welkom
extra
Solidariteit

Neoliberalisme zwaar in de problemen

Wereldeconomie en kredietcrisis

Andy Kilmister
(Vertaling en bewerking: Jan Taat)1

De huidige kredietcrisis werpt vragen op over de economische orde. De snelle ontwikkeling na de Tweede Wereldoorlog werd gevolgd door een crisis in het midden van de jaren zeventig die zo'n tien jaar later werd opgelost door een nieuwe economische orde, het neoliberalisme. Die economische orde is nu in de problemen, omdat haar belangrijkste steunpilaren - lage inflatie, lage kostprijzen en stabiliteit op de internationale financiële markten - afbrokkelen.

Het belang van de huidige onrust op de financiële markten blijkt duidelijk uit het volgende citaat van Martin Wolf in de Financial Times van 26 april 2008: "Vergeet de datum 14 maart 2008 niet, de dag waarop de droom van het geglobaliseerde vrije markt kapitalisme stierf. De laatste dertig jaar hebben we marktgestuurde financiële systemen ontwikkeld. De beslissing van de Amerikaanse centrale bank - de belangrijkste speler in het vrije markt kapitalisme - om de Bear Stearns bank te redden, toont aan dat dit tijdperk voorbij is."

afbeelding zinkende aardbol

De kredietcrisis wordt wel eens vergeleken met de beurskrach van 1929. Dat helpt niet echt. Het is beter de systemen te analyseren die het globale kapitalisme sinds het middel van de jaren tachtig hebben gestuurd. Systemen die ontstonden als reactie op de crisis in de jaren zeventig.

Crisis jaren zeventig en tachtig

Een stabiele kapitalistische groei hangt af van twee voorwaarden. Ten eerste moet het productieproces voldoende winst opleveren. Ten tweede moet deze winst worden gerealiseerd door de verkoop van de producten op de markt. Deze twee voorwaarden leiden tot een hoofdtegenstelling, ze zijn namelijk strijdig met elkaar.

Om met winst te produceren moeten de lonen laag worden gehouden. Maar om de winsten te realiseren op de markt moet er voldoende vraag en dus koopkracht aanwezig zijn. Deze tegenstelling is de oorzaak van periodieke crisis in de kapitalistische groei. Het kapitaal weet tijdelijke oplossingen voor de hoofdtegenstelling te vinden, maar dat leidt altijd weer tot nieuwe problemen.
De tijdelijke oplossing die de groei in de jaren vijftig en zestig mogelijk maakte, was afhankelijk van drie factoren:
1. De overheidsuitgaven waren een belangrijke bron van extra vraag.
2. Het Bretton Woods systeem van vaste wisselkoersen zorgde voor een snelle groei van de wereldhandel.
3. De ontwikkeling van nieuwe consumentengoederen en -markten, zoals auto's en elektronica.
Deze groei eindigde midden jaren zeventig en leidde tot een decade van economische onrust en twee internationale crises, die van 1974-1975 en 1979-1982. Halverwege de jaren tachtig werd echter een nieuw systeem voor de groei vormgegeven.

Tijdelijk oplossing crisis

De oplossing van de tegenstelling bestond uit drie onderdelen.
Ten eerste de snelle stijging van de schulden van de huishoudens en in mindere mate van de ondernemingen. Door de stijging van de schuld werd een vraag gecreëerd die het mogelijk maakte de winsten te realiseren, terwijl de lonen laag bleven vanwege de frontale aanval op de vakbonden en de georganiseerde arbeiders. Natuurlijk is het zo dat schulden uiteindelijk betaald moeten worden en de vraag dan alsnog inzakt. Dat de schuld een belangrijke rol heeft kunnen spelen, lag aan de andere twee onderdelen van de oplossing.
Het tweede onderdeel was de hernieuwde stabilisatie van het internationale financiële systeem. Het einde van het Bretton Woods systeem leidde tot sterke fluctuaties van de wisselkoersen. De stabilisatie in de tweede helft van de jaren tachtig maakte een snelle groei van de internationale handel mogelijk met een financiële deregulering en verhoogde internationale investeringen. De stabilisatie was het gevolg van de informele, maar duurzame relatie tussen de Verenigde Staten en China (en in beperkte mate de andere Aziatische landen). Het handelstekort van de Verenigde Staten werd gefinancierd door de Aziatische landen die op hun beurt zo aan hun exportbehoeften konden voldoen. Daarbij was het van belang dat de winsten op de buitenlandse investeringen van de Verenigde Staten en Groot-Brittannië stegen, waardoor de schulden niet uit de pan rezen.
Het derde onderdeel waren de kostprijzen die twintig jaar buitengewoon laag bleven. Daardoor was het mogelijk in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië bij een lage rente de schuld te laten stijgen en zo de vraag op te drijven, zonder zich zorgen te maken over de inflatie.

Deze drie onderdelen hangen onlosmakelijk samen om het systeem te laten functioneren. De groei van de schuld is alleen mogelijk bij een lage rente en een gedereguleerd internationaal financieel systeem dat op zijn beurt weer stabiele wisselkoersen nodig heeft. De snelle exportstijging van China en elders was afhankelijk van de vraag in de Verenigde Staten en andere landen die gefinancierd werd door oplopende schulden. De lage kostprijzen hadden globalisatie en imperialistische expansie tot gevolg die nodig waren om de gedereguleerde schuld te financieren en de wisselkoersen stabiel te houden. Het is niet zo dat er een moment aan te wijzen is waarop dit systeem ontstond, het is in de loop van de jaren op een organische wijze gegroeid.

Huidige crisis

De huidige crisis is fundamenteel, omdat alle drie de genoemde onderdelen onder druk staan. De opgebouwde schuld was op zich al extreem vanwege de grootte, maar ook vanwege de ondoorzichtigheid en de verspreiding door de omwisseling van leningen in effecten (securitisatie2). Ondanks de overwaardering van de onroerend goed markt in de Verenigde Staten en andere landen zou de schuld het hele globale systeem niet bedreigen als de rol van de schuld niet zo essentieel was voor de groei van het huidige kapitalistische systeem.

Gevaarlijk voor het systeem is de samenloop van de problemen op de kredietmarkten, de onzekerheden in de wisselkoersen (de val van de dollar), de snelle vermindering van de winsten op buitenlandse investeringen voor de Verenigde Staten en Groot-Brittannië en het naderende einde van de lage kostprijzen, zoals te zien is aan de olie- en voedselprijzen.
De problemen worden het duidelijkst zichtbaar in het belangrijkste instrument waarvan het kapitaal de laatste dertig jaar afhankelijk was, de controle over de rentevoet. De Verenigde Staten hebben die snel laten dalen vanwege de ongedekte schulden, maar het gevolg is dat de waarde van de dollar daalt en de inflatie stijgt. De stijging van de inflatie zorgt weer voor een verdere daling van de dollar. Zo eindigt dit van kwaad tot erger.

Lost het kapitaal de crisis op?

De discussie over het gevolg van de crisis is erg speculatief. Toch is het van belang een aantal mogelijke maatregelen de revue te laten passeren, zodat we daarop voorbereid zijn. Elke oplossing heeft te maken met de verdeling van de kosten van de crisis. Het kapitaal zal proberen die kosten zoveel mogelijk af te wentelen op de loon- en uitkeringsafhankelijken. Of dat lukt, hangt af van de sterkte van de arbeidersbeweging, zowel nationaal als internationaal.
De belangrijkste kwesties zijn de volgende:

  • De vraag in China en andere landen kan de vraag in de Verenigde Staten vervangen. Een oplossing van de crisis zou afkoeling van de economie in de Verenigde Staten en soortgelijke landen zijn die wordt gecompenseerd door interne groei (investeringen en consumptie) in China en andere landen met een exportoverschot. Dit zou mogelijk zijn in een geplande globale economie, maar is veel moeilijker te realiseren in de ongeplande, spontane wereld van het huidige kapitalisme.
  • De huidige crisis is misschien alleen maar een liquiditeitcrisis en geen kredietwaardigheidcrisis. Een aantal waarnemers betoogt dat de kredietcrisis voornamelijk wordt veroorzaakt door liquiditeitsproblemen en dat de grootte van de echt ongedekte schulden beperkt is. De bedrijfswinsten in de niet-financiële sector blijven hoog. Dit is op het moment het belangrijkste lichtpuntje voor het kapitaal. Het argument houdt er echter geen rekening mee dat de winsten in de niet-financiële sector afhankelijk zijn van de consumptie die door de schulden werd gestimuleerd en die nu niet meer duurzaam is.
  • De stijgingen van de kostprijzen kunnen voor een groot deel veroorzaakt zijn door speculatie. Dat geldt mogelijk voor de olie- en grondstofprijzen, omdat speculanten de dollar verlaten. Maar de ernst van de ecologische crisis en het lange termijn karakter van de prijsstijgingen geven aan dat speculatie slechts een beperkte rol speelt.
  • Een daling van de dollar en de pond sterling zal de export van de Verenigde Staten en Groot-Brittannië bevorderen. Op die manier zorgen de wisselkoersen voor een herstel van de handelsbalans. Met de huidige val van de dollar stijgt de export van de Verenigde Staten nu inderdaad. Maar voor het kaptaal is het riskant op dit mechanisme te vertrouwen omdat het: (a) forse verliezen betekent voor landen als China die de laatste jaren bezittingen in dollars hebben aangeschaft, (b) de inflatie in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië bevordert, (c) de instabiliteit van de wisselkoersen net zoals in de jaren zeventig vergroot en (d) zelfs als een evenwichtiger groei door de nieuwe wisselkoersen wordt bereikt, deze veel lager zal zijn als we de laatste jaren gewend waren.
  • Een verbetering van de structuur van de regulering kan het probleem oplossen. Sommige zien de structurering van de regulering in het kapitalisme als sleutel voor de oplossing van de crisis. Het eerder geciteerde artikel van Martin Wolf is hier een voorbeeld van. Deze oplossingsrichting leidt echter tot heftige kritiek: anderen zijn fel tegen meer regulering.

Al de bovengenoemde oplossingen kunnen worden geprobeerd om de crisis op te lossen, maar in ieder geval ziet de toekomst van het kapitalisme op korte termijn er donker uit. De Nederlandse regering doet als of er geen globalisatie bestaat en steekt haar kop in het zand. De Nederlandse vakbeweging grijpt terug naar het poldermodel. Dat zijn niet de oplossingen die voorkomen dat de crisis afgewenteld wordt op de bevolking en daar ligt een mooie taak voor socialisten.

Naschrift. Sinds de publicatie van dit extra is de crisis in een stroomversnelling geraakt. Voor meer recente informatie zie de webstek van Global Info, Achtergronden (www.globalinfo.nl). )


1 Dit artikel verscheen in het juninummer van International Viewpoint http://www.internationalviewpoint.org/spip.php?article1486. Andy Kilmister onderwijst economie aan de Oxford Brooks Universiteit en is lid van de International Socialist Group. (terug)
2 Securitisatie is de overdracht, door een bank of een bedrijf, van bezittingen aan een speciaal daarvoor opgericht bedrijf (in het jargon een "special purpose vehicle"). Dit aparte bedrijf geeft om de overname van de bezittingen te kunnen betalen verhandelbare effecten uit met genoemde bezittingen als een soort onderpand. In het Engels heet dit soort effecten "asset backed securities". Een ander woord voor securitisatie is effectisering: het omzetten van bijvoorbeeld leningen die een bank heeft verstrekt in verhandelbare waardepapieren. Het voordeel voor een bank is dat bij zo'n operatie de leningen niet meer in de kredietportefeuille staan en er daarom geen eigen vermogen voor dat deel behoeft te worden aangehouden. http://www.mijnwoordenboek.nl (terug)