welkom
extra
Solidariteit

Duitse sociaal-democratie worstelt met "Unterschicht"

Indeling in leefstijlen lost sociale problemen niet op

Sjarrel Massop1

In Duitsland is volgens socioloog Heinz Steinert een onzinnige discussie gaande over het begrip "Unterschicht" dat vertaald kan worden als 'onderklasse' en parallellen vertoont met Marx' 'lompenproletariaat'. Onzinnig, omdat zowel de academische sociologie als de sociaal-democratie de problematiek van de Unterschicht tracht te tackelen met de methodiek van de sociale classificatie. In Nederland is iets vergelijkbaars gaande, zij het in mindere mate.

Sinds de sociologie als academische discipline bestaat, probeert ze groepen in de samenleving sociaal te classificeren, dat is naar 'klassen' te rangschikken. Als die classificatie betekent dat groepen in een hiërarchische verhouding ten opzichte van elkaar staan, wordt gesproken van sociale stratificatie. Zo'n indeling kan via allerlei criteria geschieden, bijvoorbeeld sekse, geloofsovertuiging, nationaliteit, maar ook sociale status, inkomen en macht.

Marx' klassenanalyse

Ook Marx maakt gebruik van een classificatie. Zijn indeling loopt via het bezit van de productiemiddelen en daaraan gekoppeld de positie van groepen in het arbeidsproces. Zo kwam hij tot de arbeidersklasse of het proletariaat, de bourgeoisie of de kapitalisten en het genoemde lompenproletariaat. Voor een specifieke analyse van de samenleving, en wel de kapitalistische maatschappij, is dit een belangrijke en bijzonder effectieve indeling. Echter naarmate de betreffende samenleving zich ontwikkelt, veranderen de samenstelling en de aard van de gebruikte classificatie mee. De arbeidersklasse van honderd jaar geleden is niet meer de arbeidersklasse anno 2007.
Sociologen zijn dan geneigd andere criteria te bedenken om de samenleving te ordenen. Aan dit academisch hobbyisme is niets mis, het kan tot nieuwe inzichten leiden. Pluriform inzicht in de samenleving, daar kan niemand iets tegen hebben. Maar wat door de sociologen in Duitsland en in Nederland nagestreefd wordt, is bewijzen dat het begrip arbeidersklasse achterhaald is. En daar slaan ze de plank volledig mis. Ze vergelijken namelijk appels met peren. Immers het indelingscriterium van Marx om tot de arbeidersklasse te komen, was de positie van een grote groep mensen in het productieproces. Een positie die bepaald werd en wordt door het bezit van en de zeggenschap over de middelen waarmee het arbeidsproces of het productieproces totstandkomt. Status, inkomen of politieke macht gebruikt hij dus niet als criterium. Ze kunnen wel afgeleide resultaten zijn van zijn klassenanalyse, maar geen criteria op zichzelf. Doorslaggevend voor Marx is dat de arbeidersklasse geen productiemiddelen tot haar beschikking heeft. Het enige waarover zij beschikt, is het vermogen arbeid te verrichten.

Sociologen en sociaal-democratie

Moderne sociologen zoeken dus nieuwe indelingscriteria. Over de volgende drie, ook door Steinert genoemd, bestaat een redelijke, academische consensus: het gevolgde onderwijs, het uitgeoefende beroep en het bereikte inkomensniveau. Dit zijn inderdaad criteria waarmee een samenleving in groepen te ordenen is. Zelfs een bundeling van groepen is mogelijk en overlappingen met bijvoorbeeld de arbeidersklasse zijn reëel. Maar volledig en precies is een dergelijke indeling nooit. Delen van de arbeidersklasse hebben een redelijk inkomen, veel opleiding genoten en oefenen respectabele beroepen uit. Steinert spreekt dan ook terecht van categorieën van leefstijlen in plaats van klassen en geeft de volgende, veel gebruikte, indeling als voorbeeld:
* Het afhankelijke 'precariaat'.
* De op autoriteit georiënteerde laaggekwalificeerden.
* De zelfingenomen traditionalisten.
* De bedreigde werknemersmiddenklasse.

Om bij het afhankelijke precariaat wat langer stil te staan. Ze bestaat uit de flexibele arbeidskrachten die niet zeker zijn van hun werk, van baan naar baan hoppen en geheel overgeleverd zijn aan de willekeur van de sociale uitsluiting Uitgaande van een klassenanalyse bevindt deze groep zich ergens tussen het lompenproletariaat en de arbeidersklasse. En nu ontspint zich de genoemde, onzinnige academische discussie. Steiner betrekt deze op de sociaal-democratie.
Gevoed door de moderne sociologie en in het verlengde van het neoliberalisme zien sociaal-democraten het vraagstuk van de 'Unterschicht' niet als een maatschappelijk, maar als een aan individuen gebonden problematiek. In deze individualisering is het de eigen schuld van het precariaat geen baan te hebben en sociaal buitengesloten te worden. Het meest pregnant komt deze redenering naar voren in de introductie van de categorie - die klasse genoemd wordt - "caloriaat". De aan calorieën verslingerde kinderen van de armen die, wereldwijd, steeds vaker dik zijn. Daarbij wordt zelfs een veralgemening niet geschuwd naar een beeld, waarin mensen zo zwaarlijvig zijn dat ze nauwelijks nog van hun bank kunnen komen. Dan is de 'Unterschicht' dik, lui, lummelend en zappend. De sociale uitsluiting is dus de eigen schuld.
Steinert is van mening dat de sociaal-democratie in Duitsland na acht jaar regeren en oplopende werkloosheid niet veel anders kan dan het precariaat en caloriaat de schuld van de toenemende, sociale ongelijkheid in de schoenen te schuiven. Zouden Schröder en zijn partij de sociale ellende, het bestaan en de groei van een onderklasse erkennen, dan verklaarden ze immers hun eigen politiek failliet.

Ook in Nederland.

In Nederland is een vergelijkbare beweging gaande. Ook Nederlandse sociologen zijn druk doende de arbeidersklasse meer te differentiëren, hetgeen onder andere gebeurt met een begrip als 'middenklasse'. Hoe meer 'klassen' een indeling bevat, des te beter lijkt het. Vervolgens is het maar een kleine stap naar een systeem te redeneren, waarin het mogelijk is de grenzen van de 'klassen' te overschrijden. Door een goede opleiding is het dan mogelijk het juk van de arbeidersklasse af te werpen en toe te treden tot de middenklasse of zelfs hoger. Maar daarmee verdwijnen grote sociale problemen als uitsluiting, massawerkeloosheid en armoede niet uit de wereld. Tot een bepaalde klasse behoren, wordt gezien als een individuele aangelegenheid die individueel benaderd en gewijzigd kan worden. Worden mensen voldoende geschoold, dan vinden ze vanzelf een goede baan en verwerven ze op eigen kracht een volwaardige maatschappelijke status en een goed inkomen. Maar in de praktijk werkt dat zo niet.
De Nederlandse sociaal-democraten zijn niet echt vies van deze redenering die de 'atomisering' van de samenleving genoemd kan worden. In hun ogen lossen een goede en toegankelijke opleiding de sociale problemen op en staat solidariteit gelijk aan investeren in scholing en werkgelegenheid. In plaats van verdeling van het beschikbare werk, arbeidstijdverkorting en vroege pensionering worden mensen aangezet tot vergroting van hun 'employability' en verliezen ze al snel een uitkering bij arbeidsongeschiktheid. Daarin past ook het voorstel de 'gouden' handdruk bij ontslag af te schaffen en in te ruilen voor meer opleidingsmogelijkheden in de CAO. Even tijdelijk afzakken tot de 'Unterschicht' is geen zorg, omdat met enige inspanning de klassenladder weer spoedig bestegen kan worden.

Hoewel de verschillen tussen Nederland en Duitsland marginaal zijn, spelen ze een rol. Door een andere kapitalistische structuur heeft de Nederlandse economie minder pijn van de kapitalistische willekeur en is de werkloosheid minder. In relatie met het vraagstuk van de sociale classificatie is de vrijage tussen de sociaal-democratie en de academische wereld minder manifest. De Nederlandse arbeidssociologie staat op een laag pitje en de beoefenaars houden zich meer bezig met de vergrijzing van de samenleving en de ontwikkeling van de arbeidsmarkt. Als de sociaal-democratie al onderzoek doet, dan is dat onder auspiciën van beleidsmakende instituties als de SER en de WRR, hetgeen onafhankelijk onderzoek niet bepaald stimuleert.
Gemeenschappelijk voor beide landen is de conclusie van Heinz Steinert: domheid is geen kwestie van tekortschietende intelligentie, maar van angst voor de werkelijkheid. Daarmee geeft hij een onbetaald advies aan het nieuwe kabinet, waarin de sociaal-democratie het opnieuw gaat proberen.


1 Geïnspireerd door en gebruik gemaakt van: Heinz Steinert, Prekariat, Kaloriat, sexy Berlin und die Unterschicht., in: express, Zeitung für sozialistische Betriebs- und Gewerkschaftsarbeit (november 2006) - zie: www.labournet.de/express (terug)