welkom
extra
Solidariteit

Boekbespreking - 11 december 2005

Opfriscursus voor bondsbestuurders

Hans Boot

De laatste zin klinkt nog niet helemaal overtuigd: "Misschien is het nodig om weer terug te gaan naar de achterban, met de voeten op de vloer." Dat is op pagina 109 van het boek van Evert Smit - tot oktober 2005 directeur van Basis & Beleid, adviesbureau voor bonden en ondernemingsraden, partner van FNV Bondgenoten - en Keimpe Schilstra, adviseur arbeidsvoorwaarden van diezelfde bond. Vlak daarvoor gaven ze het advies dat de vakbeweging zich opnieuw moet "uitvinden". Nogal vaag en vrijblijvend, maar niet onwaar.

Gelokt door de ondertitel "Strategische keuzes in de belangenbehartiging van werknemers" en de hoge plaats op de ranglijst "HRM-boeken" bij de Amsterdamse boekhandel Scheltema, ben ik verder gaan lezen. Conclusie: een actuele schets van de Nederlandse arbeidsverhoudingen met interessante passages, een opfriscursus voor bondsbestuurders, een staaltje adviesprofessionaliteit. Maar sociaal onbewogen en systeemgehoorzaam; vakbondsleden zijn percentages (organisatiegraad) en sociaal onrecht komt hoogstens als een weeffout ter sprake. Niettemin altijd weer leerzaam te lezen hoe in de kantoren van de beleidsmakers wordt geredeneerd en hoe hun gedachtegoed slechts varieert op dat van hun 'tegenstrevers'.

Beperkte visie op belangen

Schilstra en Smit maakten tien jaar geleden, beiden werkzaam op de Erasmus Universiteit Rotterdam, in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een toekomstverkenning van de belangenbehartiging van werknemers. Omdat hun toenmalige verwachtingen niet klopten, gingen ze op herhaling. De overlegeconomie was niet definitief ingestort, de CAO had zich weten te handhaven, de ondernemingsraad had zijn beste tijd gehad en de hoogtijdagen van de 'marktwerking' leken achter de rug. Het ministerie was bereid tot een subsidie, dertig min of meer prominente functionarissen uit alle geledingen van de arbeidsverhoudingen stonden klaar voor een interview en de nieuwe conclusies werden aangescherpt in een werkconferentie met tachtig genodigden. De geÔnterviewden en de conferentiegangers komen overigens niet aan het woord.
Evenals in 1995 wordt in 2005 uitgegaan van vijf typen belangenbehartiging. Beschermende wetgeving, centraal overleg, CAO, ondernemingsraad en individuele belangenbehartiging. Voorafgegaan door een algemene beschouwing over de stand van de huidige arbeidsverhoudingen krijgen alle vijf een hoofdstuk toebedeeld. De conclusies worden samengebracht in een vooruitblik. Overzichtelijk dus, maar rustend op een gammele basis. Want buiten beeld blijven de inhoud van de belangen en hun relatie met de economische grondslag en de politieke verhoudingen van het kapitalisme. Tegen welke maatschappelijke grenzen loopt economische belangenbehartiging op en wat is het politieke karakter van die grenzen? De indeling in vijf typen sluit echter meer uit. De belangenbehartiging lijkt per definitie via instituties te lopen, waaraan degenen wier belangen behartigd worden nauwelijks deelnemen. Is werken aan en binnen structuren van zelforganisatie een belang, is een gestage ervaring in democratisch handelen een belang, is collectief besef en solidariteit een belang? Vragen die ik met 'ja' beantwoord en die door ze in het boek niet eens te stellen heel wat onbeschreven bladzijden opleveren.

Klem van passiviteit

Dat geld niet voor alle bladzijden. Relevante verschijnselen komen best aan bod. Bijvoorbeeld:

  • de nog steeds sterk op de nationale staat georiŽnteerde vakbeweging, waarmee haar centralisme en zwakke positie in de bedrijven samenhangen,
  • de geringe greep van de bonden op flexibiliteit, internationalisering en sociale uitsluiting,
  • de sociaal-culturele afstand tot potentiŽle leden onder jongeren en migranten.
Ook op de vijf gebieden van belangenbehartiging worden noten gekraakt:
  • de uitbreiding van sociaal beschermende wetgeving lijkt kansloos - verdere 'schadebeperking' moet niet nagelaten worden,
  • de hang naar het landelijk overleg met ondernemers en overheid wordt wat minder, evenals de koers naar een 'sociale ANWB' - onduidelijk is wat daarvoor in de plaats komt,
  • de CAO is nog een krachtig middel en dekt al jaren ongeveer 85 procent van de beroepsbevolking, het contrast met een organisatiegraad van zo'n 23 procent is echter groot - deze kloof maakt de vakbeweging kwetsbaar en lokt ideeŽn uit niet-vakbondsleden een stem te geven,
  • nieuwe vormen van individuele belangenbehartiging, zoals rechtsbijstandverzekering en financiŽle advisering, zijn niet succesvol gebleken - misschien dat samenwerking met particuliere ondernemingen nieuwe vormen van collectieve verzekering kan opleveren,
  • de ondernemingsraad wordt steeds meer een probleem in plaats van een middel tot een oplossing, op het niveau van het bedrijf ontbreekt een alternatief - een actieve samenwerking met de bonden zou wel eens noodzakelijk kunnen zijn.
Deze hier wat puntig uitgevallen opsomming bevat de verdienste Ťn de zwakte van de benadering van Schilstra en Smit. De dilemma's en op te lossen vraagstukken worden in kaart gebracht, maar ze ontberen een kritische analyse van het vakbondsbeleid in de beschreven periode en wat daaraan voorafging. Bovendien worden leden in een klem van passiviteit gehouden. En voor zover ondernemers en regeringen ter sprake komen, blijven ze mogelijke bondgenoten die meer hun best moeten doen.

Achterban(d)

Tot slot, een paar kanttekeningen bij in het boek aangesneden kwesties. Allereerst de CAO. In het algemeen zullen noch ondernemers noch overheid - zo is de verwachting - de CAO willen uitkleden of de algemeen verbindend verklaring afschaffen. Hun belang bij enige nivellering van de concurrentie, de bekendheid met de sociale partner en de disciplinerende werking naar de verschillende 'achterbannen' is daarvoor te groot. Met de CAO worden immers voorspelbaarheid en arbeidsrust geregeld, zo niet gekocht. Tegelijkertijd wordt de CAO gezien als een "buitengewoon belangrijk, zo niet het belangrijkste instrument van belangenbehartiging van werknemers".
Nog los van het klassieke probleem dat nu bij de brandweer te zien is, 'wild' verzet tegen een door de bond afgesloten CAO, zit in de dominante positie van de CAO een ernstig gevaar. Bij gebrek aan andere vakbondsactiviteiten dreigt dit 'belangrijkste instrument' vooral voor sociale rust en berekende loonontwikkeling (heel vaak loonmatiging) te zorgen.
Als tweede de ondernemingsraad. Als insiders in die wereld laten Schilstra en Smit niet veel heel van deze vorm van medezeggenschap. Gretig halen ze andere insiders aan die bijvoorbeeld vinden dat "eerder sprake is van procedurele dan van substantiŽle democratisering" of van wetgeving die "gelijkwaardigheid tijdens het overleg, maar ongelijkwaardigheid bij de besluitvorming" biedt. Tevens geven ze te kennen dat deze vaststellingen al tientallen jaren bekend zijn en keer op keer door de praktijk bevestigd worden.
Het mag dan toch best merkwaardig genoemd worden dat de bonden, waarvan de leden ook al jaren de meerderheid van de ondernemingsraden vormen, deze "natuurlijke bondgenoot" van nieuwe impulsen moeten voorzien. Het lijkt bij gebrek aan beter, maar het klinkt als 'we kunnen niet zonder de ondernemingsraad'.

'Misschien terug naar de achterban', zo eindigen Schilstra en Smit hun boek. Het historisch compromis van na de Tweede Oorlog dat in 1982 met het akkoord van Wassenaar een vervolg kreeg, achten ze uitgeput. De reparatie in de CAO's van de door de overheid toegebrachte schade in de sociale wetgeving zien ze als eindig. Voortdurende, defensieve 'verliesbeperking' zal in hun ogen vroeg of laat een ongelijke ruil blijken te zijn. Wat blijft er dan nog over van de "strategische keuzes"? De achterban - oorspronkelijke (en actuele) betekenis: 'onderafdeling' - als laatste redmiddel?
Hoorde net dat de brandweerlieden, gelijk de burgers ten tijde van het referendum over de Europese grondwet, het niet goed begrepen hebben en een betere uitleg te wachten staat.

K. Schilstra, E. Smit, Voeten op de vloer. Strategische keuzes in de belangenbehartiging van werknemers, Amsterdam 2005.
Uitgeverij Aksant, Cruquiusweg 31, 1019 AT Amsterdam.