welkom
extra
Solidariteit

Boekbespreking - Hans Goedkoop, De laatste man - een herinnering

Chef generale staf in Indië

Otto van de Haar

Titel paginaHans Goedkoop, De laatste man

Oktober 2012 jubelde Frans Smits, hoofdredacteur van het Historisch Nieuwsblad: "Meer van dit soort pareltjes graag, meneer Goedkoop". Het betrof het boek "De laatste man - een herinnering". Laten we dit 'pareltje' eens bekijken.

Met 'de laatste man' doelt Goedkoop, historicus en presentator van Andere Tijden, op zijn opa van moederszijde: Hein van Langen (1900-1992). Die was destijds chef van de generale staf van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger, het KNIL dat in 1950 ophield te bestaan. En de 'herinnering' heeft betrekking op de gesprekken die Goedkoop voerde over die tijd - als kind met zijn opa, zijn tante en vooral zijn geliefde moeder. Zij overleed in 2008. Verder deed Goedkoop (archief)onderzoek.

Degradatie

Nadat de Onafhankelijkheidsoorlog in 1949 was geëindigd met een overwinning voor Indonesië, ging Nederland noodgedwongen over tot de machtsoverdracht. Beide landen kwamen hierbij overeen dat de ontbinding van het KNIL in de zomer van 1950 een feit zou moeten zijn. Zo geschiedde. Voor chef-staf Van Langen zat er toen niets anders op dan, in de melodramatische woordkeus van Goedkoop, "de onttakeling van zijn wereld" te aanvaarden en terug te keren naar Nederland. Elders laat hij zijn klagende opa ook nog zeggen: "(...) zie hoe ons bestaan tussen de raderen van de geschiedenis verdwijnt."
Aangekomen in Nederland kreeg Van Langen een baantje als adviseur voor brandweerkorpsen toegewezen. Zwaar verbolgen was-ie daarover. In Indië was de chef-staf gewend geweest, schrijft Goedkoop, om "knopen door te hakken", maar daar was in zijn nieuwe administratieve functie geen sprake meer van.
In het voetspoor van zijn gefrustreerde opa, moeder en tante is ook Hans Goedkoop diep verontwaardigd over deze als schandelijk opgevatte degradatie. Vandaar dit boekje: de geschiedenis van 'KNIL-opa Van Langen' weer tot leven wekken in een poging hem (postuum) eerherstel te verschaffen. Op wat hoogdravende toon richt hij zich tot zijn lezers: "Ik wil Van Langen in het licht zien en ik wil dat u het ziet. Stel het u voor, denk het u in. Hoe het voor hem is geweest." Over 'hoe het is geweest' voor de gewone Indonesiërs tijdens deze koloniale oorlog, zwijgt Goedkoop. Het aantal doden aan Indonesische zijde lag tussen 100.000 en 150.000 tegenover een paar duizend Hollanders.

Het tien jaar geleden verschenen "Le livre noir du colonialisme" - dat hier te lande op kousenvoetjes werd gerecenseerd - formuleerde het zo: "In Nederland heeft de dood van een Nederlander (...) altijd veel meer geteld dan die van een Indonesiër."
Over 'hoe het is geweest' voor al die Nederlandse mannen die het vertikten om aan die koloniale oorlogsvoering deel te nemen, lezen we niets. Zij werden vervolgd en gevangen gezet. Mag een serieuze historicus de geschiedenis op zo'n wijze uit zijn verband trekken?

Westerling

Terug naar de degradatie van Van Langen. Volgens Goedkoop was hier maar één enkele oorzaak voor: Van Langen had zijn superieuren in Den Haag destijds het bedekte, maar niet mis te verstane, verwijt gemaakt dat zij met hun beleid in 'Indië' hun verantwoordelijkheid niet namen. KNIL-veteranen en andere pro-Nederlandse Indonesiërs kwamen hierdoor "in de verdrukking (...). Mensen als hijzelf [Van Langen], die met hun hele hebben en houwen vastzaten aan het koloniale leven en er nu het doodvonnis van moesten ondertekenen". Goedkoop is trots op zijn opa, omdat hij met deze stellingname 'moed' had betoond. "Opa was verdomde dapper", aldus Goedkoop in een interview in NRC Handelsblad van 20 augustus 2012.

Natuurlijk lag dit verwijt in Den Haag niet lekker, maar was dit wel de enige reden voor zijn degradatie? Goedkoop vindt van wel, maar in de beschrijving van het KNIL-leven van zijn opa duiken gebeurtenissen op die vast en zeker ook hebben bijgedragen aan zijn bejammerde statusverlies.
Ten eerste was Van Langen direct betrokken bij de affaire-Westerling. Raymond Westerling was commandant van een militaire eenheid die tijdens het gewapend Nederlands-Indonesisch treffen op zodanig wijze opereerde dat het Den Haag al te gortig werd ("exces"). Hij kreeg zijn congé in de hoop dat hij zich nu rustig zou houden. Het liep anders. Toen namelijk de Nederlandse regering na de capitulatie in 1949 de macht uit handen had moeten geven, ging Westerling (en veel pro-Nederlandse Indonesiërs) daarmee niet akkoord. Vervolgens probeerde hij en zijn getrouwen, begin 1950, door middel van een coup president Ahmed Soekarno uit de weg te ruimen. Ook Van Langen zat op die lijn. Tegenover kleinzoon Hans verklaarde hij in Nederland in een terugblik: "Eigenlijk is er maar één ding in mijn leven waar ik spijt van heb’ (...) Dat mijn revolver niet per ongeluk is afgegaan toen wij Soekarno hadden." (Soekarno en vicepresident Mohammed Hatta waren in 1948 door Nederlandse troepen onder arrest geplaatst).

Collega

De coup van Westerling mislukte, maar hij slaagde er wel in de Indonesische archipel te ontvluchten om strafvervolging te voorkomen. Hoe? Goedkoop vertelt dat dit kon gebeuren dankzij de persoonlijk hulp van ... zijn teerbeminde opa, chef-staf Van Langen die met deze Hollandse held op laarzen sympathiseerde. Goedkoop over Westerling: "Zo'n man wist wat oorlog was, die ging niets uit de weg, dat voelde een collega als Van Langen vast en zeker mee."
Zat Van Langen hier wellicht (een beetje) fout? Volgens Goedkoop niet in het minst. Hij wijst er op dat vanuit Den Haag met betrekking tot de nasleep van Westerlings aanval op de Republiek tegenstrijdige regeringsopdrachten kwamen overwaaien, wat duidde op interne meningsverschillen. De ene opdracht (van Max Hirschfeld, Hoge Commissaris Overzeese Gebiedsdelen) riep op tot arrestatie van Westerling, de andere (van minister-president Willem Drees) luidde daarentegen hem de archipel uit te krijgen. Van Langen koos zonder aarzeling voor de laatste. Den Haag had dus wel wat boter op het hoofd. Hem kon, aldus een triomfantelijke Goedkoop, niets verweten worden.

Crimineel gezelschap

Goedkoop vertelt nog iets. Kort na de mislukte coup van Westerling (januari 1950) concipieerde generaal Van Langen zijn "Nota inzake de defensie-politiek van het Koninkrijk der Nederlanden" (25 maart 1950). Hierin gaf hij te kennen dat het KNIL samen met de anti-Soekarnokrachten in het land een guerrilla zou moeten ontketenen tegen de nieuwe Indonesische regering, ter wille van "de Nederlandse belangen". Het is net alsof Van Langen Westerlings machtsgreep nog eens wilde overdoen, maar ditmaal 'legaal', met steun vanuit Den Haag. Goedkoop noemt de inhoud van deze Nota van zijn KNIL-opa "brisant" - meer niet. Hij laat na hier een conclusie aan te verbinden. Dat zo'n figuur moeilijk geschikt kon worden geacht om na repatriëring een representatieve overheidsfunctie te bekleden, schijnt de auteur te ontgaan.

Uit misplaatste familiesolidariteit weigert Goedkoop anno 2013 in te zien dat dit koloniale avontuur op touw werd gezet door een regering die eigenlijk voor een (internationale) rechtbank gebracht had moeten worden om er gehoord te worden, zoals journalist Henk Hofland al eens verlangde. Een mogelijke rechterlijke uitspraak zou dan zijn dat we te maken hebben gehad met een crimineel gezelschap: Beel, Drees, Schermerhorn, Romme ... Getuigde het, zoals Hans Goedkoop meent, van 'moed' dat Van Langen bij dít Haagse gezelschap zijn 'recht' wilde halen?
In een vraaggesprek met de Volkskrant van 8 september 2012 vertelde Goedkoop dat hij zijn eerste versie van 170 pagina's van de biografie van Renate Rubinstein had weggegooid, omdat hij deze "onecht en pompeus" vond. Ik ben bang dat dit boekje eveneens onder deze noemer gebracht moet worden.

Hans Goedkoop, De laatste man - een herinnering, Atlas 2012, 96 pp.

Literatuur

  • Thomas Beaufils, Le colonialisme aux Indes néerlandaises, in: Marc Ferro, Le livre noir du colonialisme. XVIe - XXIe siècle: de l’extermination à la repentance (Parijs, 2003), pp. 235-265.
  • Indië in de jaren zestig, een nabeschouwing [1995] in: H.J.A. Hofland, Tegels lichten. Ware verhalen over de autoriteiten in het land van de voldongen feiten (Amsterdam, 1996), pp. 207-215.
  • Otto van de Haar, Indonesische doden tellen niet (bespreking van het televisieprogramma Andere Tijden) in VPRO-gids, 16 augustus 2005.