welkom
extra
Solidariteit

Nieuw onderzoek naar Nederlandse oorlogsmisdaden in Indonesië

Dekolonisatieoorlog? Grensoverschrijdend geweld?

Maurice Ferares

De drie onderzoeksinstellingen NIOD, KITLV en NIMH hebben van de regering Rutte de toezegging gekregen dat financieel zal worden bijgedragen aan het verrichten van een breed opgezet onderzoek naar de dekolonisatieoorlog in Indonesië 1945-1950. 1

Na jaren van afwijzing om aan een dergelijk onderzoek te willen meewerken, kon de regering het verzoek niet langer weigeren na de publicatie van het boek van de historicus Rémy Limpach De brandende kampongs van generaal Spoor. Daarin toont Limpach aan dat het Nederlandse geweld in Indonesië structureel was.

Geen erkenning

Absurd is uiteraard dat geen enkele Nederlandse regering na 1950 het initiatief nam zelf een onderzoek in te stellen naar wie de kampongs in brand heeft gestoken en wie daartoe de opdracht gaf. In 2012 weigerde de minister van Buitenlandse zaken Timmermans (PvdA) zijn steun, omdat van Indonesische kant gezegd zou zijn dat er geen medewerking aan een onderzoek zou worden verleend. Nu is daarover niets vernomen. Sprak Timmermans de waarheid? In de brief, 2 december 2016, van het Ministerie van Buitenlandse Zaken aan de Tweede Kamer staat zonder nader commentaar: Waar mogelijk wordt samenwerking gezocht met partners in het buitenland, zoals Indonesië, het Verenigd Koninkrijk, Japan, Australië en de Verenigde Staten. 2 Waarom wilde minister Timmermans dat niet doen?

Foto's executies
Pang, pang, pang. Binnen twee minuten waren ze allemaal dood.
 

Het is opvallend dat de regering nu voor het eerst over een 'dekolonisatieoorlog' spreekt. Dat is behalve opvallend ook begrijpelijk, want de regering wil nog steeds niet erkennen wat er tussen 1945 en 1950 in Indonesië gebeurde. Er was geen sprake van dat Nederland aan de dekolonisatie van Indonesie wilde meewerken. Nederland heeft geen leger van 200.000 man met vliegtuigen, tanks en alle verdernoodzakelijk oorlogstuig voor het voeren van oorlog naar Indonesië gestuurd om te helpen de kolonisator te verjagen die het land 350 jaar had geplunderd.
Rustig in Den Haag blijven, zou genoeg zijn, want daar zaten degenen die dat leger hadden gestuurd en steeds nieuwe soldaten bleven sturen. Dat waren de mannen en vrouwen van de Nederlandse regering en het parlement die dienstweigeraars opsloten. Jonge mannen die het vertikten in de oorlog tegen Indonesie te gaan vechten. Om dat vast te stellen zijn geen onderzoekscommissies nodig.

Tragische verantwoordelijkheden

Wie waren de verantwoordelijken voor de oorlog in Indonesië?
De eerste regering na de Tweede Wereldoorlog was die van Schermerhorn en Drees - 24 juni 1945 tot 3 juli 1946. Er zaten ministers in van de KVP, PvdA, ARP en VDB (Vrijzinnig Democratische Bond). De opvolger, de regering Beel, trad aan op 3 juli 1946 en bleef tot 7 augustus 1948; ze bestond alleen uit ministers van de KVP en de PvdA. In die periode vond van 20 juli 1947 tot 5 augustus 1947 de Eerste Politionele Actie plaats, zoals de Nederlandse regering deze oorlogsdaad eufemistisch noemde.
De naam van de actie moest duidelijk maken dat Nederland nog steeds Indonesië beschouwde als een deel van zijn grondgebied. Na deze eerste volgde de Tweede Politionele Actie. Ditmaal tijdens de regeerperiode van de regering Drees/Van Schaik (7 augustus 1948-15 maart 1951). Die tweede poging om de Indonesische Republiek te verpletteren, duurde van 19 december 1948 tot 5 januari 1949. Buiten de minister-president, de PvdA-man Willem Drees, bestond deze regering uit enkele ministers van de PvdA en collega's uit de KVP, VVD en CHU. De oorlog die ze in Indonesie voerden, had in zoverre iets met dekolonisatie te maken dat het doel was die juist te voorkomen.

De eerste twee naoorlogse regeringen stuurden een zwaar bewapend leger naar Indonesië om een ongewapende bevolking die hevig geschonden was door een jarenlange Japanse bezetting, te dwingen opnieuw de Nederlandse overheersing te accepteren. Bijzonder tragisch is dat zoveel sociaaldemocraten op belangrijke ministerposten zaten. De leden van die regeringen en hun politieke vrienden in het parlement en de leden van de partijen die hun optreden goedkeurden, zijn schuldig aan de dood van de 150.00 Indonesiërs in de jaren 1945-1950.
Natuurlijk moet er onderzoek plaatsvinden naar Nederlandse individuen die in die jaren in Indonesië misdaden begingen. Nederland is dat verplicht tegenover de nabestaanden van de slachtoffers.

Foto tank met soldaten
Eerste Politionele Actie.

Onderzoeksprogramma

Of de drie onderzoeksinstellingen NIOD, KITLV en NIMH in staat zijn dit onderzoek te verrichten, moet worden afgewacht. Op 9 februari 2017 hebben ze een onderzoeksprogramma gepubliceerd onder de titel Dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië 1945-1950. Getekend door Frank van Vree, directeur van het NIOD. Een citaat:

Recent onderzoek, zoals dat van Rémy Limpach "De brandende kampongs van generaal Spoor", geeft zwaarwegende argumenten voor de stelling dat Nederlandse militairen (met inbegrip van het Koninklijk Nederlandsch Indisch Leger KNIL) tijdens de dekolonisatieoorlog structureel grensoverschrijdend geweld hebben gebruikt. Tegelijk blijven er zoals het kabinet ook aangeeft, nog veel vragen bestaan naar de aard, omvang en oorzaken van dit grensoverschrijdende geweld, en naar de bredere politieke, maatschappelijke en internationale context waarin dit kon plaatsvinden.

Vraag: wat is grensoverschrijdend geweld? Als daarvan sprake zou zijn, is er ook geweld dat een zekere grens niet overschrijdt. Waar zal volgens de onderzoekers de grens liggen? Bij de dood van honderd Indonesiers? Bij meer of minder? Bij de opsluiting van gevangenen in een spoorwagon, in de brandende hitte, tot ze dood waren? Bij wat Nederlandse militairen hebben gedaan, zoals de verkrachting van een Indonesische vrouw? Bij het in brand schieten van een kampong?
De vele moorden die kapitein Westerling in Zuid Sulawesi pleegde, hebben de geweldgrens kennelijk niet overschreden. Hij is nooit ter verantwoording geroepen, maar geridderd voor zijn verdiensten.
Tot slot. Gegeven het feit dat steeds minder nabestaanden kunnen worden gesproken en genoegdoening gegeven, is het zeer spijtig dat dit nieuwe onderzoek vier jaar zal duren


1 NIOD - Instituut voor oorlogs-, holocaust- en genocidestudies.
KITLV - Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde.
NIMH - Nederlands Instituut voor Militaire Historie.
Zie het onderzoekprogramma(pdf, 250 kB) (terug)
2 Zie Brief Ministerie van Buitenlandse Zaken, 2 december 2016 (pdf, 55kB) (terug)