welkom
extra
Solidariteit

Kanttekeningen bij "een reactie op linkse kritiek" en de vakbeweging

Verantwoordelijkheid beperkt kritiek en onafhankelijkheid

Hans Boot

'Je verantwoordelijkheid nemen' is een typerende uitdrukking voor deze tijden van participatie en zelfmanagement. Als opdracht ('je moet'): de vrije burger dopt de eigen boontjes. Als rechtvaardiging ('ik moet wel'): de rationele functionaris laat zich leiden door nut en noodzaak. Het is dus best gedurfd en ook wel wat hachelijk om dit ideologisch geladen begrip te gebruiken in de verdediging van een vakbondspraktijk/visie tegen "linkse kritiek".

De, overigens bevriende, verdedigers zijn Rob Marijnissen en Patrick van Klink met het artikel "Onze vakbeweging, een reactie op linkse kritiek" in Grenzeloos, 9 mei 2015.
Het begrip 'linkse kritiek' is in die zin verwarrend dat Rob en Patrick over een 'wij' spreken van "socialisten of andere linkse activisten" in de vakbeweging. Die te verwerpen kritiek moet dus wel afkomstig zijn van een exclusief links gezelschap, door hen slechts aangeduid als "onder andere uit de hoek van Internationale Socialisten". Misschien als 'wij', dan maak ik deel uit van 'onze' vakbeweging, maar in ieder geval als één van die anderen reageer ik bij deze. Met name op de kwestie van de verantwoordelijkheid en in relatie daarmee het Ledenparlement van de FNV.

Haalbaarheid

Rob en Patrick benadrukken dat socialisten en andere linkse activisten in de vakbeweging actief dienen te zijn, alles moeten doen om die sterk en strijdbaar te maken. Dat lijkt me logisch, wat staat deze activisten anders in de vakbond te doen? Maar zo vanzelfsprekend is dat volgens Rob en Patrick niet, want zij voegen er aan toe dat die activisten hun "verantwoordelijkheid moeten nemen". De uitleg is dat de betrokkenen zich niet horen te beperken tot woorden, niet aan de kant mogen blijven staan en de daden overlaten aan bijvoorbeeld een bezoldigd bestuurder. Daarmee schetsen ze een onwerkelijke constructie die mogelijk wel eens ergens zal voorkomen.
In het vervolg van de redenering blijkt het echter om iets anders te gaan. Ongenoemd speelt het begrip 'haalbaarheid' op. Namelijk in de nadruk op "voldoende steun en vertrouwen" onder de "achterban", wanneer een vakbondsactivist wat wil bereiken. Niet de hand overspelen en zorgen voor een voldoende draagvlak. En als ik het goed begrijp, ook bij "(delen van) het vakbondsapparaat". Is die haalbaarheid niet verzekerd, wordt een voorstel of eis zinloos geacht, dus onverantwoord. Een klassiek vraagstuk, waarover één van de medeoprichters van Solidariteit, Toon Dekkers, begin jaren tachtig, zei: 'wat haalbaar is, komt er wel, maak je daar maar geen zorgen over; alleen met in eerste instantie onhaalbare eisen zetten we zowel onze collega's als het apparaat aan het denken en op scherp.' Anders gezegd, het doel van de lange(re) termijn dient door te klinken in de eisen van vandaag. Een fraaie grondslag voor een programma.

Onafhankelijkheid

De door Rob en Patrick bepleite verantwoordelijkheid roept vervolgens vragen op over de spreek- en handelingsruimte voor het socialistische of linkse vakbondslid. Zowel ten opzichte van collega's (om de term 'achterban' maar aan het apparaat over te laten) als in de verhouding met de bezoldigde bestuurders. Beide groepen bestaan nu éénmaal niet per definitie uit medestanders. Waar begint en eindigt de verantwoordelijkheid, beide momenten zijn relevant voor de herkenbaarheid en geloofwaardigheid van de activist. Welke kritiek is wanneer verantwoord? En wat houdt haar of zijn onafhankelijkheid in? Is, om maar eens een ander begrip te gebruiken, autonoom denken en handelen 'in dienst van de beweging' verwerpelijk? Daarmee is toch niet een opstelling ingenomen die Rob en Patrick terecht afwijzen, namelijk "onafhankelijk van de beweging als geheel"?

Hoewel de formulering "Vuile handen" alleen in een tussenkopje van het artikel te lezen is, zou het daar wel eens over kunnen gaan. Die zou je moeten durven maken als onvermijdelijk gevolg van genomen verantwoordelijkheid. Wat mij betreft onzin. Moeizaam te verteren resultaten uit complexe vergaderingen of onderhandelingen - al of niet vol rationaliteit ter rechtvaardiging voor de poorten van de hel binnengesleept - zijn een uitdrukking van krachtsverhoudingen. Ze vergen een open uitleg onder democratische voorwaarden die controle mogelijk maken en hebben niets van doen met schuld en boete.

Onvolkomen democratie

Nu in de nieuwe FNV het Ledenparlement het door de bondsleden gekozen, hoogste orgaan vormt, is in de redenering van Rob en Patrick "de verantwoordelijkheid van linkse activisten in de bond alleen maar groter geworden".
Graag deel ik hun standpunt dat ook al garandeert de formele (papieren) democratie nog geen materiële (werkelijke) democratie, het Ledenparlement een sprong voorwaarts is in de nog lopende vernieuwingsperiode van de FNV. Juist in de materiële zin. Denk aan kwesties als de vrije artsenkeuze, intercontinentale vrije handelsverdragen en de steun aan studenten en docenten van de Universiteit van Amsterdam. Maar hun conclusie dat het Ledenparlement er "wonderwel" in geslaagd is "leiding te geven aan de bond als geheel" vind ik een voorbeeld waarin genomen verantwoordelijkheid de nodige, onafhankelijke kritiek wegduwt.
De FNV mist namelijk een wezenlijke voorwaarde om tot een werkelijke, democratische organisatie uit te groeien. Zo ontbreekt elke openbare verslaglegging van de bijeenkomsten van het Ledenparlement, van zijn werkgroepen en externe contacten. Sowieso een gat in de (formele?) democratie, maar in het bijzonder een onaanvaardbare uitsluiting van informatie, meningen en debatten voor de 'gewone' leden. En dat niet alleen, in democratische controle is niet voorzien. Naar binnen gaat daar geen mobiliserende werking van uit, naar buiten geen wervende.
Dat is meer dan een 'gemiste kans', dat is 'oude wijn in nieuwe zakken'. Niet voor niets zijn er terugkerende berichten dat het dagelijks bestuur los van het parlement handelt of namens de gekozen ledengroep spreekt zonder enige ruggespraak. Fricties die niet voor lief te nemen zijn als kinderziektes en geen goed doen aan de terechte nuances die Rob en Patrick aanbrengen in de verhouding 'top en basis'.

Als aanleiding om zich te keren tegen 'linkse kritiek' noemen Rob en Patrick het verwijt dat Grenzeloos zich langzamerhand ontpopt tot "een soort spreekbuis van de vakbondsbestuurders, van de vakbondsleiding in plaats van de basis". Dat is niet mijn conclusie uit hun reactie. In hun verdediging nemen zij wel het standpunt in dat bijdragen aan de opbouw van een strijdbare vakbond het best of zelfs primair dienen te lopen uit verworven - niet bezoldigde - (bestuurs)posities in de verenigingsorganisatie. Een keuze, aangeduid als 'verantwoordelijkheid nemen' die echter begrenzing van de mogelijkheden tot kritiek op het lopende beleid en herkenbare onafhankelijkheid tot gevolg heeft. Dat de onvolkomen democratische positie van het Ledenparlement in dat verband onbesproken blijft, is daarvan een illustratie.