welkom
extra
Solidariteit

Marx en Luxemburg - een 'oude' analyse, maar zeer actueel

De arbeidsmarkt staat op tilt

Sjarrel Massop

Probleemoplossingen zonder goede analyse leiden tot grotere problemen. Dat is mijn oordeel over het rapport van de commissie Borstlap dat gaat over de problematische Nederlandse arbeidsmarkt. Overigens een vraagstuk dat zich niet tot Nederland beperkt en uitgroeit tot een groot maatschappelijk en sociaal probleem. Niet nieuw en een onvermijdelijk gevolg van de ontwikkeling die het huidig kapitalisme doormaakt.

Uiteraard vergt deze stelling een nadere uitleg. Dat gebeurt door eerst in te gaan op de structuur van het kapitalistisch systeem en daaruit volgend aandacht voor de structuur van de arbeidsmarkt en de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit. Afrondend komt aan de orde waarom het onderzoek van de commissie Borstlap de gestelde problemen niet oplost.

Vormen van kapitaal

De studie van Karl Marx over het kapitalisme concentreert zich op de productie van kapitaal, scherper gezegd: op de productie van surpluswaarde en de omzetting in nieuw kapitaal. Dit proces heet 'accumulatie', in de gangbare opvattingen 'economische groei' genoemd. Marx heeft zich beziggehouden met de reproductie van kapitaal, maar het is Rosa Luxemburg die zich met haar boek De accumulatie van kapitaal overtuigend op deze kwestie heeft gericht.

Foto mensenmenigte met tekst eroverheen: Social Collapse Marx spreekt van twee economische afdelingen: de productie van consumptiegoederen en de productie van kapitaalgoederen. Twee afdelingen waar de surpluswaarde gemaakt wordt. Daarnaast maakt Marx een ander onderscheid: de reproductie van het constante en van het variabele kapitaal. Het constante deel C bestaat uit machines, gebouwen, bedrijfskapitaal en grondstoffen, Het variabele deel V vormt de levende arbeid. In een productieproces brengt de kapitalist de twee kapitalen in een bepaalde verhouding bij elkaar, uitgedrukt in de breuk C/V, de organische samenstelling van het kapitaal. Daarover hier slechts de opmerking dat in het algemeen het constante kapitaal goedkoper is dan het variabele. De kapitalist streeft dus naar een hoge organische samenstelling van het kapitaal. Deze staat in een logisch verband met de arbeidsproductiviteit. Als C gelijk blijft, V kleiner wordt en het productieniveau hetzelfde blijft, dan is de organische samenstelling van het kapitaal groter en dus de arbeidsproductiviteit hoger. Er is minder arbeid nodig voor eenzelfde niveau.

Verschuiving van onderschikking

Terug naar de kapitalistische structuur. De economie is in vier sectoren te verdelen: 1) landbouw, 2) industrie, 3) dienstverlening en 4) de niet op winst gerichte quartaire sector. Met een beetje fantasie zijn de eerste en tweede sector de productiesectoren te noemen en de derde en vierde de sectoren van de reproductie. In het eerste tweetal is in het hoog ontwikkelde kapitalisme de organische samenstelling van het kapitaal erg hoog. Met als voorbeeld de vroegere Hoogovens. Toen ik daar ooit begon, was het productieniveau ongeveer 6 miljoen ton per jaar en werkten er 23.000 mensen. Twintig jaar later vertrok ik en was het productieniveau gelijk, maar werkten er nog 9.000 mensen. Er was aanzienlijk meer geavanceerd kapitaal, bijvoorbeeld de continu gietmachine die voor het proces van blokvormen zorgt en 'blok walsen' overbodig maakte (een blok staal werd uitgewalst tot plakken staal). Tegelijk werden grote delen van het personeel uitbesteed. De bedrijfsleiding richtte zich op de kernactiviteit van staal maken. Alle overige diensten werden afgestoten en ondergebracht in andere economische sectoren, namelijk die van de reproductie van het kapitaal.

Deze ontwikkelingen werden mogelijk door de toepassing van geavanceerde technologie, zoals de genoemde continu gietmachines. Marx noemde dat de overgang van de formele onderschikking van de arbeid aan het kapitaal naar de reële onderschikking. Een proces dat twee aspecten kent. Kwantitatief: in de productie is minder arbeid nodig voor eenzelfde maatschappelijk gewenst en noodzakelijk productieniveau. Kwalitatief: de technologie (mechanisering en automatisering) verdringt het vakwerk, waardoor de productiearbeid gemakkelijker geflexibiliseerd wordt. Met name uitvoerend werk is gemakkelijk uitwisselbaar.

Dienstverlening, zorg en onderwijs

Interessant is de vraag of de ontwikkeling van formele naar reële onderschikking ook geldt voor de reproductie van het kapitaal. Wat gemakkelijk ook hier een onderscheid, namelijk tussen sectoren drie en vier.
De derde sector is dan de dienstverlening die zorgt voor de reproductie van het constante kapitaal. Daaronder vallen: transport, verkoop, handel, onderhoud en financiële dienstverlening. De vierde sector is dan de reproductie van het variabele deel van het kapitaal, de levende arbeid, daaronder zijn bijvoorbeeld zorg en onderwijs te brengen.

SportprentEen volgende interessante vraag is dan of ook in deze twee sectoren bijgedragen kan worden aan de verhoging van de organische samenstelling van het kapitaal, inclusief het gevolg voor de ontwikkeling van de onderschikking.
Voor sector drie (dienstverlening) is deze vraag retorisch, daar is vooral door de automatisering een steeds hogere organische samenstelling van het kapitaal te zien. Bijvoorbeeld: automatische kassa's in de supermarkten, distributiecentra als Bol.com die vele winkels overbodig maken, automatisering van het bankwezen waardoor veel functies vervallen.
Ook in sector vier is dit proces waar te nemen, maar daar loopt het aanzienlijk gecompliceerder. Te denken is aan digitaal onderwijs en splitsing van de thuiszorg. Automatisering levert hier vaak meer werkdruk op, waardoor betrokkenen niet meer toekomen aan hun eigenlijke werkzaamheden.

Nieuwe sociale kwestie

Door alle technologische revoluties heen is het kapitalisme in staat gebleken de organische samenstelling van het kapitaal, C/V. te verhogen in alle sectoren van de economie. Dat is echter in de productiesectoren aanzienlijk eenvoudiger geweest dan in de reproductiesectoren. Dat geldt ook voor de ontwikkeling van de formele naar de reële onderschikking van de arbeid aan het kapitaal. Dat verklaart tegelijk de grote verschuiving van de arbeid van de productiesectoren (landbouw en industrie) naar de sectoren dienstverlening (reproductie van kapitaal) en de quartaire sector (reproductie van de arbeid).

Foto van vrouw die menigte toespreekt

Over de gehele linie is de trend duidelijk: door deze ontwikkeling is wereldwijd steeds minder arbeid nodig voor een bepaald maatschappelijk welvaartsniveau. Het kapitalisme kan dat alleen maar voorkomen door de uitbreiding van de productie. Dat zal uiteindelijk leiden tot crises en overproductie, uitputting van de grondstoffen, aantasting van het milieu en verslechtering van de leef- en arbeidsomstandigheden van de meeste mensen. Kortom, een uitgebreide 'nieuwe sociale kwestie'.
Zie daar een andere analyse van de problematiek van de arbeidsmarkt. Een analyse die na Karl Marx en Rosa Luxemburg, al meer dan 100 jaar oud is en nog zeer actueel.

Kritiek op Borstlap

En nu de commissie Borstlap. Ze geeft vijf adviezen: 1) zieke werknemers slechts een jaar ziekengeld betalen, 2) een persoonlijk ontwikkelingsbudget voor alle werkenden en niet werkenden, 3) flexwerk duurder, 4) minder bescherming voor mensen in vaste dienst en 5) een einde aan de zogenaamde nep zelfstandigen.
Het is overduidelijk dat geen van de adviezen ook maar enigszins tegemoetkomt aan de geschetste analyse. Terug naar de 'oude situatie' lost de door commissie Borstlap aangekaarte problemen ook niet op. Aanzetten zouden zijn: drastische wijzigingen in het consumptiepatroon ten gunste van de leefbaarheid, herverdeling van de arbeid, arbeidstijdverkorting, vroege pensionering, arbeid naar de 'menselijke maat', boeiend dus, terugdringing van de sociale onzekerheid en verhoging van de minimumlonen. Borstlap zwijgt daarover.