welkom
extra
Solidariteit

Een reis door de geschiedenis vanaf 1212

Het jaar 12 door de eeuwen heen

Harry Peer

Deze historische wandeling begint in Bergen op Zoom in 1212 en eindigt in Oslo in 2012. Onderweg ontmoeten we onder meer Edward III, Jeanne d'Arc, Mercator, Saskia Uylenburgh, Jean-Jacques Rousseau, Charles Dickens, Marten Toonder en José Manuel Barroso. Het was een plezier mij te verdiepen in uiteenlopende figuren, voorvallen, gebeurtenissen en wat dies meer zij en via 'het jaar 12' met elkaar te verbinden.

Friedrich Nietzsche roept de nodige herkenning en bevestiging op voor zo'n niet alledaagse activiteit:
"De geschiedenis behoort bij uitstek de handelende en machtige mens die een grote strijd strijdt en die voorbeelden, leermeesters, vertroosters nodig heeft, maar deze in het heden onder zijn lotgenoten niet kan vinden." 1
"Op de tweede plaats behoort de geschiedenis de behoudende en vererende mens toe - hij die trouw en liefdevol terugblikt op waar hij vandaan komt en waarin hij gevormd is en die met deze eerbied als het ware zijn dank betuigt voor het leven." 2

Stadsrechten Bergen op Zoom en Oisterwijk - 1212

Bergen op Zoom,  Markiezenhof
Bergen op Zoom, Markiezenhof
De reis begint in een mooie historische plaats in het zuiden van Nederland. Bergen op Zoom herdenkt in 2012 dat ze 800 jaar stadsrechten heeft. Dat impliceert belangrijke rechten, zoals het recht om een markt te organiseren. Bergen op Zoom houdt al die tijd markt op donderdag. Indrukwekkend. De inwoners zijn trots op hun oude stad die in de Middeleeuwen zelfs groter was dan Antwerpen; 800 jaar stadsrechten wordt dan ook met vele activiteiten uitbundig gevierd.
Er waren al vrij vroeg drie kernen te onderscheiden die later een stad vormden. Dat waren het oude hof van de heren van Bergen op Zoom, het gedeelte op en rondom de Grote Markt en dat van de Haven en de Dubbelstraat. "Je hoeft hier niet geboren te zijn om hier vandaan te willen komen", een dichtregel van Bert Bevers op een monument in Bergen op Zoom. Een wandelaar in de fraaie binnenstad, die dan voorts nog het Markiezenhof aandoet, kan dat slechts beamen. Vroeger woonden de Heren en Markiezen van Bergen op Zoom in dit mooie laatgotische stadspaleis. Tegenwoordig doet het dienst als museum en regionaal archief. Je verdwaalt al snel in dit grote gebouw met zijn vele zalen, kamers, galerijen, traptorens, binnenplaatsen en tuinen. Bergen op Zoom telt ongeveer achthonderd monumenten, waarvan er enkele publiekstrekkers zijn: het oude Stadhuis, de Sint Gertrudiskerk, de Synagoge en de Gevangenpoort (Lievevrouwepoort).

In CarTOENS. Vijftig momenten uit de geschiedenis van Bergen op Zoom hebben vijftien politieke tekenaars en cartoonisten de geschiedenis van Bergen op Zoom weergegeven. Bij 1212 Stadslucht maakt vrij is te lezen: "Godfried II, heer van Breda, gaf Bergen tussen 1198 en 1212 stadsrechten. De oorkonde met het stadsrecht is tijdens de grote brand van 1397 met de rest van het stadsarchief verloren gegaan. In een oorkonde van 25 februari 1212 ligt het bewijs dat Bergen op Zoom al over stadsrechten beschikte. Het was nog maar een kleine nederzetting die tijdens de dertiende eeuw verder uitgroeide tot een echte stad. Vanaf 1272 werd de naam 'Bergen op (den) Zoom' gebruikt."
De stad is dus eigenlijk nog wat ouder dan 1212 en de tentoonstelling in de Markiezenhof en CarTOENS laat zien dat er zelfs al mensen leefden in de prehistorie, al was het gebied niet zo geschikt voor bewoning vanwege de vele moerassen en vennen. In de Romeinse periode lag er op het huidige Thaliaplein een cultusplaats. De stad kreeg internationale betekenis door de jaarmarkten die er werden gehouden. Kooplieden van verre kwamen met hun handelswaar naar de stad. In de zestiende eeuw nam de bloeiperiode af. Dat kwam onder meer, doordat handelslieden naar Antwerpen trokken. Door overstromingen van de Scheldeoevers stond een belangrijk deel van het achterland onder water en ook de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) zorgde voor veel schade.
Na de vrede van Münster in 1648 had Bergen op Zoom voornamelijk de functie van vestingstad. Het Franse leger slaagde er echter in, 1747, om de stad na veel plunderingen in te nemen. Om die reden staat de naam van Bergen op Zoom gegrift in de Arc de Triomph in Parijs. De Fransen vertrokken na enkele jaren om in 1795 vergezeld door de eerder uitgeweken Patriotten weer terug te keren. Eind 1813 konden de Nederlanders de Fransen weer uitzwaaien. Vanwege de haven en de strategische ligging tussen Holland en Zeeland heeft Bergen op Zoom zich in zijn geschiedenis geregeld teweer moeten stellen tegen indringers zoals Spanjaarden en Fransen.
In 1867 verloor de stad zijn vestingfunctie en kwam er een flinke uitbreiding. Beroemde personen woonden in de stad: Jacob Obrecht, Desiderius Erasmus, Joris van Spilbergen, Anton van Duinkerken. De handels- en vestingstad industrialiseerde vanaf het midden van de negentiende eeuw. De pottenbakkerij was al bekend, metaalnijverheid en suikerindustrie zorgden daarna voor veel werkgelegenheid.
Bergen op Zoom heeft ruim 65.000 inwoners en bestaat sinds 1 januari 1997 uit de voormalige gemeente Bergen op Zoom, Halsteren en delen van de gemeenten Steenbergen, Woensdrecht en Wouw. Een betrouwbare bron uit Halsteren laat weten dat velen in deze plaats niet echt gelukkig waren en zijn met de inlijving bij de grote buur. Ze koesteren de eigen identiteit. Zoals in veel regio's in Nederland staat de door het rijk afgedwongen gemeentelijke herindeling haaks op eeuwenoude tradities en veroorzaakt heftige emoties. Het plan van het kabinet Rutte II om gemeenten met minimaal 100.000 ingezetenen te vormen, stuit dan ook op veel weerstand.

Niet alleen Bergen op Zoom, maar ook Oisterwijk viert in 2012 dat ze acht eeuwen geleden stadsrechten kreeg. Vermoedelijk van dezelfde hertog van Brabant, al is dat niet helemaal zeker, aangezien er verschillende jaren de ronde doen over de toekenning van stadsrechten. Eerder werd voor Oisterwijk het jaar 1230 genoemd. Maar de laatste berichten van stadshistorici, wijzen toch inderdaad op 1212. Oisterwijk telt ongeveer 26.000 inwoners. De gemeente is als gevolg van een herindeling in 1997 uitgebreid met Moergestel (6.000 burgers) en de kleine kern Heukelom (300 burgers). De inwoners vieren massaal het jubileum, met maar liefst meer dan 130 evenementen. De Oisterwijkse stadsdichter Jan van Rijthoven promootte 8 september zijn stad op de landelijke Stadsdichtersdag in Lelystad. In het centrum van Oisterwijk is een bloemenborder aangelegd van 800 voeten lang. Van 800 inwoners van Oisterwijk, Moergestel en Heukelom is de lengte van een voet gemeten. Deze lengten maken samen de lengte van de bloemenborder. De burgers hebben uit eigen tuin meer dan 3.000 vaste bloemen en planten ter beschikking gesteld. Zestig vrijwilligers onderhouden de bloemenborder die daardoor een lust is voor het oog. Dit is ware gemeenschapszin.
Het treft deze historische tocht te kunnen beginnen in twee Nederlandse steden. De volgende bestemming is Leipzig in het oosten van Duitsland, een plaats waar al acht eeuwen hemelse muziek klinkt.

800 jaar Thomana - 1212

Jongens Thomanerkoor in de Thomaskerk in Leipzig
Jongens Thomanerkoor in de Thomaskerk in Leipzig
Voor de ingang van de Thomaskerk in Leipzig staat een groot standbeeld van Johann Sebastian Bach (1685-1750). Bach dirigeerde en speelde in de Thomaskerk. Hij was er cantor van 1723 tot zijn dood in 1750, gaf er muziekles en componeerde. De kerk is een laatgotisch gebouw uit het einde van de vijftiende eeuw. Het heeft een opvallend spits dak. De Thomaskerk, het Sint Thomas Jongens Koor (het Thomanerchor) en de Thomasschool bestaan sinds 1212 en zijn nauw met elkaar verbonden. Ze zijn gesticht door markgraaf Dietrich von Meissen (1162-1221). De herdenking van "800 Jahre THOMANA" wordt in dit jubileumjaar groots aangepakt; 2012 is een muzikaal hoogtepunt voor Leipzig. Het koor van bijna honderd jongens van negen tot achttien jaar is het oudste in Duitsland en geniet grote internationale faam. Het koor zingt wekelijks in de kerk, op hoogtijdagen begeleid door leden van het Gewandhausorkest.
De geschiedenis van de drie Thomasinstituties is nauw verbonden met de kerkelijke, culturele, politieke en maatschappelijke ontwikkeling van de stad Leipzig. Denk bijvoorbeeld aan de overgang in de zestiende eeuw van rooms-katholiek naar protestant, dat wil zeggen evangelisch-luthers. Met de invoering van de Reformatie in Leipzig in 1539 groeide de stad uit tot het middelpunt van de protestantse kerkmuziek. Maarten Luther predikte in de Thomaskerk. De door de handel ontstane rijkdom van Leipzig maakte het mogelijk de inrichting van de kerk steeds aan te passen aan de smaak van de tijd. Perioden van rijkdom en armoede en ellende wisselden elkaar af. Kerk, koor en school overleefden de pest, honger, de Dertigjarige Oorlog (1618-1648), interne Duitse twisten, Napoleon, de beide wereldoorlogen, het nazisme en het communisme.
Johann Sebastian Bach, standbeeld in Leipzig
Johann Sebastian Bach,
standbeeld in Leipzig
Na de Duitse hereniging in 1990 werd met financiële steun van veel partijen de kerk gerestaureerd. Bachs stoffelijke resten liggen in het koor van de kerk. Het is duidelijk dat de Thomaskerk bijna een bedevaartsoord is, het walhalla voor de liefhebber van Bach, wiens aanwezigheid je bijna lijfelijk voelt. De huidige cantor is de 36ste in rij, Bach was de twintigste. Een pand vlakbij van vrienden van de familie Bach is nu omgedoopt tot het Bach-museum. Hans Brandts Buys schrijft in zijn biografie over Bach: "De Thomaner werden naar hun zangprestaties verdeeld in vier koren. Het derde en vierde koor moesten in de Peterskerk en in de Nieuwe Kerk de gemeente op toon houden, het eerste en het tweede koor zongen afwisselend in de Thomakerk en in de Nikolaikerk. Bach leidde het eerste koor, koorprefecten (oudere scholieren die ver genoeg gevorderd waren dit werk te kunnen doen) zorgden voor de drie andere koren. Het tweede koor zong eenvoudige zangen en een motet, alleen het eerste voerde ingewikkelde zangen uit en behalve een motet nog een cantate." Maarten't Hart is een hartstochtelijk bewonderaar en kenner van Bach over wie hij een enthousiast boek heeft geschreven.

Een bezoek aan Leipzig brengt eveneens het contact met andere beroemde componisten. Richard Wagner (1813-1883) is een beroemde zoon van de stad. Robert en Clara Schumann woonden tussen 1840 en 1844 in het Schumann-Haus in de Inselstrasse en we dwalen door de kamers van het Mendelssohn-Haus in de Goldschmidtstrasse, waar Felix Mendelssohn-Bartholdy (1809-1847) de laatste jaren van zijn leven met zijn gezin heeft gewoond. Leipzig heeft meer te bieden dan muziek, het is ook een boeken- en een beursstad. Leipzig kreeg in 1409 een universiteit (opgericht door uitgeweken hoogleraren van de Universiteit van Praag; een verrassende parallel met Oxford waar precies twee eeuwen daarvoor boze docenten de universiteit verlieten om Cambridge University te starten), waar bekende Duitsers hebben gestudeerd: Johann Wolfgang von Goethe, Erich Kästner, Friedrich Nietzsche, Angela Merkel. Het Thomanerchor had natuurlijk moeten worden uitgenodigd voor een optreden in Bergen op Zoom en Oisterwijk. De Nederlandse steden en het Duitse koor vieren dezelfde verjaardag.

Kinderkruistocht - 1212

"Laat de kinderen tot mij komen" is een uitspraak die aan Jezus wordt toegeschreven. Een dergelijke uitspraak van de paus zouden we nu bedenkelijk vinden. In 1212 gingen kinderen vanuit Duitsland en Frankrijk op weg naar het land van Jezus om zijn erfenis te beschermen en Jeruzalem van de islam te bevrijden. Ergens in Duitsland, naar verluidt vanuit Keulen, zijn in 1212 kinderen in groepen opgetrokken naar het zuiden, aangevuurd door een religieus besef dat het Heilig Land moest worden verdedigd. Misschien hebben de zingende knapen uit Leipzig wel vooropgelopen. De groep van circa 7.000 jongeren stak de Alpen over, geleid door een zekere Nicolaas die een visioen had gekregen waarin God of een engel hem de opdracht gaf een leger van kinderen te verzamelen en naar Jeruzalem te trekken. Deze Duitse groep bleef steken in Genua en Rome. Een vergelijkbare grotere groep van 30.000 kinderen met aan het hoofd de twaalfjarige Stephan van Cloyes trok op richting Marseille. Sommigen scheepten zich daarin, leden vervolgens schipbreuk, verdronken of kwamen in handen van slavenhandelaars.

Kruistocht in spijkerbroek
Kruistocht in spijkerbroek
De meeste historici beoordelen deze Kinderkruistocht(en) als mythevorming, onder andere door taalkundige misverstanden in het leven geroepen. Het zou meer gaan om ontheemde boeren die uit geldnood hun land moesten verkopen. In de Middeleeuwen had de Latijnse term 'pueri' twee betekenissen, jongens en ontheemde boeren en zwervers. Later is dat vertaald als kinderen. Marianne Mooijweer heeft in het Geschiedenis Magazine van april-mei 2012 een aardig verhaal over de kinderkruistocht van 1212 geschreven. Wanneer het de rijke vorsten en ridders maar steeds niet lukte om Jeruzalem te bevrijden, moesten de armen het maar overnemen. Godsvertrouwen en hervormingen zouden Jeruzalem binnen bereik brengen. Kroniekschrijvers die bang waren voor hervormingen zetten de idealistische deelnemers aan deze volkskruistocht weg als malle kinderen. Thea Beckman heeft over dit fenomeen een bijzonder boek Kruistocht in spijkerbroek (1973) geschreven. De hoofdpersoon Dolf is met een tijdmachine naar het jaar 1212 in de middeleeuwen verplaatst en sluit zich in Spiers aan bij de daar passerende Kinderkruistocht. Beckman ontving voor dit boek in 1974 de Gouden Griffel en een Europese prijs voor het beste historische jeugdboek. In 2005/2006 is het boek verfilmd door Ben Sombogaart onder de titel Crusade in Jeans.
Martinus Nijhoff (1894-1953) heeft over de Kinderkruistocht een gevoelig gedicht geschreven. De eerste druk dateert uit 1927.

De Kinderkruistocht

Zij hadden een stem in het licht vernomen:
"Laat de kinderen tot mij komen."
Daar gingen ze, zingende, hand in hand,
Ernstig op weg naar het Heilige Land,
Dwalende zonder gids, zonder held,
Als een zwerm witte bijen over het veld.
In de armen van een der kinderen lag
Een wolke-wit lam en een kruis met een vlag.
De menschen gaven hun warme pap
En brood en vruchten en melk in een nap,
En kusten hen, weenend om het woord
Dat de kinderen lachend hadden gehoord.
Want iedereen blijven Gods woorden vreemd,
Behalve hem die ze van God zelf verneemt.
Zij zijn bij de haven op schepen gegaan
En sliepen op 't dek tegen elkander aan.
De grootste der sterren schoof met hen mee
En wees den stuurman den weg over zee.
Soms schreide er één in zijn droom en riep
Over het water totdat hij weer sliep.
Met een dunne hand vóór haar gezicht
Dempte de maan de helft van haar licht.

Zij voeren voorbij den horizon
Waar de dag in een hoek van den hemel begon.
Toen stonden ze zingend voor-op het schip
En zagen in zee een wit huis op een klip.
Wie alles verlaat vindt in vaders huis
Dat vele woningen heeft, zijn thuis.
Het anker rinkelde en viel in zee.
- Domine infantium libera me -
Het hart van een kind is zoo warm en los,
- Pater infantium liberet vos -
Zoo buiten de wereld en roekeloos,
- Domine infantium libera nos -
Dat ze gingen en zelfs geen afscheid namen.
- Libera nos a malo. Amen.

Koning Edward III - 1312-1377

Koning Edward III (1312-1377)
Koning Edward III
(1312-1377)
Op 13 november 1312 komt in Windsor een baby ter wereld die als de toekomstige koning Edward III de Honderdjarige Oorlog (1337-1453) zou beginnen. Nog geen vijftien jaar oud wordt de jongen op 1 februari 1327 in de Westminster Abbey tot koning van Engeland gekroond. Een jaar later trouwt Edward III met Philippa Hailnault uit York. Zij baart dertien kinderen.
Het was een roerige tijd. Roger de Mortimer, de minnaar van zijn moeder Isabella van Frankrijk, hield Edwards vader opgesloten in de gevangenis. Acht maanden later wordt Edward II daar vermoord. In 1330 neemt zijn zoon wraak door Mortimer als verrader terecht te stellen. Met zijn obsessieve claim op de troon van Frankrijk, gebaseerd op de historische landgoederen van de Plantagenets in Gascogne en het onterechte beroep op de rechten van zijn moeder, kleindochter van Filips de Schone, heeft Edward III heel wat ellende veroorzaakt. Hij viel Frankrijk diverse keren met zijn legers binnen en maakte naam als krijgerkoning met beroemde overwinningen op de Fransen bij Sluis, Crécy en Poitiers. In 1347 nemen de Engelsen Calais in wat tot 1559 de operatiebasis voor het Engelse leger blijft. De deemoedige onderwerping van de burgers van Calais is vereeuwigd in de beroemde beeldengroep van Rodin.
Edward III had zich beter om zijn onderdanen kunnen bekommeren. De Zwarte Dood slaat toe, in nog geen drie jaar tijd tussen 1348 en 1350 komt een derde van de Engelse bevolking door de pest om het leven. Edward III gaf zichzelf in 1340 de titel van koning van Frankrijk. Dat deed hij tijdens een bezoek aan Gent. Hij hoopte in Vlaanderen en andere Nederlandse gewesten steun te vinden in zijn strijd tegen de Fransen. Zijn opvolgers continueerden de claim op het koningschap van Frankrijk meer dan vier eeuwen. Pas in 1801 liet George III dit vallen.

Edward III stichtte in 1349 de Orde van de Kousenband. Dit fraaie staaltje van laatmiddeleeuwse riddercultuur is nog steeds de hoogste Britse onderscheiding. Aan het eind van zijn leven werd Edward III seniel. Hij raakte volkomen in de greep van zijn gulzige minnares Alice Perrers. Leven en regering van Edward III vielen voor een groot deel samen met de zogeheten Babylonische Ballingschap van de pausen in Avignon (1309-1377) en met dat van Geoffrey Chaucer (1340-1400), de eerste grote schrijver in de geschiedenis van de Engelse literatuur, met zijn Canterbury Tales ook wel de vader van de Engelse dichtkunst genoemd. Chaucer verrichtte zelfs enige tijd officiële zaken voor de koning in het buitenland. Zowel de koning als de dichter zijn begraven in de Westminster Abbey in Londen.

Jeanne d'Arc - 1412-1431

Jeanne d'Arc (1412-1431)
Jeanne d'Arc (1412-1431)
Bij beroemde Fransen denken we aan Lodewijk de Veertiende/de Zonnekoning, Napoleon, Charles de Gaulle, Voltaire, Rousseau, Victor Hugo, Emile Zola, Simone de Beauvoir, Jean-Paul Sartre. De bekendste vrouw zal Jeanne d'Arc zijn, het boerenmeisje uit het Lotharingse Domrémy, geboren op 6 januari 1412. Haar geboortejaar valt in wat later de Honderdjarige Oorlog (1337-1453) is gaan heten, met als inzet het koningschap van Frankrijk. Het Franse platteland was door rondzwervende legertjes verwoest. De boeren leden honger. Af en toe was er een veldslag tussen het Engelse en Franse leger. Op jonge leeftijd hoorde Jeanne naar eigen zeggen goddelijke stemmen die haar aanspoorden om de Engelsen uit Frankrijk te verdrijven.
Op zeventienjarige leeftijd brak zij het Engelse beleg van Orléans. De daarna, in opdracht van de dauphin Karel VII, volgende verovering van Reims leidde tot diens kroning in de Notre Dame aldaar. De Bourgondiërs namen Jeanne bij Compiègne gevangen en leverden haar uit aan de Engelsen. De nationale heldin werd als ketterin veroordeeld en op 30 mei 1431 in Rouaan gedood. Jeanne's gevangenneming, berechting en dood op de brandstapel hebben haar tot een mythische figuur gemaakt. De rooms-katholieke kerk trok Jeanne, de Maagd van Orléans, met haar heiligverklaring in 1930 naar zich toe. 30 Mei is een nationale gedenkdag geworden in Frankrijk. Het museum in Dordrecht toont een bijzonder schilderij van Ary Scheffer (Dordrecht 1795-Argenteuil 1858) van de intocht van Jeanne d'Arc en Karel VII in Reims.

Johannes Hus - in 1412 verbannen uit Praag

Aan het einde van de Middeleeuwen werd de Kerk hard aangesproken door hervormers die de zelfverrijking en het losbandige en corrupte gedrag van de prelaten aan de kaak stelden. Het heeft wel wat weg van onze huidige afkeer van en kritiek op de egoïstische, graaiende bankiers en CEO's. De kerk zou terug moeten naar de zuivere boodschap van naastenliefde van Jezus Christus, waarbij de Bijbel leidraad van handelen is. Daarover had nu zes eeuwen later ook de eerste tweet van paus Benedictus XVI moeten gaan. Maar wie weet welke verrassingen zijn volgers nog wachten.
Johannes Hus
Johannes Hus (1369-1415)
De wandeling gaat door Praag. De aan beide zijden van de rivier de Moldau gelegen hoofdstad van Tsjechië is één van de mooiste steden in Europa. Meerdere bruggen waaronder de beroemde Karelsbrug verbinden de twee helften van de stad. Op het door prachtige barokke gebouwen omgeven Oude Stadsplein, gedomineerd door twee grote kerken en de hoge toren van het stadhuis, trekt de blik naar een indrukwekkend, groenkleurig art nouveau-monument van Johannes Hus (1369-1415). Hus wordt omringd door zijn volgelingen die net als hij werden verbannen. Deze beroemde Tsjech was een kerkhervormer die het met de dood moest bekopen en is een symbool geworden van het Tsjechische nationalisme. Hus zelfde bouwde weer voort op de geschriften van de Engelsman John Wycliff (± 1320-1384). Hij predikte in de Bethlehem-kapel.
Naast dat Hus ervoor pleitte de gelovigen in hun eigen taal in plaats van het Latijn toe te spreken, postuleerde hij de kerk als een gemeenschap van gelijken. Hus' beroemdste werk is niettemin in het Latijn, de taal van de geleerden, gepubliceerd. Het traktaat heet De ecclesia (Over de kerk). Johannes Hus' parool Veritas Vincit (De waarheid zal overwinnen) is in de twintigste eeuw overgenomen door de stichter van Tsjecho-Slowakije Tomas G. Masaryk (in 1918) en later door Václav Havel (in 1989).
In 1412 wordt Hus geëxcommuniceerd en uit Praag verbannen. Keizer Sigismund belooft Hus een vrijgeleide om op het Concilie van Konstanz (1414-1418) zijn opvattingen te verdedigen. De herberg in de St. Paulus Gasse waar Hus kort verbleef, is nu een museum waar de belangstellende kennis van zijn leven en werken kan nemen. Een vertaling van een tekst van Hus: "Door de zielloze vrijheden waarin de Kerk zwelgt is bijna de hele christelijke kerk vergiftigd en verdorven". Het volgende citaat is waarlijk zo vooruitziend dat gelet op de oorlogen in de twintigste eeuw het best in het Duits kan blijven: "Kein Volk wird das Schwert erheben um ein anderes Volk zu bekämpfen, denn alle Bewohner der Erde werden sich an der Schönheit des Friedens erfreuen".

De godvruchtige deelnemers aan het Concilie slepen Hus, beschuldigd van ketterij, op 6 juli 1415 uit zijn kerker, verbranden hem en strooien zijn as uit over de Rijn. 29 Kardinalen en 160 bisschoppen kijken vroom toe. Op 30 mei 1416 treft Hus' vriend Magister Hiëronymus van Praag hetzelfde lot. We moeten Rome, de rooms-katholieke kerk nageven dat ze voor haar vonnissen in zaken van leven en dood geen onderscheid maakt tussen mannen en vrouwen. Eén ding is zeker. Johannes Hus zal nooit, zoals Jeanne d'Arc, heilig worden verklaard. De ecclesia maakte een eeuw later diepe indruk op Maarten Luther, "Intuïtief zijn wij allen Hussieten". Het standbeeld op het Oude Stadsplein in Praag werd op 6 juli 1915 onthuld ter gelegenheid van de vijfhonderdste verjaardag van de martelaarsdood van Johannes Hus. De zesde juli is nu een nationale feestdag in Tsjechië.

Maarten Luther - hoogleraar te Wittenberg in 1512

Maarten Luther (1483-1546)
Maarten Luther (1483-1546)
Wittenberg in het huidige Saksen-Anhalt is nauw verbonden met de Reformatie. In 1508 kwam Maarten Luther naar deze plaats en in 1512 werd hij er benoemd tot hoogleraar in de theologie. Hij bleef er tot zijn dood in 1546 wonen. Luthers ideeën hebben niet alleen de Rooms-katholieke Kerk veranderd, maar ook de muziek, de kunst, de cultuur en de politiek. De uitleg van de Bijbel, de exegese, vormde de kern van de reformatorische boodschap. Voorts heeft Luther met zijn bijbelvertaling de basis gelegd voor de huidige Duitse taal. Luther was een felle tegenstander van de kerkelijke aflaatpraktijk. Op 31 oktober 1517 timmerde hij zijn beroemde 95 stellingen aan de deur van de Slotkerk in Wittenberg. Het leidde tot zijn excommunicatie door de paus op 10 december 1520 en daarna tot de rijksban door Karel V op de Rijksdag te Worms.
Het merendeel van de huidige bewoners van Wittenberg is niet gelovig, maar dat neemt niet weg dat de voorbereiding op het vijfhonderd jarigjubileum van de Reformatie in 2017 al aan de gang is. Luther behoort met Goethe en Bach tot de drie beroemdste en op hun terrein invloedrijke persoonlijkheden uit oostelijk Duitsland. Overal treffen we hun sporen aan in de deelstaten Thüringen, Saksen en Saksen-Anhalt. Er staat een levensgroot standbeeld van Luther voor de Frauenkirche in Dresden. Er is overigens allerminst een reden Luther voor te stellen als een soort heilige. Hij keerde zich tegen de gerechtvaardigde boerenopstanden in 1524/1525 en was een zware antisemiet.

Amerigo Vespucci - 1454-1512

Amerigo Vespucci (1454-1512)
Amerigo Vespucci (1454-1512)
Het Amerikaanse continent had natuurlijk naar Columbus genoemd moeten worden. Wat is bekend van de man naar wie de Nieuwe Wereld is genoemd en die in 1512 overleed? Amerigo Vespucci werd op 9 maart 1454 in Florence geboren. Hij groeide op in deze prachtige Renaissancestad. Na wat ervaring te hebben opgedaan als lid van een gezantschap naar Lodewijk XI van Frankrijk trad Vespucci als bankier in dienst van de rijke familie De Medici. Vespucci ging in 1492 de economische zaken van De Medici in Sevilla behartigen. Omdat hij goederen voor de grote expedities naar de Nieuwe Wereld leverde, kreeg hij vanzelfsprekend contacten met zeevaarders. Vespucci besloot zijn ambt neer te leggen en zelf ook ontdekkingsreiziger te worden. Hij was één van de weinigen die ervan overtuigd was dat Columbus een compleet nieuw en onbekend continent had ontdekt. Hij nam zich voor wat opheldering te brengen over de geografische status van de Nieuwe Wereld. Historici buigen zich over de vraag van wat er waar is van Vespucci's bewering dat hij vier reizen naar het nieuwe continent heeft gemaakt.
In 1499-1500 ondernam Vespucci een reis die in ieder geval wel met zekerheid heeft plaatsgevonden, samen met Alonso de Ojeda en Juan de la Cosa. Na de kust van Zuid-Amerika bereikt te hebben, maakte Vespucci zich los van de rest van de vloot, zeilde verder naar het zuidoosten en bereikte een brede golf, waarschijnlijk de monding van de Amazone die hij Santa Maria noemde. Hij voer door, mogelijk tot Cabo Sao Roque, keerde toen om en volgde de kust noordwestwaarts, tot de golf van Venezuela. Bij Hispaniola voegde Verspucci zich weer bij de vloot en keerde hij naar Spanje terug. Na zijn terugkeer besloot de Spaanse koning echter om geen tweede expeditie op touw te zetten en ging Vespucci in Portugese dienst over. Hij heeft altijd beweerd twee reizen voor de Portugezen te hebben gemaakt.

Vespucci schreef enkele brieven over de nieuwe wereld die hij had ontdekt. Hierin was hij vol lof over de vruchtbaarheid en de schoonheid van het continent. Deze brieven werden in Europa met grote belangstelling gelezen. Ze overtuigden geleerden dat het gebied in het westen geen losse landen of een deel van Indië was, maar een 'Nieuwe Wereld' betrof. Deze aanduiding is van Vespucci zelf, één van zijn brieven was getiteld Mundus Novus. Genoemde brieven waren vervolgens voor de Duitse cartograaf Martin Waldseemüller een reden om in 1507 op zijn kaart Universalis Cosmographiae het ontdekte land naar Vespucci te noemen. Zijn initiatief werd overgenomen. Op een landkaart van Mercator uit 1538 vinden we Terra Americi of Amerika terug als naam voor het volledige continent, met in begrip van Noord-Amerika. Vespucci werd in 1508 aangesteld bij het departement van koloniën in Sevilla, waar hij op 22 februari 1512 stierf. Twee weken later werd de man geboren aan wie Amerigo Vespucci mede zijn onsterfelijkheid heeft te danken.

Gerardus Mercator - 1512-1594

Geradus Mercator (1512-1594)
Geradus Mercator (1512-1594)
We hebben het dan over Mercator. In Nederland zijn veel straten en pleinen naar hem genoemd. Vlaams cartograaf en aardrijkskundige staat op een naambordje bij het Mercatorplein in Amsterdam-West. Gerardus Mercator is de Latijnse vertaling van Gerard de Kremer of de Cremer. Zijn ouders waren Rijnlanders uit de stad Gangelt in het hertogdom Gulik. Mercator begon zijn loopbaan in Leuven, een belangrijk stad voor de cartografie in de zestiende eeuw. Mercator verdiende zijn brood als cartograaf, instrumentmaker en graveur. Hij ging al gauw door het leven als de "Ptolemaeus van zijn tijd". Mercator zag zichzelf veel meer als een wetenschappelijk kosmograaf dan als iemand die moest leven van het maken en verkopen van kaarten. In 1552 vestigde hij zich met zijn gezin in Duisburg. Hij vervaardigde een wereldkaart, een aardglobe en in opdracht van Karel V een aantal astronomische instrumenten. Hij bedacht het woord atlas voor een kaartenverzameling in boekvorm. Dit omvatte alle kaarten van de kosmos; dus van zowel het heelal als de aarde.
Deze producten zijn voor de latere commerciële kaartmakers in de Nederlanden een goed voorbeeld geweest. Mercator overleed op 2 december 1595. Het Kultur- en Stadthistorisches museum van Duisburg besteedt in 2012 veel aandacht aan hem. Het Maritiem Museum in Rotterdam is in het bezit van een belangrijke wereldkaart van Mercator uit 1569.

De cartografische fijnproevers kunnen zich de schitterende fascimile-editie aanschaffen van de Mercator-atlas van Prins Albrecht van Hohenzollern. Dit door Van Wijnen uit Franeker uitgegeven exemplaar van de atlas telt 252 bladzijden op het formaat 41,5 x 56 cm, met 55 kaarten: de beroemde wereldkaart, 4 continenten en 51 kaarten van Europese landen.

De Sixtijnse Madonna - 1512

Sixtijnse Madonna van Rafaël
Sixtijnse Madonna van Rafaël
Deze zomer bezocht ik Dresden. Een mooie stad in de deelstaat Saksen in het zuidoosten van Duitsland. Aangetrokken door de historie, de Elbe, de Frauenkirche, de musea en de kunstschatten. In de Gemälde Galerie Alte Meister van de Staatliche Kunstsammlungen in Dresden is de Sixtijnse Madonna van Rafaël (1483-1520) te bewonderen. De mooiste vrouw van de wereld is vijfhonderd jaar geworden, dat staat overal in de stad. Het schilderij heeft hier een cultstatus te vergelijken met de Mona Lisa in het Louvre. In 1512 kreeg Rafaël de opdracht van paus Julius II om dit schilderij te maken. Julius II had wat te vieren. De aanleiding voor dit eervolle verzoek was de overwinning van de paus op de Franse troepen van Lodewijk de Twaalfde in de zomer van 1512. Het is één van de mooiste kunstwerken van de wereld geworden, een prachtig beeld uit de Hoog Renaissance.
Wat zien we? De moeder van God draagt het kindje Jezus van de hemel naar de aarde. Naast haar knielen de heilige Sixtus en de heilige Barbara. Er gaat een bijzondere bekoring van het schilderij uit. Veel mensen kennen het vanwege de twee schalks ogende engeltjes die onder aan de rand van het doek hangend naar boven kijken. Het schilderij was bestemd voor de kloosterkerk San Sisto in Piacenza. August II, keurvorst van Saksen en koning van Polen, had zijn zinnen gezet op de Sixtijnse Madonna. Na een paar jaar stevig onderhandelen met de Italianen wordt het in 1754 in het residentieslot in Dresden onthuld. Het schilderij heeft Napoleon en de beide wereldoorlogen overleefd.

Rafaël behoort samen met Michelangelo en Leonardo da Vinci tot de grootste kunstenaars van de Italiaanse Renaissance. Enkele persoonlijke gegevens. Rafaël (Raffaello Sanzio) is geboren in Urbino. Hij begon als een ijverige schildersleerling in Perugino in de provincie en ontwikkelde zich vanaf 1504 verder in Florence. In de stad van De Medici maakte hij veel portretten en Madonna's. Paus Julius II ontbood hem in 1508 in Rome. In de Eeuwige Stad groeide hij tot het genie zoals die nu nog bekend is. De meest prestigieuze opdracht was de decoratie van de Stanza, de pauselijke vertrekken van het Vaticaan. De school van Athene is de beroemdste van de serie fresco's. Hierop staan de belangrijkste filosofen uit de klassieke oudheid bij elkaar gebracht. Indrukwekkend is ook de "Verdrijving van Heliodorus uit de tempel", waarin Julius II op een draagstoel wordt voortgedragen als wereldlijk heerser en symbool van de pauselijke macht. Rafaëls gevoel voor schoonheid en kleurbehandeling zijn onovertroffen. Zijn verfijnde stijl wordt bewonderd en nagebootst. De Sixtijnse Madonna is van vanwege haar vijfhonderdste verjaardag extra in het zonnetje gezet. Het blijft achter op de plek in Dresden waar het al meer dan 250 jaar verblijft.
Naar Italië afreizen is ook mogelijk, Florence, Rome en het Vaticaan bezoeken om daar te genieten van Rafaëls andere Madonna's en fresco's. Maar ook wat dichter bij huis is de grote renaissance kunstenaar te bewonderen: het Teylers Museum in Haarlem organiseert in samenwerking met het Albertina Museum in Wenen van 28 september 2012 t/m 6 januari 2013 de eerste overzichtstentoonstelling over Rafaël in ons land. Meer dan negentig tekeningen van de meester en zijn school zijn ruim drie maanden in Haarlem te zien. Tevens zijn er twee schilderijen uit de Uffizi in Florence en de Gemäldegalerie in Berlijn. De kunstwerken vormen een mooie, inspirerende kennismaking met Rafaël.

Vierhonderd jaar Nederland-Turkije - 1612-2012

In 1612 ging de Republiek der Zeven Provinciën diplomatieke betrekkingen aan met het Ottomaanse Rijk. Het met Spanje in 1609 aangegane Bestand gaf de Republiek gelegenheid wat rustiger over de grens te kijken. Hans van der Sloot en Ingrid van der Vlis hebben een boeiende biografie geschreven over het fascinerende leven van diplomaat en pionier in Istanbul Cornelis Haga (1578-1654). Op 1 mei 1612 maakte de Schiedamse jurist Haga als eerste gezant van de Republiek zijn opwachting in het paleis van sultan Ahmet I in Istanbul. Zijn biografen: "De gang naar het Topkapi-paleis maakte Cornelis Haga op 1 mei 1612 in triomf. Om zichzelf wat meer glans te verlenen en tevens recht te doen aan de verheven sultan, had hij zijn eigen 'gevolg' wat uitgebreid. Naast het reisgezelschap van twaalf personen nodigde Haga diverse 'goede vrunden, soo van de inwoonders als andere natie' uit, alsmede enkele Nederlandse zeelui die toevallig in de stad verbleven. Bij de eerste poort hielden zo'n honderd mannen de wacht. Eenmaal door de tweede poort gekomen werd het gezelschap opgewacht door leden van de Turkse krijgsmacht bestaande uit 10.000 janitsaren (infanteristen) en 2000 sipahi's (ruiters), 'die allegader met gebogen hoofde, nae de maniere van de Turcken, myn voorbygaende, de reverentie deden'. Dit vertoon bedoelde de superioriteit van het Ottomaanse Rijk te demonstreren en deed gelijk het gezelschap alle eer aan."
Haga bleef daar meer dan 25 jaar op zijn post. Hij werd er vorstelijk voor betaald. "Met een traktement van 12.000 gulden per jaar was Haga op afstand de best betaalde functionaris in de Republiek." Het toont aan hoeveel belang de Republiek hechtte aan zijn post in het Ottomaanse Rijk. Hij had tot taak de handel te bevorderen en christenslaven te bevrijden. Engeland, Frankrijk en Venetië protesteerden, want ze zagen hun belangen in het geding komen. De sultan verleende de Nederlanders een handelsvergunning. Militair-strategisch was het handig om met Turkije, dat net als de Republiek een tegenstander was van Spanje, een verbond aan te gaan. Verschillen tussen islam en calvinisme vormden geen belemmering. Integendeel zelfs. De Geuzen droegen al een penning met de inscriptie "Liever Turx dan Paus". Na zijn lange verblijf in Turkije bekleedde Haga nog de vooraanstaande positie van voorzitter van de Hoge Raad van Holland, Zeeland en West-Friesland (voorloper van de huidige Hoge Raad der Nederlanden) van 1645 tot zijn dood in 1654.

400 jaar Nederland Turkije
400 jaar Nederland Turkije

De redenering is denkbaar dat de viering van deze unieke vier eeuwen durende betrekkingen tussen beide landen de val van het kabinet-Rutte I in 2012 inluidde. Het leidde immers vanwege de ontvangst van de Turkse president Gül tot onenigheid binnen Gedeputeerde Staten van Limburg. Het CDA in het College zegde het vertrouwen op in de twee leden van de Partij van de Vrijheid die zich ongastvrij hadden gedragen tegenover de president en koningin Beatrix. Wilders zal er zo door verstoord zijn geraakt dat hij de dag erna zijn steun onthield aan wat bijna het Catshuis-akkoord zou zijn geworden. Onbedoeld heeft 'de islam' Wilders een beentje gelicht in plaats van andersom. Sinds die dag horen we Wilders ook veel minder over de islam en richt hij zijn pijlen op Europa. Meteen na de installatie van zijn tweede kabinet, VVD met PvdA, reist Mark Rutte met een handelsmissie af naar Turkije. Het lijkt wel of de minister-president de Turken wil bedanken voor het resultaat van hun onbedoelde interventie in de Nederlandse politiek. Burgemeester Van der Laan van Amsterdam en Aboutaleb van Rotterdam bezochten hun ambtgenoot in Istanbul.

Tentoonstellingen in Schiedam, in de Koninklijke Bibliotheek en het Nationaal Archief te Den Haag en in het Rijksmuseum informeren de bezoeker met belangrijke documenten over de Turkse geschiedenis en samenleving. Er zijn vergelijkbare activiteiten in Turkije zoals een Rembrandt-tentoonstelling. Elsevier kwam uit met een speciale editie Ons Turkije. Vierhonderd jaar Hollandse sporen in het rijk van de sultans en vijftig jaar Turken in Nederland. Interessante verhalen en veel kleurige illustraties. De bundel De Nederlands-Turkse betrekkingen geeft door middel van biografische portretten inzicht in de historische verhoudingen tussen Nederland en Turkije. Hierin hebben Cornelis Haga en Halil Pasja een dubbelportret gekregen, omdat zij gezamenlijk beschouwd moeten worden als grondleggers van de Turks-Nederlandse diplomatieke betrekkingen in 1612. Turkey now!, een drie maanden durend vrolijk, bruisend festival in het voorjaar van 2012 stond in het teken van vierhonderd jaar betrekkingen tussen Nederland en Turkije. Het trok in de bezochte plaatsen veel bezoekers voor muziek, dans, film, theater, culinair en fotografie.

Saskia Uylenburgh - 1612-1642

Saskia Uylenburgh (1612-1642)
Saskia Uylenburgh (1612-1642)
Saskia Uylenburgh werd geboren in Leeuwarden en daar in de Grote Kerk gedoopt op 2 augustus 1612. Ze had al tamelijk oude ouders. Haar vader, voorheen burgemeester van de Friese hoofdstad, was 58, haar moeder 47 jaar. Ze verloor op jonge leeftijd haar ouders. In de kunsthandel van haar neef Hendrick Uylenburgh in Amsterdam ontmoette ze in het voorjaar van 1633 Rembrandt. Ze trouwden op 22 juni 1634 in Sint Anna Parochie. De liefde overbrugde de standsverschillen, de dochter van een burgemeester en de zoon van een molenaar hielden van elkaar. Rembrandt heeft zijn eerste vrouw voor ons vereeuwigd.
Simon Schama heeft Rembrandt meesterlijk beschreven in De ogen van Rembrandt. Saskia's betekenis voor Rembrandt en haar beeltenissen zijn hierin prachtig geschilderd. Theun de Vries in Meester en minnaar over Saskia: "Hij schilderde haar als zijn vrouw, de dochter van de Uylenburghs, lieftallig, voornaam, en hij schilderde haar in alle vermommingen die hij met zijn verbeelding maar voor haar bedenken kon: als de bloemengodin Flora, als Susanne in het bad, als Diana en Danaë". Saskia baarde drie kinderen die kort na hun geboorte stierven. Zelf overleed ze kort na de geboorte van haar vierde kind Titus. Van Christoph Driessen verscheen in 2012 Rembrandts vrouwen. In het Geschiedenis magazine van april-mei 2012 is een interessant artikel van hem opgenomen: Meer dan een muze. Saskia Uylenburgh, burgemeestersdochter, echtgenote, zakenvrouw.

400 jaar Beemster

De Beemster is een uniek stuk Nederlandse poldergeschiedenis. Een meesterstuk uit de Gouden Eeuw. Zo bijzonder dat het sinds 1612 goed bewaarde landschap in 1999 is bekroond met de Werelderfgoed status. De naam van de droogmaler Jan Adriaenszoon Leeghwater is er aan verbonden. Over de geschiedenis van de Beemster is nu een uniek rijk geïllustreerd standaardwerk verschenen waar een team van acht historici een bijdrage aan heeft geleverd. De redactie is van Katja Bossaers en Carly Misset. De beeldredacteur Martha Bakker verdient alle lof. De titel is voor de hand liggend: 400 jaar Beemster 1612-2012 3. Op de achterflap lezen we waar het loodzware boek over gaat: over twintig generaties Beemsterlingen, boeren en boerinnen, tuinders, grote en kleine landeigenaren, winkeliers en caféhouders, polder- en gemeentebestuurders, schoolmeesters en dominees, schippers, middenstanders, ondernemers en al wie zich in de loop van de tijd tijdelijk of permanent in de polder heeft gevestigd.

Cover 400 jaar Beemster
400 jaar Beemster 1612-2012

Elk hoofdstuk leest als een boek op zich. De titel van het eerste hoofdstuk van Diederik Aten: Van water tot werelderfgoed. Ter inleiding: De droogmaking van het uitgestrekte Beemstermeer in de jaren 1607-1612 was een niet eerder vertoond staaltje van grootschalige landschapsinrichting en waterbouwkunde. Het initiatief lag bij een groep kapitaalkrachtige particuliere investeerders, met name kooplieden uit Amsterdam. Het landschap werd met wiskundige precisie ingericht. Maar aan de ingebruikname van het nieuwe land ging heel wat vooraf. Hoofdstuk 2, eveneens van Aten, Wind, stoom, diesel en stroom. Voorts: De Beemster ligt 3 tot 4 meter onder de zeespiegel. Dat stelt bijzondere eisen aan het waterbeheer. Vijftig schepradmolens hielden na 1612 de polder maar amper droog. Pas in de negentiende eeuw verbeterde de waterhuishouding met de komst van stoomgemalen. Tegenwoordig houden de Beemsterlingen droge voeten dankzij twee krachtige elektrische gemalen. Die zorgen in de verschillende peilgebieden voor een volautomatische, computergestuurde bemaling "op maat". Kees van der Wiel heeft hoofdstuk 3 tot en met 8 voor zijn rekening genomen, met respectievelijk de fraaie titels: Melkkoeien, fokstieren en vette ossen; Kaasmaken, een wetenschap; Piepers, blauwschokkers en augurken; Oud en nieuw ondernemerschap; Huis en haard; Zomers societyparadijs in de polder. Hoofdstuk 9 van Diederik van Aten, Katja Bossaers en John Dehé gaat over bestuur en politiek en heet Polderen. Dan volgen er drie hoofdstukken van de hand van Ernest Kurpershoek: Gemeenteleden en parochianen; Openbaar en bijzonder, dat over het onderwijs door de eeuwen heen gaat; Armen, weeskinderen en zieken. Hoofdstuk 13 Veelzijdig en geschakeerd richt onze aandacht op cultuur, sport en vrije tijd en is geschreven door Carly Misset. Hoofdstuk 14 van John Dehé handelt over het verkeer en vervoer, Op weg in de Beemster. Dehé en Erik Schaap schrijven in hoofdstuk 15 Oorlog en vrede over de Stelling van Amsterdam, de Eerste en de Tweede Wereldoorlog. In Hoofdstuk 16 nemen Katja Bossaers en Marinke Steenhuis respectievelijk Vierhonderd jaar Beemster en Rentmeesterschap in de Beemster onder de loep.
400 jaar Beemster weegt zo zwaar dat je het amper kunt tillen. Kosten noch moeite zijn gespaard om er een mooi boek van te maken. De gemeente Beemster en allen die financieel hebben bijgedragen leggen hier eer mee in. De auteurs en de beeldredacteur hebben een bijzondere bijdrage geleverd aan de geschiedenis van Nederland. Voor ieder die belangstelling heeft voor de historie en het leven en werken in de Beemster is het een onmisbaar, zeer informatief en lezenswaardig boek dat tevens veel kijkgenot oplevert.

Jan Luyken - 1649-1712

Jan Luyken, De Bakker
Jan Luyken, De Bakker
Mogelijk kent de lezer(es) het werk van de zeventiende eeuwse prentkunstenaar Jan Luyken (1649-1712). Reproducties van zijn etsen en prenten zijn te vinden op kalenders, pakpapier of winkelversieringen. Luyken was de belangrijkste boekillustrator van zijn tijd. Hij schreef zestien boeken, waarvan hij er twaalf zelf illustreerde. Zijn zoon Casper (1672-1708) hielp hem vanaf zijn zestiende mee bij het graveren van prenten. Luyken was doopsgezind en dat is in al zijn verbeeldingen te merken. Ze worden begeleid door stichtelijk commentaar, een herinnering aan de juiste, christelijke levenswijze.
In 2011 vierden de doopsgezinden hun jubileumjaar. Ter gelegenheid hiervan besteedde het Teylers Museum aandacht aan de grote kunstenaar; met prentverbeeldingen van episodes uit de Bijbel, van scènes uit het leven van doopsgezinde martelaars (bijvoorbeeld van de vervolging van de Hugenoten in Frankrijk) en de moord op de gebroeders De Witt. Tevens prenten uit boeken, zoals De bijenkorf van het gemoed en Het leerzaam huisraad. Eigenaardig is het wel dat het belangrijkste werk van Luyken op de tentoonstelling ontbrak. Dat was de Spiegel van het menselyk bedryf, de beroemde embleembundel met honderd etsen van oude ambachten en beroepen. De etsen spreken mede door de bijbehorende motto's en gedichten nog steeds tot de verbeelding. Jan Luyken gaf het samen met zijn zoon Casper in 1694 uit. Het zoeken waard op het Waterlooplein of in een antiquariaat. De bundel is overigens vaak herdrukt, ook vertaald en in andere landen uitgegeven. Soms biedt een museum ver weg de verrassing van een vitrine met Luykens tekeningen. In het buitenland worden ze vaak opgevat als een illustratie van het leven en werken in de Republiek.
Jan Luyken overleed op 5 april 1712 in Amsterdam. In april 2012 heeft Bert Jurling Menselijk Bedrijf. Van werkplaats tot eeuwigheid gepubliceerd, waarin hij de oorspronkelijke gedichten van Jan Luyken heeft voorzien van een fijnzinnige hertaling die een hedendaagse toegang geeft tot de verborgen boodschap achter elk ambacht. Karin Broekhuijsen (met bijdragen van Nel Klaversma) heeft de foto's gemaakt van de moderne versie van de oude ambachten.
De levensles met de innerlijke (religieuze) kracht van Luykens gedicht bij de afbeelding van elk ambacht pakt de lezer en lezeres. Bijvoorbeeld de tekst bij De Horlogemaker:

O Mens, beschick uw Zielen Staat,
Terwijl des leevens Uurwerck gaat;
Want als 't Gewicht is afgeloopen,
Van deese korte leevens tijd,
Daar is geen Ophaal weer te koopen,
Voor kunst, noch Geld, noch Achtbaarheid.

Hiervan heeft Bert Jurling gemaakt:

Probeer met hart en ziel te leven,
de uren die je zijn gegeven.
Want als je dagen zijn geteld,
je kort bestaan is afgelopen,
dan kan je niet voor goud of geld
een nieuw levensklokje kopen.

De Bakker wordt eveneens vaak aangehaald:

O Schepper van het lieve Brood
Tot voedsel van het tijd'lick leeven
Hoe heeft uw mildheidt ons genood,
Om ons u Selfs tot Brood te geeven;
O Brood dat uit den Heemel viel
Versaadigd ghy dan onse Ziel.

Bert Jurling:

De bakker bakt zijn beste brood
als voedsel voor ons aardse leven,
Hoe mild was God toen hij besloot
om ons zichzelf tot brood te geven.
O, brood dat uit de hemel viel
voed onze hongerige ziel!

Stichtelijk of niet, er zit tevens een behoorlijke dosis humor in Luykens gedichten. Het verbaast niet dat de ambachtslieden uit de begintijd van de vakbeweging zich door Luykens afbeeldingen bevestigd voelden in hun vakmanschap en hun beroep en levensomstandigheden tegen de opkomende industrialisatie wilden verdedigen. Het Amsterdam Museum beschikt over de ruim 12.000 losse prenten, circa 1.150 tekeningen en ongeveer 1.000 boekbanden van Jan en Casper Luyken. Ook online te bekijken.

Jean-Jacques Rousseau - 1712-1778

De op 28 juni 1712 in Genève geboren Jean-Jacques Rousseau heeft een avontuurlijk leven geleid, was een autodidact, een veelzijdig persoon. Jean Jacques komt uit een protestantse familie van klokkenmakers. Zijn moeder stierf enkele dagen na zijn geboorte. Een oom en een tante namen daarna de zorg voor hem over. Zijn vaders rol beperkte zich tot het eindeloos voorlezen uit allerlei boeken. Dat heeft zijn vruchten afgeworpen. Op zijn dertiende ging Jean-Jacques in zijn eerste baan aan de slag. Rousseau had relaties met diverse vrouwen. In 1728 ontfermde Barones de Warrens zich over hem, met haar kreeg hij enkele jaren later bovendien een seksuele verhouding. Haar tutorschap bevorderde bovendien zijn intellectuele en culturele ontwikkeling. In 1742 verhuisde Rousseau naar Parijs. Hij raakte bevriend met Denis Diderot voor wie hij artikelen schreef in de Encyclopédie. In 1745 werd Thérèse Levasseur zijn gezellin, een wasvrouw en dienster. Zij kregen vijf kinderen die de grote pedagoog stuk voor stuk naar het vondelingenhuis bracht.
In 1750 verwierf Rousseau ineens roem, nadat hij een prijs had gewonnen voor zijn Discours sur les Sciences et les Arts. Rousseau: "De beschavingen zinken steeds dieper en zijn ondergegaan, naarmate wetenschap en kunsten verder tot vervolmaking zijn geraakt. Rust was er en gelijkheid zolang de mensen eenvoudig en natuurlijk hebben geleefd. Het zoeken naar de geheimen welke de natuur verborgen wil houden, heeft de boze dingen op ons losgelaten. De deugd is de vrucht van de gelukkige onwetendheid. Weelde, begeerte, talent, brengen verderf. Een gelukkige staat komt tot stand wanneer men naar de oorsprong der dingen terugkeert, en het geleidelijk gegroeide misgewas overboord werpt. Dan kunnen de burgers weer de handen ineenslaan, en door hun onderlinge overeenkomst de samenleving doen herrijzen in gelijkheid, broederschap en vrijheid. Terug naar de oorspronkelijke mens, in de gelukstaat." Rousseau was van mening dat herstel van kunsten en wetenschappen de moraal vrijwel heeft geruïneerd. Een opvatting die de aan vervreemding en nutteloosheid lijdende adellijke dames en heren aan het hof van de koning wel aansprak. Rousseau's belangrijkste prestaties zouden nog volgen. Biograaf J.H. Huizinga: "Zo was Jean Jacques in 1750, na een uitzonderlijk wisselvallige carrière als leerling-graveur, lakei, seminarist, muziekleraar, klerk, gouverneur, diplomaat, secretaris, componist en literator, ten langen leste in optima forma gearriveerd. En wel met zoveel opzien dat hij zelfs in de deftigste huizen te gast werd genood".

Allerlei politieke gezindten zijn door Rousseau geïnspireerd. Socialisten door zijn Discours de l'inégalité (1754). Rousseau wijst op de verderfelijke invloed van de zogenaamde beschaving op de particuliere eigendom: "de eerste mens, die een stuk grond omheinde en toen op de gedachte kwam om te zeggen: dit is van mij, waarna de mensen dom genoeg waren hem te geloven, was de ware stichter der burgerlijke maatschappij. Want hoeveel misdaden, oorlogen en moorden, hoeveel gruwel en ongeluk zouden ons niet bespaard zijn gebleven, wanneer iemand toen de mensheid gered had door de omheining omver te werpen of die sloot dicht te gooien en wanneer hij toen zijn medemensen had toegeroepen: Luistert niet naar deze bedrieger, het is met u gedaan, wanneer ge vergeet, dat de vruchten der aarde ons allen toebehoren en de aarde zelf aan niemand".

Jean-Jacques Rousseau en Du Contrat Social
Jean-Jacques Rousseau en Du Contrat Social
Rousseau behoort met Voltaire (1694-1778) tot de grote denkers van de Verlichting. Voltaire is bekend om zijn verdraagzaamheid, Rousseau baande onvoorzien de weg voor de Franse Revolutie. Beide filosofen kregen hun laatste rustplaats in het Panthéon in Parijs. Rousseau's Du Contrat Social (1762), is een vurig pleidooi voor de volkssoevereiniteit, voor Het maatschappelijk verdrag. "De mens wordt vrij geboren, en overal is hij in de boeien", het is een befaamde zinsnede waar filosofen, historici en sociale wetenschappers zich door hebben laten leiden. 'Vader van de Romantiek' is Rousseau wel genoemd, vooral vanwege zijn liefdesroman Julie, ou la Nouvelle Héloise (1761) en van Émile, ou De l''education (1762). In Émile verkondigt Rousseau een opvoedingstheorie, waarbij vrije expressie voor een kind belangrijk is om een evenwichtige en vrijdenkende persoon te worden. "Beknel zijn lichaam niet in het keurs van de gekunstelde beleefdheidsvormen, richt het niet af om woorden en zinnen te herhalen, waarvan het niets begrijpt. Al wat de natuur voortbrengt is goed, alles wordt door de mensen bedorven en verknoeid."
Rousseau's eigen rol als vader en echtgenoot liet, zoals al genoemd, echter veel te wensen over. Een groot verschil dus tussen theorie en praktijk. In 1770 voltooide Rousseau het manuscript van zijn autobiografie Les Confessions (Bekentenissen), dat een diepingrijpend zelfonderzoek is en de intense emotionele en morele conflicten in zijn leven onthult. "Het is verrukkelijke lectuur", schrijft Huizinga, "hoe vaak maakt de lyrische dichter plaats voor de pochende propagandist, de advocaat van kwaaie zaken, de bombastische mooiprater, de kleinzielige kwaadspreker, de schijnheilige poseur, de jammerende ego-maniak, om maar niet te spreken van de deerniswekkende psychopaat". Het is duidelijk dat Rousseau niet de makkelijkste persoon was, voor anderen noch voor zichzelf. Zijn invloed op politieke en maatschappelijke stromingen is onmiskenbaar. In april 1778 vertrok Rousseau uit Parijs, hij overleed op 2 juli 1778 in het nabij gelegen Ermeronville. Enkele publicaties helpen verder op weg om de radicale filosoof beter te leren kennen. Leo Damrosch met Jean-Jacques Rousseau. Een rusteloos genie en Maarten Doorman met Rousseau en ik. Zie ook het artikel Vrijheid, gelijkheid, authenticiteit van Martijn van Lieshout in Geschiedenis Magazine van juni 2012.

Frederik de Grote - 1712-1786

C.Ph.E. Bach begeleidt de fluitspelende Frederik de Grote
C.Ph.E. Bach begeleidt de fluitspelende Frederik de Grote
Frederik II, de Grote, koning van Pruisen van 1740 tot zijn dood in 1786, wordt van de achtiende eeuwse monarchen het meest verbonden met de Verlichting, onder meer door zijn contacten met Voltaire. Frederik werd geboren in het Stadtschloss in Berlijn op 24 januari 1712. De koning had belangstelling voor literatuur, was muzikaal, componeerde, schreef filosofische traktaten, voerde rechtshervormingen en verbetering van landbouwtechnieken door. Het Neues Palais in park Sanssouci in Potsdam was een beroemd cultureel middelpunt. In 2012 werd er een tentoonstelling gehouden over deze vorst.
Frederik II hield bij alles zijn dynastieke belangen goed in de gaten. Hij was een verlicht despoot en tevens een absolutistisch heerser. De voortdurende oorlogen met Oostenrijk putten Pruisen totaal uit. Frederik voerde een agressieve expansionistische politiek, het volk leed onder het krijgsgeweld en zuchtte onder de belastingdruk. In de Zevenjarige Oorlog (1756-1763) stond Pruisen alleen tegenover Frankrijk, Oostenrijk, Zweden, Saksen (Dresden werd in 1760 met de grond gelijk gemaakt) en Rusland. Grondgebied, handels- en dynastieke belangen stonden op het spel. Engeland profiteerde er vooral in zijn koloniën het meest van. Frederik II stond tegenover een overmacht. Hij kroop door het oog van de naald en won de oorlog. Hij had het geluk dat zijn tegenstander Elisabeth van Rusland in 1762 stierf en haar opvolger Peter III zich losmaakte van bondgenoten Frankrijk en Oostenrijk. Frederik II in een brief aan een Franse vriend in 1757: "Wanneer alles ineenstort, zal ik mij rustig onder de puinhopen begraven. In deze rampzalige tijden moet men zich met ijzeren vastberadenheid en een hart van steen wapenen". De harde Pruisische militaire aard is een voorafschaduwing van wat uit deze passage zo bekend voorkomt van de Duitse tijdens de Tweede Wereldoorlog. Er hing een portret van Frederik II boven Hitlers bureau in de Führerbunker. Frederik II stierf in Potsdam op 17 augustus 1786. De Pruisische Hohernzollers zullen in 1871 de eenheid van Duitsland tot stand brengen en tot 1918 als keizer reageren. De meningen over de Pruisische Alexander zijn verdeeld.

Napoleon - 1812

Adam Zamoyski beschrijft in 1812 Napoleons fatale veldtocht naar Moskou (2005) op magistrale wijze Napoleons invasie van Rusland en de verschrikkelijke terugtocht die daarop volgde. Het is een meesterlijk en aangrijpend boek. Zamoyski in het woord vooraf: "Napoleons invasie van Rusland in 1812 was een van de meest dramatische episoden in de Europese geschiedenis, een gebeurtenis van heroïsche allure, diep gegrift in de collectieve verbeelding. Ik hoefde het onderwerp van dit boek maar te noemen of mensen veerden op, geprikkeld door herinneringen aan Oorlog en vrede van Tolstoi, door de schaal van de tragedie, door een anekdote die in hun geheugen was blijven hangen, of louter door het beeld van het in sneeuw en ijs vastgelopen napoleontische avontuur."
Van oudere datum is de biografie van de Nederlandse historicus Jacques Presser (1946). Presser heeft de despoot, eufemistisch ook wel aangeduid als de "de kleine korporaal" (hij was net als Frederik de Grote klein van gestalte), in prachtige beeldende taal in Napoleon. Historie en legende ontmythologiseerd. Over het begin van de veldtocht naar Rusland in 1812: "Beschouwen wij het 'Grote Leger der Twintig Naties', voordat het zijn lijdensweg betreedt. Het zijn er tienduizenden, vermoedelijk ruim een half miljoen man, waarin de Fransen den minderheid vormen. De rest is een ongelooflijk allegaartje, met als voornaamste deel de Duitsers, Dit toch zo gedweeë kanonnenvoer had Napoleon over alle korpsen versnipperd, men begrijpt waarom". Vanuit een breed westelijk front stroomden Napoleons legers naar het oosten. Op 24 juni 1812 trok Napoleon met een reusachtig leger de rivier de Memel over Rusland binnen om zijn laatst overgebleven tegenstander op het Europese vasteland te verslaan. Het liep anders.

Napoleon vlucht in 1812 uit Rusland
Napoleon vlucht in 1812 uit Rusland

Presser beschrijft evenals Zamoyski de mars naar het oosten, de problemen met de levensmiddelenvoorziening, het moorddadige gevecht om Smolensk, de slachting bij Borodino, de inname van Moskou op 14 september en daarna de grote brand van Moskou. De Russen die hun hoofdstad in brand steken; we kunnen deze verbijsterende, vermetele stap vergelijken met de Nederlanders die de dijken doorstaken om de Spanjaarden en de Fransen tegen te houden. Vervolgens de wanhopige terugkeer van de Grande Armée, waarbij vanwege de koude nog grotere verliezen werden geleden dan op de heenweg. Presser: "Tot de verbeelding van het publiek heeft natuurlijk het sterkst gesproken de voorstelling van de helden, stuurloos ronddolend in de barre steppen, verblind door de sneeuw, uitgemergeld door honger en uitputting, met half bevroren ledematen zich voortslepend over de onherbergzame vlakten, opgejaagd door de wrede kozakken en wraakzuchtige moezjieks". Hollandse pontonniers maakten de oversteek van de rivier de Berezina mogelijk. Al haalden tienduizenden soldaten de overkant niet.
Het grootste leger in de wereldgeschiedenis was verslagen en vastgelopen in de Russische winter. Het bezegelde Napoleons lot. Slechts circa 20.000 soldaten overleefden de veldtocht. Napoleon komt als een vagebond in Parijs aan. Twee volgende, grote veldslagen maken definitief een einde aan het Napoleontische systeem: de Volkerenslag bij Leipzig tussen 16 en 19 oktober 1813 en de Slag bij Waterloo op 18 juni 1815.

De Russen hadden in hun geschiedenis al eerder te maken gehad met de hordes uit het oosten en een eeuw daarvoor met de Zweden uit het noorden. Dominic Lieven beschrijft in Rusland tegen Napoleon. De strijd om Europa 1807-1814 met name de Russische positie. Lieven die het Russisch perfect beheerst en de Russische archieven kon raadplegen, wilde de lacune in de historische beeldvorming over de rol van de Russen opvullen. Hij gaat bijvoorbeeld in op de betekenis van het paard, zonder welke een soldaat weinig kan doen. En op de logistieke prestaties van de Russen voor wat betreft bevoorrading en voedselvoorziening buiten hun eigen grenzen en op weg naar Parijs in 1814. Het vervolg op de beschrijving van Napoleons rampzalige veldtocht is Zamoyski's De ondergang van Napoleon en het Congres van Wenen, een al even goed leesbaar boek.
In de twintigste eeuw zouden de Russen zich tweemaal te weer moeten stellen tegen de Duitsers. De traumatische oorlogservaringen van de afgelopen eeuwen zijn diep in de Russische cultuur en psyche verankerd. Het verklaart heel wat van de buitenlandse en militaire politiek van de Sovjet-Unie/Rusland. Lees ook het lange artikel Parijs-Moskou: 550.000 doden van Angela Dekker in het Historisch Nieuwsblad van juni 2012.

Oorlog VS/Groot-Brittannië - 1812-1815

De oorlog tussen VS - Groot-Brittannië in 1812
Vanaf 1812 voerde Groot-Brittannië een strijd op twee fronten. Zowel tegen de Fransen als tegen de Amerikanen. De Verenigde Staten raakten zijdelings betrokken bij het Europese conflict. Op het Continentaal Stelsel van Napoleon (het afsluiten van havens voor Britse schepen) reageerden de Britten met een verbod op handel van neutrale naties met Europese landen. Onder druk van het Congres verklaarde president James Madison in 1812 Groot-Brittannië de oorlog. De Amerikanen hadden daarvoor diverse redenen. Hun zeelieden werden ontvoerd door de Britten en ze wilden gebied van de Engelse koloniën in Canada veroveren. Ze zagen daarvoor op dat moment de kans schoon nu de Engelsen zich militair zo te weer moesten stellen in Europa. Nadat Napoleon in Rusland was verslagen en Pruisen in opstand kwam, kon Engeland een groot deel van de vloot naar Amerika sturen. De Amerikanen legden op 27 april 1813 York, het huidige Toronto, in de as. Eind augustus 1814 bezetten de Engelsen Washington, D.C. en staken daarbij zelfs het Witte Huis in brand. Het militair treffen tussen beide landen werd afgesloten met de vrede van Gent in 1814 en door de Amerikanen in 1815 geratificeerd.
Afgezien van enkele duizenden slachtoffers had de oorlog tot niets geleid. De landen keerden terug tot de oorspronkelijke grenzen. Wel kwam er daardoor extra draagvlak in 1823 voor de befaamde doctrine van de naar hem genoemde volgende president James Monroe (kort gezegd: het Amerikaanse continent kan niet door Europese machten worden gekoloniseerd). Dat gaf weer een impuls aan de bevrijdingsstrijd in diverse Zuid-Amerikaanse landen. De VS creëerden hiermee vrij spel voor zichzelf voor expansie en machtsuitbreiding op het Amerikaanse continent. Voorts is er de intrigerende these van een Canadees historicus die beweert dat de inval van de Amerikanen het saamhorigheids- en nationaliteitsgevoel van de Canadezen zodanig versterkte dat de voor de hand liggende integratie van het land in de VS daardoor onmogelijk is gemaakt.

De sprookjes van de gebroeders Grimm - 1812

KHM 1: De kikkerkoning of IJzeren Hendrik
KHM 1: De kikkerkoning of IJzeren Hendrik
Gelukkig valt er ook nog iets goeds te vertellen over het jaar 1812. Terwijl Napoleon met zijn legers een spoor van ellende door Europa trok, publiceerden de gebroeders Jacob (1785-1863) en Wilhelm Grimm (1786-1859) in 1812 het eerste deel van de Kinder- und Hausmärchen (KHM). Al generaties beleven jong en oud er plezier aan. De kinder- en huissprookjes is de verzameling van 201 sprookjes en 10 kinderlegendes. Sinds 2005 staat de sprookjesverzameling op de Werelderfgoedlijst voor documenten van de UNESCO. De sprookjes zijn genummerd van KHM 1 t/m KHM 200 en worden als zodanig aangeduid. KHM 1 is De kikkerkoning of IJzeren Hendrik, KHM 5 De Wolf en de zeven geitjes, KHM 15 Hans en Grietje, KHM 21 Assepoester, KHM 24 Vrouw Holle, KHM 26 Roodkapje, KHM 53 Sneeuwwitje, enzovoort. De sprookjes behoren tot ons westerse cultuurgoed. Ze zijn aan ons voorgelezen in onze jeugd of we hebben ze zelf gelezen. Veel sprookjes zijn verfilmd.

Jan Ladislav Dussek - 1760-1812

Op zaterdagavond 15 september 2012 zat ik in de Waalse kerk in Amsterdam tussen een publiek dat genoot van werken van de pianocomponist Jan Ladislav Dussek. Hier de biografische gegevens die op deze avond over hem werden uitgedeeld. Hij werd op 12 februari 1760 in Caslav, Bohemen, geboren. Zijn vader gaf hem piano- en orgelles. In Iglau zong hij in het koor van de Minnebroeders. Ook studeerde hij een korte tijd aan de Universiteit van Praag. Hierna zwierf Dussek een aantal jaren door Europa en verbleef in steden zoals Mechelen, Bergen op Zoom, Den Haag, Amsterdam en Rotterdam. Hij gaf er openbare concerten op de fortepiano en het klavecimbel en trad op aan het hof van stadhouder Willem V. Tussen 1782 en 1789 geeft hij opvoeringen in Hamburg, St. Petersburg en Litouwen. Hij kwam in Parijs terecht en vluchtte vanwege de Franse Revolutie in 1789 naar Londen. Daar trouwde hij met de muzikale Sophia Corri, ze kregen een dochter en Dussek bleef er tien jaar wonen. In 1799 liet hij zijn vrouw en dochter achter, lees in de steek, om opnieuw door heel Europa te gaan reizen. Van 1807 tot aan zijn dood in 1812 verbleef hij weer in de Franse hoofdstad. Dussek leefde hartstochtelijk voor de muziek. Hij componeerde vooral pianowerken, waaronder sonates voor één en twee piano's en pianoconcerten. Daarnaast zijn er ook van zijn hand vioolsonates, pianotrio's, enkele liederen, een mis, een opera en een aantal werken voor harp solo, harp en piano en concerten voor harp en orkest. Iedereen kent de vrolijke muziek van Mozart, maar we gaan ook helemaal op in Dussek.

Charles Dickens - 1812-1870

Charles Dickens (1812-1870)
Charles Dickens (1812-1870)
Charles Dickens is in Landport bij Portsmouth geboren op 7 februari 1812. Op zijn tiende verhuisde hij naar Camden Town in Londen, de reis maakte hij alleen in een postkoets. Dickens is één van de belangrijkste en meest gelezen Britse schrijvers uit de negentiende eeuw. Charles was een gevoelige jongen die op twaalf jarige leeftijd moest gaan werken in een schoensmeerfabriek, nadat zijn vader vanwege schulden in de gevangenis was beland. Die traumatische ervaring heeft zijn leven bepaald. Charles was bovendien talentvol en ambitieus, met vijftien jaar leerde hij zichzelf stenografie op een advocatenkantoor. Later reisde hij als verslaggever van verkiezingen door het hele land, waarmee hij enorm veel kennis op de meest uiteenlopende terreinen opdeed. We kennen hem als een bewogen en ook humoristische, literaire verteller van de ellende en de sociale misstanden tijdens de industriële revolutie, in vooral grote steden als Londen. Hij had oog voor de kleinste details en sprak met iedereen aan de harde onderkant van de samenleving. Het spreekt nog steeds tot ons gemoed. Hij schreef niet alleen, maar ging zich ook inzetten voor hulpverlening aan armen, betere gezondheidszorg, huisvesting, enzovoort. Dickens maakte een paar lange reizen in de Verenigde Staten, waar hij populair was en zich uitdrukkelijk tegen de slavernij keerde. Hier een aantal romans van hem die nog steeds herdrukt worden, soms zijn verfilmd: Oliver Twist, A Christmas Carol, Great Expectations, David Copperfield, Old Curiosity Shop, Barnaby Rudge, The Pickwick papers, Nicholas Nickleby, American Notes, A Tale of Two Cities. In Newsweek van 20 augustus 2012 somt Jimmy So een aantal schrijvers op die de Dickens van hun land zouden kunnen worden genoemd, auteurs die over gewone mensen schreven. Hier komen ze: Elmore Leonard (VS), Carlos Fuentes (Mexico), Benito Pérez Galdós (Spanje), Cyprian Ekwensi (Nigeria), Honoré de Balzac (Frankrijk), Martin Andersen Nexo (Denemarken), Naguib Mahfouz (Egypte), Premchand (India), Lu Xun (China) en Natsune Soseki (Japan). Het loont de moeite om op Wikipedia of in de bibliotheek eens verder te speuren. Zonder moeite kunnen we de lijst aanvullen. Wie voor Nederland? In Nederland worden Dickens' romans van oudsher veel gelezen. Het Dickens Festijn in Deventer trekt altijd veel bezoekers. In het weekeinde van 15 en 16 december 2012 liepen er duizend Dickensfiguren in het historische Bergkwartier van Deventer. Bewoners kleedden zichzelf en hun woningen aan zoals in de tijd van hun grote held. Charles Dickens overleed op 9 juni 1870 te Gad's Hill Place in Rochester, Kent. Hij ligt begraven in de Poets' Corner in de Westminster Abbey in Londen.

Musea en oorlogen - 1912

Het jaar 1912 ligt dicht bij ons en geeft een veelheid aan personen, organisaties, bijzondere gebeurtenissen, nog steeds zichtbare, tastbare herinneringen, enzovoorts.
Als eerste de opening in 1912 van een aantal musea in Nederland die nog steeds bestaan en met exposities herinneren aan een nog verder verleden. Dat zijn het Open Lucht Museum in Arnhem en het gemeentelijke Tromp Museum in Brielle. In 1996 veranderde de naam in Historisch Museum Den Briel Maarten Harpertszn Tromp. Het vernieuwde museum werd op 31 maart 2012 officieel geopend door Koningin Beatrix. Den Briel is de stad van de Watergeuzen die het op 1 april 1572 innamen. Het is beslist de moeite waard zowel het OLM in Arnhem als het pittoreske Den Briel en het plaatselijk museum eens te bezoeken.

Van het kleine Nederland naar het wereldtoneel. In oktober 1912 brak de eerste Balkanoorlog uit. Turkije werd door een bondgenootschap van Bulgarije, Servië en Griekenland verslagen. Daarmee begon de verdeling van het grootste gedeelte van Europees Turkije. De internationale situatie wordt kritiek. Een tweede Balkanoorlog in juni 1913 maakt de regio zo instabiel dat de moord op de Oostenrijkse troonopvolger Franz Ferdinand op 28 juni 1914 leidt tot een verschrikkelijke miljoenen levens kostend treffen tussen de Europese grootmachten. Aan de andere kant van de wereld wordt de Chinese revolutie van 1911 bezegeld door de troonsafstand op 12 februari 1912 van de zes jaar oude Mandsjoe keizer Poe-yi.

Karl May - 1842-1912

Karl May is één van de meest gelezen Duitse schrijvers. Hij werd op 25 februari 1842 geboren in Hohenstein-Ernstthal in het koninkrijk Saksen als zoon van een arme wever. Hij had een moeilijke jeugd, leerde voor onderwijzer en bracht beschuldigd van diefstal vier jaar in de gevangenis door. Op oudere leeftijd, toen hij succesvol was geworden, probeerden jaloerse tegenstanders May met zijn jeugdige misstappen in diskrediet te brengen. Groot was de teleurstelling van de lezer, wanneer hij er achter kwam dat May die de 'ik-vorm' hanteerde het beschrevene niet persoonlijk had meegemaakt maar had verzonnen. Karl May reisde pas naar de Oriënt en de Verenigde Staten (in 1908), nadat hij al zijn boeken had geschreven. Hij moest daarna zijn beeld over de landen en volken die hij had beschreven wel rechtzetten.

Karl May (1842-1912) Karl May Pockets Winnetou het grote opperhoofd
Karl May (1842-1912) Karl May Pockets Winnetou, het grote opperhoofd

In mijn jeugd heb ik alle vijftig Prisma pockets over Old Shatterhand en Winnetou in Noord-Amerika en Hadji Halef Omar en Kara Ben Nemsi in de Oriënt gelezen. Wat heb ik ervan genoten. Opgewonden keek ik uit naar het volgende te verschijnen deel. Ik heb de complete reeks nog steeds in mijn bezit. Winnetou, het grote opperhoofd en De schat in het Zilvermeer zijn de bekendste boeken uit de serie. Wereldwijd zijn er ruim 200 miljoen boeken van Karl May verkocht, waarvan de helft in veertig talen. Bij Karl May overheerst het goede altijd het kwade. De vriendschap tussen Winnetou, het edele Apache hoofd en zijn bloedbroeder Old Shatterhand is hartverwarmend. Karl May is een verteller die de verbeeldingskracht en de avontuurzucht van generaties jongeren heeft geprikkeld.
Na zoveel jaren wordt het dan ook eens tijd een pelgrimstocht te maken naar "Villa Old Shatterhand in Radebeul", een kwartier met de trein vanuit Dresden. In deze fraaie in 1928 tot museum heringerichte villa aan de Karl-May-Strasse 5 heeft de grote schrijver de laatste zestien jaar van zijn leven gewoond; ik werp een eerbiedige blik in de slaapkamer waar Karl May op 30 maart 1912 overleed. Er is een heel programma opgezet om het sterfjaar te herdenken. Karl May's nalatenschap wordt goed bewaard. Naast al zijn werken is er zijn autobiografie Mein Leben und Streben uit 1910.

In 1913 wordt in Radebeul de Karl May Uitgeverij opgericht. Naast Radebeul komt er midden jaren zestig een tweede Karl May Museum in Bamberg. De Hansa-Verlag in Hamburg geeft de Jaarboeken uit van het Karl-May-Gesellschaft. Er worden Karl May-Spelen gehouden en de grote May-films zijn om te genieten. Er verschenen aardige biografieën over hem. Om te beginnen het laatste deel van de pockets: nummer 50, Karl May en zijn wereld (samenstelling en toelichting van F.C. de Rooy) van Frederik Hetmann, Old Shatterhand, das bin ich, van Hans Wollschläger, Karl May, van Rolf-Bernhard Essig en Gudrun Schury Alles über Karl May. Ein Sammelsurium von A bis Z. Enzovoort.

Henri Poincaré - 1854-1912

In Frankrijk kent nagenoeg iedereen de op 28 april 1854 in Nancy geboren Henri Poincaré. Hij is een neef van Raymond Poincaré, Frankrijks president tijdens de Eerste Wereldoorlog. In 2012 zijn er drie boeken over Henri Poincaré verschenen waarvan één door een Nederlander, wel in het Engels geschreven Henri Poincaré, Impatient Genius. Biograaf Ferdinand Verhulst vertelt dat hij breder georiënteerd was dan Albert Einstein (de Volkskrant, 20 september 2012). Poincaré is een groot Frans wiskundige, theoretisch natuurkundige, ingenieur, filosoof. Zijn chaostheorie ontstaat als hij rekent aan de stabiliteit van het zonnestelsel. Hij had veel professionele verwantschap met vakgenoten als Lorentz en Einstein. Net als Einstein vond hij intuïtie cruciaal voor originele inzichten. Bekend is Einsteins hierop lijkende aanduiding: logica brengt je van A naar B, verbeelding brengt je overal.
Henri Poincaré  (1854-1912)
Henri Poincaré (1854-1912)
Medio december 2012 werd de biografie van Verhulst in Brussel door de Belgische Academie van Wetenschappen met de vijfjaarlijkse "prijs voor een belangwekkend boek" bekroond. Aanleiding voor een gesprek van Margriet van der Heijden met de prijswinnaar over Poincaré (NRC Weekend, 15 en 16 december 2012). Poincaré was breed georiënteerd. Zo was hij bijvoorbeeld ook de voorzitter van de wetenschappelijke commissie die in 1894 onderzoek deed naar de (ten onrechte) van hoogverraad en spionage beschuldigde joods-Franse officier Alfred Dreyfus. De commissie verwierp de bewijslast. Al heeft dat Dreyfus niet geholpen. Verhulst op de vraag over Poincaré als wiskundige: "Ik denk dat hij rond 1900 wel de grootste was; hij had een enorm gezag en ver reikende invloed in de wiskunde. Poincaré heeft ook mede de speciale relativiteitstheorie opgezet. De Nederlandse natuurkundige Hendrik Lorentz, een eerlijk man, heeft het volgens mij goed onder woorden gebracht. Einstein had de speciale relativiteitstheorie alleen kunnen bedenken, zei Lorentz, maar Poincaré heeft als eerste het relativiteitsprincipe geformuleerd". Henri Poincaré overleed in Parijs op 17 juli 1912.

Het ANC - 8 januari 1912

In 1912, op 8 januari werd in Bloemfontein het South African National Congress opgericht. Het is de oudste politieke partij van Zuid-Afrika, in 1923 tot ANC omgedoopt. De periode 1652-1912 vormt precies 260 jaar, nadat Jan van Riebeeck in opdracht van de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) de nederzetting Kaap de Goede Hoop stichtte als verversingspost voor schepen. En het is twee jaar, nadat de Unie van Zuid-Afrika was opgericht (31 mei 1910). Gedurende de eerste 182 jaar van zijn bestaan was Zuid-Afrika een slavenhoudende staat, schrijft Allister Sparks in De kust van de Goede Hoop. Daarmee werd de basis gelegd voor eeuwenlange etnische en raciale tegenstellingen, van een ongekende bitterheid en van het apartheidsbewind in de twintigste eeuw.
Honderd jaar ANC
Honderd jaar ANC
Nelson Mandela raakt de lezer hierover op indringende wijze in zijn autobiografie Long Walk to Freedom. De Boerenoorlogen eind negentiende, begin twintigste eeuw, eisten een zware tol, zowel van de Boeren en de Britten als de zwarte bevolking. De aanleiding voor de oprichting van het ANC was de Land Act, waarvan het effect was dat de zwarten hun land zou worden afgepakt. De delegaties voor de eerste bijeenkomst in 1912 kwamen uit alle delen van het land. De vergadering begon met een gezamenlijk gebed en het zingen van het indrukwekkende Xhosa-lied Nkosi Sikelel'i-Afrika (God zegene Afrika) dat het volkslied van het ANC is geworden. Met de vorming van het apartheidsbewind onder Daniel Malan in 1948 werd de situatie van de zwarte bevolking nog beroerder. In 1990 werden Nelson Mandela en zijn kameraden na 27 jaar gevangenisstraf vrijgelaten. Pas in 1994 kon de zwarte meerderheid voor het eerst stemmen en het ANC aan de verkiezingen deelnemen. De partij won met een grote meerderheid. Nelson Mandela werd de eerste president van een vrij Zuid-Afrika.

Louis Paul Boon - 15 maart 1912

Louis Paul Boon (1912-1979) Louis Paul Boon,  boek over arbeiders in Aalst
Louis Paul Boon (1912-1979) Louis Paul Boon boek over arbeiders in Aalst
Louis Paul Boon is geboren in Aalst op 15 maart 1912. De Vlaamse arbeidersjongen zou zich ontwikkelen tot één van de belangrijkste vernieuwers van de roman in de Nederlandstalige literatuur. Hij schreef meer dan dertig romans. Vooral zijn historische werken spreken me aan: Pieter Daens, De Zwarte Hand, Het Geuzenboek. Zijn magnum opus is De Kapellekensbaan/Zomer te Ter-Muren. Boon was tevens kunstschilder, beeldhouwer en dichter. Had Louis Paul Boon langer geleefd dan was hem mogelijk de Nobelprijs voor de literatuur toegekend. Boon overleed te Erembodegem op 10 mei 1979. Jos Muyres biedt met Het vergeefse van de droom een met vaart geschreven inleiding op Boons leven en werk.
Op bladzijde 144 staat een overdruk van een herdenkingsartikel in Magazine van mei 1980. In de rechterkolom staat: "Vorig jaar 10 mei stierf hij op 67-jarige leeftijd achter zijn schrijftafel. Waar zou hij anders gestorven zijn? Op 15 mei werd hij begraven. De rode vlag werd voor de stoet uit gedragen en de Internationale sneed door merg en been. Hoe zou hij anders begraven zijn, Boon de socialist, de tedere anarchist. Aalst weende die dag. Want er werd een schrijver van wereldformaat ten grave gedragen, maar ook een Aalsterse werkman".

Josef Gabcik - 1912-1942

Jozef Gabcik (1912-1942)
Jozef Gabcik (1912-1942)
Josef Gabcik is geboren in Slowakije op 8 april 1912, op dezelfde dag als mijn vader. Wie is Josef Gabcik? Hij is één van de zeven Tsjechoslowaakse helden die na vele uren vechten tegen een geweldige overmacht van de SS op 18 juni 1942 de dood vond in de Methodius en Cyrillus kerk in Praag. Op 27 mei pleegden Gabcik en Kubis een aanslag op de wrede nazi Reichsprotektor Reinhard Heydrich die een week later aan zijn verwondingen overleed.
De mannen waren na de Duitse inval in Tsjecho-Slowakije na wat omzwervingen in Engeland terechtgekomen, waar ze een opleiding tot soldaat kregen. Ze werden geparachuteerd boven hun vaderland, met voor Gabcik en Kubis de geheime opdracht om van Heydrich af te komen. De tragiek is dat de verblijfplaats van de mannen is verraden door een van hen. De wraak van de Duitsers was verschrikkelijk. Een film over de aanslag Operation Daybreak is te zien op YouTube. Recent is er een boek over geschreven HhhH (ondertitel Himmlers hersens heten Heydrich) van de Fransman Laurent Binet. De kerk is gerestaureerd, de crypte is een museum geworden; daar ook de bustes van de omgekomenen, de kogelgaten zitten nog in de muur. Mijn vader overleefde zijn leeftijdgenoot Gabcik met vijftig jaar.

Ondergang Titanic - 15 april 1912

Een week na de geboorte van mijn vader en Josef Gabcik vindt de ramp met de Titanic plaats. Het is een drama dat we nooit zullen vergeten. De Titanic was een luxeschip dat op zijn eerste reis van Southampton naar New York bij Newfoundland in aanvaring kwam met een ijsberg. Het schip vertrok op 10 april uit Southampton, koerste naar Cherbourg in Frankrijk, waar 22 personen de boot verlieten en 274 nieuwe passagiers werden verwelkomd. Daarna ging het westwaarts de Atlantische Oceaan op. De Titanic ging ten onder in de nacht van 14 op 15 april en kostte 1.504 mensen het leven (waaronder drie Nederlanders). Zij verdronken in het ijskoude water.
Aan boord bevonden zich veel gewone mensen, maar ook bekende miljonairs zoals Jacob Astor IV en zijn vrouw Madeleine en de industrieel Benjamin Guggenheim. Het schip was gepromoot als 'onzinkbaar'. Het orkest dat op verzoek van de scheepsleiding op het dek doorspeelde (Ragtime muziek) droeg bij aan het beperkte gevaarbewustzijn. De acht muzikanten kwamen allen om het leven. Er is veel commotie geweest over de rijken die eerder in de sloepen konden plaatsnemen dan de minder bemiddelde passagiers. Een staatje toont dat aan:

Aantal Gered % gered
1e klas 329 199 60,5
2e klas 272 119 43,8
3e klas 710 174 24,5
Bemanning 897 212 23,6
Totaal 2.208 704 31,9
Ondergang Titanic 1912
Ondergang Titanic 1912

De ellende van de Eerste en Tweede Wereldoorlog heeft de ramp met de Titanic lang uit het collectieve geheugen gedrukt. Totdat Walter Lord in 1955 met De laatste nacht op de Titanic uitkwam. Daarvoor sprak hij met 63 overlevenden. Recente boeken zijn 100 jaar Titanic van Dirk Musschoot over de Nederlanders en de Belgen aan boord en de bloemlezing De Titanic, de ware verhalen van Edward de Groot. De film Titanic van regisseur James Cameron kwam op 5 april 2012 opnieuw in de bioscopen. Ditmaal in een stereoscopische (driedimensionale) uitvoering. We kunnen narillen bij de verfilming.

Marten Toonder - 1912-2005

Op woensdag 2 mei 2012 herdacht het NRC Handelsblad op originele wijze de honderdste geboortedag van Marten Toonder die vele jaren voor de krant heeft getekend. Hij is de geestelijk vader van Olivier B. Bommel, Tom Poes, Wammes Waggel, professor Prlwytzkofsky en burgemeester Dickerdak. De allereerste Tom Poes staat in het dagblad De Telegraaf van 16 maart 1941: "Tom Poes woonde dicht bij een groot woud. Daar wandelde hij graag in want je kunt van alles beleven in z'n groot bosch. Dat komt van al die boomen, denk ik: bij deze eenen boom weet je niet wat je bij den volgenden zult zien".
Marten Toonder (1912-2005)
Marten Toonder (1912-2005)
Vanwege het eeuwfeest van deze heer van stand staat er geen enkele foto in de kwaliteitskrant; deze dag alleen illustraties van tekenaars. Marcel Möring plaatst Maarten Toonder in een traditie die terugvoert tot "Van den vos Reynaerde". Met beer Bommel en alle andere stripfiguren manifesteerde Toonder zich als taalvernieuwer en satiricus die de lezer liet nadenken over de grote morele, ethische en maatschappelijke kwesties in naoorlogs Nederland. Marten Toonder raakte verbonden met en geïnspireerd door het magische Ierland waar hij circa dertig jaar woonde. Zijn laatste levensjaren bracht hij door in Nederland. Toonder kunnen we goed leren kennen door zijn vuistdikke driedelige Autobiografie te lezen. Maar zijn relaas eindigt in 1965, het jaar, waarin hij verhuisde naar Ierland. Nog beter is de net uitgekomen veel geprezen biografie over de hele levensloop van Marten Toonder door Wim Hazeu. Toonders literaire kwaliteiten worden geprezen, door sommigen getipt voor de P.C. Hooftprijs. Verbazingwekkend is het daarom dat zijn naam in in een aantal literaire overzichtswerken ontbreekt. Marten Toonder overleed in Laren op 27 juli 2005.

Internationaal Eugenetica Congres - juli 1912

Philipp Blom heeft in De duizelingwekkende jaren. Europa 1900-1914 een intrigerende keuze gedaan voor 1912. Geen woord over de ramp op de Titanic, maar wel een boeiende impressie van het eerste Internationale Eugeneticacongres dat werd gehouden in Londen van 24 tot 30 juli 1912. Vooraanstaande personen uit de hele wereld zijn aanwezig. Van de minister van Marine Winston Churchill en de uitvinder van de telefoon Graham Bell tot de anarchist Pjotr Kropotkin. En natuurlijk veel biologen. Beschaving, erfelijkheid, voortplanting, elite en massa, enzovoort, het zijn de gespreksthema's en zorgen van de elite.
De geest van Charles Darwin zweefde boven het illustere gezelschap. Het congres wordt voorgezeten door Leonard Darwin, de voorzitter van de British Eugenics Society en zoon van de bedenker van de evolutietheorie. Kropotkins commentaar werd boos aangehoord: "Wie was er waardevoller voor de soort, vroeg hij: arbeidersvrouwen die zo goed en zo kwaad als het ging kinderen grootbrachten, of dames uit hogere kringen die kosten noch moeite spaarden om vooral geen kinderen te krijgen?". Blom wijst op de angst die in Groot-Brittannië de kop opstak dat het land in een zwakke natie veranderde na de Boerenoorlog. Zelf vraag ik me af of ook maar één van de aanwezigen heeft geweten van de zwarte Zuidafrikanen die in het begin van het jaar het ANC oprichtten.

De Verenigde Staten - 1912-2012

In 2012 is het precies honderd jaar geleden dat de studio's van Universal en Paramount zich vestigden in Hollywood. Het dorpje in Californië groeide uit tot één van de grootste filmindustriesteden ter wereld. Ik ben er twee keer geweest. Het blijft imponeren. Hollywood heeft meer dan wat ook de Amerikaanse cultuur over de wereld verspreid. Kritiek op het effect van de film was er destijds al meteen van de zijde van Louis Haugmard: "Het medium zal de verrukte toeschouwers leren niet langer zelfstandig na te denken, het zal elk verlangen te redeneren en elke begripsvorming tegenwerken, vermogens die langzaam zullen wegkwijnen; ze zullen alleen nog weten hoe ze hun grote, lege ogen moeten openhouden om te kijken, kijken, kijken (….) Zou de cinematografie dan wellicht het elegante antwoord op de sociale kwestie vormen in de vorm van de moderne kreet "Brood en cinema? (….). En zo komen we steeds dichter in de buurt van die onheilspellende dagen dat alleen nog de schijn en illusie zullen reageren". De mensen hadden een enorme behoefte aan films. Londen telde in 1912 ongeveer 500 bioscopen en Manchester 111 en er werden alleen al in Groot-Brittannië jaarlijks 350 miljoen bioscoopkaartjes verkocht (Blom, p. 397).
EYE in Amsterdam viert een eeuw mooie films uit Hollywood met 25 filmklassiekers.

Van ontspanning naar politiek. In 1912 gebeurde er bij de presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten iets bijzonders. Een derde partij, de Progressive Party (een afsplitsing van de Republikeinse Partij) van voormalig president Theodore Roosevelt (1901-1909), kreeg meer stemmen dan één van de twee grote gevestigde politieke partijen, de Republikeinen en de Democraten. De Republikeinen met als aanvoerder president William Howard Taft werden met slechts 8 van de 531 kiesmannen vernietigend verslagen. Roosevelt kreeg er 88. De Democraat Woodrow Wilson ging er met de buit vandoor. Hij verwierf de overige 425 kiesmannen. Zie voor een uitgebreider relaas: webzine Solidariteit, 21 oktober 2012.

Barack Obama, Theodore Roosevelt en Woodrow Wilson
Barack Obama, Theodore Roosevelt en Woodrow Wilson

Barack Obama had de geschiedenis dus mee. Op 6 november 2012 versloeg de president met 332 kiesmannen zijn uitdager Mitt Romney (203 kiesmannen) en gaat dus op voor een tweede termijn. Een grote opluchting voor de Democraten en hen die waarde hechten aan Obama's Gezondheidsplan. Romney beloofde Obamacare meteen op te doeken als hij tot president zou worden gekozen. De Republikeinen waren woedend dat het Hooggerechtshof in juni 2012 met de kleinst mogelijke meerderheid door de stem van de conservatieve opperrechter Roberts Obama's ziektekostenwet redde. Obama heeft echter geen meerderheid in het Huis van Afgevaardigden, de Republikeinen kunnen hem daar nog dwars zitten.
Obama geeft in zijn autobiografieën Dromen van mijn vader en De herovering van de Amerikaanse droom een ontroerend en openharig beeld van zijn persoonlijk leven en achtergronden en bovendien een uniek kijkje in de Amerikaanse samenleving en politiek. David Mendell en David Remnick hebben interessante, goed leesbare biografieën geschreven over Obama. Uit de overwinningsrede van Barack Obama in Chicago: "We geloven in een genereus Amerika, in een gepassioneerd Amerika, in een tolerant Amerika, dat openstaat voor de dromen van een dochter van immigranten die studeert aan onze scholen en trouw zweert aan onze vlag. Voor de jongen in Chicago die een leven ziet voorbij de dichtstbijzijnde straathoek. Voor het kind van de meubelmaker in North Carolina dat arts wil worden of ondernemer, diplomaat of zelfs president - dat is de toekomst waarop we hopen. Dat is de visie die we delen. Dat is waar we heen moeten. Voorwaarts".

Wenen, Praag en Keulen - april/oktober 1912

Wenen, Boedapest en Praag waren de belangrijkste en meest cultuurminnende steden van de Donaumonarchie. In Wenen schitterden de kunstenaars Gustav Klimt (1862-1918) en Egon Schiele (1890-1918). De kunst en cultuur in Wenen rond 1900 hebben hun bloei vooral te danken aan de crisis binnen de liberale burgerij. De burgers moesten hun identiteit zowel veilig stellen tegenover het keizerlijk huis en de adel als tegenover de moderne sociale bewegingen en de daaruit voortkomende politieke partijen. Klimt wordt in 1912 voorzitter van de Oostenrijkse Kunstenaarsbond. Schiele heeft kinderen als naaktmodel getekend en dat wordt hem in het voorjaar van 1912 noodlottig. Op 23 april schrijft hij vanuit een gevangeniscel: "De kunstenaar remmen is een misdaad, het betekent het vermoorden van ontluikend leven!". Uit 1912 kennen we gouaches, aquarellen en schilderijen van Schiele: De ene sinaasappel was het enige licht, Gevangene!, Zelfportret met opgeheven armen, op de rug gezien, Portret van Valerie Neuzil, Portret van een vrouw, Kardinaal en non (Liefkozing), Herfstzon I (Zonsopgang). De schilderijen van Klimt en Schiele zijn te bezichtigen in het Museum voor de negentiende en twintigstee eeuwse Kunst en met name het Leopoldmuseum herbergt een enorme verzameling van Schiele.
Praag, de hoofdstad van de Tsjechische Republiek, wordt geroemd als "de Gouden Stad" in het hart van Europa. De bezoeker aan Praag wordt iedere keer weer naar het Wenceslasplein getrokken. In de zomer van 1974 kijk ik voor het eerst opzij van het krijgshaftig ogende ruiterstandbeeld van de heilige Wenceslas neer op het Wenceslasplein voor me. Het is eigenlijk een lange brede boulevard. Het beroemde monument is in 1912 door Josef Myselbek opgericht en is naast de Burcht met de Sint-Vitus-kathedraal, de Karelsbrug over de Moldau en het standbeeld van Johannes Hus op het Oude Stadsplein gezichtsbepalend voor de hoofdstad van de Tsjechische Republiek.

Praag is een stad met vele bouwstijlen, 1912 vormt een hoogtepunt in de Art Nouveau beweging. Ieder kan dat slechts beamen die het gemeentehuis met de door Alfons Mucha ontworpen kamer van Burgemeester en Wethouders in Praag heeft gezien (evenals trouwens veel gebouwen in Wenen en Parijs (in de Lichtstad onder andere de uit 1912 daterende koepel in het warenhuis Lafayette). Praag en Mucha horen bij elkaar. Het Mucha Museum is klein en intiem. Mucha's levensgrote (zes bij acht meter) twintig schilderijen over de Slavische Epos, waarin hij de geschiedenis van de Slavische volkeren verbeeldt, zouden niet in het naar hem genoemde museum passen. In één van de laatste schilderijen is vanwege Comenius verblijf in de Republiek zelfs een hoekje Nederland opgenomen. In 1912 leverde Mucha de eerste drie schilderijen af. Het kan zijn dat zelfs Lenin ze heeft gezien. De Russische revolutionair bracht in dat jaar enige tijd in Praag door. Het ligt meer voor de hand dat de beide in 1883 in Praag geboren en getogen romanschrijvers Franz Kafka (Het Proces, Het Slot, enzovoort.) en Jaroslav Hasek (De lotgevallen van de brave soldaat Svejk) ze hebben bewonderd. Ik heb de hele reeks van de Slavische Epos in de zomer van 2012 nadrukkelijk bekeken in het Veletrzni Paleis en was getroffen door de romantische en historische verbeeldingskracht.

Dichterbij huis in Keulen werd in 1912 een grootse revolutionaire tentoonstelling over moderne kunst georganiseerd, onder de naam "Sonderbund Exhibition". Veel bezoekers, waaronder journalisten en kunstkenners, moesten wennen aan de artistieke vrijheid van de kunstenaars, gaven er verbaasd of geïrriteerd op af. Het Wallraf-Richartz-Museum geeft ter gelegenheid van het honderdjarig jubileum een bijzondere reconstructie met 1912-Mission Moderne. Tussen 16 november en 30 december 2012 zijn er meer dan honderd meesterwerken te zien van Cézanne, Gauguin, Van Gogh, Macke, Munch, Nolde, Signac en Picasso. Het zijn er om precies te zijn 115 van de oorspronkelijke 650 kunstwerken uit 1912. De Nederlanders keken goed rond in Keulen, naar het voorbeeld van de Sonderbund organiseerde de Nederlandse Moderne Kunstkring in oktober 1912 een tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam.

De hoofdstad - tot 2012

Amsterdam heeft in 2012 heel wat te vieren. Zo herdenkt de hoofdstad het driehonderdste sterfjaar van Jan van der Heijden. Van der Heijden werd midden in onze Gouden Eeuw op 5 maart 1637 geboren in Gorinchem en verhuisde op zijn negende met zijn ouders naar Amsterdam. In Amsterdam kwamen zijn talenten tot hun recht en groeide de jongen uit tot een veelzijdige persoonlijkheid. Hij maakt naam als architectonisch landschapsschilder, schilder van stadsgezichten, als uitvinder van allerlei technische dingen waaronder de slangbrandspuit en de straatlantaarns in Amsterdam. Voorts schreef hij over deze onderwerpen. Hij herinnert me aan de homo universalis Leonardo da Vinci.
Rond 1669 werden er in de hoofdstad 1.800 lantaarns geplaatst. Het vond navolging in allerlei andere plaatsen, tot in Berlijn toe. De Russische tsaar Peter de Grote probeerde hem in 1697 vergeefs over te halen mee te gaan naar Rusland. Van der Heijden slaagde er wel in de tsaar een aantal brandspuiten voor een bedrag van 395 gulden per stuk te verkopen. In diverse steden in Nederland zijn straatnamen naar Van der Heijden genoemd. In de gevel van het pand aan de Koestraat in Amsterdam, waar ooit zijn fabriek met woning stond, is in 1912 een gevelsteen met een buste van Jan van der Heijden geplaatst, waarbij hij een model van een brandspuit in zijn hand houdt. Hij overleed in Amsterdam op 28 maart 1712.

Amsterdam beleefde zijn 'tweede Gouden Eeuw' na de aanleg van het Noordzeekanaal in 1876. Beeldbepalende monumentale gebouwen uit het laatste kwart van de negentiende eeuw zijn Carré, het Concertgebouw, het Rijksmuseum, het Centraal Station, de Stadsschouwburg (herbouwd in 1894 nadat het houten theater was afgebrand in de nacht van 18 op 19 februari 1890) en de Beurs van Berlage aan het Damrak. Wie Koninkrijk vol Sloppen heeft gelezen van Auke van der Woud weet overigens dat er sprake was van een ruimtelijk en sociaal sterk gesegregeerde hoofdstad. Stijlvolle publieke gebouwen en herenhuizen voor de burgerij, kelders en krotten voor het proletariaat.

Amsterdam bouwwoede - 1912

The Movies
The Movies
Alles overziende is 1912 voor Amsterdam in architectonisch opzicht een Gouden Jaar. Wat in 1912 als Bioscoop Tavenu begon, staat sinds 1971 bekend als The Movies. Het is een theater voor de art-house cinema, films met een meer cultureel karakter. Het heeft een prachtig art déco interieur. De meeste Amsterdammers zullen in de sfeervolle ambiance wel eens naar de film zijn geweest of in het restaurant of café van een drankje of hapje hebben genoten. Naar verluidt is er geen andere bioscoop in Europa die honderd jaar aaneengesloten open is geweest. Feest dus aan de Haarlemmerdijk.
Een tweede opmerkelijk gebouw is de Tichelkerk aan de Lijnbaansgracht. De Tichelgemeente bestaat niet meer en de laatste Kapucijner monniken zijn vertrokken of overleden. Zij behartigden de zielenzorg in de noordelijke Jordaan. De Tichelkerk, ook bekend als de Heilige Antonius van Paduakerk, is overgenomen door de Russisch-orthodoxe Nicolaasparochie. Het eeuwfeest werd op zaterdag 17 november gevierd met een Russische bazaar en op zondag 18 november met een concert van Georgisch-orthodoxe muziek door Ensemble Barakoni.
De wandeling vervolgt naar het Rozentheater, oorspronkelijk gebouwd als een bioscooptheater. Daarna meer bouwwerken. Het administratiegebouw van het Binnengasthuis is in 1912-1913 gebouwd in de stijl van de vroege Amsterdamse School, naar ontwerp van Johan Melchior van der Mey (1878-1949). Het Schiller hotel ligt aan het Rembrandtplein. Frits, Hein en Elsa Schiller namen in 1912 het initiatief om hier een nieuw hotel te bouwen. Op 15 augustus 1912 werd de eerste steen gelegd van Brasserie Schiller. Het hotel werd geopend op 6 augustus 1913. Het bijzondere pand ademt met zijn mooie Art Deco en Jugendstil elementen nog altijd de sfeer uit van de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw.
Schiller ontving in het verleden beroemde gasten als Jimmy Hendrix, Toon Hermans, Miles Davis en Karel Appel. Kunsthistorica Esther Schreuder schreef voor het jubileum van de zaak een mooi boekje Schiller - hotel, café, restaurant 1912-2012. Onderwerp van gesprek in en rondom het hotel is nog steeds het drama dat zich voltrok op 26 november 1927. Het gaat om de moord op zanger en cabaretier Jean-Louis Pisuisse en zijn echtgenote Jenny Gilliams. Pisuisse snelde de brasserie uit om te voorkomen dat de minnaar van zijn vrouw haar aan de voet van het standbeeld van Rembrandt zou neerschieten. Pisuisse sprong voor zijn echtgenote, waardoor hij door de kogel werd getroffen en overleed. Daarna werd Pisuisse's vrouw alsnog vermoord. De moordenaar voltooide het drama door zichzelf van het leven te beroven.

Rembrandtplein en Leidseplein - 2012

Het Rembrandtplein heeft onlangs een facelift ondergaan. Rembrandt is omgedraaid en heeft een vergulden jas aangetrokken. Maar de coffeeshops, de gokhallen en de pal tegenover het Schiller hotel voortdurend oplichtende, enorme neon reclamebeelden maken er de sfeer op het uitgaansplein niet gezelliger op. Het is een bespottelijke poging om Times Square in New York na te bootsen. Al moet ik toegeven dat het er tot diep in de nacht altijd vol volk is.
Een kop koffie kan bij de onlangs geopende, grootste Starbucks in Europa. We wandelen langs de bloemenmarkt aan de Singel en door de Leidsestraat verder naar het Hirsch gebouw aan het Leidseplein. Wees voorzichtig, want anders breek je er je nek over de rondslingerende fietsen of word je omver gereden door een tram of taxi. Geen geld voor het Concertgebouw, dan is er op het Leidseplein de hele dag door gratis en voor niks verrassend mooie muziek. Al zal een kleine financiële bijdrage door de muzikant of kunstenaar worden gewaardeerd. Het door architect A. Jacot (1864-1927) ontworpen gebouw kreeg vorm op de plaats van een eind negentiende eeuw geopende kleinere modewinkel van het chique Maison Hirsch.
Het interieur binnen en het straatbeeld buiten zijn wel veranderd. Op zaterdag 3 maart 2012 stormde 's ochtends om 10.00 uur een juichende menigte verlekkerd de Apple Store binnen naar de Mac, iPhone, iPad en iPod. Na hun aankopen zette het publiek de maaltijd vlakbij voort bij McDonald's, Burger King, de Febo en Kentucky Fried Chicken. De Apple Store heeft een aantal records van Apple verbroken. Zo is de twintig meter lange Genius Bar de grootste ter wereld. Daarna gaat de route over het Museumplein door naar het Hillehuis aan de Gabriël Metsustraat 22-34. Het blok van achttien appartementen was de eerste opdracht die architect Michel de Klerk (1884-1923) uitvoerde. Als één van de 25 kinderen van een diamantslijper groeide de jongen in armoede op. Michel de Klerk had geluk dat zijn talenten werden herkend. Hij groeide uit tot een vaandeldrager van de Amsterdamse school.

Het Zuiderbad - 1912-2012

De tocht eindigt bij het achter het Rijksmuseum gelegen Zuiderbad aan de Hobbemastraat. Maar eerst nog aan onze rechterkant het vroegere Veiligheidsinstituut. Het kan niet missen, het jaartal 1912 staat er duidelijk op. Het ernaast gelegen Zuiderbad vierde op 30 maart 2012 zijn honderdjarig bestaan. Overigens was het oorspronkelijke gebouw een overdekte rijwielschool (de grootste in Nederland) en dateert uit 1897. Na het faillissement is het in 1912 aanzienlijk verbouwd om er een zwembad van te maken. Het is toen ingericht met moderniteiten als centrale verwarming en elektrisch licht, zodat er ook 's winters als het donker was kon worden gezwommen. Het waterbassin werd als het ware op de fietsvloer gezet. Het bassin bevat 700.000 liter water. Wandel de statige trap op naar boven en kijk door de ramen naar binnen. Het zwembad met de mooie betegelde fontein en de badhokjes met de witte gordijnen opzij van het bassin levert geregeld mooie plaatjes op voor het journaal. Het is het oudste zwembad in Amsterdam.
Het Zuiderbad
Het Zuiderbad

Het feestcomité had trouwens de actiegroep die het zwembad 32 jaar geleden kraakte om dreigende sluiting door de gemeente te voorkomen, wel eens een pluim op de hoed mogen steken. Vrijwilligers runden bijna een jaar het Zuiderbad en bewezen het bestaansrecht van het bad door het publiek wat er massaal op afkwam. Bovendien slaagde de groep erin bij de gemeenteraad een meerderheid te bereiken voor behoud van het zwembad. Ik weet het, want was erbij. Als badmeester-toezichthouder en deelnemer aan de gesprekken met de leden van de betreffende commissie uit de gemeenteraad. Na een renovatie ging het weer open. Het schijnt nu het drukst bezochte zwembad in Nederland te zijn en heeft bovendien de status van monument. Na het zwemmen lokt de lunchroom Vrolijk direct naast de ingang van het bad.

Nobelprijs voor de Vrede - 1912 en 2012

De Nobelprijs voor de Vrede werd in 1912 uitgereikt aan de 67-jarige Elihu Root, voormalig minister van Oorlog (1897-1904) en minister van Buitenlandse Zaken (1905-1909) in de Verenigde Staten. Als minister van Oorlog onder William McKinley en Theodore Roosevelt hervormde hij het Amerikaanse leger. Als minister van Buitenlandse Zaken onder Roosevelt reisde hij de wereld af. Tijdens een tournee door Zuid-Amerika haalde hij de regeringen in de regio over om deel te nemen aan de Vredesconferentie in Den Haag. Hij kreeg de Nobelprijs voor zijn inspanningen om landen (met name China en Japan) door samenwerking en arbitrage bij elkaar te brengen.
Oslo, 10 december 2012,  Nobelprijs voor de Vrede voor de Europese Unie
Oslo, 10 december 2012, Nobelprijs voor de Vrede
voor de Europese Unie
Een eeuw later op 10 december 2012 is de Nobelprijs voor de Vrede toegekend aan een instituut, de Europese Unie. Met drie man sterk nam het bestuur van de Europese Unie de prijs in de Noorse hoofdstad Oslo in ontvangst. EU-president Herman Van Rompuy, voorzitter van de Europese Commissie José Manuel Barroso en voorzitter van het Europees Parlement Martin Schulz namen de oorkonde met de bijbehorende medaille glimlachend, maar vermoedelijk toch ook wat onder de indruk van de kritiek, in ontvangst. De landen van de EU gaan immers gebukt onder grote schulden, begrotingstekorten, werkloosheid. De EU verkeert in een diepe economische crisis. Barroso roemde in zijn speech het ontwapeningsbeleid van de EU. Op 9 december protesteerden daarentegen honderden Noren tegen de rol van de EU bij bewapening en militarisering. Maar niemand zal voorbij willen gaan aan de wil tot en het belang van vrede, voor Europa, voor de hele wereld.

De Maya's en het einde

Vandaag zal de voorspelling van de Maya's dat de wereld op vrijdag 21 december 2012 zou ophouden te bestaan, inmiddels gelogenstraft zijn. De eindafrekening zal nog wel een tijdje op zich laten wachten. We laten ons niet leiden door een onzekere heilsverwachting, maar vertrouwen liever op ons gezond verstand en gaan af en toe te rade bij het verleden.


1 Friedrich Nietzsche, Over nut en nadeel van geschiedenis voor het leven (p. 22, Historische Uitgeverij, z.pl. 2012). (terug)
2 Idem, p. 30. (terug)
3 Katja Bossaers en Carly Misset (redactie), 400 jaar Beemster 1612-2012, Stichting Uitgeverij Noord-Holland 2012, 416 pp.(terug)