welkom
extra
Solidariteit

Onderzoek 'losse ploegen Zaanstreek' - deel 7

Een kantoor en een bestuur

Hans Boot

Het voortbestaan van de losse ploegen in de Zaanstreek kwam in de loop van de jaren tachtig van de vorige eeuw op losse schroeven te staan. In deel zes, 6 januari 2019, kregen twee ontbindende ontwikkelingen aandacht: 1) de wetgeving over de bescherming en regulering van het uitzendwezen en 2) de doorzettende mechanisering die zowel de klassieke fysieke arbeid terugdrong als aan wat overbleef andere (meer technische) beroepsvaardigheden eiste. Dit deel 7 laat zien hoe in diezelfde tijd de economische neergang de traditionele inleen van arbeid veranderde. Tegelijkertijd kozen drie van de vier ploegen (die van Aafjes ging op oude voet verder, zie deel zes) voor een grondige herziening van hun 'bedrijfsstructuur' en werkwijze. De oudste, Kappie, die al in deel twee, (11 november 2018) via de woorden van oud-kappies opdook, nam daarin het voortouw. De organisatie en de interne verhoudingen kregen het daardoor zwaar te verduren.

In een periode van economische neergang waren meer verschuivingen van invloed op de geleidelijke beëindiging van de losse ploegen. Zo nam de vraag om (ingeleende) arbeidskracht bij de bedrijven af. In de eerste plaats door de stijging van de geregistreerde werkloosheid - van 4,8 procent in 1980 via 10,7 in 1983 en 6,9 procent in 1990. 1 Daarnaast door overnames, fusies en samenhangende reorganisaties die veelal gepaard gingen met een toename van de interne, flexibele beschikbaarheid van het vaste personeel dat voor een deel de eventuele, tijdelijke arbeid verving.

Scheidslijn

De omvorming of opheffing van de vier ploegen is goed te volgen bij het toonaangevende Kappie dat na bemiddeling van de Vervoersbond FNV in de periode 1984-1995 samenwerkte met de Amsterdamse havenpool SHB. De daaraan voorafgaande beslissing in 1980 om een vereniging op te richten, blijkt voor de direct betrokkenen een scheidslijn te vormen tussen het 'vrije oude' en het 'gereguleerde nieuwe'.

Cartoon

Aan de komst van de vereniging en later een stichting zat heel wat vast. De eerste man en besteker werden vrijgesteld en lid van het bestuur. We betaalden contributie. De Beurs was niet meer op straat en ging tijdelijk naar het FNV gebouw aan De Weer in Zaandam. De volgende stap was dat een aantal leden van de vereniging tweeduizend gulden inlegde voor een aandeel in de aankoop van een gebouw aan 't Kalf, ook in Zaandam. Vroeger van de rooms-katholieke kerk, nu een kinderdagverblijf. Het werd allemaal officiëler. De besteking was aan een tafel in een apart zaaltje, de betaling ging via een loketje en na de eerder van buiten aangetrokken boekhouder kwam er een kantoor. 2

Zelfbenoemde directeur

Er gebeurde meer. Hoewel het nummerstelsel de grondslag voor de werkverdeling bleef, kwam er een aanpassing. Bovenaan stond de oude garde, een groepje van elf: eerste man, besteker, bestuursleden van de Vereniging Kappie, aandeelhouders van het aangekochte gebouw. Ze hadden voorrang bij de besteking en in de praktijk altijd werk. Daarna volgde een tweede groep van elf met aan personen gebonden nummers, de tweede voorkeur. Tenslotte volgde het peloton van een onbepaald aantal zogenaamde losse nummers (kon oplopen tot over de honderd). Formeel kende deze lange rij geen stemrecht in de regelmatige vergaderingen, in de praktijk speelden hun standpunten echter mee. Afhankelijk van de inleenvraag van de bedrijven konden, zoals voorheen, buiten dit nummerstelsel mensen tijdelijk voor werk aangetrokken worden. De oude logica dat het hoogste nummer samenviel met het aantal 'dienstjaren' is met deze aanpassing niet aangetast, een hiërarchie met ongelijke posities en invloeden lag echter voor de hand.

Met de invoering van een bestuur nam de rol van de eerste man, Cor Spaander, toe. Hij deed de loonrondes met de bedrijven en zette een kantoor op. Na verloop van tijd werkten daar vier familieleden van hem. De oude 1 procent ging stilzwijgend omhoog. Spaander was de zelfbenoemde directeur, een man van ideeën die het een beetje hoog in de bol had. Mijn vader, al jaren besteker, schoof hij naar de rand. Een moeilijke gang van zaken, de twee waren ook nog eens zwagers. Spaander regelde veel voor 'zijn mensen', maar wel met een harde hand. We vergaderden onder zijn leiding, waarbij hij niet van tegenspraak hield en dat soms met grote woorden liet merken. Daaruit ontstonden pittige strubbelingen over hoe we verder moesten. 3

Vervoersbond FNV

Die strubbelingen gingen de eerste tijd vooral over de financiering van het kantoor en het daarmee samenhangende, dalende nettoloon. Later sneuvelde na stevige discussies de overgang naar een besloten vennootschap; door de vergadering als ondoorzichtig beschouwt. Een motie van wantrouwen tegen Spaander haalde het niet. Wel werd gekozen voor een vrijwillige pensioenverzekering. Spaander sprak graag over 'democratisering'. Hoe ook door hem voorgezeten, de bijeenkomsten gaven Kappie een meer formele status en kwamen tevens tegemoet aan de karakteristieke behoefte aan zelfstandigheid van de kappies. Het gebouw was beschikbaar voor verschillende (feestelijke) gelegenheden. Op de vrijdagavond bedienden wisselende kappies de tap aan de bar, ze schonken voor een zacht prijsje. Via een lijst kwam iedereen aan de beurt voor de wekelijkse schoonmaak. Er was saamhorigheid, plezier, onderlinge kritiek en onenigheid. Een verenigingsgebouw onder zelfbeheer.

Spaander stond bekend als 'vakbondsman', dat bood hem waardering - zeker als er wat met je gebeurt, gaf dat bescherming, je had immers niks om op terug te vallen. 4 Eén van zijn activiteiten betrof de regeling van de vakantiebonnen, veelal een vakbondsaangelegenheid, hij deed dat ook voor andere losse ploegen. Zo'n bon kwam bij sectoren met wisselende werkgevers als de bouw in de plaats voor het jaarlijkse vakantiegeld. Te zien als een waardebon, gespaard per gewerkte tijd die verzilverd kon worden bij het opgezette vakantiefonds
Spaander was ook één van de initiatiefnemers van de Vereniging Kappie. De verenigingsstatuten zijn opmerkelijk. Het artikel Doel bevat geen verwijzing naar 'uitzenden' of 'uitlenen'. Wel is, onder de noemer van behartiging van de belangen van de leden "in de ruimste zin van het woord", een achttal algemeen geformuleerde Taken opgenomen. Ze bestrijken een breed maatschappelijk terrein, zoals: "democratisering van het economisch leven", "zinvolle werkgelegenheid onder omstandigheden waarin de menselijke persoon tot zijn recht komt" en "een rechtvaardige inkomens- en vermogensverdeling".
In het rijtje Middelen valt de eerste van de vijf op: "aansluiting bij de Vervoersbond FNV of haar rechtsopvolger(s)". In het oog springend is ook de in haventermen gegoten voorwaarde van het lidmaatschap van de vereniging: "werkzaam zijn als stuwadoor binnen de gemeente Zaanstad of de gemeente Amsterdam". 5

Foto
Foto - Piet den Blanken

1 Centraal Bureau voor de Statistiek, statline.cbs.nl - Beroepsbevolking vanaf 1800 (12-uursgrens). (terug)
2 Nol Grootes (1943), interview 26 april 2013. Nol werkte van 1970 tot 1998 bij Kappie, daarna aansluitend negen jaar bij de Koogse Ploeg. (terug)
3 Rob Buijs (1955), interview 24 juni 2015. Rob werkte van 1976 tot 1989 bij Kappie. Ook grootvader was eerste man. Vrijwel alle andere geïnterviewden, al of niet werkzaam geweest bij Kappie, schetsten de persoon Spaander op een vergelijkbare manier ("dictator"). Pogingen - mondeling en schriftelijk - om met hem in contact te komen, mislukten helaas. Ook na bemiddeling door familieleden en anderen. (terug)
4 Rob Buijs. Zie noot 3. (terug)
5 Kamer van Koophandel, Zaandam, later opgenomen in Amsterdam. In de statuten van de Stichting "Kappie", 5 oktober 1987, opgesteld na een besluit van de Vereniging, staat een doel vermeld dat zonder de term te gebruiken als 'uitzenden' op te vatten is: Voeren en beheren van een loonadministratie voor de ontvangst (van bedrijven) en uitkering van lonen (aan verenigingsleden). (terug)