welkom
extra
Solidariteit

Zeventien tegenstellingen en het einde van het kapitalisme - David Harvey 1

Tegenstelling 6 - Kapitaal als proces of als ding

Sjarrel Massop

In tegenstelling 5 (Kapitaal en Arbeid, 287 extra 3, 18 oktober 2015) stelde ik al dat arbeid ook een vorm van kapitaal is, een noodzakelijke aanvulling om de categorie arbeid te bevatten. Toen is een ander essentieel verschijnsel blijven liggen: de omzetting van arbeid in kapitaal, of beter geformuleerd de omzetting van het variabele deel van het kapitaal in constant kapitaal. De zesde tegenstelling die David Harvey aansnijdt, gaat daar over.

Maar eerst komt dus aan bod het omzettingsproces van levende arbeid in kapitaal, de zogenoemde Vergegenständlichung. Daarna wordt Harvey weer gevolgd, met opnieuw een poging tot een kritisch commentaar.

Omzettingsproces

Foto David HarveyVan de timmerman die zijn arbeidsvermogen verkocht heeft aan de kapitalist, wordt verwacht dat hij daadwerkelijk de arbeid verricht en bijvoorbeeld een tafel maakt. Stel dat het hem lukt, dan ondergaan door die arbeid de oorspronkelijke planken een metamorfose tot tafel. De arbeid wordt opgenomen in het nieuwe product. De levende arbeid zet zich om in dode arbeid en neemt de vorm aan van een tafel.
Karl Marx heeft dit proces 'Vergegenständlichung' genoemd. Latere denkers gebruikten andere termen, zo spraken Hannah Ahrendt en Herbert Marcuse van 'reïficatie', te vertalen als 'verdinglijking'. De term 'objectivering' wordt ook wel gebruikt. David Harvey geeft de voorkeur aan 'congeal': invriezen of stollen. De levende arbeid wordt in het nieuwe product ingevroren, of verschijnt erin als gestolde massa.
De Nederlandse hoogleraar Filosofie van Mens en Techniek Peter-Paul Verbeek heeft aan dit verschijnsel zijn proefschrift gewijd. Hij noemde het "de daadkracht der dingen". Hij ging daarmee een stap verder door te stellen dat kapitaal, als het zich ver genoeg door ontwikkelt, een eigen dynamiek kan verkrijgen. Denk bijvoorbeeld aan de zelfsturende auto, of de computer die zich als kunstmatige intelligentie ook zo zou kunnen ontwikkelen.
De kracht van de analyse van Karl Marx is geweest dat hij er een economische betekenis aan heeft gegeven. Het proces van Vergegenständlichung is inherent aan het kapitalistische systeem van voortbrenging van gebruiksartikelen, arbeidsmiddelen en producten voor een willekeurige markt.

Dit proces doet zich niet alleen voor bij gebruiksvoorwerpen, zoals in het voorbeeld van de tafel. De arbeidsmiddelen die de timmerman gebruikt - hamer, zaag, nijptang, duimstok - hebben een vergelijkbaar productie- of arbeidsproces doorlopen. Door het arbeidsproces van de grondstoffen voor de hamer is levende arbeid omgezet in kapitaal. De timmerman hoeft nu niet meer de spijkers er met de blote handen in te duwen, maar met de hamer in te slaan. Zijn rendement uit de arbeid vergroot daarmee, de arbeidsproductiviteit stijgt. Door gereedschap te gebruiken, kan de timmerman aanzienlijk meer tafels maken. Dit is voor de kapitalist aantrekkelijk. De consequentie is dat de organische samenstelling van het kapitaal, de verhouding tussen het constante en het variabele deel, vergroot. Er is aanzienlijk minder arbeid nodig voor een maatschappelijk gewenst productieniveau.

Gelijktijdigheid

Nu de zesde tegenstelling van Harvey. Als ik dit artikel schrijf, maak ik gebruik van een computer, van software, van communicatiemiddelen als email. Mijn interactie met al deze arbeidsmiddelen is een proces dat slechts functioneert. als ik het in werking zet. Als kapitaal een ding is, een object, dan is een handelende mens, een subject, nodig om (productie)processen te laten plaatsvinden. Arbeidsmiddelen, zoals de computer, zijn handig om het proces effectiever en efficiënter te maken, maar ze kunnen niet zelfstandig handelen. Daartoe is geen enkel ding in staat zonder menselijk handelen; mechanisering en automatisering zijn gelimiteerd. David Harvey komt tot de volgende formulering:

"Kan kapitaal gezien worden als een proces of als een ding? Het moet gezien worden, zal ik beargumenteren, als beide. In het vraagstuk hoe deze dualiteit werkt, ben ik een voorstander van een gelijktijdige interpretatie, boven een elkaar aanvullende. Ook al is het voor de uitleg vaak noodzakelijk de één te prefereren boven de andere. De eenheid van het continue circulerende kapitaal als een proces en een stroom enerzijds en de verschillende materiële vormen die het aanneemt (geld, arbeidsmiddelen en goederen voor de markt) anderzijds, maken van de tegenstelling een eenheid. De kern van ons onderzoek moet zich daarom richten op de aard van deze tegenstelling, hoe het zowel de vorm kan zijn van creativiteit en verandering als van instabiliteit en crises." (pp, 70, 71.)

Harvey slaat echter een fase over. Dat is het op gang brengen van processen, de initiatie, de inleiding. In het vervolg van zijn betoog komt nadrukkelijk de kapitalist, als agent van het kapitaal, in beeld om het proces van kapitaalcirculatie te realiseren. In die activiteit is het voor de kapitalist uitermate belangrijk om het handelen van de arbeider onder controle te krijgen. Eén van zijn belangrijkste activiteiten is dan ook de organisatie van het arbeidsproces, opdat het circulatieproces van het kapitaal optimaal kan verlopen op basis van de intenties die de kapitalist heeft. De arbeider, vervreemd van zijn arbeid, wordt een verlengstuk van de machine, het kapitaal. Karl Marx heeft dit de reële onderschikking van de arbeid aan het kapitaal genoemd. De kapitalist zet het proces in werking en kan het natuurlijk uitbesteden aan het management.

Situationele factoren

Hoe redeneert Harvey verder?

"Maar het belangrijkste punt hier is de definitie van kapitaal als een proces, als een continue waardestroom langs de verschillende stadia en via de verschillende omzettingen van het ene materiaal naar het andere. Op het ene moment heeft het kapitaal de vorm van geld, op het volgende is het een voorraad van arbeidsmiddelen (inclusief land en grondstoffen) of een meute arbeiders die door de poort van de fabriek lopen. In de fabriek is het kapitaal betrokken in concrete arbeid en het maken van een waar, waarin latent en tot nu toe niet gerealiseerde waarde (sociale arbeid) en meerwaarde gestold zijn. Als de waar dan verkocht is, dan keert het kapitaal terug in zijn geldvorm. In deze continue stroom zijn zowel het proces als het ding contingent ten opzichte van elkaar." ( p. 73.)

Met 'contingent' bedoelt Harvey dat de situationele factoren bepalen hoe de verhouding tussen de verschijningsvorm ding en proces zich voordoet. De kapitalist maakt de keuze bijvoorbeeld, wanneer hij zijn nieuw verworven kapitaal terugstuurt naar het productieproces, om verder te groeien. Hij kan er ook voor kiezen om ermee te speculeren op de financiële markt, dat is tegenwoordig lucratiever. De omstandigheden bepalen dat.

Hiermee bevestigt Harvey meteen dat arbeid en kapitaal dingen zijn, objecten, economische categorieën. Er moet handelen aan te pas komen om arbeid en kapitaal als dingen in een proces te laten functioneren.
De arbeider met zijn vermogen om arbeid te verrichten, is vanwege de eerder genoemde reële onderschikking en het niet vrijelijk kunnen beschikken over de arbeidsmiddelen slechts zeer beperkt in staat productieprocessen en de daarop volgende circulatieprocessen te sturen. De kapitalist, al of niet delegerend naar het management, heeft daarentegen alle vrijheid en mogelijkheid om naar eigen goeddunken zijn kapitaal te laten groeien en te circuleren.
De tegenstelling zit dus niet zozeer in de objecten, de dingen ten opzichte van hun omvormingsprocessen, maar in de verhoudingen tussen de subjecten (kapitalisten en arbeiders) en hun keuzemogelijkheden om de processen te sturen en in te richten. Een belangrijke reden bijvoorbeeld waarom zelfsturing zo'n heikel punt is.


1 David Harvey, Seventeen contradictions and the end of capitalism, 2014. London, Profile Books.
Zie voor bespreking tegenstelling 1 - gebruikswaarde en ruilwaarde - extra 272 - 2, 22 maart 2015.
Voor 2 - sociale waarde van arbeid en geld - extra 276-2, 17 mei 2015.
Voor 3 - privé eigendom en kapitalistische staat - extra 278-3, 14 juni 2015.
Voor 4 - private toe-eigening en maatschappelijke welvaart - extra 284-2, 6 september 2015. (terug)