welkom
extra
Solidariteit

Slag gewonnen, strijd gaat door

Tegen privatisering van het havenbedrijf in Koper

Anna Leder1

De stad Koper met 25.000 inwoners ligt aan de Adriatische Zee. Het is de enige zeehaven aan de 50 km lange kust van Slovenië. De haven is in handen van Luka Koper NV met de Sloveense staat als grootste aandeelhouder. De syndicalistisch georganiseerde vakbond verzet zich samen met de bevolking tegen de overnameplannen van de Duitse en Oostenrijkse spoorwegen.

Kaart

Eigenlijk was het de bedoeling de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering van 1 juli 2016 te blokkeren. Deze actie moest een beslissing over de afgifte van licenties verhinderen die een belangrijke stap naar privatisering zou betekenen. Maar de regering stuurde speciale politie-eenheden om de blokkade te voorkomen. De vergadering van arbeid(st)ers en activisten besloot daarom de haven zelf bij verrassing te blokkeren. "Als een gevecht voor bevrijding" volgens Mladen Jovovic van de kraanmachinistenbond van Koper (Sindikat žerjavistov pomorskih dejavnosti, SZPD). Die houding werd gerechtvaardigd door de toenemende steun van collega's en uit de hele regio. Twee dagen eerder namen 700 van de 1.100 arbeiders deel aan een vergadering en op 1 juli kwamen 4.000 mensen uit Koper en omgeving naar een demonstratie tegen de privatisering.

Blokkade met steun

Anderhalf uur na de oproep van de bond blokkeerden 850 arbeiders met zware machines de poorten van de haven. Alleen bederfelijke goederen werden doorgelaten. Een paar uur later al was het ontslag van de baan van drie leden van de raad van toezicht die kritisch waren over de privatisering. Op 3 juli maakten 1.600 demonstranten uit Koper duidelijk dat dit hun haven en hun strijd was. Op die manier werd de media hetze,die de stakers als terroristen bestempelde, de wind uit de zeilen genomen. Een dag later, op 4 juli, distantieerde minister-president Cerar zich van de privatiseringsplannen en was hij bereid met de arbeiders te onderhandelen. De verantwoordelijke voor de staatsaandelen werd onmiddellijk ontslagen en tien dagen later traden de minister van Financiën en zijn staatssecretaris af.
Op 5 juli werd het werk hervat. De slag was duidelijk gewonnen, maar de strijd gaat ongetwijfeld door.

Buitenlandse interesse

De geschiedenis van de privatisering van de haven is zo oud als de staat Slovenië zelf. De Duitse en Oostenrijkse spoorwegen azen sinds het begin op het bedrijf. Koper en Oostenrijk hebben een innige relatie. Koper is sinds 2011 de belangrijkste haven voor Oostenrijk, terwijl 40 percent van de vracht naar het Noorden gaat. Het is dan ook geen toeval dat de Oostenrijkse bondskanselier Kern (voormalig bestuurder van de Oostenrijkse spoorwegen) een paar dagen na de aandeelhoudersvergadering en de blokkade een staatsbezoek aankondigde. Als het aan hem lag, namen de Oostenrijkse samen met de Sloveense spoorwegen de haven van Koper meteen over.

De havenvakbond maakt het niets uit wie de haven overneemt. Elke privatisering heeft versplintering van de werkgelegenheid tot gevolg. Daardoor is het moeilijker de strijd te voeren. De ervaringen in de havens van Triëst (Italië, 20 km van Koper) en Rijeka (Kroatië, 80 km van Koper) bevestigen dat. Die zijn namelijk al jaren geprivatiseerd. Luka Koper NV kent nog tariefafspraken en dat geldt niet meer voor de meeste havens in Europa.

Resten van arbeiderszelfbestuur

Met 20 miljoen ton overslag per jaar is de haven naar internationale maatstaven klein, maar kent belangrijke voordelen in tijden van verscherpte concurrentie. De route langs Koper vanaf Midden-Europa naar Azië is twee tot drie dagen korter dan bijvoorbeeld vanuit Hamburg. Dat scheelt in de kosten en een verdubbeling van de capaciteit van de haven is in de planning. Koper heeft wat betreft containers zowel Triëst als Rijeka (vroeger de grootste haven van Joegoslavië) ingehaald. Luka Koper NV ligt vlak bij de oude binnenstad en het strand. In de jaren vijftig werd op zaterdag door de bevolking vrijwillig en onbetaald in de haven gewerkt. Dat was destijds gebruikelijk in Joegoslavische bedrijven. Misschien is deze geschiedenis een verklaring voor het sterke bewustzijn bij de bevolking dat de haven van Kopen hun haven is.

Op dit moment is twee/derde van de aandelen in handen van de staat. Het eigendom van de andere aandelen laat nog sporen zien van de afbraak van het arbeiderszelfbestuur tijdens het einde van Joegoslavië. Destijds werd staatseigendom in de vorm van aandelen overgedragen aan de arbeiders. Daardoor is nog steeds een gedeelte in handen van arbeiders. Die hebben zich georganiseerd in de "Pansloveense Investerings- en Aandeelhoudersvereniging". De vereniging was betrokken bij de demonstraties die aan de blokkade voorafgingen.

Foto
Foto: HINA/STA/Mitja Volcanšek www.bilten.org

Vakbond en medezeggenschap

Van de 1.100 werknemers zijn er 480 lid van de SZPD die daarmee de grootste bond in de haven is. Al in 2011 hebben ze een succesvolle staking voor meer loon gevoerd. In de haven werken ook 500 contractarbeiders. De bond probeert ze in vaste dienst te krijgen of de arbeidsvoorwaarden te verbeteren. Sinds jaren is hun aantal constant.

Slovenië kent een op Duitse leest geschoeid medezeggenschapsmodel. Daardoor heeft de SZPD drie van de negen zetels in de raad van toezicht en vier in het bestuur. Dit medezeggenschapsmodel sluit aan bij het oude arbeiderszelfbestuur van Joegoslavië. De strijdbare en offensieve houding van de vertegenwoordigers van de bond is het gevolg van deze traditie. Maar het zijn toch vooral de stemmingen in de algemene vergaderingen die de vertegenwoordigers scherp houden.
De basisvakbond van kraanmachinisten werd in 2007 opgericht als alternatief voor de oude, op samenwerking met het management gerichte bond. Volgens Mladen Jocvovic, één van de oprichters en al zeventien jaar kraanmachinist, is rekening gehouden met de lessen van het oude Joegoslavië. De SZPD heeft geen voorzitter en de gedelegeerden zijn slechts gedeeltelijk vrijgesteld van het werk, vergelijkbaar met de ondernemingsraadsleden. De bond kent weinig vastgelegde structuren. De algemene vergadering wordt gehouden naar behoefte. Indien nodig dagelijks, maar in rustiger tijden ook maandelijks. Aan de andere kant is de bond nog niet ideaal, zo krijgen de leden van de raad van toezicht een salaris van 5.000 Euro netto waarover hij of zij vrijelijk kan beschikken, terwijl het gemiddelde loon 1.500 tot 2.000 Euro is!

Lokaal en Internationaal

De bonden in de drie havens (Koper, Triëst en Rijeka) hebben al lang goede contacten. In de International Transport Workers' Federation (ITF) is de SZPD als syndicalistisch en horizontaal georganiseerde bond een buitenbeentje. Alleen de havenbond in Barcelona heeft een vergelijkbare organisatievorm. Voor de meeste collega's is de horizontale structuur met de beslissingen in de algemene vergadering vooral praktisch: een voor iedereen duidelijke manier om de belangen van de arbeiders in het bedrijf te steunen. Een kleinere groep in de SZPD probeert bovendien in de haven en de omgeving politiek actief te zijn: Scholingen met collega's, samenwerking met het lokale sociale centrum in een gekraakt pand en ondersteuning van 'de opstand van Maribor', een protest tegen een corrupte burgemeester dat uitliep op acties tegen corrupte politici in het algemeen.

Sinds enige tijd is de groep onder hoogspanning bezig met de opbouw van een internationaal netwerk van linkse collega's en activisten om ook in de toekomst bestand te zijn tegen de stijgende privatiseringsdruk. Ze intensiveren contacten met linkse groeperingen en ngo's elders in voormalig Joegoslavië en zetten de eerste stappen naar Oostenrijk met manifestaties in Wenen en Graz. Vele zullen hopelijk volgen!

Foto haven Koper

1 Eerder, 28 oktober 2016, verschenen in express www.labournet.de sieg-auf-zeit-anna-leder-ueber-den-kampf-der-hafenarbeiterinnen-in-koper. Anna Leder woont in Wenen, werkt in een ziekenhuis en is actief aan de basis van de vakbeweging. Vertaling Jan Taat. (terug)