welkom
extra
Solidariteit

Project "Door kritiek nieuwe perspectieven ontwikkelen"

Het mercantiele kapitaal (2) - geld 1

Sjarrel Massop

Geld is niet exclusief verbonden aan het kapitalisme, het bestond al in de pre kapitalistische, economische systemen. Geld onderscheidt zich wezenlijk van kapitaal dat immers al die zaken betreft die de productie van 'waren' mogelijk maken, meer specifiek: de productie van ruilwaarden. Met geld als 'een ding' kan niet geproduceerd worden, het kan zich wel omzetten in kapitaal door bijvoorbeeld de aankoop van grondstoffen, machines en arbeidsvermogen.

Dit onderscheid is belangrijk als aanloop naar de rol en de functie van het geld in het kapitalistische systeem. Geld heeft een mythische betekenis. Het lijkt een enorme macht te vertegenwoordigen. De economische macht manifesteert zich echter pas, wanneer geld zich omgezet heeft in kapitaal.

Foto gouden munten

Vergelijkingsmiddel

Oorspronkelijk ruilden de producenten van gebruikswaarden de waren met elkaar zonder tussenkomst van 'meeteenheden' (equivalenten). Dit was mogelijk, omdat de ruil plaatsvond op basis van behoeften. De timmerman had twee tafels gemaakt, terwijl er slechts ťťn nodig was. De bakker had twee broden gebakken, maar had er niet meer dan ťťn nodig. Dus ruilden de timmerman en de bakker onderling een brood voor een tafel. Beiden konden thuis aan tafel brood eten.

Het voordoende probleem betrof de vraag over de eerlijkheid van de ruil en wel de tijd die ieder nodig had om het product te maken - de productietijd. Die kan uiteraard verschillen. De timmerman heeft bijvoorbeeld twee dagen nodig en de bakker produceert drie broden per dag. Uit het probleem om dat verschil op te lossen, ontstond de behoefte aan een vergelijkingsmiddel waarin beiden de geproduceerde waren konden uitdrukken, een equivalent. Oorspronkelijk was dat de productietijd, dat was een goed rekenmiddel, maar in het gebruik niet praktisch. Zo ontstonden ruilmiddelen die de rekenverhoudingen konden vertegenwoordigen, bijvoorbeeld zout en later munten. Bijkomend voordeel werd dat de ruil niet meer tussen de producenten hoefde plaats te vinden, maar dat tussenpersonen, handelaars, dat konden doen - bemiddelen in ruiltransacties. Zo is het geld ontstaan.

Functies van het geld

De functies van het geld zijn door Marx in deel 1 van Het Kapitaal beschreven. Ernest Mandel volgde hem daarin.
Ten eerste. Het geld, de algemene equivalent, is in de eerste plaats een waar, in de waarde waarvan alle andere waarden hun ruilwaarde uitdrukken. 2 De tafel van de timmerman kost bijvoorbeeld honderd euro, daarin zijn opgenomen: de aankoop van grondstoffen, het gebruik van gereedschappen en het arbeidsloon. Met die honderd euro kan de timmerman brood kopen bij de bakker.
Ten tweede. Het geld is niet langer meer een gemeenschappelijke waardemaat; het is eveneens een ruilmiddel geworden. 3 De transacties tussen de timmerman en de bakker vinden plaats door de tussenkomst van het geld, waardoor de afzonderlijke productie van waren ook afzonderlijk naar de markt gebracht kan worden.
Nu kunnen de reproductieschemaís ontstaan. Om te beginnen: W-G-W. De bakker heeft een brood gebakken (W), hij verkoopt dat voor twee euro (G), waarvoor hij dan een 'aanbetaling' voor zijn nieuwe tafel doet (W). In dit schema zijn dus de kosten opgenomen om zijn geÔnvesteerde kapitaal te reproduceren. Het volgende schema is: G-W-G. De bakker heeft geld (G) en koopt daarmee het arbeidsvermogen van een bakkersknecht (W). Die knecht laat hij in zijn productieproces werken, waardoor hij broden heeft die hij weer kan verkopen voor geld (G).
De derde functie. Het geld wordt erkend als algemeen vertrouwd (fiduciair) betaalmiddel, het wordt een economische rekeneenheid. 4 Een ieder heeft vertrouwen in de euro, waardoor iedereen ongeveer weet hoeveel te besteden is met zijn of haar inkomen, loon, pensioen of uitkering. Stel een liter benzine kost 1,50 euro. Niemand weet of dat op een bepaald moment echt de waarde van de benzine is, maar de koop kan wel aan de pomp gesloten worden. Dat kan, omdat ieder die tankt, weet hoeveel euro's beschikbaar zijn en of het verantwoord is de tank vol te gooien.
De vierde. Het geld als het middel tot voorraad- en schatvorming. 5 Omdat er vertrouwen is in de waarde van het geld, is het niet noodzakelijk om alles meteen uit te geven. De ruiltransacties kunnen uitgesteld worden. De timmerman heeft zijn tafel verkocht voor honderd euro, daarvoor kan hij twee broden kopen. Met de 98 euro die hij overhoudt, kan hij - voor later - sparen: schatvorming.

Geld is een prima knecht, maar een vreselijke baas Geld en kapitaal verschillen dus van elkaar. Kapitaal vertegenwoordigt een concrete waarde die in een productieproces gebruikt wordt om meer waarde te scheppen. Geld vertegenwoordigt een waarde van een waar, maar bezit zelf geen of nauwelijks waarde. De echte waarde in materiŽle zin van een koperen eurocent is bijvoorbeeld groter dan de papieren waarde van een briefje van vijftig.

Het postmoderne geld

Het geld als zodanig is aan ontwikkelingen onderhevig. Lang was het zo dat de geldwaarde gedekt werd door de goudvoorraad van een land. Elk land had een eigen valuta en de staat was de enige instantie die gerechtigd was om geld in omloop te brengen. Wanneer een overheid dat al te enthousiast deed, ontstond er een onbalans tussen de goudvoorraad en de hoeveelheid geld die in omloop was gebracht. Daardoor daalde de waarde van het in omloop gebrachte geld. Deze waardedaling leidde dan in de echte economie tot inflatie (prijsstijging).
De staat is nog steeds de enige instantie die geld mag drukken of slaan (munten), maar de koppeling aan de hoeveelheid goud is al geruime tijd losgelaten. De staat zou geld kunnen drukken, maar daar is weinig of geen behoefte aan, er is voldoen in omloop (papier en munt).
Dit brengt ons tot een merkwaardig verschijnsel in de postmoderne tijd: de digitalisering van de economie die niet onopgemerkt aan het geld voorbij is gegaan. Steeds meer geldtransacties verlopen digitaal, er komt geen papier of munt meer aan te pas. De lonen, pensioenen en uitkeringen worden automatisch overgemaakt en vervolgens verlopen de uitgaven zoals de huur, de verzekeringen, de belastingen ook geheel automatisch zonder tussenkomst van een materiŽle geldvorm. Het geld is dus grotendeels virtueel, niet tastbaar. Dit benadrukt overigens wel de functie van het geld als rekeneenheid en het bevestigt het mythische of zoals Marx het noemde het fetisjkarakter van het geld.

Uit deze ontwikkeling is een ander belangrijk verschijnsel voortgekomen. Het was al wel zo dat met het kredietwezen financiŽle instellingen, bijvoorbeeld banken, geld konden lenen tegen rente, maar de digitalisering heeft voor een aanzienlijke groei gezorgd. De al bestaande reproductieschemaís kunnen worden uitgebreid met het schema G-Gí: met geld meer geld maken. Een vraagstuk dat in deze serie nog aan de orde zal komen, evenals dat van de schulden. Geen nieuwe kwestie, nieuw is de omvang.

Digitalisering

Nieuw is ook dat de digitale techniek financiŽle instellingen in staat stelt om buiten de overheid om geld te scheppen. De rente die banken krijgen op uitstaande staatsleningen (overheidsschulden) en private schulden (hypotheken) zijn een nieuwe vorm van geld scheppen. De woeker bestond al wel, maar door het fiduciaire geld (rust op een algemeen vertrouwen) was dat vanwege de devaluatie aan banden gelegd. Die banden zijn inmiddels doorgesneden. De hoeveelheid geld in de wereld neemt enorm toe. In Nederland alleen al betalen we jaarlijks aan rente op de staatsschuld van tien miljard euro en aan private schulden (hypotheken) een slordige twintig miljard. Gratis geld voor de kapitalisten, opgebracht door brave burgers en proletariaat. En door de losgelaten koppeling tussen de goudvoorraad en het geld dat in omloop is, dreigt er geen devaluatie. Er is een postmoderne, nieuwe vorm van ernstige uitbuiting door het kapitaal ontstaan.

Dit is wat Piketty constateerde en uitdrukte in de formule R>G: het kapitaal rendeert en groeit er in de financiŽle dan in de producerende economie. Maar de oplossing van Piketty via belastingen op circulerend geld, zal niet werken. Is niet fundamenteel, omdat het een probleem is dat aan het kapitalisme gebakken zit, vastgetimmerd.

Ruil informatie geld

1 Karl Marx, Zur Kritik der politischen Ökonomie, Manuskript 1861-1863, www.marxists.org - marx-engels - 1861 - manuscripten Het mercantiele kapitaal betreft het vijfde deel van de Manuscripten. (terug)
2 Ernest Mandel De economische theorie van het marxisme, p. 236, 1980. Uitgever: Wereldvenster Baarn. (terug)
3 Idem. (terug)
4 Mandel, p. 73. (terug)
5 Mandel, pp. 73, 74. (terug)