welkom
commentaren
Solidariteit

Commentaar 67 - 13 mei 2007

De onzichtbare vakbeweging

Hans Boot

"We hebben goud in handen, zeggen de deskundigen."
Wie horen we hier? Geldzuchtige aandeelhouders van ABN AMRO? De hoofdredacteur van DAG, de nieuwste gratis krant? Standhouders op de vakbeurs 'Safety & Security'? Of toch de directeur van het in oerbossen gespecialiseerde reisbureau?
Een hint. De begeleidende foto in de Volkskrant van 20 april 2007 had als onderschrift: "Wij moeten beter duidelijk maken wat de vakbeweging doet voor werknemers."

Geen vrolijke conclusie van FNV-voorzitter Agnes Jongerius na ruim een eeuw moderne vakorganisatie. En helemaal niet als we nog even stilstaan bij de kop.Een ideologisch hoogstandje ingegeven door 'marketingexperts' die met "we" en "goud" verwijzen naar de FNV "als betrouwbaar merk". De naamsbekendheid is goed, het probleem is dat het ledental daalt. En nu?

Zonder leden

Op diezelfde pagina van de Volkskrant staat kennelijk een deel van het antwoord. Niet-leden worden binnenkort via referenda geraadpleegd over de resultaten van de CAO-onderhandelingen. Daarbij zijn nog twee probleempjes. Wat te doen als de niet-leden die resultaten afwijzen? Overhandigen ondernemers hun namen en adressen en betalen ze mee?
In de papieren versie van Solidariteit hadden we de gewoonte te spreken van 'nog niet-leden'. Dit om de principiële lotsverbondenheid aan te geven van allen die van een loon of uitkering afhankelijk zijn. Bevoorrechting van leden, op welke manier dan ook, was - en is - uit den boze. Gevreesd mag echter worden dat de referenda een andere bedoeling hebben. Bijvoorbeeld aan de behaalde resultaten een bredere rechtvaardiging geven, de leden klem zetten en de ondernemer meer overtuigen. Als het doel is de werfkracht van de vakbeweging te vergroten, dan lijkt raadplegen zonder zeggenschap niet erg stimulerend. Evenzo is zeggenschap zonder lidmaatschap niet erg democratisch.

Ook kan dit plan een voorbereiding zijn op een vakbeweging zonder leden, een instituut dat volgens een wettelijk verankerde positie wettelijk omschreven belangen behartigt. Belangen die niet principieel in strijd zijn met die van ondernemers, maar technisch gezien niet geheel samenvallen en daarom enige afstemming behoeven. Aan een dergelijke nivellering zullen ondernemers graag hun steun geven.

Beslotenheid

Terug naar het goud dat de vakbonden niet weten te verzilveren. Redeneren we mee met de deskundigen, dan rijst de vraag: op welke markt opereren de bonden. Volgens Jongerius op die van "advies, hulp en onderhandelingskracht" (in het marktjargon afgekort tot: 'adhok'). Maar helaas niet duidelijk genoeg. Als we deze drie elementen even voor lief nemen, dan lijkt de diagnose veel op die van de schooldirecteur in gesprek met de ouders van Klaas: "Als hij z'n best doet, haalt hij het wel." Die directeur (markeringexpert, therapeut, consultant) heeft altijd gelijk. Bij succes (best gedaan), bij mislukking (best niet gedaan). De diagnose heeft dus geen betekenis. Bovendien is de markt van 'welzijn en geluk' overbezet en voor het trage vakbondsapparaat te vluchtig en te individualistisch. Langzamerhand kan wel vastgesteld worden dat de filosofie van 'de bond als marktpartij, in goede en slechte tijden' de FNV in 2000 noch in 2007 uit de brand heeft geholpen.
Gaan we niet mee in Jongerius' adhok taak, dan is het de vraag of het ledental zo bepalend is. Juist een vakbeweging die in het maatschappelijk systeem gegroeid is, moet 'meetellen' en haar positie ontlenen aan het getal. In Den Haag zijn het kamerzetels, in Hilversum kijkcijfers en in Amsterdam beurskoersen. Aan de kleine en grote beslistafels is het knopen en neuzen tellen en veinzen dat de deelnemers elkaar trachten te overtuigen.

Daarmee is geen pleidooi gevoerd voor een voorhoede vakbeweging, een Gideonsbende, maar wordt de fixatie op de organisatiegraad verworpen. Die leidt tot vermijding van risico's en verheerlijking van de marges, tot imitatie van de tegenstander en diplomatiek gedrag, tot behoedzaamheid en gedoe in de wandelgangen. Zo komt de vakbeweging in de beslotenheid van het constructieve overleg steeds meer achter de schermen terecht en minder in de openbaarheid.

Verstijven

Deze onzichtbaarheid valt me meer dan ooit op. Trouw lees ik verschillende vakbondsbladen, volg de meeste bonden langs het elektronisch kanaal en raak studerend meer en meer thuis in de geschiedenis van de vakbeweging. Maar "het Onderwijsblad" van m'n eigen bond is vooral een vaktijdschrift en het extra bulletin dat af en toe in de bus valt, gaat meestal over de pensioenindex. En dat is het
Op straat, in de buurt, in de stad en op andere openbare plaatsen - geen bond te zien. Waar dan wel? Wat ook gedacht kan worden van radio en televisie, in debatten, achtergrondrubrieken en talkshows treedt zelden een lid of bestuurder van de bond op. Een actie haalt nog wel de media, maar ook dat mogen we slechts sporadisch meemaken. "Ja maar", zou de tegenwerping kunnen zijn, "de vakbeweging draait toch om arbeid, logisch dat ze voor een 'senior' uit beeld is. En er zijn congressen, conferenties, manifestaties, bijeenkomsten, enzovoort."
Dat brengt ons tot de kern van een vakbeweging in duisternis. De onzichtbaarheid is specifiek en algemeen. Op de werkvloer is ze nauwelijks aanwezig, veel vakbondsleden huizen in de burelen van de ondernemingsraad en bestuurders vertellen nogal eens dat ze de bedrijfsdirectie meer zien dan de leden. Met hier en daar uitzonderingen, zijn de bonden, bestuurders en leden opgesloten in de circuits, de wetgeving en de procedures. De wereld van 'ons kent ons' en 'voor wat hoort wat'. Een sfeer die ook doordringt op congressen en dergelijke.

Dus vakbondsleden: open de deuren en vensters, kijk niet op een gebroken ruit, kom naar beneden en naar buiten, kies de openbaarheid en laat je zien. Misschien dat nog niet-leden schrikken, maar in het volle licht zullen de ondernemers verstijven.
Dat laatste schijnt ook vakbondsfunctionarissen te overkomen als ze horen van 'organising'. Een lelijk woord voor mooi vakbondswerk. Zonder camouflage, vanaf de werkvloer bouwen aan zelforganisatie. Daarover een volgende keer.

Klik hier