. Verder werd afgesproken dat Histadrut de Palestijnse bonden acht miljoen shekels zou betalen als compensatie voor eerder geïnde premies waar toen geen rechten tegenover stonden. De acht miljoen stond in geen verhouding tot de bedragen die over een periode van 26 jaar door tienduizenden Palestijnse arbeiders waren afgedragen en becijferd worden op 1,5 miljard shekels. Toch werd er een overeenkomst gesloten en begon Histadrut meer activiteiten te organiseren voor de Palestijnen. De tweede Intifada maakte hier echter een eind aan.

Bedrijvenconglomeraat

Histadrut is behalve een federatie van vakbonden een conglomeraat van bedrijven in verschillende sectoren van de economie, met een accent op de publieke sector. In de bedrijfsvoering werd altijd gebruik gemaakt van allerlei subsidies.

De problemen die de Israëlische economie eind jaren zeventig ondervond, waren voor een belangrijk deel toe te schrijven aan de crisis bij grote bedrijven van Histadrut en de afhankelijkheid van buitenlandse kapitaalinjecties. De gesloten en monopolistische economie zat op een dood spoor. Israëlische kapitalisten drongen aan op verandering en forceerden een einde aan het jarenlange bewind van de Arbeiderspartij. Er kwam een regering van nationale eenheid (Shamir en Peres) met een consensus op twee punten: 1) terugdringing van de inflatie en de torenhoge schulden die voor een deel het gevolg waren van de oorlog in Libanon, 2) herstel van de economie. Het 'Stabilisatieplan' dat in 1985 werd aangenomen, ging uit van de globalisering van de economie zoals deze door Washington en Londen werd gepredikt. De lonen moesten verder omlaag en om te kunnen concurreren diende de arbeidsproductiviteit omhoog geduwd te worden. Zo'n veertig bedrijven van zowel de staat als van Histadrut, inclusief het grote industriële conglomeraat "Koor", werden door Peres ontmanteld of geprivatiseerd.

Dit plan van Peres heeft de arbeidsmarkt drastisch veranderd. Collectieve afspraken en regelingen maakten plaats voor onzekerheid en onderlinge strijd, met ondermijning van de solidariteit als gevolg. Histadrut gaf geen krimp. Ook niet toen in de jaren negentig steeds meer arbeidsintensieve productie werd uitbesteed aan lagelonenlanden. Zelfs werd geaccepteerd dat waar uitbesteding van de productie niet mogelijk was, zoals in de bouw en de landbouw, goedkope ongeorganiseerd arbeiders uit het buitenland werden aangetrokken.

Doodsteek

Histadrut was teveel bezig met een overlevingsstrijd om toe te komen aan belangenbehartiging. Ze had de status van een economische supermacht, de grootste werkgever in de publieke sector en monopolist in arbeidsverhoudingen, maar dreigde volledig ten onder te gaan. Daarvoor zijn verschillende oorzaken aan te wijzen.
aDe ongezonde verhouding met de Arbeiderspartij, niet alleen ideologisch, maar ook financieel. Gebleken is dat Histadrut regelmatig geld, opgebracht uit het lidmaatschap voor bijvoorbeeld de ziektekostenverzekering, doorsluisde naar de Arbeiderspartij.
bDe weinig productieve bedrijfvoering en de afhankelijkheid van subsidies waaraan het Stabilisatieplan in 1985 een rigoureus einde maakte. De andere poot van Histadrut, de enige vakbondsfederatie in Israël, werkte loyaal mee aan de globalisering van de economie, de flexibilisering van de arbeidsmarkt en het ontslag van arbeiders.
cDe verkoop van grote bedrijven zoals "Koor" bracht onvoldoende op om de schulden weg te werken. Het pensioenfonds van Histadrut is daardoor diep in het rood komen te staan. Maar de definitieve doodsteek voor Histadrut kwam van Haim Ramon.

Deze vroegere minister van Volksgezondheid die in de regering Rabin de discussie over de nationalisering van het ziektekostenstelsel had geleid, werd in 1994 voorzitter van de Histadrut. De ziektekostenverzekering van werknemers was een belangrijke geldbron voor Histadrut. Toen in 1995 het nieuwe stelsel door de Knesset werd aangenomen en Histadrut niet langer deze verzekering zijn leden kon aanbieden, zakte het ledental van 1,8 miljoen tot 650.000. Om het faillissement te voorkomen, verkocht ze - onder leiding van diezelfde Ramon - bedrijfsonderdelen en onroerend goed ver onder de prijs. Achteraf wordt gesuggereerd dat Ramon door Rabin, hoofd van de Arbeiderspartij, is ingezet om de melkkoe van de ziektekostenverzekering te slachten en de macht van Histadrut te breken.

De laatste jaren zijn er nieuwe bonden binnen Histadrut ontstaan die vooral mensen uit de nieuwe sectoren van de economie organiseren. De invloed van de bonden in de arbeidsintensieve en traditionele sectoren is dramatisch gedaald. Daar lijkt de rol van Histadrut uitgespeeld.

Samenvatting:
Marie-Louise Sanders


Welkomstpagina Solidariteit