welkom
extra
Solidariteit

Discussie over de Nieuwe Vakbeweging - 11 maart 2012

Nieuwe Vakbeweging is een kwestie van de leden

Hans Boot

In het hart van het vakbondswerk bevind ik me niet meer. Ik betreur dat evenzeer als ik het aanvaard. Mijn betrokkenheid is geen spat minder, ook niet mijn vertrouwen in een strijdbare en democratische vakbeweging. Vandaag meer of minder te zien bij schoonmakers, verzorgenden, onderwijzeressen, douaniers, politieagenten. Mijn positie op afstand tracht ik te benutten door bijvoorbeeld de plannen voor een Nieuwe Vakbeweging (NV) zo nuchter mogelijk te analyseren en te beoordelen.

Om te beginnen de volgende gedenkwaardige waarneming.
De FNV bevindt zich in een ernstige beleidscrisis die onhoudbaar wordt door het zogenoemde pensioenakkoord dat het federatiebestuur, tegen de meerderheid van de bondsleden in, afsluit met de organisatie van ondernemers. Om uit die crisis te komen, volgde buiten de leden om de aanstelling van een groep kwartiermakers onder leiding van Jetta Klijnsma. Niet een willekeurig prominent lid van de Partij van de Arbeid. Nee, uitgerekend degene die met veel vuur haar partij tot de aanvaarding van het pensioenakkoord wist te bewegen. Een wrange beslissing. Het kabinet Rutte/Verhagen/Wilders kreeg zo een meerderheid in de Tweede Kamer en de meerderheid van de FNV een knieschot.
Toegegeven, het heeft even geduurd eer ik de onverwachte komst van Jetta begreep: voor alles moest het pensioenakkoord overeind blijven. Een hoog in de bureaucratie van FNV en PvdA ingezette strategie die niet buiten onze beschouwingen kan blijven. Op onze hoede dus.

Verwonderde kwartiermakers

Tegen deze achtergrond verliest het project van de NV alle argeloosheid. De vrolijke 'wisselblogs' waarmee de kwartiermakers onder de kop "We zijn los" verslag doen van hun bezoekjes in het land bevestigen dat. Het lage werkvloergehalte van hun loopbaan als directeur, manager, bestuurder of consultant was al opgevallen, maar hun ontmoetingen met 'van onderen' hebben veel weg van een toer langs de stallen van het circus. Ze kijken hun ogen uit. Wat een vaktrots, sociale bewogenheid, directheid en actiezin! Daarmee wil ik op de foto.
Toch ging ik na enige aarzeling in op de uitnodiging, samen met Marten Buschman, van kwartiermaker Tuur Elzinga. We spraken met zijn drieën zo'n anderhalf uur op 8 maart in een Amsterdams koffiehuis. Marten is redacteur van het online tijdschrift "Onvoltooid verleden" (www.onvoltooidverleden.nl), Tuur werkt bij FNV Mondiaal en is voor de SP lid van de Eerste Kamer. Het was een vriendelijk en onderhoudend gesprek dat mij tot de conclusie bracht dat die NV werkelijk op stapel staat en dat de vakbondsleden zich er nadrukkelijk mee dienen te bemoeien. Ook al lijken heel wat contouren vast te liggen, onduidelijkheid en onzekerheid beheersen de uitwerking.

Tuur kwam om te luisteren, een therapeutische zitting werd het echter niet. Zijn instemming met delen van onze kritiek was merkbaar en zijn belofte die door te geven aan de - behoudende - groep kwartiermakers, en vooral elders, maakte een serieuze indruk. Dat gold ook voor de aankondiging van een mogelijk volgende gespreksronde. Meer konden we niet verwachten.

Kritisch commentaar

Kort samengevat waren dit de hoofdpunten van ons commentaar.
* Wezenlijk is dat de vakbeweging zich onderscheidt van de ondernemers en hun organisaties. In minstens twee opzichten: beleid en mate van democratie. Wat daar tot nu toe over bekend is uit de berichten van de verkenners en kwartiermakers, geeft te denken.
- Temidden van de nadruk op structuren is de steun binnengeslopen aan de door het management gekoesterde ideeën over de individuele autonomie op de arbeidsplaats en verantwoordelijkheid voor de arbeidsvoorwaarden. Geen woord over belangentegenstellingen en collectiviteit. De aandacht voor diversiteit en pluriformiteit in de arbeidsverhoudingen sluit daarop aan. De in Nederland, internationaal uniek, hoge flexibiliteit (tijd, contract, aantal, plaats, functie) is geen lofzang op de tot nu toe gevolgde koers van de FNV en haar bonden. Eerder een smartenlied.
- De Nederlandse vakbeweging is geen school voor democratische beleidsvorming en organisatie. Dat geldt ook voor de ingezette weg naar de NV, ver weg en van boven, zonder enige bemoeienis van de leden. De verkenners en kwartiermakers zwijgen over democratie of gebruiken vaagheden als "dichtbij de mensen" en een "direct mogelijke betrokkenheid" van de leden. Verkiesbaarheid van de verschillende bestuurdersfuncties? Stilte.

* Beide zwaktes in de beschikbare informatie over de NV - ondernemersvriendelijk beleid en magere verenigingsdemocratie - zijn de steunpilaren van de maatschappelijke integratie van de vakbeweging, wat de laatste jaren het 'poldermodel' heet. Beide blijken in de contacten en gesprekken tussen leden en kwartiermakers hete kwesties te zijn. En terecht. Met name 'ledenparlementen' met volledige zeggenschap over een onafhankelijk beleid zullen een belangrijke stap voorwaarts zijn.

* Uitgangspunten als 'bouwen van onderop' en werving van (jonge) leden in 'nieuwe doelgroepen' zijn kenmerkend voor al of niet ingrijpende beleidsherzieningen ten tijde van een vakbondscrisis. Bekende voorbeelden zijn het bedrijvenwerk in de jaren zestig/zeventig van de vorige eeuw en in de jaren tachtig/negentig het vrij snel gestrande project "FNV 2000". Ons verbaast het dat de huidige voornemens niet gepaard gaan met grondige evaluaties van voorgaande, kennelijk niet geslaagde, vernieuwingen.

* Naar onze indruk zinderen de bonden, kader- en bedrijfsgroepen niet van de discussie over de komst van de NV. Juist de lopende en door het kabinet voorgenomen sociale ontwrichting geven daartoe alle aanleiding. Voor de hand zou toch liggen dat de acties en stakingen in verschillende sectoren direct verbonden worden met de NV. Een website en foto's zijn dan onvoldoende. 'Ouderwetse' openbaarheid in bijenkomsten, demonstraties enzovoort vormen meer dan een aanvulling. Wat te denken van een landelijk fluitconcert op straat en in de bedrijven/instellingen gedurende vijf of desnoods twee minuten als daad van solidaire ondersteuning van de schoonmakers?
Bovendien is de informatievoorziening op de website karig en ook nog eens selectief. Waarom geen kritisch debat gestart, waarom geen bijdragen van (kader)leden?

In handen nemen

Nogal wat kwesties zijn in het gesprek met Tuur slechts aangeroerd. De kwartiermakers maken er soms een marginale opmerking over. Een paar voorbeelden.
Is de NV ook een brede vakbeweging met debatten en opvattingen over maatschappelijke vraagstukken als vrede, veiligheid, privacy, vreemdelingenhaat?
Of, hoe houdbaar en werkbaar is een organisatie op basis van een beroep, hoe dat beroep te omschrijven, hoe voortdurend aan te passen? Wordt de NV een verzameling van categorale organisaties?
Of, wat is de positie van wat het centrale of sectoroverstijgende niveau genoemd wordt, hoe openbaar is de daar aan de orde zijnde informatie, hoe komen eventuele akkoorden met kabinet en ondernemers tot stand, zijn de betreffende functionarissen verkies- en afzetbaar?

Tot slot. Zeker nu de bankencrisis vandaag en morgen een harde weerslag in ons dagelijks bestaan heeft en de NV daaraan voorbij lijkt de fietsten, is het tijd dat de voorbereidingen en raadplegingen uit de geslotenheid van de vakbondsstructuren komen. Openheid dus. En nu tegelijkertijd het protest en de acties tegen ontslagen, bezuinigingen en 'hervormingen' toenemen, dienen de kwartiermakers en uiteindelijk de bondsraden en bondsvoorzitters met commentaren bestookt te worden. De plannen zijn vergaand, de beleidscrisis van de FNV is onopgelost en voorlopig is de Nieuwe Vakbeweging niet in goede handen.