welkom
extra
Solidariteit

Het recht op onafhankelijkheid is niet exclusief

Tibet en Palestina

Uri Avnery
(vertaling: Willem Dekker)1

"Hé! Hou je handen thuis! Niet jij! Jij!!!"- de stem van een jonge vrouw in een donkere bioscoopzaal, een oude grap.
"Hé! Handen af van Tibet!" wordt door de internationale gemeenschap in koor geroepen. "Maar niet van Tsjetsjenië! Niet van Baskenland! En zeker niet van Palestina!" En dat is geen grap.

Net als ieder ander steun ik het recht van het Tibetaanse volk op onafhankelijkheid, of tenminste autonomie. Net als ieder ander veroordeel ik de acties van de Chinese regering daar. Maar ik sluit me niet als ieder ander aan bij de demonstraties. Waarom? Omdat ik een ongemakkelijk gevoel heb dat iemand mijn hersens aan het spoelen is, dat wat er gebeurt een oefening in pure hypocrisie is.

Pion

Ik heb geen moeite met een beetje manipulatie. Het is niet voor niets dat de rellen in Tibet begonnen aan de vooravond van de Olympische Spelen in Peking. Niks mis mee. Een volk dat vecht voor vrijheid heeft het recht iedere mogelijkheid die zich voordoet te gebruiken ter bevordering van zijn strijd.
Ik steun de Tibetanen ondanks dat het duidelijk is dat hun strijd door de Amerikanen wordt uitgebuit voor eigen doeleinden. De rellen zijn hoogst waarschijnlijk door de CIA georganiseerd en gepland, en de Amerikaanse media leiden de wereldwijde campagne. Het is een onderdeel van de verborgen strijd tussen de Verenigde Staten, de heersende supermacht, en China, de rijzende supermacht. Een nieuwe versie van The Great Game, een 'spel' dat in de negentiende eeuw in Centraal Azië werd gespeeld tussen het Britse rijk en Rusland. Tibet is een pion in dat spel.
Ik ben zelfs bereid het feit te negeren dat de zachtaardige Tibetanen een moorddadige pogrom hebben uitgevoerd tegen onschuldige Chinezen. Mannen en vrouwen werden vermoord, huizen en winkels verbrand. Dit soort verwerpelijke excessen gebeuren nou eenmaal tijdens een bevrijdingsstrijd.

Hypocrisie

Nee, wat mij echt dwars zit, is de hypocrisie van de wereldmedia. Ze kunnen niet ophouden over Tibet. In duizenden redactionele commentaren en talkshows vindt een opeenstapeling van vervloekingen plaats van het kwaadaardige China. Het lijkt alsof de Tibetanen het enige volk ter wereld zijn wiens recht op onafhankelijkheid door bruut geweld wordt ontzegd. Alsof, wanneer Peking zijn vuile handen van de saffraankleurige pijen van de monniken af zou houden, alles in orde zou zijn in deze, de best mogelijke van alle werelden.
Er bestaat geen twijfel over dat het Tibetaanse volk gerechtigd is zijn eigen land te besturen, de eigen unieke cultuur in stand te houden, de eigen religieuze instituties te promoten en te voorkomen dat die door buitenlandse kolonisten word overgenomen. Maar zijn de Koerden in Turkije, Irak, Iran en Syrië niet net zo gerechtigd? De inwoners van de Westelijke Sahara, wier grondgebied door Marokko wordt bezet? De Basken in Spanje? De Corsicanen voor de kust van Frankrijk? En de lijst is lang.
Waarom adopteren de wereldmedia één onafhankelijkheidsstrijd, maar negeren ze op cynische wijze een andere? Wat maakt het bloed van één Tibetaan roder dan dat van duizend Afrikanen in Oost Kongo?
Keer op keer probeer ik een bevredigend antwoord op dit raadsel te vinden. Tevergeefs. Immanuel Kant eiste van ons: "Gedraag je alsof de principes waar jij je door laat leiden in een universele natuurwet worden veranderd." (Als Duitse filosoof uitte hij zich natuurlijk in veel ingewikkeldere bewoordingen.) Is de houding tegen over het Tibetaanse probleem conform deze regel? Reflecteert het onze houding ten opzichte van de onafhankelijkheidsstrijd van alle andere onderdrukte volkeren?
Totaal niet.

En de winnaar is Tibet!

Wat zorgt er dan voor dat de internationale media discrimineren tussen de vrijheidsstrijd van het ene volk ten opzichte van het andere? Hier een paar relevante overdenkingen:
* Hebben de mensen die onafhankelijkheid nastreven een extra exotische cultuur?
* Is het een aantrekkelijk volk, met andere woorden 'sexy' in de ogen van de media?
* Wordt de strijd geleid door een charismatische persoonlijkheid, populair bij de media?
* Hebben de media iets tegen de onderdrukkende regering?
* Behoort de onderdrukker tot het pro-Amerikaanse kamp? Dit is een belangrijke factor, omdat de Verenigde Staten een groot deel van de internationale media domineren en hun nieuwsbureaus en televisiestations de agenda en terminologie van het nieuws grotendeels bepalen.
* Spelen er economische belangen in het conflict?
* Beschikken de onderdrukten over een begaafde woordvoerder die in staat is de media aan te trekken en te manipuleren?

Zo gezien, is er niemand als de Tibetanen. Ze hebben de beste papieren.
Omsloten door het Himalaya gebergte bevinden ze zich in één van de mooiste gebieden op aarde. Eeuwenlang was alleen al erheen gaan een avontuur. Hun unieke religie wekt nieuwsgierigheid en sympathie op. De geweldloosheid die daarbij hoort, is erg aantrekkelijk en buigzaam genoeg om zelfs de lelijkste wreedheden te maskeren, zoals de recente pogrom. De in ballingschap levende leider, de Dalai Lama, is een romantisch figuur, een media rockster. Het Chinese regime wordt door velen gehaat. Door kapitalisten, omdat het een communistische dictatuur is. Door communisten, omdat het kapitalistisch is geworden. Het bevordert een bot en lelijk materialisme, precies tegenovergesteld aan de spirituele Boeddhistische monnikkenen die hun tijd in meditatie en gebed doorbrengen.
Toen China een spoorwegverbinding naar de Tibetaanse hoofdstad aanlegde over duizenden - niet de meest gastvrije - kilometers, werd deze technische prestatie niet bewonderd, maar (en niet onterecht) gezien als een stalen monster dat honderdduizenden Han-chinezen als kolonisten naar bezet gebied bracht.
En natuurlijk is China een rijzende macht, wiens economisch succes de Amerikaanse wereldhegemonie bedreigt. Een groot deel van de noodlijdende Amerikaanse economie behoort al direct of indirect aan China toe. Het grote Amerikaanse rijk is hopeloos in de schulden aan het zinken en China zou weldra wel eens zijn grootste kredietverschaffer kunnen worden. De Amerikaanse economie verplaatst naar China, miljoenen banen verhuizen mee.

Baskenland iemand interesse?

Als je naar deze overwegingen kijkt, wat hebben bijvoorbeeld de Basken dan te bieden? Net als de Tibetanen wonen ze in een aangesloten gebied, grotendeels in Spanje, voor een deel in Frankrijk. Ook zij zijn een volk met historie, met een eigen taal en cultuur. Maar niet exotisch, trekken geen speciale aandacht, hebben geen aparte gebedsmethoden, geen monniken in pij.
De Basken hebben geen romantische leider, geen Nelson Mandela of Dalai Lama. De Spaanse staat, verrezen uit de as van Franco's gehate dictatuur, geniet grote populariteit in de wereld. Spanje hoort bij de Europese Unie, dus min of meer bij het Amerikaanse kamp. Het gewapend verzet van de Basken wordt veracht door velen en wordt gezien als 'terrorisme', zeker nadat Spanje toegaf en een verstrekkende autonomie bood. Onder deze omstandigheden hebben de Basken geen schijn van kans om wereldwijde steun te vergaren voor de onafhankelijkheidsstrijd.

En Tsjetsjenië dan ?

De Tsjetsjenen zouden in een betere positie moeten zitten. Ook zij zijn een afzonderlijk volk, lange tijd onderdrukt door de Tsaren van het Russische Rijk, Stalin en Poetin inbegrepen. Maar ja, het zijn moslims. En in de Westerse wereld heeft islamofobie de plaats ingenomen die eeuwenlang voor het antisemitisme was gereserveerd. Islam is synoniem geworden voor terrorisme, wordt gezien als een religie van bloed en moord. Het zal niet lang meer duren of er wordt onthuld dat moslims christenkinderen vermoorden en hun bloed gebruiken voor het maken van Pitta broodjes. In werkelijkheid is het natuurlijk het geloof van vele zeer verschillende volkeren, van Indonesië tot Marokko en van Kosovo tot Zanzibar.
De Verenigde Staten vrezen Moskou niet zoals zij Peking vrezen. In tegenstelling tot China, ziet Rusland er niet uit als een land dat deze eeuw zou kunnen domineren. De Westerse wereld heeft geen interesse in het hernieuwen van de koude oorlog, zoals die wel bestaat voor de kruistochten tegen de islam. De arme Tsjetsjenen hebben geen charismatische leider of vooraanstaand woordvoerder en zijn verbannen uit de krantenkoppen. Wat de wereld betreft, kan Poetin doen wat hij wil, duizenden afslachten en hele steden van de aardbodem vegen. Dit weerhoud hem er niet van de eisen van Abchazie en Zuid Ossetië voor afscheiding van Georgië te ondersteunen, een land dat het bloed onder Ruslands nagels vandaan haalt.

Kant en Kosovo

Als Immanuel Kant wist wat er gaande was in Kosovo, dan zou hij zijn hoofd krabben.
De provincie eiste onafhankelijkheid van Servië en dat ondersteun ik met heel mijn hart. Dit is een afzonderlijk volk, met een aparte cultuur (Albanees) en een eigen geloof (islam). Nadat Slobodan Milosevic de Kosovaren probeerde te verjagen, stond de wereld op en voorzag hun van morele en materiële steun in hun strijd voor onafhankelijkheid.
De Albanese Kosovaren vormen 90 procent van de burgers van de nieuwe staat met een bevolking van twee miljoen. De andere 10 procent zijn Servisch, zij willen geen deel uit maken van het nieuwe Kosovo. Zij willen dat hun leefgebieden bij Servië worden gevoegd. Zijn ze daar volgens de stelregel van Kant toe gerechtigd?
Ik zou een pragmatisch en moreel principe willen voorstellen: Ieder volk dat in een vastgesteld gebied leeft, een duidelijk nationaal karakter bezit, heeft recht op onafhankelijkheid. Een staat die zo'n bevolkingsgroep binnen zijn grenzen wil houden, moet zorgen dat deze groep zich op zijn gemak voelt. Over volledige rechten beschikt, in gelijkheid leeft en een vorm van autonomie kent die bij zijn wensen aansluit. In het kort: zodat een bevolkingsgroep geen reden heeft om onafhankelijkheid na te streven.
Dat is van toepassing op de Fransen in Canada, de Schotten in Groot-Brittannië, de Koerden in Turkije en elders, de verschillende etnische groepen in Afrika, de inheemse bevolking van Latijns Amerika, de Tamils op Sri Lanka en vele anderen. Ieder heeft de keus tussen gelijkheid, autonomie en onafhankelijkheid.

En de Palestijnse zaak

In de strijd voor de sympathie van de wereldmedia hebben de Palestijnen geen geluk. Volgens alle objectieve maatstaven hebben ze recht op volledige onafhankelijkheid, precies als de Tibetanen. Ze wonen in een vaststaand gebied, vormen een specifieke natie en er bestaat een duidelijke grens tussen hen en Israël. Je moet wel echt een steekje los hebben zitten om deze feiten te negeren.
Maar het noodlot van de Palestijnen is wreed. Het volk dat hen onderdrukt, claimt voor zichzelf het ultieme slachtofferschap. De hele wereld sympathiseert met de Israëli's, omdat de joden het slachtoffer waren van de meest gruwelijke misdaad van de Westerse wereld. Dat creëert een vreemde situatie: de onderdrukker is populairder dan het slachtoffer. Iedereen die de Palestijnen steunt, is automatisch verdacht van mogelijk antisemitisme en ontkenning van de Holocaust.
Bovendien is de overgrote meerderheid van de Palestijnen moslim (niemand besteedt aandacht aan de Palestijnse Christenen). Omdat de islam verafschuwing opwekt in het Westen, is de Palestijnse strijd automatisch onderdeel geworden van de vormloze, sinistere dreiging van het "internationaal terrorisme". En sinds de moord op Arafat en Sjeik Ahmed Yassin hebben de Palestijnen geen bijzonder indrukwekkende leider meer gehad. Noch in Fatah, noch in Hamas.

De wereldmedia laten een traan voor het Tibetaanse volk, wiens land wordt overgenomen door Chinese kolonisten. Wie geeft om de Palestijnen, wier land wordt overgenomen door kolonisten?
In het wereldwijde tumult over Tibet, vergelijken de Israëlische woordvoerders zich - hoe gek het ook klinkt - met de arme Tibetanen, niet met de kwaadaardige Chinezen. Voor velen is dit volstrekt logisch.
Als Kant morgen gewekt zou worden en naar de Palestijnen werd gevraagd, zou hij waarschijnlijk zeggen: "Geef hun wat jij denkt dat iedereen gegeven zou moeten worden, en maak me niet nog eens wakker voor dit soort domme vragen."


1 Uri Avnery (1923) is een Israëlisch schrijver en vredesactivist bij Gush Shalom. Hij heeft een bijdrage geleverd aan het door Counterpunch in 2004 uitgegeven boek De politiek van het Antisemitisme.
Dit hier vertaalde artikel verscheen op 7 april 2008 op www.counterpunch.com, Counterpunch is een progressieve nieuwsbrief uit Amerika en staat onder redactie van Alexander Cockburn en Jeffrey St. Clair. (terug)