welkom
extra
Solidariteit

Project "Door kritiek nieuwe perspectieven ontwikkelen"

De eindiging van het kapitalisme - deel vier

Wolfgang Streeck/Sjarrel Massop

Een artikel van Wolfgang Streeck "Hoe het kapitalisme zal eindigen" 1 is de aanleiding voor een nieuwe bijdrage aan het project "Door kritiek nieuwe perspectieven ontwikkelen".2 Dat project gaat over de actualisering van de tekst van Marx Zur Kritik, der politischen Ökonomie, Manuskripten 1861-1863 3 die als uitgangspunt dient voor een kritisch commentaar van Sjarrel Massop op het baanbrekende werk van Streeck.

Gezien de lengte brengt Solidariteit het geheel uit als een feuilleton van acht extra's. Hierbij de vierde. De commentaren (en toelichtingen) van Sjarrel volgen na de beschouwingen van Streeck en zijn herkenbaar aan een eigen lettertype en beginnen 'inspringend'.

Aangekondigd einde

Kredietcrisis cartoon Heeft het kapitalisme zijn beste en meeste tijd gehad? In de jaren tachtig is het idee verlaten dat het moderne kapitalisme als een gemengde economie vorm gegeven kon worden - zowel technocratisch bestuurd als democratisch gecontroleerd. Later, na de neoliberale revolutie, werd de sociale en economische orde opgevat als nuttig en noodzakelijk door het vrije krachtenspel van de markt. Maar met de crash van 2008, is de belofte van de zelfregulerende markten die vanzelf een evenwicht kunnen bereiken ook in diskrediet gekomen, Bovendien, zonder dat daarvoor een redelijke en nieuwe formule voor politiek-economische regelingen in de plaats gekomen is. Dit alleen al kan gezien worden als een symptoom van een crisis die systematisch geworden is, des te meer als die langer duurt.

In de vorige drie afleveringen van dit feuilleton is al gebleken dat overheden en hun instituten niet in staat zijn de problematiek op te lossen, waarmee het kapitalisme als politiek-economisch systeem te kampen heeft. Evenmin als de democratische processen dat kunnen. Wolfgang Streeck merkte ook op dat de traditionele arbeidersbeweging, waarop de tegenkrachten leunden, sterk aan kracht ingeboet heeft. Ik legde daarbij het verband met de wijze waarop het kapitaal zijn productieprocessen inricht en bestuurt. We zien door de technologie een verschuiving in de organische samenstelling van het kapitaal, dat is de verhouding tussen arbeid en kapitaal in de productieprocessen.

Volgens mij [Streeck] is het de hoogste tijd het kapitalisme als een historisch verschijnsel te heroverwegen. Daar is alle reden voor in het licht van decennia afnemende groei, groeiende ongelijkheid en toenemende schulden, alsook vanwege de opeenvolgende angst voor inflatie, publieke schulden en financiële ineenstorting sinds de jaren zeventig. Een systeem dat niet alleen een begin heeft, maar ook een einde. Daarom moeten we afscheid nemen van de misleidende modellen van sociale en institutionele verandering.
Zolang we ons kunnen herinneren, is het einde van het kapitalisme aangekondigd, niet als eeuwig beschouwd, bijvoorbeeld door Lenin, door een regering of centraal comité. (In feite leek het kapitalisme tijdens het communisme, gecentraliseerd als het was in Moskou, alleen al door de aankondiging te kunnen eindigen.)
De zaken liggen anders, tenminste wanneer we ons de erkenning toestaan dat het kapitalisme zelf instort. Dit in plaats van de verbeelding dat het kapitalisme vervangen wordt door een kracht, bijvoorbeeld het proletariaat of een collectieve beslissing, met een weloverwogen ontworpen nieuwe orde.

Geen utopie

Ik [Streeck] stel voor dat we leren te denken over het kapitalisme dat tot een einde komt zonder aan te nemen dat we verantwoordelijk zijn voor de beantwoording van de vraag wat iemand ervoor in de plaats denkt te zetten. Het is een marxistisch, of beter modernistisch, vooroordeel dat het kapitalisme als een historisch tijdperk slechts zal eindigen, wanneer er een betere samenleving in zicht is met een revolutionair ontwerp. Een plan dat klaar is ingevoerd te worden in dienst van de vooruitgang van de mensheid. Zo'n plan vooronderstelt een mate van politieke controle over ons gezamenlijke lot, waarvan we niet eens kunnen dromen na de afbraak van een collectieve vertegenwoordiging als de arbeidersbeweging. Een afbraak waarop gehoopt wordt in de neoliberale, globalistische revolutie. Noch een utopische visie voor een alternatieve toekomst zou vereist moeten zijn, noch een super menselijke voorzienigheid, noch de claim dat het kapitalisme afstevent op zijn 'Götterdämmerung' (ondergang).

Ik ben bereid tot deze claim, hoewel ik me ervan bewust ben hoe vaak in het verleden het kapitalisme dood verklaard is. In feite, hebben alle belangrijke theoretici van het kapitalisme het dreigende verval voorspeld; al vanaf dat het concept 'kapitalisme' in gebruik werd genomen vanaf het midden van de negentiende eeuw. Dit betreft niet alleen radicale critici zoals Marx of Polanyi (Hongaarse econoom, 1886-1954), maar ook burgerlijke theoretici zoals Weber, Schumpeter, Sombart en Keynes.

Het is niet vreemd, wanneer je een systeem als het kapitalisme grondig hebt bestudeerd en geanalyseerd, en bijna alle interne tegenstellingen bloot gelegd hebt, zoals Marx dat gedaan heeft, dat je er vervolgens vanuit gaat dat het ook een eindig systeem is. Zeker wanneer je in acht neemt dat het systeem in alle toonaarden de medemenselijkheid geweld aandoet of veronachtzaamt door ervan weg te kijken.
Kapitalisme werkt niet Wolfgang Streeck gaat erg kort door de bocht door Marx zelf op een logische en historische lijn te zetten met mensen die stellen zijn volgelingen te zijn. Dat is historisch onjuist, omdat Marx de situatie in de twintigste eeuw niet in zijn analyse kon betrekken. Het is ook analytisch onjuist, omdat Marx nooit een andere 'institutie' als revolutionaire kracht heeft gezien als de arbeidersklasse, het proletariaat. En zeker niet een institutie als de burgerlijke staat, of de arbeidersstaat. Marx was geen marxist, in de betekenis dat hij een helder beeld van of traject naar een andere humane en socialistische maatschappij zou hebben
Feit is dat Marx de politieke economie als onderwerp van studie had. Vanuit economisch oogpunt zit daar een historische discrepantie in die Marx erkende, maar waarop hij terecht het politieke antwoord schuldig moest blijven. Het is vooral deze discrepantie die de 'volgers' van Marx angstvallig hebben geprobeerd weg te stoppen. Namelijk dat de zich ontwikkelende, kapitalistische samenleving vanwege de technologische vooruitgang te maken krijgt met een gewijzigde samenstelling van de verhouding tussen kapitaal en arbeid. Een wijziging die kwantitatief en kwalitatief van aard is en door Marx is geformuleerd - eerst in de “Manuskripten 1861-1863” en later in het nooit gepubliceerde zesde hoofdstuk van het ontwerp uit 1862 van het eerste deel van het 'Kapitaal', met de titel “Die Resultate” – namelijk de ontwikkeling van de formele naar de reële onderschikking van de arbeid onder het kapitaal. Dit is het systematisch verdringen (kwantitatief) en het vervreemden (kwalitatief) van de arbeid in kapitalistische productieprocessen.

De kwantitatieve oorzaak is de permanente stijging van de arbeidsproductiviteit, waardoor in productieprocessen de levende arbeid vervangen wordt door de dode arbeid, de 'geobjectiveerde arbeid' die zich bijvoorbeeld in de geavanceerde machinerie bevindt. De kwalitatieve oorzaak is de door de technologie alsmaar verdere standaardisering, ook wel de degradatie van de arbeid genoemd. Niet alleen het kapitalisme als politiek economisch systeem spoedt zich naar de afgrond, ook de macht en de kracht die kan bijdragen aan de verandering van de samenleving - het proletariaat - heeft ernstige problemen met degeneratie, vervreemding en getalsmatige afkalving. Dat is een probleem dat de mensheid, op weg naar een andere samenleving, onder ogen moet zien. Marx zag dat. Maar welke kracht is in staat alle tekenen van het in verval raken van het kapitalisme in goede banen te leiden naar een andersoortige humane en democratische samenleving? Het precariaat? Overigens is het in verval raken van de arbeidersklasse ook 'dialectisch'. Dat wil zeggen dat de groeiende tegenstelling tussen kapitaal en arbeid een versterkend effect heeft op de economische malaise van het kapitalisme, omdat het kapitaal niet meer voldoende in staat is zichzelf noch de arbeid te reproduceren.

Chronisch onvermogen

Dat iets niet heeft plaatsgevonden, ondanks alle redelijke voorspellingen dat het toch zou gebeuren, betekent niet dat het nooit zal gebeuren. Geen test kan dat aantonen. Ik [Streeck] geloof dat het deze keer anders is. Dat is te zien aan het gegeven dat zelfs de belangrijkste technici van het kapitalisme er geen idee van hebben hoe het systeem weer te repareren is. Zie daarvoor bijvoorbeeld de verslagen in 2008 van de Federal Reserve Board [centrale bank van de Verenigde Staten]. Met als illustratie, de wanhopige zoektocht van de centrale bankiers het precieze moment te bepalen om een einde te maken aan de kwantitatieve teruggang.
Deze voorbeelden speelden zich echter af aan de oppervlakte van het probleem. Daaronder is het sterke feit dat kapitalistische vooruitgang nu min of meer elke verdediging vernietigd heeft dat het kapitalisme zou kunnen stabiliseren door grenzen te stellen. Het punt is dat de stabiliteit van het kapitalisme als een sociaaleconomisch systeem afhangt van zijn eigen dynamiek. Een dynamiek die gevangen wordt door tegenwerkende krachten, doordat collectieve belangen en instellingen ondergeschikt gemaakt worden aan de accumulatie van het kapitaal, ten opzichte van de sociale reproductie. Het gevolg daarvan is dat het kapitalisme zich zal ondermijnen door succesvol te zijn. Ik [Sreeck] zal dit punt hieronder meer in detail beargumenteren.

Aangepast dollar biljet

De voorstelling die ik [Streeck] heb van het einde van het kapitalisme, volgens mij inmiddels onderweg, is die van een sociaal systeem in een toestand van een chronisch onvermogen zich te repareren. En wel om oorzaken die eigen zijn aan het systeem, ongeacht de afwezigheid van een levensvatbaar alternatief. Omdat we niet weten, wanneer en hoe precies het kapitalisme zal verdwijnen en wat het zal opvolgen, is het belangrijk dat er geen kracht aanwezig is waarvan verwacht kan worden om de volgende drie neerwaartse tendensen om te keren: economische groei, sociale ongelijkheid en financiële stabiliteit, in hun wederzijdse versterking.
In tegenstelling tot de jaren dertig is er geen politiek-economische formule waar te nemen - ter rechter, noch ter linker zijde – die de kapitalistische samenlevingen kan voorzien van een samenhangend nieuw regime van regulering, of her-regulering. Sociale integratie en integratie van het systeem lijken onomkeerbaar vernield, bovendien koersen ze op een vernietiging. Wat het meest voor de hand ligt, wanneer de tijd verstrijkt, is een toenemende groei van kleine en niet zo kleine pogingen in de marge oplossingen te vinden. Oplossingen die niet zullen werken, omdat ze voortkomen uit een niet functionerend systeem. Geen enkele schijnoplossing is noodzakelijk dodelijk, maar vrijwel onmogelijk in te zetten en helemaal wanneer er te veel 'oplossingen' niet werken. Delen van het geheel zullen minder en minder passen, fricties van alle soorten zullen zich vermenigvuldigen, onvoorziene consequenties zullen zich verspreiden, dit alles langs steeds donkere lijnen van oorzakelijke verbanden. Onzekerheid zal voortwoekeren, crises van alle soorten - van vermeende wettelijke controle tot een nog grotere arbeidsproductiviteit, of van beide - zullen elkaar snel opvolgen. En dat terwijl de voorspelbaarheid en regeerbaarheid verder zullen afnemen, zoals ze al tientallen jaren doen. Uiteindelijk zal het mengsel van tijdelijke oplossingen, bedacht door een crisismanagement, op de korte termijn ineenstorten onder het gewicht van de dagelijkse rampen die opgeroepen worden door een sociale orde in een diepe toestand van maatschappelijke wanorde dat op het gevoel van elk individu zijn uitwerking zal hebben.

Zelfdestructie

De zienswijze dat het einde van het kapitalisme eerder een proces is dan een gebeurtenis, roept de vraag op hoe het kapitalisme te definiëren. Samenlevingen zijn complexe grootheden die niet afsterven zoals organismen dat doen, maar wel met de vreemde uitzondering dat bij het totale uitsterven de factoren van het niet functioneren altijd verscholen zitten in de sterkere wens het systeem te behouden en te laten overleven. Als we zeggen dat de samenleving beëindigd is, dan bedoelen we dat bepaalde kenmerken waarvan we hebben aangenomen dat ze essentieel zijn, ook verdwenen zijn en andere overleefden.
Om vast te stellen of het kapitalisme levend is, aan het sterven is of al dood is, zullen we het moeten definiëren als een moderne samenleving. Een samenleving die haar collectieve reproductie veiligstelt als een verschijnsel dat vereist is voor de continuïteit van het systeem, maar dat door het kapitalisme zelf volledig verwaarloosd is. Een samenleving die haar competitieve winstmaximalisatie veiligstelt met de kapitaalaccumulatie door het arbeidsproces, waarin privaat kapitaal gecombineerd is met arbeid als handelswaar. Een samenleving, waarbij het individuele nut niet gelijk hoeft te zijn aan het maatschappelijk nut en waarin de belofte geldt dat private voorzieningen omgezet worden in publieke voordelen. Het is deze belofte die ik vasthoud als het tegenwoordig kapitalisme niet langer te houden is, waarmee het zijn historische bestaan beëindigt als een zichzelf reproducerende, onderhoudende en legitieme sociale orde.

Helaas lijkt Streeck geen verklaring te bieden voor de vraag waarom het systeem zich niet in stand kan houden. Waarom kan nu het kapitalisme zich niet meer reproduceren, waar het dat twee eeuwen lang met vallen en opstaan wel kon. Hij tipt de verklaring aan, wanneer hij het heeft over arbeidsprocessen en de arbeid als handelswaar. Een aanvulling daarop is de 'geobjectiveerde' of dode arbeid in verhouding tot de levende arbeid. De verhouding tussen het constante kapitaal, grondstoffen, gebouwen en machines enerzijds en het variabele kapitaal, de levende arbeid anderzijds, is in de productieprocessen zeer ernstig verstoord. Een ontwrichting als gevolg van de toenemende arbeidsproductiviteit en de voortschrijdende technologische ontwikkeling. Gevoegd bij het eenvoudige inzicht dat slechts de levende arbeid in staat is waarde te scheppen en dus in staat is zowel het kapitaal als de arbeid te reproduceren. Dit leidt ertoe dat dezelfde arbeid, wanneer het verdrongen wordt uit de productieprocessen, niet meer in staat is het kapitaal en zichzelf te reproduceren, te onderhouden.

Het is onwaarschijnlijk dat iemand de hier beschreven kern van het kapitalisme als blauwdruk zal volgen. Wanneer de neergang voortgaat, zal het moeilijk zijn te voorspellen of politiek protest en veelvuldige pogingen voor collectief ingrijpen zullen plaatsvinden. Maar waarschijnlijk zullen zij beperkt blijven tot het type van de Luddietenbeweging ['machinebrekers']: lokaal, verspreid, ongecoördineerd, primitief, een bijdrage aan de wanorde, niet in staat een nieuwe orde te scheppen.
Denkbaar is dat een langdurige crisis meer dan een enkele opening zal bieden aan reformistische of revolutionaire krachten. Het lijkt er echter op dat een ongeorganiseerd kapitalisme niet alleen zichzelf desorganiseert, maar ook zijn oppositie. De laatste door haar de capaciteit te ontnemen voor ofwel het kapitalisme te verslaan ofwel te redden. Om het kapitalisme tot een einde te brengen, zal het systeem in zijn eigen destructie dienen te voorzien. Mij lijkt dat uitgerekend dit precies is waarvan we tegenwoordig getuigen zijn.


1 Wolfgang Streeck, How Will Capitalism End? In: New Left Review 87, May-June 2014. Vertaling en bewerking: Sjarrel Massop. (terug)
2 Zie voor de eerdere delen van dit feuilleton:
eerste deel: extra 326-1, 16 april 201,
tweede deel: extra 327-2, 30 april 2017,
derde deel: extra 328-2, 14 mei 2017.
(terug)
3 De tekst van Marx zal in stappen integraal vertaald op het Marxistisch Internet-Archief verschijnen. Het eerste stuk staat er inmiddels op - www.marxists.org (terug)