welkom
extra
Solidariteit

The revolution will not be subtitled

Hoe ondertitelvertalers zich verenigden tegen onzekerheid

Willem Dekker en Marije Boekkooi

Op het Nederlands Sociaal Forum van 2006 kwam het collectief "Flexmens" in contact met Roeline Knottnerus. In een bijeenkomst over de ondersteuning van werknemers in precaire omstandigheden, vertelde zij over haar eigen ervaringen met bestaansonzekerheid en conflicten als ondertitelvertaler voor video, film en televisie. Redenen te over voor een interview, leek ons. Eind augustus spraken we met haar en collega Wouter Groothuis, over stukloon, stakingen, beroepstrots en 'ontvlaamsing'.

Begin jaren negentig doet in Nederland de commerciële televisie haar intrede, een belangrijke verandering voor de werknemers in de Nederlandse ondertitelbranche. Tot die tijd waren de meeste ondertitelvertalers op freelance basis werkzaam voor het NOB., waar ze redelijke arbeidsvoorwaarden en tarieven kenden. Maar met de komst van de nieuwe zenders, kwam een nieuwe speler in de branche, Subtitling International. Dit bedrijf kreeg de opdrachten van de commerciële zenders en bood ondertitels aan voor ongeveer de helft van de prijs van wat toen gangbaar was. Het NOB reageerde hierop met de oprichting van Available, waarmee een deel van het vertaalwerk voortaan aan dit nieuwe bedrijf werd uitbesteed. Dit betekende dat freelancers van het NOB opeens genoegen moesten nemen met de lagere tarieven en slechtere voorwaarden van Available. Een duikvlucht van de tarieven, het bedrag dat per ondertitel wordt betaald, was het gevolg van deze concurrentieslag.

Slikken of stikken

Tegen deze achtergrond begon Wouter in 1990 zijn werkzaamheden in de ondertitelwereld bij het NOB, Roeline volgde een paar jaar later. De veranderingen in de branche betekenden ondertussen meer dan een neerwaartse spiraal van de tarieven. Al vrij snel werd van de ondertitelvertalers geëist dat zij als zelfstandigen gingen opereren, als ZZP'ers. "Gewoon, omdat mensen geen zin hadden premies te betalen voor ons. En ze wilden ook zo snel mogelijk weer van je af kunnen op het moment dat er een dalletje in het werkaanbod zat. Daarin had je eigenlijk geen keus. Dat zijn dan opdrachtgevers die zeggen 'als je dit of dat niet doet, dan ' Dus moet je wel. Heel veel mensen in de branche zijn tegen wil en dank zelfstandige", vertelt Roeline.
De manier van werken veranderde ook. Terwijl bij het NOB de meeste ondertitelvertalers elkaar fysiek ontmoetten, werkten de 400 tot 450 vertalers in Nederland nu steeds vaker thuis achter keukentafel of bureau, alleen, dagen achterelkaar. "Soms, als je een opdracht ophaalt of inlevert, kom je nog wel eens een collega tegen."
Behalve de tarieven holden de arbeidsomstandigheden ook achteruit. Volgens Roeline zorgt het werk "voor heel veel stress, het zorgt voor beroepsgerelateerde aandoeningen. Er zijn heel veel mensen in de branche die met RSI klachten kampen. Je moet om een enigszins acceptabel inkomen te halen ook een behoorlijk hoge productie draaien, eigenlijk hoger dan verantwoord is qua computerbelasting. Maar dat wordt allemaal afgeschoven door de bedrijven die zeggen van 'hoor eens, je bent zelfstandige, dan zijn je arbeidsomstandigheden je eigen verantwoordelijkheid, daar hebben wij niets mee te maken'. "
Dat enigszins acceptabele inkomen wordt nog ondermijnd, doordat bedrijven als Subtitling en Available excuses zoeken om verder onder het tarief te gaan zitten, continu op zoek naar de marges. Door bijvoorbeeld een programma als 'makkelijk te vertalen' te bestempelen, "terwijl het werk in feite helemaal niet makkelijker is dan wat je maakt voor dat hogere tarief. Maar dat beweren zij dan gewoon, en je krijgt er niet meer voor. Ze beweren zelf altijd dat je dan maar moet gaan onderhandelen, maar die ruimte heb je helemaal niet als een klein vertalertje tegenover die vier of vijf opdrachtgevers die er in die markt staan, dat is gewoon slikken of stikken".

Postvakjes

In 1991/1992 was een aantal ondertitelvertalers van het NOB het slikken zat en zeker niet bereid te stikken. Ze organiseerden zich in de Vereniging voor Vertalers van Film, Televisie en Video, kortweg VVFT. Deze vereniging was vooral een reactie op de oprichting van Available en had als primair doel serieus genomen te worden als gesprekspartner en vertegenwoordiger.
Wouter was direct betrokken bij de VVFT en zat, net als Roeline later, geruime tijd in het bestuur. De eerste taak voor de vereniging was duidelijk: het organiseren van zoveel mogelijk ondertitelvertalers. Bij het NOB was dit vrij gemakkelijk door het bestaan van een vaste kern van vertalers en het fysieke contact. Bij andere bedrijven, met name Subtitling, was dit veel moeilijker. Er bestond veel angst om lid te worden van de VVFT, mensen waren bang eruit gegooid te worden. Bij Subtitling zijn VVFT'ers stiekem de postvakjes gaan bekijken, op zoek naar namen, waarbij later telefoonnummer en adres werd gezocht. Een briefje in het postvakje werd ook geprobeerd, maar dat werd binnen tien minuten verwijderd door iemand van het bedrijf. Wouter: "Na het moeilijke gedoe adressen te verzamelen, is het dan toch gelukt wat mensen in café Eik en Linden te Amsterdam bij elkaar te krijgen. Flinke opkomst toen bij de oprichtingsvergadering, ik denk dat er toch wel een stuk of zeventig, tachtig mensen aanwezig waren." Volgens Roeline "had het nooit zo goed van de grond kunnen komen zonder het NOB waar mensen elkaar fysiek tegen konden komen". Wouter: "Dan ga je in het begin een beetje kijken welke belangen moeten we behartigen. Wat steeds naar boven kwam en eigenlijk steeds boven bleef, dat waren toch de tarieven, zonder een beetje afspraak over tarieven was er geen rust in de tent."
De VVFT groeide gestaag, verzorgde cursussen voor leden en zou halverwege de jaren negentig zo'n tweehonderd ondertitelvertalers vertegenwoordigen, een organisatiegraad van bijna 50 procent. Toch werd de vereniging door Available en Subtitling niet als gesprekspartner geaccepteerd. "Jullie vertegenwoordigen maar de helft van de sector", was één van hun surrealistische argumenten om het bestaan van de VVFT te ontkennen.

Staking

De staking die daarop volgde en vier dagen zou duren, viel echter niet te ontkennen. "Ja, we hebben de boel wel opgeschrikt toen", zegt Wouter lachend. Er waren wel problemen, zo was het geld na vier dagen op, en met al dat thuiswerk kun je niet echt controleren of er daadwerkelijk gestaakt wordt. Wouter verloor overigens door de staking zijn baan. Maar de VVFT kon aanschuiven aan de onderhandelingstafel. "Ze hadden nooit verwacht dat we dit voor elkaar zouden krijgen", zegt Roeline.
De beperkte financiële middelen van de VVFT en het risico dat hun eigen onderhandelaars liepen om hun baan kwijt te raken, noodzaakte de vereniging aansluiting te zoeken bij een groter geheel. Na een tocht langs werkgeversorganisaties als VNO-NCW en MKB belandden de ZZP'ers van de VVFT bij de toenmalige Kunstenbond van de FNV.
In 1995 volgde een tweede staking. Bij Available ging het om tarieven, bij Subtitling nog steeds om in gesprek te komen. Available betaalde inmiddels één gulden 20 per ondertitel, terwijl dat bij het NOB één gulden 49 was. De VVFT zette in op een basistarief, zodat eindelijk een bodem in de markt gelegd zou worden. De kunstenbond schoot echter tekort, pakte niet op tijd door en beweerde van het ministerie gehoord te hebben dat een basistarief op kartelvorming neerkwam en dus niet toegestaan was. Toen ondertitelvertalers zelf contact op namen met het ministerie, bleek deze lezing niet helemaal te kloppen. Het was wel kartelvorming, maar het ministerie was juist benieuwd naar het vervolg, omdat er steeds meer van deze semi-zelfstandige groepen kwamen. "Er was toen een broze coalitie, een momentum", verzucht Roeline, "maar dat ging voorbij, omdat de kunstenbond niets deed. Direct daarna is het bergafwaarts gegaan met de VVFT. Wel is in die roerige periode een bodem in de markt totstandgekomen, maar niet op de door de VVFT beoogde manier, het was de markt, niet de staking. Ze waren elkaar echt kapot aan het concurreren, want elk jaar gingen RTL en SBS weer in de slag met de ondertitelbedrijven om het goedkoopste tarief binnen te halen. En dan kwamen ze met idiote eisen. De bedrijven hadden weinig keus, want anders gaan ze naar de ander, dus dan moet het maar weer tegen lagere tarieven. Die spiraal ging echt heel erg rap de verkeerde kant op. Wat niet alleen schadelijk was voor de ondertitelvertalers. maar uiteindelijk ook voor de bedrijven. Die wisten eigenlijk helemaal niet meer hoe ze met die tarieven kostendekkend konden draaien."
De bodem lag toen rond één gulden 35 , nu elf jaar later is het nog steeds 70 eurocent. De zogenaamd makkelijke opdrachten worden soms zelfs voor 47 eurocent aangeboden.

Wat nu

De vakbond heeft bij de ondertitelaars geen goede naam overgehouden. De reorganisatie van de kunstenbond naar FNV Kiem heeft daarbij een grote rol gespeeld. Bij FNV Kiem werden de ondertitelaars onhandig ingedeeld bij de uitgeverijen, omdat ze officieel auteur zijn. Veel strategischer was het geweest hen in te delen bij de audiovisuele sector. "Daar begrepen ze ons gewoon niet. Wanneer wij zo'n bestuurder het probleem rond tarieven probeerden uit te leggen, vroeg hij ons hoe het eigenlijk met onze vakantiedagen zat!?" Toen Roeline later ook nog over tegengestelde belangen begon, werd ze voor 'cryptocommunist' uitgemaakt. "Als ik bij de vakbond al niet meer over tegengestelde belangen kan praten, laat dat 'crypto' dan maar weg."
De positie van de ondertitelvertalers is er anno 2006 niet veel beter op. "Dit is terug naar de negentiende eeuw". Het probleem met de vakbonden is, volgens Roeline, dat ze niet met deze situatie kunnen omgaan. "Er is niks, je moet het van nul opbouwen, compleet je positie bevechten, en dat kan de vakbond niet meer, ze weten gewoon niet meer hoe dat moet." Wouter knikt. "In het begin was in ieder geval de wil nog aanwezig. Toen we ons hadden aangesloten, in de tijd van de staking, vonden ze het reuze spannend."

Wouter is inmiddels betrokken bij een nieuw initiatief, een Yahoo Group waarbij zo'n honderdvijftig ondertitelaars aangesloten zijn: het Forum Freelance Filmvertalers. "Een virtuele fabriekspoort" , lacht Roeline. Het doel van het forum is het groepsgevoel weer terug te brengen en de beroepstrots wat op te vijzelen. Doordat alles steeds goedkoper moet, is de kwaliteit van de ondertiteling verminderd. De bedrijven roepen dat de kwaliteit van de ondertitels de consument toch niet kan schelen. "Er is ook geëxperimenteerd met Belgische ondertitels op de Nederlandse televisie, de tarieven zijn in Vlaanderen nog lager, maar dat werkt niet, dus die moeten wij nu weer ontvlaamsen. Soms, vooral bij DVD's, wordt zo weinig betaald, dat de opdrachtgever letterlijk zegt 'ram er maar wat onder'."
Het vakmanschap verdwijnt op deze manier, net als het plezier in het werk. Bij het NOB liepen medisch geschoolde vertalers rond voor ER (dramaserie over het personeel in de Emergency Room) en ook in Star Trek zijn vertalers gespecialiseerd. Deze vorm van vertalen staat onder druk, algemene vervlakking slaat om zich heen. Bij het forum leeft het plan het belang van goede ondertitels aan te tonen, maar dat is moeilijk. Zeker is wel dat het voor veel mensen, vooral jongeren, één van de weinige geschreven teksten is waarmee ze in aanraking komen. En het forum heeft het natuurlijk ook over de tarieven. Momenteel wordt gewerkt aan een petitie, want sommige bedrijven willen per minuut film, in plaats van per ondertitel gaan betalen, dat betekent voor de vertaler soms een achteruitgang van 20 procent.

Werken als ondertitelvertaler is flex, vrij en vooral precair. "Je hebt geen enkel recht, je hebt geen enkele garantie, je weet gewoon vandaag niet wat je morgen gaat verdienen, en of je überhaupt werk hebt." Maar de korte geschiedenis van de VVFT laat zien dat precair niet passief, machteloos of onverenigbaar maakt. "Het ging en het gaat nog steeds om de zekerheid.

Uit: Het nog te verschijnen voorjaarsnummer van Flexmens Magazine - zie: www.flexmens.org