welkom
extra
Solidariteit

Zeventien tegenstellingen en het einde van het kapitalisme - David Harvey 1

Tegenstelling 3 - Privé eigendom en kapitalistische staat

Sjarrel Massop

De inschatting van de rol van de staat heeft voor links altijd een grote rol gespeeld in de strijd tegen het kapitalisme. De staat verzamelt en beheert veel macht en heeft het monopolie over geweld en geld. Het gebruik van die macht kan twee kanten op. Ter onderdrukking van het volk, of als een democratisch instrument in handen van het volk. In de aanpassing of vernietiging van het kapitalisme, een minder en meer linkse doelstelling, is verovering van de staatsmacht onontbeerlijk. Daarin schuilt een groot gevaar, dat heeft het reëel bestaande socialisme ondubbelzinnig aangetoond. Macht kan corrumperen.

David Harvey behandelt in zijn derde tegenstelling de staat als instrument van het kapitalisme. De tegenstelling is dat het private eigendom eigenlijk geen staatsbemoeienissen wenst. Het kapitaal kan echter niet zonder de staat. Harvey onderscheidt twee kerntaken voor de burgerlijke staat: 1) het beheer en de uitoefening van de macht om daarmee het private eigendom te beschermen, 2) het exclusieve recht over het beheer van het geld, de monetaire taak.

Kerntaken van de staat

Foto van David Harvey

De burgerlijke staat laat ons geloven een objectieve functie te vervullen, verheven boven de politieke ideologie. De democratie zegt dat de ideologie het volk duidelijk kan maken welke invloed bepaalde (politieke) ideeën en inzichten dominant worden voor de inrichting van de staat. Door zijn kerntaken heeft de staat echter beperkte mogelijkheden om die democratische rol uit te oefenen. Daarbij komt dat er geen directe controle op de macht is. De staat die zich verheft boven de ideologie is dus een mythe. Daaraan kan zelfs een democratisch proces vrij weinig verhelpen. Dat wordt overduidelijk als we naar de taakstelling van de staat volgens Harvey kijken.

"De kapitalistische staat moet het verworven monopolie over de legitiem verkregen geweldsmiddelen gebruiken om de individuele eigendomsrechten te behoeden en te beschermen, zoals duidelijk geworden is door vrij functionerende markten. De gecentraliseerde macht van de staat wordt gebruikt om het gecentraliseerde private systeem van eigendom te beschermen." (p. 42)

Terecht constateert David Harvey hier een tegenstelling.

"De overdracht van de status van privé eigendom en juridische rechten naar machtige bedrijven en instituties (waaronder de staat) verhouden zich niet met de burgerlijke utopische droom van een perfecte wereld met individuele persoonlijke vrijheid voor allen op basis van democratisch verspreide eigendomsverhoudingen."(p. 42)

Het kapitaal als proces en systeem is niet in staat alles op basis van vrije marktwerking te organiseren. Dat heeft het neoliberale project al uitgewezen. Er zijn voor het kapitaal problemen in de voorziening van collectieve en publiekelijke goederen, zoals wegen, vliegvelden, havens, energie, onderwijs en gezondheidszorg. Duidelijk wordt ook dat waar het kapitaal, omwille van de groei (accumulatie), wel probeert om ook deze voorzieningen aan kapitalistische systemen te onderwerpen, dit vaak uitloopt op catastrofes. Denk aan de Hogesnelheidslijn, de verzelfstandiging van het spoor, het vrijlaten van de banken, de privatisering van de sociale woningbouw en de marktwerking in het onderwijs en de zorg. De consequenties na de crisis van 2008 van het falende marktsysteem hebben hun sporen achtergelaten. Het kapitaal valt noodgedwongen terug op de staat, het falen wordt opgevangen met als gevolg grote sociale ontwrichtingen en massawerkeloosheid.
Naast de bescherming en het behoud van de beschikbare geweldsmiddelen van het private eigendom is het beheer van het geldsysteem een andere belangrijke taak van de staat, Geld als het bindmiddel van het kapitalistische systeem. Harvey:

"Geld vereist een staat, zonder een staat is geld niet mogelijk. Inderdaad de stichting van de staat kan gedateerd worden met de introductie van het geld. Geld is het meest natuurlijke en krachtige cement van naties. (...) Het feit dat geld essentieel is, en dat de staatscontrole daarover onmisbaar is, geeft de staat een onbegrensde macht over geld. Alleen de staat zelf, de wil van degenen die aan de macht zijn (autocraten of vertegenwoordigers), kunnen het geld beschermen tegen klungels, zwendelaars en speculanten op voorwaarde dat deze machthebbers in staat zijn om hun macht doelgericht te gebruiken. Tot op heden hebben zij ongelukkig genoeg deze capaciteit nooit bezeten." (p. 45)

Sterker, de klungels, zwendelaars en speculanten blijven buiten schot als het gaat om de reparatie van de schade die zij hebben aangericht. Zij zijn de enigen die riant profiteren van de crisis. Vele machtige veroorzakers van alle ellende blijven op hun post en presenteren zich nu als de redders van het systeem van kapitalistische productie. Het boekje over de minkukels in de Londen City van Joris Luyendijk illustreert dat mooi.

Balans van de tegenstelling

David Harvey is er in deze kwestie niet op uit een uitgewerkte theorie over de moderne staat te ontwikkelen. Hij constateert slechts een tegenstelling waaruit vervelende consequenties voortvloeien. Hij ziet ook mogelijkheden om dit op te lossen.

"Dit is hoe het systeem van staatsmacht voor het kapitalisme werkt, met als aanvulling daarop de mogelijkheden van exponentiële groei ['compounding growth'2], de uitnodiging voor milieuverontreiniging en verwoesting van de sociale voorzieningen, terwijl de concentratie van de macht en de welvaart toeneemt. Het schept economische en politieke instabiliteit die zich toont in telkens terugkomende cycli van depressie en inflatie, interne en internationale conflicten en sociale uitsluiting.

De balans van de tegenstelling tussen private belangen en individuele vrijheden aan de ene kant en de staatsmacht aan de andere is beslissend verschoven naar de ondemocratische, autocratische en despotische centra van het staatsapparaat, waar ze rugdekking krijgen door een toenemende centralisatie en militarisering van de sociale controle." (p. 49)

Deze laatste stelling van Harvey deel ik niet, overigens zonder de beschreven desastreuze uitwerking te betwisten. De politieke macht van de staat en zijn instituties manifesteren zich duidelijker, dat is waar. Ze vertonen ook veel trekjes van ondemocratisch handelen, autocratie en despotisme, maar ze stellen zich zeer dienstbaar en onkritisch op naar het systeem van het kapitalisme als zodanig. Dat wordt het beste geïllustreerd door de houding van de Trojka en de Europese Unie ten opzichte van Griekenland. Dit is in mijn ogen slechts een lippendienst aan het kapitaal en niet iets authentieks van deze machthebbers.
Oplossingen? Dit zegt Harvey:

"Dus wat moet de politieke strategie voor deze tegenstelling tussen staat en privé eigendom zijn? Een eenvoudige redenering om te proberen de balans te herstellen en de individuele vrijheden te versterken (zoals velen, zowel op links als op rechts van het politieke spectrum, tegenwoordig aanhangen) volstaat niet. Gedeeltelijk, omdat de balans zo dramatisch verschoven is naar arbitraire staatsmacht en ook omdat het vertrouwen in de staat als een potentiële oplossing aan het wegebben is." (p. 50)

Hiermee ben ik het eens. De verwevenheid van de staat en het kapitaal is te groot, en de laatste decennia alleen maar versterkt. Het is een illusie te veronderstellen dat het systeem van binnenuit veranderd kan worden. Dit kan echter geen excuus zijn om dan maar afzijdig te blijven. Het blijft belangrijk dat links probeert de politieke instituties (partijen en vakbonden) op koers te krijgen in een antikapitalistische richting. Maar wat betekent dat concreet? Harvey:

"De enige haalbare, alternatieve politieke strategie is er één die de bestaande tegenstelling tussen enerzijds private en individuele belangen en anderzijds de belangen van de staat oplost en vervangt door iets anders. Het is in deze context dat veel linkse mensen betrokken zijn in het opnieuw instellen en promoten van de 'commons' (werkgemeenschappen, coöperaties). Het absorberen van het private eigendom in een samenhangend project met een collectief management voor die gemeenschappen en de oplossing van autocratische en despotische staatsmacht tot democratische en collectieve managementstructuren worden de enige waardevolle lange termijn doelen." (p. 50).

David Harvey ziet een vliegwieleffect uitgaan van dergelijke werkgemeenschappen en/of coöperaties gebaseerd op zelfbestuur. Het zal uiteindelijk de machtsbasis van de twee taakstellingen van de staat ondermijnen: het geweldsmonopolie en de zeggenschap over het geld. Deze gemeenschappen kunnen ook een grote sociale betekenis krijgen en onafhankelijk zijn of worden.
Dergelijke initiatieven zijn sympathiek, evenals de netwerken en samenwerkingsverbanden, vooral bij de productie van gebruikswaren in plaats van ruilwaarden. Ze decentraliseren de macht. Er schuilt echter ook een naïviteit in dit 'exemplarisch socialisme'. Ten eerste, omdat deze initiatieven geen humane aanpak waarborgen (de poging het kalifaat op te zetten, zou ook als zo'n initiatief opgevat kunnen worden). Hoe zijn sociaal ongewenste uitwassen in gemeenschappen tegen te houden, lossen zij zich vanzelf op? Ten tweede is er een overkoepelende (infra)structuur nodig. Kan dat ook in werkgemeenschappen georganiseerd worden? Duidelijk is dat over zo'n lonkend perspectief nog veel nagedacht moet worden.


1 David Harvey, Seventeen contradictions and the end of capitalism, 2014. London, Profile Books.
Zie ook: extra 272, 22 maart 2015, Tegenstelling1 - Gebruiks- en ruilwaarde; extra 276-2, 17 mei 2015, Tegenstelling 2 - Sociale waarde en geld. (terug)
2 Zie: extra 276-2, 17 mei 2015, Tegenstelling 2 - Sociale waarde en geld. (terug)