welkom
extra
Solidariteit

Europa in de context van de economische wereldcrisis

"Grof Keynesianisme"

Winfried Wolf 1

Aangeschoten EU 17 april 2008. Op die dag presenteerden acht economische onderzoeksinstituten in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland de "Voorjaarsnota 2008" 2. Hierin konden we lezen dat voor de Verenigde Staten "geen scenario voor een duidelijke recessie" bestaat. De Teutoonse 3 economie wordt als een onverwoestbare krachtbron gezien: "De Duitse economie is de laatste jaren robuuster geworden. Het gevaar voor een recessie is daardoor kleiner."

17 maart 2009. Paul Krugman, Nobelprijswinnaar voor de economie, spreekt in Brussel op uitnodiging van de EU-commissie over "de concurrentiepositie van de Europese industrie". Hij bekritiseert de Europese regeringen heftig, omdat ze de diepte van de wereldwijde recessie niet inzien en hun conjuncturele maatregelen "volstrekt onvoldoende" zijn. Eerder had hij de Duitse minister van Financiën Steinbrück (sociaal-democraat) in zijn blog 4 onder vuur genomen. De minister betitelde in een interview met Newsweek 5 de roep om anti-conjuncturele maatregelen op EU-niveau als "grof Keynesianisme". Volgens Krugman is in de Verenigde Staten zo'n naïeve hetze als van de Duitse minister alleen bij de Republikeinen te horen. Krugman ziet het gevaar - net zoals Keynes negentig jaar geleden 6 - dat Europa de economische, sociale en politieke gevolgen van de economische wereldcrisis niet onderkent en de crisis onvoldoende eensgezind benadert. Krugman waarschuwt voor "nieuw protectionisme", voor een "valutachaos" en voor "een groeiend nationaal egoïsme".

Voorspellingen

De Europese regeringen, de instituten van de Europese Unie en de Duitse Regering hebben hun optimistisch gekleurde cijfers van week tot week aan de harde economische werkelijkheid moeten aanpassen. Begin mei 2009 ging de EU-commissie al uit van een daling van het Europese Bruto Binnenlands Product (BBP) van 4 procent in dit jaar; de Duitse regering moest toegeven dat de val van het Duitse BBP wel eens 6 procent zou kunnen bedragen. Uit de officiële cijfers over het eerste kwartaal van 2009 kunnen drie conclusies worden getrokken:

  • Ten eerste zal de financiële wereldcrisis tot een nog sterkere daling van de reële economie leiden dan tot nu toe was aangenomen.
  • Ten tweede is de crisis van de Europese economie hardnekkiger dan die in Noord-Amerika.
  • Ten derde zou de op één na grootste economie ter wereld (de Japanse) wel eens dusdanig in de problemen kunnen komen dat die een extra gevaar voor de wereldeconomie oplevert.

Tabel 1 levert de gegevens voor deze beweringen.

Tabel 1- Bruto Binnenlands Product 2008-2010
Structuur van de wereldeconomie en groei ten opzichte van het vorige jaar in percenten 7

Economie Aandeel Werkelijke ontwikkeling Voorspelling *)
  % van BBP % per jaar % per jaar
    2008 Kwrt 1 2009 en
Kwrt 4 2008 **)
2009 2010
Industrielanden          
EU-27 34,5 0,9 -6,0 -4,3 -0,5
- Duitsland 6,8 1,3 -11,5 -6,0 -0,5
- Frankrijk 5,3 0,8 -5,3 -3,5 -0,3
VS+Canada 31,1 1,0 -6,0 -3,2 0,0
Japan 9,0 -0,7 -15,2 -6,7 0,2
Totaal industrielanden ***) 76,3 0,8 -8,0 -4,2 -0,2
Nieuwe ekonomieën          
China 7,1 8,7 4,0 5,0 6,5
India 2,3 7,4 -0,9 4,5 6,0
Rusland 2,6 5,6 -17,0-3,5 -0,5
Latijns Amerika 6,5 4,4 -6,0 -3,5 1,0
Totaal nieuwe economieën 23,7 6,1 -2,5 -0,4 3,2
Grand Totaal ****) 100,0 2,1 -7,0 -3,3 0,6
*)Volgens de voorjaarsnota 2009
**)Omgerekend naar percenten per jaar
***)Inclusief Zwitserland en Noorwegen met een BBP van 1,7 procent
****)Som van genoemde landen, meer dan 90 procent van het wereld BBP

De getallen maken duidelijk dat volgens de officiële voorspellingen (2009 en 2010, laatste twee kolommen) de crisis in Europa dieper is en langer duurt dan in Noord Amerika. Het BBP van de EU-27 daalt in 2010 nog steeds. De daling over 2009-2010 is ongeveer 5 procent , in Noord-Amerika 3 procent.
Tussen de werkelijke ontwikkeling in het vierde kwartaal 2008 en het eerste kwartaal 2009 en de voorspelling over 2009 bestaat een groot verschil: de werkelijke afname over de twee kwartalen is tweemaal zo groot als de voorspelling. De tweede helft van 2009 kan natuurlijk beter worden, maar desalniettemin was de daling in het eerste kwartaal veel groter dan verwacht. De conclusie is dat de voorspelling over 2009 in tabel 1, die al een aantal malen naar beneden is bijgesteld, nog te optimistisch is: het negatieve effect van de financiële crisis op de reële economie, met name in de industriële sector, is groter.

De nieuwe crisis van Japan

De voorspelde daling van het Japanse BBP van 6,7 procent over 2009 is al heftig. De daling in het vierde kwartaal 2008 en het eerste kwartaal van 2009 van 15,2 procent (op jaarbasis) is ongeëvenaard: sinds het begin van de statistiek in de jaren vijftig is dit niet voorgekomen 8. Daarbij komt dat Japan van 1989 tot 2002 al een diepe crisis met depressie en deflatie onderging. De staat bestreed de crisis met een Keynesiaanse aanpak: Met overheidskredieten werd een enorme overheidsvraag gecreëerd om de productie draaiende te houden. De keerzijde is de staatsschuld die binnenkort tweemaal het BBP bedraagt 9.
Daardoor is de speelruimte beperkt om de huidige crisis op gelijke wijze te bestrijden. Toch vergroot Japan de overheidsvraag om de val van de economie te dempen. Er is echter een verschil met de depressie in de jaren negentig. Toen kon ook door stijgende export, de crisis van de binnenlandse markt worden bestreden. In de huidige crisis hebben alle relevante landen te maken met negatieve effecten op het BBP. Dat geldt ook voor China, een belangrijke markt voor Japanse producten. De interne marktproblemen kunnen nu niet meer via export op andere landen worden afgewenteld.

Verschillen en gevaren binnen EU

Als we de structuur van het BBP binnen Europa onderzoeken, zien we opnieuw de verschillen tussen de statistiek van het vierde kwartaal 2008 en eerste kwartaal 2009 en de voorspelling voor 2009. Tevens bestaan er verschillen tussen de individuele landen en tussen groepen van landen (tabel 2).

Tabel 2 - Ontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product en het werkloosheidspercentage in Europa 2008-2010 10

Economie Aandeel Werkelijke ontwikkeling Voorspelling *) WerkloosheidVooorspelling
werkloosheid
  % van BBP % per jaar % per jaar %%%
    2008 Kwrt 1 2009 en
Kwrt 4 2008 **)
2009 2010 200820092010
Duitsland 19,71,3 -11,5-6,0-0,57,3 8,4 9,6
Frankrijk 15,40,8 -5,3 -3,5-0,37,8 9,3 10,1
Italië 12,5-1,0- -5,0-0,87,0 8,9 10,3
Spanje 8,5 1,2 -5,5 -4,1-0,911,317,320,8
Ierland 1,5 -1,6-7,0 -7,9-2,76,3 12,214,3
Eurozone**** 72,90,8 - -4,5-0,67,5 9,7 11,1
 
Groot-Brittannië 16,40,7 -6,8 -4,0 -0,85,67,7 10,0
Hongarije 0,8 0,5 -7,4 -4,0 -2,57,99,7 11,0
Letland 0,2 -4,6 -27,2-11,0-2,27,316,718,0
Nieuwe EU landen*****7,0 4,2 - -1,7 0,8 6,78,7 8,8
EU-27 100 0,9 - -4,3 -0,57,09,2 10,1
*)Betrokken op het totaal van de 27 EU landen
**)Volgens de voorjaarsnota 2009
***)Omgerekend naar percenten per jaar
****)Alle landen met de Euro (16 landen)
*****)Voornamelijk Midden- en Oost-Europese landen

De Duitse economie speelt ook na de uitbreiding van de Europese Unie een leidende rol. Het BBP van Duitsland is bijna een vijfde (19,7 procent) van het totale BBP van de 27 EU-landen. Daarom is de verwachte, grote afname van het Duitse BBP in 2009 belangrijk (met 6 procent de grootste met uitzondering van het kleinere Ierland en het veel kleinere Letland). De afname in het vierde kwartaal van 2008 en het eerste kwartaal van 2009 met 11,5 procent op jaarbasis is nog indrukwekkender.
Volgens de gegevens en de voorspellingen hebben de nieuwe EU-landen een dempende werking op de crisis in de Europese Unie. Het BBP van de Midden- en Oost-Europese staten zou volgens de voorspellingen in 2009 slechts 1,7 procent dalen en in 2010 alweer stijgen. In de gehele Europese Unie is de daling over de twee jaar bijna 5 procent en is ook in 2010 nog sprake van een daling. Er kan echter een adder onder het gras verborgen zitten. De Midden- en Oost-Europese staten hebben een tendens interne crisissen te ontwikkelen, met inbegrip van een dreigende ineenstorting van de overheidsfinanciën. Verrassingen zijn niet uitgesloten (zie ook het artikel van Hannes Hofbrauer 11).
Tenslotte geeft tabel 2 een indruk van het sociale drama dat de crisis veroorzaakt. In het komende jaar worden dubbele cijfers voor het werkloosheidspercentage eerder regel dan uitzondering. In sommige landen, zoals Letland, Ierland en Spanje, bereikt de werkloosheid volgens de officiële voorspellingen al dit jaar recordhoogten.

Oorzaken van diepe crisis in Europa

Dat de crisis Europa zo hard raakt, heeft drie oorzaken:

  • De eerste reden is de sterke en agressieve oriëntatie op de export, in het bijzonder van Duitsland. De export is de laatste jaren sterk bevorderd, zodat het exportgedeelte in het BBP aanzienlijk is gestegen. De problemen in de buitenlandse markten treffen de exportlanden harder dan landen waar de binnenlandse markt een grotere rol speelt.
  • De tweede reden - nauw verbonden met de eerste - is de zwakke binnenlandse vraag. Volgens de neoliberale economische politiek moeten de loonkosten worden gedrukt, de arbeidstijd verlengd en de sociale voorzieningen afgebouwd. De positie op de exportmarkt wordt zo versterkt. Daardoor neemt echter de interne vraag af en is niet meer in staat de klappen van de exportdaling op te vangen. Sterker nog: de komende maanden stijgt de werkloosheid razend snel en de (Oost-Europese) landen moeten de staatsfinanciën op orde krijgen door bezuinigingen. Dat vermindert de vraag en vergroot het effect van de crisis.
  • De derde reden is de trage reactie van de Europese Unie en van de regeringen van de EU-landen op de crisis. De Europese Centrale Bank heeft de rentevoet - in tegenstelling tot die in de Verenigde Staten - lang hoog gehouden en bij het begin van de crisis nog eens verhoogd. Daarna heeft de bank met een slakkengang - misschien om geen gezichtsverlies te lijden - de rentevoet verlaagd tot uiteindelijk 1 procent (VS: 0,25 procent).
Het volume van alle conjuncturele maatregelen tot februari 2009 bedroeg wereldwijd ongeveer 5 procent van het wereld BBP. In China was dat: 14, in Japan: 10 en in de Verenigde Staten: 7,1 procent van het BBP. De Europese landen deden veel minder: Oostenrijk: 2,9 procent, Duitsland: 2,6, Frankrijk: 1,5, Groot-Brittannië: 1,3 en Italië: 0,5 procent 12. De maatregelen in Europa zijn dus een factor twee lager dan het wereldgemiddelde. Zo bezien werd John Maynard Keynes een postuum ereburger van China, de Verenigde Staten en Japan en in Europa een ongewenste vreemdeling. Of met de woorden van de Duitse minister van Financiën: "Wat een grof Keynesianisme!".

Terug naar eerste scene

In de voorjaarsnota 2008 werd de roep om conjuncturele maatregelen als paniekreactie afgedaan. Er was "geen reden om de periode van de consolidatie (van de overheidsfinanciën) als beëindigd te beschouwen". Of in gewoon Nederlands: de regering moet doorsparen en geen maatregelen tegen de crisis nemen. In de voorjaarsnota van 2009 werden de Duitse anti-conjuncturele maatregelen tandenknarsend beschreven en voorzien van kanttekeningen over de stijgende staatsschuld. Voor de toekomst geldt echter: "Gezien de huidige, nog beperkte toename van de staatsschuld moet een vervolg op de conjuncturele maatregelen worden afgewezen." Ze zijn consequent, ook wat betreft arrogantie.

Thomas Strobl becommentarieerde Paul Krugmans kritiek in de Frankfurter Allgemeinen Zeitung als volgt: "Krugmans polemiek markeert een omslagpunt. Het Europa dat we kennen, is breekbaarder dan we denken." 13 De economische crisis kan de Europese Unie op haar grondvesten laten schudden.


1Vertaling Jan Taat. Bron origineel artikel: Keynes? - "Echt krass!", Lunapark21 (LP21), Heft 6, pdf, 300 KB, www.lunapark21.de/archiv/lp21/lp21_09_06_36-40.pdf. (terug)
2Instituten: Institut für Wirtschaftsforschung (München); Institut für Weltwirtschaft (Kiel), Institut für Wirtschaftsforschung - (Halle); Rheinisch-Westfälisches Institut für Wirtschaftsforschung; Konjunkturforschungsstelle der Eidgenössischen Hochschule Zürich; Institut für Makroökonomie und Konjunkturforschung der Hans-Böckler-Stiftung, Österreichisches Institut für Wirtschaftsforschung und Institut für Höhere Studien, Wien.
De voorjaarsnota 2008 is in nummer 2 van LP21 van Juni 2008 (pp. 34 ev.) kritisch geanalyseerd, pdf, 2 MB, www.lunapark21.de/archiv/lp21/LP21_0802.pdf. (terug)
3Een Germaanse stam die roemrijk en gruwelijk tegen de Romeinen ten onder is gegaan (nl.wikipedia.org/wiki/Teutonen). (terug)
4Paul Krogman, The economic consequences of Herr Steinbrueck, The New York Times, 11 december 2008, krugman.blogs.nytimes.com/2008/12/11/the-economic-consequences-of-herr-steinbrueck. (terug)
5Interview in Newsweek, 6 december 2008, www.newsweek.com/id/172613. (terug)
6In 1919 heeft Keynes in het artikel "The Economic Consequences of Peace" voor de gevaren van een grote Europese crisis gewaarschuwd en tot een gezamenlijk optreden van de Europese staten opgeroepen. Paul Krugman gebruikte in zijn Blog en artikelen in maart en april 2009 verschillende ideeën van Keynes. Krugman vergelijkt de huidige situatie met die van na de Eerste Wereldoorlog. De Frankfurter Algemeine Zeitung van 18 maart 2009 geeft een samenvatting met de titel "Europa ist in größter Gefahr". (terug)
7Bron: Eurostat; OECD, Financial Times Deutschland, 18 mei 2009. (terug)
8Financial Times Deutschland, 20 mei 2009, www.ftd.de/politik/deutschland/:Exportflaute-Japans-Wirtschaft-bricht-ein/516291.html. (terug)
9In 2008 bedroeg de staatsschuld in Japan 172 procent van het BBP. In 2009 is het 186 procent. Ter vergelijking: Het Europese Maasstricht criterium is 60 procent, in Duitsland is het in 2009: 69,6 procent en in de Verenigde Staten (ook 2009): 100 procent. Gegevens van Bloomberg, EU commissie en OECD. (terug)
10Bron: Eurostat; OECD, Financial Times Deutschland, 18 mei 2009, Voorjaarsnota 2009. (terug)
11Hannes Hofbauer, Krise oder Dauerkrise - Osteuropa 20 Jahre nach der Wende, Lunapark21, Heft 6, pp. 41-43. (terug)
12Bron: Deka-Bank, geciteerd in Financial Times Deutschland, 16 maart 2009 - "Het volume van conjuncturele maatregelen bedraagt in februari 2009 4,7% van het wereld BBP." (terug)
13Financial Times Deutschland, 18 maart 2009. (terug)