welkom
extra
Solidariteit

Verheerlijking van een knokploeg als alledaags nieuws

Berlusconi als leermeester

Hans Boot

Niet reageren, negeren, doodzwijgen, een absoluut cordon sanitaire. Veel gehoorde opvattingen over de benadering van de PVV. Vast goed bedoeld, maar het werkt niet. De schreeuwlelijken en haatzaaiers zijn luid en duidelijk aanwezig. De media worden niet gedwongen, maar koketteren gretig met weer een volksverlakkerij of provocatie van Het Lid of zijn volgelingen. Gelaten ondergáán heeft geen zin. En onderschatten helemaal niet.

De Tweede Kamerleden van de PVV integreren zonder moeite in het parlementaire werk. Ze horen erbij en maken vrienden. Zo is Brinkman, partijnummer: 3, voorzitter van de Vaste Kamercommissie voor Immigratie en Asiel en heet partijnummer: 1, in de persoonlijke omgang "heel aardig". Maar het blijft niet bij de Haagse politiek.

Een knuffelende leider

Eén van de vele voorbeelden is het warme portret van nummer: 3 in het Volkskrant magazine van 11 december 2010. Hij schittert als een Bekende Nederlander, een ster, een rolmodel. Sympathiek, juist omdat hij ook wel eens een foutje heeft gemaakt.
Het is de moeite waard wat langer stil te staan bij de drie pagina's tekst, aangevuld met twee pagina's foto en ingeleid door een kleurenfoto op de voorpagina. Er is één passage die in zijn geheel geciteerd zal worden. Daarin is partijnummer : 3 als voorman van een knokploeg aan het woord. Hevig nagenietend wrijft hij zijn wapenstok op en denkt trots terug aan de achtergelaten lidtekens. De schoenen, knopen en lippen glimmen.

Maar eerst de humane context van een vroegrijp sleutelkind dat vrede sloot met zijn driftige vader. De sociale klimmer die te eigenwijs was voor de Koninklijke Militaire Academie. De paardenliefhebber die al pratend opspringt om liefdevol te wijzen op de kleine bonte specht in de boom voor het raam. De vader die op de spaarzame pappadag zijn zoontje laat knuffelen door partijnummer: 1. De man die zijn motor aan de kant heeft gedaan om z'n mooie pakken te sparen en vanuit zijn stolpboerderij uitkijkt over dampende akkers. Heus, het staat er allemaal over deze mooie menselijke mens die elke morgen het voorrecht heeft een fazant in de ogen te kijken. Deze keer door het slaapkamerraam. Om hem te kunnen waarderen, zijn geen Duitse berggezichten nodig. Partijnummer: 1 vindt hij bijna perfect.

Toegegeven, het is een gruwelverhaal, maar dan wel opgeschreven door een begripsvolle journaliste die welgemoed haar bijdrage aan de kwaliteitskrant levert. Maar de warmte van mens partijnummer: 3 is slechts de context. Hij krijgt alle gelegenheid zijn delinquentengedrag te rechtvaardigen ("Hoho, ik heb geen politiecontrole ontweken"), te bagatelliseren ("Luister, iedereen doet wel eens iets dat niet zo goed is") of te weerleggen ("ik heb die barman met geen vinger aangeraakt"). En of dat nog niet genoeg is, hij mag zonder enige tegenspraak aankondigen dat hij een klacht zal indienen tegen journalisten die leugens over hem vertellen.

Een grote lat

"Er is niks leukers dan het tuig dat jou probeert te raken terwijl je in de linie staat, later tijdens een charge op te zoeken en zo'n gozer een grote lat in zijn nek te douwen. Als je hem dan voor je wapenstok hebt liggen, reken dan maar dat je hem graag die brandende vlek in zijn rug wil meppen. Er is niks leukers dan dat, kan ik je verzekeren. En dat is helemaal volgens de wet."

Kamervragen? Naar de rechter lopende burgers? Verhitte talkshows? Kwaaie ingezonden brieven? Ingelaste politieberichten? Een geschrokken koningin? Niets van gemerkt. Dit type geweldsverheerlijking tegen "uitvreters die te beroerd waren om een baan te zoeken" lijkt al zo vanzelfsprekend dat zelfs een goedkeuring niet nodig is.
De afsluitende zin ("volgens de wet") is tekenend en heeft iets weg van Berlusconi's wetgeving. Zorg dat crimineel handelen onder de wettelijke bescherming valt. De gedoogregering heeft een leermeester gevonden. De eerste inbreker is al gesneuveld.