welkom
extra
Solidariteit

Overpeinzing bij de uitslag van het AOW/pensioen referendum van de FNV

Alarmerend democratisch tekort

Hans Boot

Wat betekent een "zeer ruime meerderheid' van 80 procent bij een referendum, waaraan 14 procent van de leden deelneemt? Alarmfase één, zou het antwoord zijn uit het nog onontdekte land Democratia. Maandenlang lijkt Nederland op zijn kop te staan en lijdt de leiding van de FNV het ene na het andere gezichtsverlies, en de overgrote meerderheid doet slechts mee door niet mee te doen.

Een tweede alarm uit datzelfde 'droomland' roept een keten van vragen op, waarbij elk antwoord de verenigingsdemocratie verder uitholt. Wat gaat er met het goedgekeurde akkoord van de 'sociale partners' gebeuren? Het telt en wordt 'meegenomen'. Door wie? Door de regering. Welke? Is dat zeker? Voor wie is het AOW/pensioen akkoord verplichtend? Is het een wetstekst? Kan eraan gesleuteld worden? Waar ligt de grens? Gaan de leden daarover? Wie heeft het laatste woord? Enzovoort, enzovoort.

Tien, vijf of zelfs één procent

Op de techniek en daarmee de democratische kwaliteit van het referendum, zoals daar door de FNV gebruik van wordt gemaakt, is veel aan te merken. Niet alleen vanwege de hier voor aangegeven open einden.
Allereerst ontbreken bij de voorgelegde tekst kritische commentaren, toegelichte afwijzingen, discussieverslagen en interpretatierisico's. Ook in de ledenvergaderingen ging het uiteindelijk om instemmen of verwerpen, alternatieven waren afwezig. Bovendien zou Nederland, de polder, de vakbeweging en het federatiebestuur van de FNV een ramp te wachten staan, wanneer in deze hoogst onzekere tijden ook nog eens de 'sociale partner' en dus de sociale vrede gebruuskeerd zouden worden.

'Nee' zou een stem zijn voor de 'extremen' van het partijpolitieke spectrum en een 'ja' tegen de sociaal-economische chaos en onregeerbaarheid van het land. Gemanoeuvreer met de ingangsleeftijd van de AOW en het pensioen was in vergelijking daarmee een peulenschil. Sterker nog, als het referendum daar eigenlijk niet over ging, wordt het ontluisterende feit van de geringe deelname irrelevant. Het kan tien, vijf of zelfs één procent worden, zo lang er geen sprake is van een bewuste en tegendraadse algehele boycot is er voor de opstellers van het referendum geen vuiltje aan de lucht.

Van knop tot parel

Een tweede mankement van het referendum dat de FNV organiseerde, is de individualisering van de opinievorming. Dat ligt al opgesloten in de scheiding tussen debat en stemming, maar wordt door de elektronische 'druk op de knop' democratie versterkt. Als de waarheid ergens te vinden is, dan is het daar waar de meningen botsen, zich van elkaar verrijken en de twijfel leerzaam is. De knop kent botsing noch interactie en bant elke twijfel en overpeinzing uit. Nog los van het feit dat groepen vakbondsleden niet beschikken over de knop of daar geen toegang toe hebben.

Deze (en andere) democratische tekorten sluiten echter het referendum als middel tot besluitvorming niet uit. Het functioneert bij de gratie van de democratie. Nu duikt het op ter afronding van een lang en oncontroleerbaar proces, waarin technocratie, professionaliteit en 'partnership' domineren. Slechts bij levendige debatten en activiteiten, interne kritiek en oppositie en een zichtbare organisatie op werkvloer en straat is het gebruik van het referendum een parel in de democratie.