welkom
extra
Solidariteit

De moordpartij in Kaliurang, Indonesië 1948

Doodgeschoten zonder bepaalde aanleiding

Maurice Ferares

Ongetwijfeld geïnspireerd door de aankondiging dat de regering een onderzoek zal laten doen naar de misdaden die Nederlandse militairen in de jaren 1945-1949 in Indonesië pleegden, verscheen in de NRC van 28 januari 2017 een verslag van een moordpartij die in december 1948 plaatsvond. Niet alleen het verslag van redacteur Frank Vermeulen is indrukwekkend, hij herinnert er ook aan dat de weduwe van één van de slachtoffers, Adriana Nasoetion van der Have, in 1953 een proces tegen de Nederlandse Staat voerde en won.

De rechtbank in Den Haag achtte de Staat aansprakelijk voor de dood van haar echtgenoot en kende haar een smartengeld toe. Het is achteraf gezien jammer dat de juristen die de laatste jaren opkwamen voor de weduwen van de mannen die door Nederlandse militairen werden vermoord, geen gebruik hebben gemaakt van deze uitspraak uit 1953.

Moordenaars vrijuit

Foto
Madoelhak Nasoetion en Adriana Nasoetion-Van der Have
Wat gebeurde er op 21 december 1948? Op die dag werden in de buurt van Kaliurang vijf Indonesische mannen doodgeschoten. Het waren: Madoelhak Nasoetion, adviseur en regeringssecretaris van de Indonesische vicepresident Mohammed Hatta; Soemarsono, hoofd van de politie; Dirdjoatmodjo, hoofd van de bosbouw; Tjé Agoes Kiemas, een militair van het Indonesische leger; een lijfwacht waarvan de naam niet bekend is. De bevelvoerend onderofficier was sergeant-majoor Geelhoed van het Depot Speciale Troepen (DST), opgericht door kapitein Westerling die in 1947 berucht werd als de slachter van Zuid Sulawesi. De 'misdaad' van de standrechtelijk doodgeschoten mannen was dat ze beambten waren van de Indonesische republiek die op 17 augustus 1945 door Soekarno was uitgeroepen.

Over wat er na de vaststelling van hun schuld aan de moorden met de moordenaars gebeurde, geeft de zogenoemde Excessennota enige informatie. Die nota werd in 1969 opgesteld door een commissie die in opdracht van de regering moest uitzoeken of Nederlandse militairen in Indonesië in de jaren 1945-1949 misdaden hadden gepleegd. Het verhaal in de Excessennota is onthutsend en laat zien hoe moordenaars vrijuit gingen.*) Dat hoeft niet te verbazen als we weten dat de Nederlandse Staat in eerste en laatste instantie opdracht gaf tot de moorden.
Zonder vooraf iemand van de nieuwe onderzoekers naar de misdaden te beschuldigen, gaan momenteel in Indonesië stemmen op die vragen hoe de verantwoordelijken voor de gepleegde misdaden daar zelf een eerlijk onderzoek naar kunnen doen. Dat is inderdaad een risico. Daar tegenover staat de vraag waarom nog nooit een Indonesische regering een stap verzet heeft voor de behartiging van de belangen van haar onderdanen in dit soort kwesties.

Sergeant-majoor Marinus Geelhoed is nooit vervolgd voor het plegen van de moorden. Wel ontving hij op 9 november 1949 de Koperen Leeuw, de op één na hoogste militaire onderscheiding. Zo tevreden waren zijn meerderen over zijn prestaties en zijn VOC-mentaliteit.

*) Excessennota pp.33, 34:
"19 december 1948, Vliegveld Magoewo nabij Djocja. Het doodschieten van zeven aangehouden Indonesiërs, onder wie twee hoge Republikeinse ambtenaren, door een sergeant-majoor van het korps Speciale troepen. Deze sergeant-majoor was ook betrokken bij het doodschieten van Dr Nasoetion en twee andere personen op 21 december 1948 te Kalioerang bij Djocja. (...) Op 5 april 1949 is de arrestatie van de sergeant-majoor bevolen door de auditeur bij de Krijgsraad te velde KNIL te Batavia. (...) Uit een door de auditeur-militair aan de Procureur-Generaal gezonden rapport d.d. 11 april 1949 blijkt dat de Indonesiërs enige tijd na hun aanhouding door de sergeant-majoor werden doodgeschoten zonder dat daartoe een bepaalde aanleiding bestond. (...) Tot een berechting is het echter uiteindelijk niet gekomen."

Het betreffende dossier is bij de soevereiniteitsoverdracht, december 1949, vernietigd.