welkom
extra
Solidariteit

De Tour de France en de bijna inlijving door Frankrijk

De monarchie als achterhaald cadeau

Harry Peer

Op zondag 4 juli 2010 start de Tour de France in Rotterdam. Enkele dagen maken we deel uit van een groot Frans circus. Veel Nederlanders raken hiervan opgewonden. Willen de Franse organisatoren ons met de keuze voor de plaats van Le Grand Départ subtiel aan het verleden herinneren?

Begin juli is het namelijk precies tweehonderd jaar geleden dat Nederland werd ingelijfd bij Frankrijk. We kijken terug op de korte periode dat het huidige Nederland deel uitmaakte van het Franse keizerrijk en de Oranjes die er van profiteerden.

Stel dat

Geschiedenis wordt een intrigerende bezigheid, wanneer je de fantasie de vrije loop laat.
'If-history' als hulpmiddel om de echte feiten en gebeurtenissen en de loop van de geschiedenis wat helderder te krijgen. Stel dat Napoleon niet zo dom was geweest in 1812 te beginnen aan zijn beruchte veldtocht naar Rusland. De fatale tocht naar Moskou leidde medio oktober 1813 tot de slag bij Leipzig, waar het Franse leger werd verslagen door de geallieerde troepen. Op 18 juni 1815 ging Napoleon Bonaparte zijn definitieve ondergang tegemoet bij Waterloo. Van het leger van een half miljoen soldaten dat aan Napoleons invasie van Rusland deelnam, keerde 20.000 man terug. Van de 15.000 Nederlanders overleefden slechts 300 dienstplichtigen de ontberingen en slachtingen.
Wanneer Napoleon dit roekeloze veroveringsplan zou hebben laten varen en had ingezet op stabilisatie van zijn keizerrijk, was Nederland mogelijk al twee eeuwen Noord Frankrijk geweest. Met Amsterdam als de derde stad van Frankrijk, na Parijs en Brussel. Met Delfzijl als de meest noordelijke en Marseille als de meest zuidelijke plaats. Misschien hadden we dan kunnen flaneren op de elegante boulevard van Delfzijl, aan stalletjes crêpes kunnen eten, en rechtstreeks met de Thalys van de Eems naar de Middellandse Zee kunnen reizen. Was het Frans de voertaal in ons land geworden en in sommige departementen nog overgebleven Nederlandse dialect een exotisch studieobject dat te veel aan het kwalijke Duits herinnerde.

Koning Lodewijk

Tweehonderd jaar geleden, om precies te zijn op 9 juli 1810, werd het koninkrijk Holland ingelijfd bij Frankrijk. Vier jaar lang was Napoleons broer Lodewijk koning van Holland geweest. Op 1 juli had hij afstand van de troon gedaan ten gunste van zijn zoon Lodewijk II; vanwege zijn minderjarigheid werd het knaapje onder regentschap geplaatst van zijn moeder, koningin Hortense. Het jongetje is slechts negen dagen 'onze' koning geweest, maar veertig jaar later zou hij het in navolging van zijn grote oom tot keizer van Frankrijk brengen. Lodewijk Bonaparte bleef het Nederlandse volk aan zijn borst koesteren. In 1814 schreef hij een roman in drie delen Marie, les peines de l'amour, ou les Hollandaises over zijn vroegere koninkrijk. In 1840 bezocht hij ons land incognito, maar in Den Haag werd hij herkend. Mensen maakten vergelijkingen met de Oranjevorst die niet ongunstig uitvielen voor Lodewijk.

Aanslibsel der Franse rivieren

In de ruim drie jaar dat het Nederlands grondgebied - "het aanslibsel van de Franse rivieren"- bij Frankrijk hoorde, zijn belangrijke administratieve en juridische wijzigingen aangebracht. Aan de debetzijde zien we een stilstand op economisch vlak veroorzaakt door de continentale blokkade en de sluiting van de universiteiten van Franeker en Harderwijk. Aan de creditzijde veel vernieuwingen, deels al ingezet vanaf de totstandkoming van de Bataafse Republiek in 1795: gelijkheid van burgers voor de wet en afschaffing van de gilden. Op bestuurlijk terrein de departementen met prefecten aan het hoofd, de sanering van de staatsfinanciën, de burgerlijke stand met voor iedereen de verplichting een familienaam te nemen, de invoering van nieuwe wetboeken en de dienstplicht, de doelmatige rechterlijke en uniforme politieorganisatie, goed opgezette stedelijke begrotingen en het metrieke stelsel voor maten en gewichten.
In het onderwijs werd het Frans naast het Nederlands verplicht gesteld. Een probleem was aanvankelijk wel dat de meeste leerkrachten de taal niet machtig waren. Gerlof Verweij oordeelt in zijn omvangrijke Geschiedenis van Nederland over deze periode dat een samengaan onder Franse leiding bepaald niet irreëel leek. In geheel Europa waren de toonaangevende klassen doordrenkt van de Franse cultuur en drukten zij zich uit in de Franse taal. Dat heeft nog lang zo gegolden. Anderhalve eeuw later kreeg ik nog Frans op de lagere school. De ontvankelijkheid voor de Franse literatuur is in brede kring in ons land lange tijd groot geweest. De oude vertalingen van Honoré de Balzac verkruimelen onder je handen, arbeiders verslonden de sociale romans van Émile Zola, de progressieve middenklasse liep na de Tweede Wereldoorlog weg met het schrijvende politieke echtpaar Sartre en De Beauvoir. Half Nederland kampeert in de zomer in de Provence of de Auvergne.

Terug naar Napoleon. Mythevorming heeft zijn despotisch optreden wat op de achtergrond gedrukt. Napoleon heeft zijn krachten overschat, de waardevolle verworvenheden van de Franse revolutie te grabbel gegooid en de mogelijkheden voor een verenigd continentaal Europa laten liggen. We kunnen het nalezen bij Presser en Zamoyski.

Einde Oranje

Oranje-historicus J.G. Kikkert schrijft dat niet vaak genoeg kan worden herhaald dat het korte bewind van Lodewijk Bonaparte het koninkrijk van de Oranjes heeft mogelijk gemaakt. Ironie van de geschiedenis. Dankzij de Fransen (en bevestigd op het Congres van Wenen in 1815) is de vroegere Republiek van de Zeven Provinciën een koninkrijk geworden.
Weinig burgers staan er bij stil dat we tijdens onze Gouden Eeuw een Republiek waren, bewonderd en benijd door onze buren. Lodewijk Napoleon deed de Nederlanders wennen aan een koninkrijk. De zoon van de laatste stadhouder mocht het bij wijze van spreken eens proberen als koning, op initiatief van het driemanschap onder leiding van Gijsbert Karel van Hogendorp. In 2013 zullen we dat waarschijnlijk groots gaan gedenken. Het zou dan ook een uitgelegen kans zijn om van het archaïsche staatsbestel af te komen en eindelijk onze democratische reputatie te herstellen, als Republiek van de Twaalf Provinciën. Beatrix is dan 33 jaar koningin geweest. Na opeenvolgend drie koningen, een regentes en drie koninginnen is het wel mooi geweest.
We zijn onder de indruk van het plichtsbesef van de vorstinnen en de inspirerende rol van Wilhelmina tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dat neemt niet weg dat de generaties uit de komende Republiek met verbazing zullen terugkijken op deze folkloristische episode in onze geschiedenis. De monarchie roept serviliteit en dwaasheid bij de onderdanen op, zowel psychologisch, in de omgangsvormen, als meer institutioneel. Om maar een voorbeeld te noemen uit de academische wereld, waarvan je het niet zou verwachten. Hoe is het toch mogelijk dat de Universiteit van Leiden aan de nog maar twintigjarige Juliana het eredoctoraat in de letteren en de wijsbegeerte kon verlenen? Zelfs de befaamde historicus Johan Huizinga werkte er aan mee. Het was wel het eerste, maar niet het laatste eredoctoraat dat Juliana - die slechts een jaar wat colleges in Leiden volgde en verder toch niet bekend is om haar intellectuele prestaties - is toegekend. Zoals meestal in deze kringen worden mensen geprezen om hun status en niet om hun verdiensten.
Democratie en erfopvolging staan op gespannen voet met elkaar. De sociaal-democratische voorman P.J. Troelstra merkte al op dat teeltkeuze een goede zaak is voor stamboekvee, maar niet voor de selectie van staatshoofden. We zouden het onacceptabel vinden, indien elke burgemeester automatisch zou worden opgevolgd door zijn of haar zoon of dochter.

De kroonprins

Willem-Alexander is veelzijdig. Hij heeft zijn dienstplicht bij de marine vervuld, geschiedenis gestudeerd, weet het nodige van watermanagement, is sportief, spreekt zijn talen, is echtgenoot en vader van drie dochters. Voor hem is wel een onderkomen en een passende baan elders te vinden. Met zijn zoektocht naar een landgoed en riante villa in het buitenland loopt hij in feite al op de ontwikkelingen vooruit. Het zal wel Argentinië worden, Maxima zal zich er niet ongelukkig bij voelen.1
Mogen we zeggen dat er met Beatrix het maximale voor het Huis van Oranje is uitgehaald? Is dat dertig jaar geleden al niet overtuigend aangetoond bij haar inhuldiging in Amsterdam? Ik was er getuige van op 30 april 1980. Er heerste een ware revolutiesfeer, aangewakkerd door provocerende uitlatingen van de minister van Binnenlandse Zaken H. Wiegel en helikopters die al weken lang boven de stad scheerden. Barricades waren opgetrokken op het Rokin, het Damrak en in de Oude Hoogstraat; op het Waterlooplein knuppelde politie te paard angstig weghollende mensen in elkaar; duizenden demonstranten vochten zich een weg naar de Dam. Woningzoekenden roerden zich massaal op deze dag. Wat stak was dat voor Beatrix een paleis voor 75 miljoen gulden werd opgetrokken en zij in krotten of op straat leefden. Het motto van de krakers was op vele muren en in vlugschriften te lezen: Geen woning, geen kroning. Iedereen leek te roepen om de republiek. Dit kunnen we Willem-Alexander niet aandoen. Hij moet de eer aan zichzelf houden. Wat is het alternatief?

Niets is onmogelijk. Keizer Wilhelm II sleet zijn laatste jaren als houthakker in Huize Doorn. Dankzij de Duitsers is het Keizerrijk van Napoleon III (een zoon van 'onze' Lodewijk) na een kortstondige oorlog in 1870-1871 omgezet in een republiek. In het Paleis van Versailles is de Duitse eenheid gesmeed, het Duitse keizerrijk uitgeroepen. Jammer dat koning Willem I in 1830 het zuidelijk deel van de Nederlanden uit zijn handen liet glippen. Er diende zich in België geen natuurlijke uit het volk voortgekomen leider aan. De Belgen moesten buiten de grenzen leuren voor een koning, uiteindelijk viel de keuze op Leopold von Saxen-Coburg, de vader van "de beruchte slachter van de Congo". Multatuli klaagde koning Willem III aan, als troost moge dienen dat ook de Belgen het nodige met hun monarchen te stellen hebben gehad. Dit alles toont wel aan hoe belangrijk het is de geschiedenis door een internationale bril te bekijken.


1 Al kunnen we niet uitsluiten dat, mocht Nederland een republiek worden, Willem-Alexander grootgrondbezitter wordt op de Veluwe. Zie hiervoor: Cees Fasseur: Wilhelmina. Krijgshaftig in een vormeloze jas, p. 547. Uitgeverij Balans, Z.pl. 2001. (terug)

Literatuur:
- H. van der Horst, Nederland. De vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, pp. 263-294. Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam 2009.
- J.G. Kikkert, Geheimen van de Oranjes. Deel I, Minder bekende episodes uit de geschiedenis van het Huis Oranje-Nassau, pp. 82-88. Uitgeverij Aspekt, Soesterberg 2006.
- E.H. Kossmann, De Lage Landen 1780-1940. Anderhalve eeuw Nederland en België. Uitgeverij Elsevier, Amsterdam/Brussel 1984.
- J. Presser, Napoleon. Historie en legende. Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam 1989.
- M.G. Schenk en M. van Herk, Juliana. Vorstin naast de rode loper. Uitgeverij De Boekerij, Amsterdam/Brussel 1980.
- S. Schama, Patriotten en bevrijders. Revolutie in de noordelijke Nederlanden, 1780-1813. Uitgeverij Olympus, Amsterdam 2005.
- L.A. Struik, Oranje in ballingschap 1795-1813. Een Odyssee. Uitgeverij De Bataafsche Leeuw, Amsterdam 2006.
- G. Verwey, Geschiedenis van Nederland. Levensverhaal van zijn bevolking, pp. 664-677. Uitgeverij Elsevier, Amsterdam/Brussel 1983.
- A. Zamoyski, 1812. Napoleons fatale veldtocht naar Moskou. Uitgeverij Balans, Amsterdam 2005.
- A. Zamoyski, De ondergang van Napoleon en het Congres van Wenen. Uitgeverij Balans, Amsterdam 2007.