welkom
extra
Solidariteit

Onderzoek 'losse ploegen Zaanstreek' - deel 5

Komst uitzendbureaus

Hans Boot

Het vorige deel 4 in deze Zaanse serie (9 december 2018) ging over de andere kant van het leven in de losse arbeid. Niet alleen sociaal onzeker, maar ook los van een specifiek bedrijf en de dagelijkse, onvermijdelijke aanpassingen. Kortom, geen bedrijfsbinding met een goede kans op autonomie en een gebrek aan lijdzaamheid. Een kans die in het vervolg nog meerdere keren zal terugkomen.
In dit vijfde deel komt de positie van de eerste man nog eens terug en is te zien hoe wetgeving een einde maakt aan de zelfstandige losse ploegen, maar ook de verdere flexibilisering van de arbeid bevordert.

De ploegen kenden geen formele hiërarchie met de eerste man als chef of (kleine) ondernemer. Zijn positie was er één van 'de eerste onder gelijken' die zich door persoonlijke kwaliteiten en vaardigheden wist te onderscheiden van de andere ploegleden. De voortzetting van vader op zoon is daarvan mogelijk een bevestiging, mede door (familie)tradities in relatief kleine gemeenschappen.

Naam 'eerste man'

Op een dergelijk onderscheid sluit ook aan dat de ploegen vaak de naam droegen van de eerste man. Zo stond die van Wormerveer te boek als de ploeg Stam en die van Wormer als de ploeg Kramer, later van Aafjes. De tijd vóór Syp Kramer, vlak na de Tweede Wereldoorlog, verbinden de ouderen aan de ploeg Piet (een naar verhouding veel voorkomende achternaam in Wormer, in dit geval was het ook de voornaam).

Kramer was een bijzondere man, een keiharde werker, groot en nors, sprak nooit een woord te veel, behalve over voetballen. Hij verdeelde het werk, maar op papier stond er niks, het was 'houtje-touwtje'. Wel had hij de wind eronder. De lonen betaalde hij meestal uit in de kroeg van Jasper Sman aan de Zaanweg. Oud is hij helaas niet geworden, de vrijdag voor het weekeinde dat hij overleed, deed hij gewoon zijn werk. Dat was in augustus 1977." 1

Gladoren

Jan Aafjes werd als de opvolger van Kramer aangewezen. Hij dacht zelf aan een proef van drie maanden, het werden 22 jaren. Zijn voorwaarde was dat op een andere manier gewerkt zou worden. Een administratie met werklijsten, waarop het aantal uren en tonnen genoteerd stonden en de lonen in een zakje bij de leden van de ploeg kwamen. Hij besteedde veel aandacht aan de werving van het werk met als grootste 'klanten' de Wormerveerse bedrijven Gerkens en Wessanen (voedingsmiddelen). Het laatste bedrijf bezorgde hem later een kantoortje (nooit aan moeten beginnen, de bazen kwamen in en uit lopen). Zoals Kramer was ook Aafjes goed voor zijn werk, daarnaast streng en direct. Een fitte en actieve man, duivenvereniging, zeilsport en een verdienstelijke amateur wielrenner.

Ik had na het weekeinde een snipperdag en 's maandags om zeven uur in de ochtend stonden de jongens op de stoep. Met steentjes op de ramen maakten ze me wakker. 'Jan wat moeten we? Syp is dood. Kom mee naar de kantine van Unieveem, daar hoor je meer, jij moet zijn werk overnemen.' Ik had veel met Syp samengewerkt en wist dat het anders moest: overzichtelijk en controleerbaar. Belangrijk was ook dat zo lang ik het geld van de bedrijven bij me had, was het mijn risico. De tijd ervoor en erna waren de jongens verantwoordelijk. Tot slot zei ik: 'ik ben een gladoor, we zijn allemaal gladoren, dus we heten niet de Wormer maar de Wormerveerse Ploeg. En dat bleven we al die jaren. Een gladoor is de bijnaam van Wormerveerders. Onze voorvaders die in de molens werkten, konden elkaar door de herrie van de persen niet goed verstaan. Wilden ze dat toch, deden ze hun vettige hand achter hun daardoor glad geworden oren. 2

Foto koffiedrinken op balen industriezout
Foto - Piet den Blanken

Jongens

Aafjes bleef als eerste man meewerken. De stroomlijning van de organisatie hield hem ook buiten zijn werk bezig: telefoondienst, regeling bij ziekte en vakanties en onderhandelingen bij de bedrijven. Daaronder viel ook de 1 procent afdracht die via de loonadministratie per kas verliep. Ook omdat hij tijd wilde houden voor het contact met 'zijn' jongens trok Aafjes als assistent Gerard Engel aan die hem af en toe verving, met name tijdens vakanties. Wat veranderde Aafjes nog meer?

Tot de ordening die hij aanbracht, behoorde ook: een vergadering, een paar keer per jaar, bij één van de jongens of bij hem thuis of ergens anders. Iedereen kon komen, dat bood openheid en duidelijkheid door vragen en antwoorden over bijvoorbeeld de verdeling en de veranderingen van het werk en de opbouw van het loon. Kennis die goed is voor het zelfvertrouwen. Deze onderlinge contacten zijn niet, zoals bij andere ploegen, op een vereniging of stichting uitgelopen. Wel splitste zich gedurende ongeveer een jaar, 1980/1981, een groep af onder de naam 'Vereniging Los- en Laadploeg Wormer'. Aafjes bleef echter zijn eigen weg gaan. 3

Regulering

De gang door de losse ploegen naar een formele bestuursstructuur in de jaren tachtig, met Kappie als koploper, vond zijn oorsprong in wetgeving - 1957 over de uitleen van arbeidskracht door koppelbazen en het gerommel daar omheen. Het waren de jaren van een lage, geregistreerde werkloosheid: 1953 - 2,4 en 1963 - 0,8 procent en de 'autonome' loonbeweging (buiten de 'geleide loonpolitiek'); 1953 - 1,6 en 1963 - 3,0 procent). 4 Na het traject met onder andere de Sociaal Economische Raad, volgde in 1965 de Wet op het ter beschikking stellen van arbeidskrachten (WTBA) die zich richtte op de ontduiking van loonvoorschriften en overtreding van belastingwetten.

Deze ronselarij deed zich met name voor bij de bouw, de schoonmaaksector en in het havenbedrijf waar in Amsterdam elke koppelbaas Tante Anna heette. Van de vele loonacties door 'reguliere arbeiders' is de Rotterdamse havenstaking van 1970 bekend geworden door de leus "75 gulden ja, 25 gulden nee". Het was ook de tijd van de opkomst van de uitzendarbeid - zo begon Randstad in 1960, het jaar van de oprichting van de Algemene Bond van Uitzendbureaus, ministerieel erkend in 1966 - die met de wet de eerste regelgeving tegen malafide praktijken onderging.

Einde

Na 1971 kwamen door de invoering van een vergunningstelsel voor de 'uitleen van arbeidskracht' de losse ploegen in beeld. Zij het op afstand. Aan de verstrekking van een ministeriële vergunning was een aantal voorwaarden verbonden. Onder meer: de inschrijving in het handelsregister via de Kamer van Koophandel, een deugdelijke (loon)administratie, een voorschrift niet meer loon en onkostenvergoeding te betalen dan aan een vaste arbeider en een verklaring van goed gedrag. Weliswaar was de wettelijke regeling toegespitst op de erkenning van een uitzendbureau, een losse ploeg kon door een dergelijke 'rechtspersoonlijkheid' intern de organisatie (kantoor) en extern de positie (geen koppelbaas) versterken. Dat betekende de overgang naar een onderneming, bijvoorbeeld als een vereniging of stichting met de wettelijke basis van een uitzendbureau. Daarmee eindigde de formele arbeidsverhouding tussen het inlenende bedrijf en de ingeleende arbeidskracht die immers in dienst was getreden van de uitlener (voorheen losse ploeg).

De concrete uitvoering van de genoemde voorwaarden vond niet van de één op de andere dag plaats. De bestaande losse ploegen waren als zodanig geen onderwerp van wetgeving, maar konden de nieuwe regelingen op hun uitleenarbeid toepassen of daartoe door de bedrijven dringend verzocht worden. Een inlenend bedrijf kon echter ook, voorlopig, de 'oude' situatie voortzetten, dus in zee (blijven) gaan met een losse ploeg zonder enige frauderende smet. En dat gebeurde.
Ik leende uit aan een bedrijf zonder een bedrijf te hebben. Van een wet die de losse arbeid regelde, heb ik nooit wat gemerkt. Ik speelde wel de baas, maar ging niet over het geld. Dat kwam van het bedrijf dat alles via de boekhouder liet lopen, het loon en wat daar bij hoorde. Zo was het en zo bleef het. De inleners hadden in ons geval, denk ik, nog geen enkele behoefte gehad aan een verandering. Bij Aafjes, wisten ze, was alles open en tot in de puntjes geregeld, geen gedoe met geld, afspraken kwamen we altijd na. 5


1 Gerard Engel (1946), interview 27 augustus 2014. Na zich in 1975 bij de Wormer Ploeg te hebben aangesloten, werd Gerard later, tot 1987, assistent van eerste man Jan Aafjes. (terug)
2 Jan Aafjes (1934), interviews 9 en 30 juni 2016. Jan was op zijn zestienjarige leeftijd als losse werker begonnen bij de Zaanse Haringinleggerij van Dirk Boon, daarna onder andere in de kolen en balen en uiteindelijk vanaf 1972 in de ploeg van Kramer, de Wormer Ploeg. Hij overleed totaal onverwacht op 6 oktober 2016, waardoor beoogde vervolggesprekken niet plaatsvonden. Een paar maanden eerder stuurde hij mij delen uit de bundels, Met een Knipoog 1 en 2 (ongedateerd) die hij voor zijn kleinzoon geschreven had. Daarin beschrijft hij zijn leven binnen en buiten het werk. In 1999 was hij gestopt met betaald werken. (terug)
3 Gerard Engel, zie noot 1. Die afsplitsing betrof meningsverschillen over de hoogte van de lonen, de werkverdeling en de wel (Kappie) of niet (Aafjes) aanvaarding van de ongezonde arbeid bij Philips-Duphar. (terug)
4 Centraal Bureau voor de Statistiek, http://statline.cbs.nl - Beroepsbevolking vanaf 1800. (terug)
5 Jan Aafjes, zie noot 2. Hij verwees naar de eerste versie van de wet Flexibiliteit en Zekerheid (1999) die onder meer de duur van tijdelijke contracten vastlegde en Gerkens/Cargill tot beleidswijzigingen dwong. (terug)